Griekenland

Lesbos (2012)

Reisverslag Griekenland - 2012

Lesbos

http://www.vdweerd.net/reisverslagen/europa/griekenland-lesbos/reisverslag/4-5-mei-2012/

(c) Wouter en Carin van de Weerd


Orchideeën, stad en strand

Vrijdag 4 mei: Orchideeën rond Agiasos

We worden uitgezwaaid door de eigenaar van Studio Marita. De oude baas geeft ons zijn visitekaartje mee. Naar ik uit zijn Grieks kan opmaken, voor onze vrienden in Holland. Ze zijn welkom bij hem. Als we 20 minuten verder zijn, realiseren we ons dat we de inhoud van de koelkast niet meegenomen hebben. Cola, water, sap. We zullen ook de rest van de vakantie droge boterhammen moeten eten, want ook de boterkuipjes die ik gisteren van een restaurant heb meegenomen, liggen nog in de koelkast in Skamnioudi. Dom!

We rijden naar Agiasos waar we een wandeling gaan maken over de flanken van de berg Olympus door kastanjebossen waar in het voorjaar orchideeën bloeien.

Agiasos is een bedevaartsoord in de bergen. Het trekt blijkbaar veel bezoekers want het dorp is duidelijk op toeristen ingesteld: veel souvenirwinkeltjes en toeristische terrassen rond de kerk.

Bij de start van de wandeling worden we opgeschrikt door het beieren van de kerkklokken, vlak boven ons hoofd. Dit is zeker niet de eerste keer dat dit gebeurt tijdens deze vakantie. We schijnen steeds op het hele of halve uur onder een kerktoren door te lopen. Omdat het verder heel stil is (geen wind, geen auto’s, geen andere mensen op straat), schrikken we ons een ongeluk.

We lopen met een steil straatje omhoog het stadje uit en buigen af met een pad de bossen in. De wandeling voert ons niet alleen door kastanjebossen, maar ook langs verlaten olijfboomgaarden en landjes waar honden andere levende have (kippen, geiten, schapen) bewaken.

We hebben regelmatig prachtige uitzichten. De eerste helft van de wandeling zien we verschillende soorten bloemen (waaronder roze, rode en paarse bosanemonen), maar geen orchideeën. Net als we constateren dat de ‘orchideeënwandeling’ beter een andere naam had kunnen hebben, verschijnen de eerste orchideeën langs het pad. Ze groeien vooral in grond die niet bewerkt of verstoord wordt. Wij vinden in totaal 6 (van de 33!!) verschillende soorten langs ons wandelpad en in verlaten olijfboomgaarden.

Onze wandeling voert ook langs een sanatorium. Dit is met EUgeld opgeknapt met als doel om er zieken in op te vangen en te verplegen. Maar omdat er onvoldoende brandtrappen en vluchtvoorzieningen waren aangelegd, heeft het ministerie van volksgezondheid het gebouw afgekeurd. Daarom wordt het nu als opvangcentrum gebruikt voor de talloze vluchtelingen uit het verre oosten die met opblaasbootjes vanaf de Turkse kust de oversteek naar Lesbos, en daarmee naar de EU, maken. Vluchtelingen hoeven kennelijk niet brandveilig te wonen. Als we eromheen lopen, vinden we het meer lijken op een opvanghuis voor moeilijk opvoedbare jeugd dan een AZC.

Tijdens de wandeling komen we langs vele kerken. Er zijn opvallend veel kleine kerkjes op onverwachte plekken op Lesbos. Zo’n plek waarvan je zegt “komt hier ooit iemand?”. En altijd is de kerk met zorg ingericht en brandt er een kaarsje.

Terug in Agiasos lunchen we op een terras. Daarna rijden we verder naar Plomari aan de zuidkust van Lesbos. Daar melden we ons bij Irina Studio’s en worden we hartelijk welkom geheten door Mirta, de eigenaresse. Zij spreekt gelukkig goed Engels, zodat we wat gemakkelijker kunnen converseren. ’s Avonds eten we in het stadje en er blijken zowaar meer toeristen te zijn hier. Zo veel toeristen hebben we de hele vakantie nog niet bij elkaar gezien!

Zaterdag 5 mei: Stad en strand

We hebben een prachtige kamer. Ruim, mooie badkamer, volledig uitgeruste keuken en een groot balkon met uitzicht op zee, op Chios en op het stadje.

We hebben vanochtend eerst boodschappen gedaan en genieten vervolgens van een uitgebreid ontbijt op ons balkon. We eten onder andere huisgemaakte marmelade. Dit hebben we gisteren gekregen van Mirta (eigenaresse van het apartementencomplex), samen met een flesje olijfolie. Met haar olijfoliën heeft ze al meerdere (inter)nationale prijzen in de wacht gesleept. Het moet dus wel een bijzondere olie zijn. Dat gaan we thuis lekker uitproberen. Marcel en Roos ook, want voor hen nemen we ook een flesje mee.

We houden een rust(ig) dagje. Na het ontbijt wandelen we Plomari in en volgen we de door lopenoplesbos.nl beschreven wandeling. Een leuke, niet al te heftige stadswandeling. Plomari is een levendig stadje. Er zijn veel “kafénions” waar oude mannetjes op een rijtje zitten rond te kijken. Er zijn mooie oude patriciërshuizen. En er is ook een rivier die ze gebruiken om erin te parkeren.

’s Middags relaxen we aan het strand. Ons appartement is gebouwd tegen steile rotsen. Daaronder is de zee met een smal rotsstrandje. Wij spreiden onze handdoek uit op een plekje dat het meest zanderig is. De middag gaat op aan ‘genieten van de zon’ , ‘voelen hoe koud het water is’ en ‘boekje lezen’. Heerlijk rustig.

We gaan uit eten bij een restaurant / terras aan een uitvalsweg van Plomari, pal langs de kust. Er komt veel verkeer langs en ook veel flanerende Grieken. Jong en oud, dik en dun (heel veel dikke), dames en meisjes op veel te hoge hakken, jongens en mannen. De laatste veelal met ongeïnteresseerde blik, maar stoere houding op een scooter. Dit lijkt de meest favoriete bezigheid te zijn op zaterdagavond: flaneren. Wij zitten op een bijna uitgestorven terras (eten doen de Grieken kennelijk eerst thuis) en genieten van alles wat, tot soms wel 10x toe, langs trekt.

Lui en gierig

Ze zitten er al vroeg. Op een rechte houten stoel met rieten zitting. De rug naar de muur van het plaatselijke Kafénion. Ze praten over het weer, of niet. Ze discussiëren over politiek, of niet. Ze drinken koffie, maar meestal niet. Ze kijken naar wat er langs rijdt en loopt.

“Ze” zijn kleine oude mannetjes. Hun werkzame leven ligt achter hen.

Ze vullen hun dag met ‘niets doen’. Ik verbaas me erover hoe tevreden ze kunnen kijken, terwijl ze dag in dag uit niets anders doen dan ‘niets doen’. Voor één oud mannetje is dat ‘niets doen’ nog een hele opgave. We zien hem met een looprek metertje voor metertje het pad afleggen tussen zijn huis en de Kafénion. Als hij langs het terras loopt, roepen zijn vrienden hem. Niet alleen mank, maar ook doof en slechtziend. Er wordt flink geroepen, maar het duurt lang voor het mannetje het hoort en de bekenden herkend. Dan volgt de uitdaging om met het looprek tussen de stoelen tafels van het terras door te lopen. Want oude mannetjes zitten altijd achteraan op een terras.

Voor sommige oude mannetjes vormen wij een aangenaam tijdverdrijf. Bij het eten van een broodje gyros worden we aangesproken. Weinig tanden in de mond, rond postuur, niet zo groot en met de beschikking over een paar woorden Engels, begint hij tegen ons te praten. Hij heeft gevaren op grote boten en is in Holland geweest. In Rotterdam. Hij vertelt nog meer. Wij doen ons best om tijdig te hummen, oh-en of te lachen. Dat gaat (minimaal) 1x mis. Ik lach omdat ik denk dat hij een grapje maakt, maar dan zegt hij dat het ‘sad’ is. Hij trekt een zielig gezicht en grijpt naar zijn hart. OK. Hij blijkt te vertellen over zijn vrouw die een paar jaar geleden is overleden en wie hij nog altijd erg mist. Ai, geen grapje dus. Snel pas ik mijn gezichtsuitdrukking aan de zijne aan. Hij lijkt het me te vergeven, want hij babbelt rustig verder.

Tijdens een wandeling in Plomari worden we aangesproken door een oud mannetje als we hem op straat passeren. Vaal gekleurde streeptrui aan, leunend op zijn wandelstok. Hij spreekt heel goed Engels en lijkt met ons zijn Engels verder te willen oefenen. Ik mag die oude mannetjes dan lui (de hele dag op een terras zitten) en gierig (zonder consumptie) vinden. Ik vind ze ook heel aardig.