Mexico

Yucatan (2008)

Reisverslag Mexico - 2008

Yucatan

/reisverslagen/midden-amerika/mexico/reisverslag/17-19-juli-2008/

(c) Wouter en Carin van de Weerd


Rijden naar Palenque, Maya ruines bekeken, zwembad, rijden naar San Cristóbal de Las Casas

Dag 10 - Donderdag 17 juli 2008: Rijden naar Palenque

Ontbijt in de patio
De overnachting is inclusief ontbijt. Het is een stadsontbijtje: 2 stukken toast, jam, koffie, sap en een banaan. De bananen nemen we mee voor onderweg.
We zijn mooi op tijd klaar voor vertrek: 9 uur. We rijden zonder problemen via de juiste uitvalsweg de stad uit. We verbazen onszelf.

Het is een echt autodagje. We rijden van Campeche naar Palenque.
We worden vermaakt met wegwerkzaamheden en politiecontroles. En we vermaken onszelf met het vertalen van alle verkeersborden, geboden en verboden, die langs de weg staan. Hier zie je onderweg geen reclameborden, maar je moet je wel een weg banen door een woud van verkeersborden. Hieronder een greep van wat we niet mogen of juist wel moeten doen:

  • Obedeza las senales;
    Permita rebase utilice acotamiento;
    Maneje con cortesia;
    Conserve limpio Campeche;
    Poblado proximo, disminuya su velocidad;
    Conceda cambio de luces;
    No rebase con raya continua;
    Si tuma no manege;
    No maltrate las senales;
    No estacione en curva;
    No tirar basura, multo 90 salarios minimos;
    Acotamiento blando;
    Garde su distanzia;
    No maneje consado;
    Modere su velocidad;
    No tire basura en derecho de via;
    Cuide su vida, no se distraiga;
    Este carrera no es de alto velocidad;
    Entrada y salida de vehiculos a 200 m;
    Utilice son centurion de seguridad;
    No tirar basura;
    Cuide se vida, conduite con precaucion;
    Maneje con precaucion se familia te espera;
    Conserve su carril;
    …..
     

We rijden van de provincie Campeche naar de provincie Chiapas. Dat brengt de nodige politiecontroles met zich mee. We mogen een aantal keren gewoon doorrijden. We moeten 1x ons paspoort laten zien. Daar vraagt een politieman/militair hoe ik heet. Ik antwoord met Carin van de Weerd. Fout! In mijn paspoort staat Catharina Nijboer. Gelukkig zie ik er ongevaarlijk uit en ondermijn ik hiermee niet onze geloofwaardigheid als ongevaarlijke toeristen. We mogen door.
Bij een andere controle loopt een politieman/militair statig met een kastje voorzien van een antenne langs de auto. Wat hij doet, geen idee. Ook hier mogen we doorrijden.
Ze zijn onderweg op meerdere plaatsen bezig om de weg te verbreden. Dit levert voor ons nog een hoop troep en vertraging op. In de toekomst zal dit de reis naar Palenque een stuk aantrekkelijker maken, denken we.
Wat zal blijven zijn de drempels in de weg. Elk zichzelf respecterend dorp heeft minimaal 4 drempels. 1 bij binnenkomst om af te remmen. 2 in het dorp zodat je er niet aan denkt om op het gas te trappen. En 1 bij wijze van afscheid. De drempels staan over het algemeen met borden aangegeven: topes. Soms verschijnt er een drempel uit het niets. Dan bewijs ik als bijrijder mijn nut door een harde gil te geven, zodat Wouter nog net op tijd kan remmen. De meeste drempels zijn het namelijk wel waard om flink op de rem te trappen. Zonder remmen zou je wel eens een flinke smak kunnen maken.
De rit naar Palenque is 368 km. We komen er rond half 4 aan. Dan zijn we 6,5 uur onderweg geweest en hebben we 2x gepauzeerd.

Alweer een heerlijk zwembad
In Palenque vinden we een kamer in “Hotel Villas Kin Ha” voor 730 pesos per nacht, exclusief ontbijt. Het is een kamer met airco en 1 groot bed. Een kamer met 2 aparte bedden (wat we in deze hitte wel prettig vinden) was ruim 900 pesos.
Bij het betalen vraagt de receptioniste plots 800 pesos per nacht. Terwijl er achter haar op een bord duidelijk 730 pesos staat. Tja, wij zijn niet van gisteren. Daar trappen we niet in.
We gaan lekker zwemmen, douchen, uit eten (buffet) wat lezen en dan lekker slapen.

 

Dag 11 - Vrijdag 18 juli 2008: Palenque bekeken en geluierd bij het zwembad
Palenque

We hebben een ontbijtbuffet in ons hotel. Met dank aan de vele groepsreizen die er in ons hotel zitten. Omdat wij niet tot een groep behoren, moeten wij ons ontbijt los betalen. Bij de ene kelner kost dat 170 pesos (uitgerekend op een kladblaadje bij onze tafel). Bij zijn collega kost dat 165 pesos, gecommuniceerd op een officiële rekening. We hebben hier zwaar het gevoel dat ons als toerist aan alle kanten een poot uitgedraaid wordt. Het gaat niet om enorme bedragen. Maar het principe klopt niet en het gevoel dat je erbij krijgt is niet prettig.
Op naar de ruïnes van Palenque!

Palenque
We arriveren rond half 9 bij de ruïnes en vinden zowaar nog een plekje op de parkeerplaats bij de ingang. Het is een hele kleine P middenin een mêlee van straatventers, toeristenstalletjes en mannen die zichzelf als gids aanbieden of als autowasser. We schenken weer 10 pesos aan een man die zegt dat hij op onze auto zal passen. We vragen ons af hoe oplettend hij zal zijn. Ach ja, hij moet ook eten.
De entree is 48 pesos voor de ruïnes en 20 pesos p.p. voor toegang tot het NP Palenque. 

Wouter in Palenque
Als we het complex oplopen komen we gelijk bij ‘templo de las inscripciones’. In deze tempel is de tombe van Pakal. Pakal was de heerser van Palenque en omstreken tijdens de bloeiperiode van de stad, 630-740 na Christus. Je kunt een klein stuk de tempel in om te zien in wat voor soort ruimte en gangen de tombe van Pakal lag. De tombe of een reproductie daarvan, is te zien in het museum van Palenque. Pakal, en later zijn zoon, hebben de meeste tempels en paleizen laten bouwen in Palenque.
‘El Palacio’ is ook indrukwekkend. Het is gigantisch groot, de kamertjes en gangen zijn nog behoorlijk herkenbaar en je mag er op en doorheen lopen.

Daarnaast heb je in Palenque nog een aantal groepen van gebouwen en tempels. Groep C is opgegraven (c.q. uitgehakt uit het oerwoud) en andere groepen liggen nog in het oerwoud verscholen.
Het leuke en bijzondere van Palenque is de ligging. Het ligt tegen de bergen op en half in de jungle. Tussen de ruïnes door loopt een riviertje en wat watervallen naar beneden.
Wij gaan een behoorlijk stuk naar beneden om ook wat ruïnes in de jungle te zien. Dan lopen we weer omhoog naar de ingang en de auto.
Het is vandaag drukkend warm maar niet geheel zonnig en daardoor lijkt het minder heet. Ik zeg ‘lijkt’. Onze thermometer geeft 35ºC in de schaduw aan en 41ºC in de zon. ’s Middags bij het zwembad is het zelfs 45ºC in de zon.
In het ruïnecomplex zijn heel veel toeristenstelletjes. Aan ons kunnen ze niets slijten. We lunchen bij een restaurantje bij de parkeerplaats en eten er heerlijke burrito’s en quesadilla’s en nemen een heel groot glas vers vruchtensap. Yummie!

Op de terugweg gaan we naar het museum. Dit zit bij de entree inbegrepen en is zeker de moeite waard! We zien prachtige aardewerken maskers die in de tombes zijn gevonden en ook (een replica van) de tombe/doodskist van Pakal is bijzonder indrukwekkend.

De rest van de middag (na half 3) slijten we in en langs het zwembad bij het hotel. Met een nat badpak en in de schaduw is het er goed toeven.
Voordat we gaan avondeten rijden we het stadje Palenque in om een excursie te boeken naar Bonampak en Yaxchilán. We gaan morgen eerst naar San Cristobal. Als we terugkomen in Palenque willen we deze excursie maken. We boeken de excursie bij “Kichan Bajlum”: 1 dag, met een klein busje, naar beide plaatsen, inclusief ontbijt/lunch/entrees/boottocht. En dat voor 550 pesos p.p. De prijs valt ons alles mee.
Content rijden we terug naar ons hotel. We gaan eten bij de overburen: “La Aldea”. In ons hotel is weer buffet. “La Aldea” heeft een leuk en meer authentiek Mexicaans restaurant. De bediening is hier ook veel aangenamer. Tijdens het eten begint het te onweren en te stortregenen. We moeten door de stromende regen terug naar ons hotel. Het is een heel steil pad naar beneden. Ik ga op blote voeten, want mijn badslippers glibberen over de weg en onder mijn voeten. In onze kamer blijkt de modder tot in mijn knieholte te zitten.

 

Dag 12 - Zaterdag 19 juli 2008: Rijden naar San Cristóbal de Las Casas en daar wat rondgekeken

We zijn vroeg op pad. Om half 9 verlaten we hotel “Villas Kin Ha” en Palenque. We tanken de benzinetank vol en rijden dan de bergen in naar San Cristobal.
Het is slecht weer vandaag. Het regent; soms zacht, dan weer hard en dan weer miezer. Maar droog is het onderweg bijna niet.
We gaan behoorlijk de hoogte in. San Cristobal ligt op 2160 meter. De weg kronkelt en gaat dwars door alle dorpen heen waar’ie maar bij in de buurt komt. Het leuke hiervan is dat we veel Mexicaans dorpsleven zien onderweg met Indiaanse vrouwen in kleurige kleren en baby’s in een doek op hun rug. Het nadeel van al die dorpen zijn de snelheidsbeperkende ribbels die we tegenkomen. We kunnen geen drempels meer zien! En met een volle blaas telt iedere drempel voor 2! In Ocosingo barsten onze blazen compleet als we eindelijk een benzinepomp met WC tegenkomen.
De rit is in totaal 210 km. Van te voren denkt Wouter het in 4 uur te kunnen rijden en dat lijkt ons eigenlijk nog een voorzichtige schatting. Door alle dorpjes, drempels en langzaam rijdend verkeer waar je met alle bochten niet voorbij komt, duurt het wel 5,5 uur! Als we in San Cristobal aankomen zijn we het rijden goed zat. Vooral Wouter. We vragen ons hardop af wat ons bezielde om San Cristobal in ons reisplan op te nemen. Was overslaan niet een beter idee geweest?
In San Cristobal rijden we in 1x naar een mooi hotel: “Hotel Casa Vieja” (aan de ‘Maria Adelina Flores’). Dit is een oud herenhuis met een mooie binnenplaats en is recent gerestaureerd. We blijven hier 2 nachten (900 pesos per nacht). We hebben één van de laatste kamers.

Verkoopstertjes in San Cristobal
Het is al half 3 als we op de patio aanschuiven voor de lunch. We kiezen beiden een heel lekker streekgerecht. Ik krijg veel te veel. Maar het is zo lekker dat ik meer eet dan goed voor me is. Gevolg: de rest van de middag buikpijn. Niet zo handig dus.
Na de lunch gaan we de stad in. We moeten nog een keer terug naar het hotel om een regenjas en paraplu op te halen. Het blijft niet veel soeps met het weer. Dat maakt de stad ook minder sprankelend. Jammer!
We wandelen langs/over pleinen, bezoeken 2 kerken, bekijken de oude stadspoort en wat winkels. De stad is vergeven van de Indianen vrouwen en kinderen die rondlopen met geweven kleden, doeken, riemen, et cetera om te verkopen. Bij een kerk zijn heel veel stalletjes met souvenirs. Daar kopen we een mooie haarband voor Roos (of vind ik het zonde om ‘m weg te geven?).

In één van de kerken begint een speciale dienst. Het lijkt op een trouwerij, maar er is geen bruidegom. Dat zal het dus niet geweest zijn. Maar wat het wel is? Een groep mannen met gitaren en een bas maken de muziek en zingen. Het klinkt ons absoluut niet kerkelijk in de oren, maar we vinden het wel heel feestelijk en goed klinken. Het is alleen jammer als de ‘padre’ mee zingt. Hij zingt vals en dat door een microfoon.
Tijdens een enorme stortbui vluchten we een café in. Daar is de bediening zo klein dat als zij staan en wij zitten aan ons tafeltje dat ze op ooghoogte met ons staan. Het is alsof de jongens hier op basis van (of: gebrek aan) lengte worden aangenomen. De cappuccino is er erg lekker. Er is live muziek. Ook dit klinkt erg goed. Lekker plekje om even te zitten.

We zijn rond 7 uur terug in ons hotel. In onze kamer is het slechts 20,5ºC. En dat zonder airco! Door de hoogte en het slechte weer, is het hier behoorlijk frisjes. De mensen lopen hier in winterjassen en sommigen hebben een muts op. Ook wij zijn in lange broek en lange mouwen op pad gegaan vanmiddag. Gaat onze fleece-sweater hier dan toch nog van pas komen? Tot nog toe leek die echt straal overbodig!