Tanzania en Zanzibar

Wild-safari's in natuurparken en strand en zee op Zanzibar (2015)

Reisverslag Tanzania en Zanzibar - 2015

Wild-safari's in natuurparken en strand en zee op Zanzibar

http://www.vdweerd.net/reisverslagen/afrika/tanzania-en-zanzibar/reisverslag/18-20-oktober-2015-tarangire-national-park-cultural-tour-in-mto-wa-mbu-manyara-national-park-serengeti-np/

(c) Wouter en Carin van de Weerd


Tarangire National Park - Cultural tour in Mto Wa Mbu - Manyara National Park - Serengeti NP

Zondag 18 oktober

High five

We starten de dag vroeg (zes uur) met een kop koffie en een morning drive. We gaan op zoek naar een luipaard, leeuwen en een mooie zonsopkomst.

Mooie zonsopkomst: check. De zon gaat op, mooi achter een paar baobab bomen.

Leeuwen: check. We zien vier jonge mannetjes leeuwen die op een heuveltje in droog geel gras liggen. Ze zijn wat sloom en slaperig. Als één wakker wordt, staat hij op om al zijn vrienden langs te gaan, om een slikje te geven en er even naast te ploffen. Er wordt wat gegaapt en op de rug gerold en dat is de actie weer voorlopig. Cornel denkt nog dat ze op de giraffe zullen gaan jagen, die vlak langs loopt. Maar dat blijkt toch te veel werk voor de mannen.

Alleen de luipaarden ontbreken.

Vlakbij de lodge kruisen we een enorme kudde buffels. Ze komen van de vlakte en zijn op weg naar de rivier. We zien drommen buffels de rivier oversteken vanaf het terras bij de lodge. Prachtig uitzicht. We kunnen er geen genoeg van krijgen. We ontbijten met zicht op de buffelkudde.

Rond 9.45 uur weken we onszelf los van de mooie lodge en gaan we op pad richting Manyara Lake National Park.

We maken een stop bij een houtworkshop en een souvenirwinkel waar we houten souvenirs kopen: een sla couvert, een miniatuur buffel en een slinger van aapjes. Allemaal van ebbenhout en samen voor 55US$. De verkoper startte de onderhandelingen op 110 US$. Grapjas. Wij dachten aan 20 US$. Dat vond hij een slechte grap. Kortom: er is hard onderhandeld.

We rijden door richting Manyara Lake (1,5 uur rijden) waar we in het naastgelegen stadje, Mto Wa Mbu, een cultural tour maken. We gaan onder begeleiding van een plaatselijke gids op de fiets de omgeving verkennen. Oscar, onze gids, is student journalistiek, hij wil later sportverslaggever worden en is nu in het stadje beroemd omdat hij in het plaatselijke voetbalteam speelt. We fietsen door het dorpje over een bananenplantage (waar ze onder andere ook rode bananen kweken), langs rijstvelden, een hout workshop, een schilderworkshop, een lokale bar om bananenbier te proeven en we eindigen bij een vrouw die een traditionele Tanzaniaanse lunch voor ons heeft gemaakt. Het is lekker om een stuk te fietsen, even ‘iets doen’. Warm, maar we doen rustig aan zodat het goed te doen is. De kinderen die we passeren roepen al van verre hello en als ze in de buurt van de weg lopen, komen ze aanrennen voor een high five. Dat is nog een hachelijke onderneming: op een mountainbike, hobbelende over een zandpad en dan je stuur met één hand loslaten. Maar wij ‘high five-en’ er lustig op los.

Als we even stil staan om een toelichting te krijgen over de plaatselijke manier van huizen bouwen, klimt een klein jongetje voor me mijn fietsstang op. Zwaar gebiologeerd door het stuur en de versnelling zit hij prinsheerlijk op de stang. Het is een beetje ongemakkelijk om de fiets rechtop te houden, terwijl het jongetje heen en weer beweegt en hij aan alle kanten plakt van het smeltende waterijsje dat hij zojuist heeft verorberd en zijn snotneus. Hij heeft de grootste lol en is er maar met moeite weer af te krijgen. Als ik weg rijd staat de fiets in een hele lage versnelling die ik niet meer naar en hogere geschakeld krijg. Ik trap me een rotje om een beetje vooruit te komen.

We fietsen langs rijstvelden en door een dorpje waar de jonge mannen poolbiljarten en kinderen op ons af komen rennen. We fietsen nog langs een aantal attracties:

  1. Bij de houtworkshop mag ik proberen met beitel en hamer een stukje uit het ebbenhout te hakken. Kei en keihard is het. We kopen er twee mozaïek schilderijtjes gemaakt van bladeren.
  2. De plaatselijke schilders hebben zich verenigd in een schildersatelier en ze hebben een enorme en kleurrijke productie. Wel aardig. Maar vooral heel veel waardoor je niet het idee hebt dat je iets speciaals koopt. Aan ons verdienen ze niets.
  3. Bij een bar proeven we bananenbier. Bananen worden hier in korte tijd met een speciaal soort kiemplantjes tot ‘bier’ gebrouwen. We proeven uit een enorme plastic groene beker. Bovenop drijven de zaadjes. Je moet deze eerst wegblazen en dan snel een slok nemen. Wat zal ik zeggen: het smaakt bijzonder. Ach ja, bier is sowieso niet echt mijn ding.
  4. Onze laatste stop is bij een restaurantje waar we echt Tanzaniaans eten krijgen. Er komen in totaal 18 gerechten op tafel. Gelukkig schuiven Cornel en onze fietsgids ook aan. Cornel stimuleert ons om ‘polente’ te proeven. Zijn favoriet. Het is een soort koek/brok van wit maismeel en het smaakt nergens naar. Het is een droge korrelige substantie die je lekker moet maken met vlees en/of groente.

De lange arm van China

China investeert veel in Tanzania. Het land wordt overspoeld door goedkope Chinese mobiele telefoons, motoren en de Chinese regering financiert de Tanzaniaanse asfaltwegen.

Mede door de Chinezen zijn mobiele telefoons goedkoop en zeer talrijk in het straatbeeld. Dat doet je afvragen: Hoe laadt de gemiddelde Tanzaniaan zijn telefoon op als hij geen stroomaansluiting in zijn huis heeft? Volgens Cornel doen mensen heel zuinig met hun batterij. Door de telefoon alleen aan te zetten als ze willen bellen, gaat de batterij tot 5 dagen mee. (Maar hoe moet dat dan als iemand anders je wil bellen?). En als de accu leeg is gaan ze naar een plaatselijk winkeltje waar ze tegen betaling de telefoon aan de stroom mogen hangen. In hele kleine dorpjes is dit vaak een bron van inkomsten voor de familie die in het gelukkige bezit is van een zonne-energie paneel.

Doordat de Chinese motoren zo goedkoop zijn kunnen vele Tanzanianen dit vervoermiddel betalen. Ze bieden hun motor aan als taxi-service. Volgens Cornel heeft het motorbezit er mede toe geleid dat de criminaliteit in dorpen en steden is afgenomen. Er staan hele rijen motoren langs de weg, klaar om (veelal) vrouwen, zwaar beladen na een bezoek aan de plaatselijke markt, weer naar huis te rijden. Er wordt veel gebruik van gemaakt en de taxi-service is een belangrijke inkomstenbron voor de arme bevolking.

Toch is het niet allemaal halleluja.

De president van Tanzania heeft een deal met China dat de Chinezen zich vrij mogen vestigen in het Afrikaanse land. Ze hoeven geen geld in te brengen en zijn niet verplicht tot het hebben van een baan op het moment dat ze het land in komen. Dit is een rare vage deal, waar geen openheid over wordt gegeven en die allerlei vragen oproept. Tanzania is rijk aan delfstoffen. Veel zit nog onder de grond en wordt nog niet gewonnen. Het is niet ondenkbaar dat deze delfstoffen deel uitmaken van de deal met China.

Met de komst van de Chinezen en de wijze waarop ze de Tanzaniaanse regering corrumperen, wordt er veel illegaal gejaagd in Tanzania. De populatie olifanten is al gehalveerd. Ze worden geschoten in opdracht van rijke Chinezen voor het ivoor. De regering staat dit oogluikend toe of doet er in ieder geval te weinig aan om het te voorkomen. Wouter heeft op een plaatselijke Masai-markt een t-shirt gekocht met de opdruk “Only elephants should wear ivory”. En zo is het.

Na de lunch rijden we door naar Manyara National Park. Dit park bestaat voor een deel uit dicht bos (waar we veel bavianen en blauwe apen zien), een vlakte en een meer (dat in deze droge periode behoorlijk is gekrompen). Op en in het meer zien we veel watervogels en nijlpaarden. Een black heron (reiger) maakt van zijn vleugels een tentje boven het water om met zijn schaduw de vissen te lokken. Het is een grappig gezicht.

Er is opschudding in de nijlpaard-community. Vier nijlpaarden gaan via land op zoek naar een rustige poel om in te badderen. Ze steken in de brandende zon de vlakte over en worden geblokkeerd door auto’s met toeristen, zodat moeder en haar drie jongen een hele wandeling moeten maken voor ze weer veilig het water bereiken. Op de vlakte komen we ook een enorme kudde olifanten tegen. Ze komen zo dicht bij de auto dat Cornel ons waarschuwt stil te zijn om geen aandacht te trekken. Stil zijn is niet moeilijk. Wij staan met open mond (en met fototoestel in de aanslag J) te genieten van de grijze reuzen die ons passeren.

Op weg terug naar de lodge moeten we doorrijden om er vóór het donker te zijn.
Gelukkig maar, want op deze manier maken we een prachtige zonsondergang mee net voor we er zijn! Achter bergen en achter baobab-bomen gaat de zon met prachtige geel, oranje en rode kleuren onder.
En als toegift komen er ook nog twee Masai met hun koeien onze kant op gelope. Het stof en het warme licht van de ondergaande zon zorgen voor een prachtig schouwspel.

We overnachten in Manyara Wildlife Safari Camp met uitzicht op Manyara Lake. Dit betekent dat we uitkijken op een dorre vlakte waar na een heel nat nat-seizoen water kan staan. In de verte zien we een beetje water glinsteren. Het uitzicht en de lodge zijn prachtig. Onze tent, de laatste op de rij, is weer groot sfeervol en van alle gemakken voorzien. Ook hier staan geen hekken om de lodge, terwijl het ligt in het gebied waar de beesten doortrekken vanuit Tarangire NP richting Serengeti NP. We mogen in het donker wederom niet zonder ‘escort’ naar het centrale deel van de lodge lopen. Onze escort zwaait enthousiast met zijn zaklamp langs het pad. We zien geen beesten. Het enige ‘wild’ dat we zien vanavond is de huiskat die rond het zwembad sluipt.

Maandag 19 oktober

Op bezoek bij de Masai

Omdat het gisteravond nog 27°C was, hebben we alle luiken aan de voorkant van de tent open gedaan. De wind kan door het muskietengaas naar binnen waaien. Als het licht wordt, kijken we vanuit ons bed uit over de vlaktes van Manyara Lake. De Masai worden ook wakker. We zien ze met hun kuddes de vlakte op trekken. De dag gaat weer beginnen.

We ontbijten met uitzicht op de tuin, het zwembad en de vlakte. De lodge is prachtig. Er zijn vele tenten/huisjes, allemaal met uitzicht en omringd door een mooie tuin. Onze tent is meer een huisje dan een tent. De badkamer is gemetseld. Verder zijn de ‘muren’ van tentdoek.

We gaan vandaag naar Serengeti National Park, maar eerst gaan we bij een Masai-stam langs. Easy Travel is bekend met een aantal families die in het binnenland leven, verder van de doorgaande weg. Dus we verlaten in Mto Wa Mbu de doorgaande weg en hobbelen het dorre droge land in: het land van de Masai. Een aantal hutjes dat mij elkaar staat, herbergt een familie. Een Masai-man kan meerdere vrouwen hebben. Als hij maar voldoende koeien heeft voor de bruidschatten. Elke vrouw bouwt een eigen huis. Dus als er drie hutten staan, heeft de man drie vrouwen. Als er vier hutten staan en een wat kleinere, heeft de man vier vrouwen en kinderen boven de 11 jaar. Zij mogen niet meer in dezelfde hut slapen als de ouders.

Westerlingen mogen dan nerveus worden als de leeftijdsgrens van 30 of 40 jaar wordt overschreden. Bij de Masai brengt ouder worden juist allerlei privileges met zich mee, met name voor de mannen. Elke leeftijdsgroep heeft eigen taken die zij uit moeten voeren ten bate van de familie en elke leeftijdsgroep heeft bepaalde rechten. Als je ongeveer 4 jaar oud bent, leer je hoe je beesten moet hoeden. Je begint met een paar geitjes. En als je dat in de vingers hebt, word je verantwoordelijk voor het dagelijkse grazen van de gehele kudde geiten. We zien hele kleine kinderen met lange stokken en grote hoeveelheden geiten langs de doorgaande weg lopen en deze oversteken. De oudere kinderen worden ingezet voor het hoeden van de koeien.

Als je 15 jaar wordt, onderga je een belangrijk overgangsritueel. Dan word je een jong-volwassene, een warrior. Het ritueel bestaat uit afzondering van de familie. En het gezicht van de toekomstig warrior wordt beschilderd met witte en zwarte figuren. In afzondering leren de jongens van elders over hoe ze als Masai moeten leven en over alle belangrijke rituelen. Na dit overgangsritueel mag de jongen zich een warrior noemen. Hij krijgt een andere status in de familie, een mooie stok om het vee te hoeden en een speer en kapmes voor de jacht.

Na warrior worden ze elder en mogen ze trouwen. Het zijn wel gearrangeerde huwelijken, wie met wie trouwt bepalen de elder -mannen van de families.

Wij gaan naar een familie waar we worden rondgeleid door een jonge krijger (warrior) die goed Engels spreekt. Hij is 26 jaar en nog niet getrouwd. De familie heeft een feest vandaag. Een familielid is gisteren na lange afwezigheid weer teruggekomen en dat vieren ze vanmiddag. Andere krijgers zijn daarom verderop onder een boom een koe aan het slachten. Daar mogen geen vrouwen bij zijn.

We mogen in de kleine gemeenschap van vier en verderop drie hutjes rondkijken, foto’s maken en alles vragen. We bekijken een hut van binnen. Het is heel klein, veel kleiner dan onze nieuwe schuur. En het is er pikkedonker. De grootste ruimte is de gezamenlijke ruimte waar een vuurtje brandt op de grond. Wij staan er met vier personen en ik heb al moeite om een plekje te vinden waar ik niet in of op het vuur zit. Hier wordt gegeten door vader, moeder en de kinderen. De krijgers mogen niet binnen eten. Zij eten 1x per dag buiten, voornamelijk vlees en melk. Deze melk wordt, als er recent een beest is geslacht, gemengd met bloed. Dit drinken de krijgers om groot en sterk te worden. Yek! De krijgers slapen ook niet bij de familie in de huizen. Zij bewaken 24/7 de beesten. In het hutje zijn twee slaapplekken: één voor de man en de zoontjes (onder de 11 jaar) en één voor de vrouw en de dochtertjes (onder de 11 jaar). In het ieniemienie hutje dat wij bezoeken wonen acht mensen. Acht! Niet te geloven!

Tegen een aantal hutjes zitten vrouwen met kinderen. Allemaal met oorbellen en vele kettingen. De oorbellen bestaan uit kralen kettingen die door de enorme gaten in de oren hangen.

Om ons welkom te heten, verzamelt de familie zich. De vrouwen doen speciale kettingen om, de mannen pakken hun stok. Staand op een rij en beginnen ze te zingen. De vrouwen zingen, de mannen brommen. De vrouwen knikken met hun hoofd en de mannen springen. Wouter ook. Wat een pret. Onze Masai-gids biedt aan om het fototoestel van Wouter vast te houden terwijl Wouter springt. Hij pakt zijn kans om los te gaan met Wouter’s fototoestel. Grappig. En nog mooie foto’s ook!

Zij vermaken ons met zang en dans. Wij vermaken hen door ze de foto’s en filmpjes te laten zien die we maken. Zo heeft iedereen een goede dag.

Ik ga nog even achter een muurtje kijken. Het blijkt het schooltje te zijn voor de kinderen tot zeven jaar (oudere kinderen gaan naar de plaatselijke school zegt de Masai-gids; behalve dan al die kinderen die de geiten en koeien hoeden, denk ik daarbij). Ik maak een paar foto’s van ze en laat deze zien.

Wij hadden onze bedenkingen om naar de Masai te gaan. Het leek ons te veel een show voor toeristen. Volgens Cornel is dat alleen zo bij de Masai ‘boma’ die vlak bij de doorgaande weg liggen. Deze ‘boma’ zijn daar speciaal voor de toeristen gemaakt. De Masai wonen en leven daar niet, maar zij komen er alsof ze naar hun werk komen en gaan aan het einde van de dag weer terug naar huis. Zo’n bezoek is wel goedkoper (50US$). Cornel verzekert ons dat een bezoek aan een authentieke ‘boma’, die verder van de weg afliggen, een niet te missen ervaring is. Hier is het echte Masai leven te zien. Door ons bezoek sponsoren we de familie. We betalen hen 70US$ en ik koop nog een kralen armbandje voor 5US$. En Cornel heeft gelijk: het bezoek aan de Masai is inderdaad heel bijzonder. We komen natuurlijk ‘aapjes kijken’ en het is natuurlijk een ‘show voor toeristen’, maar ik voel me niet eens zo heel erg opgelaten.

Bruidsschat

In Tanzania is het nog gebruikelijk dat de man een bruidsschat aan de familie van de vrouw geeft als hij met haar wil trouwen. Een Masai die meerdere vrouwen wil trouwen (en dat lijkt het doel te zijn) moet daarom een grote kudde vee hebben. Een beetje bruid kost al gauw vijf koeien of vijftien geiten.

Cornel vraagt aan Wouter hoeveel hij voor mij heeft moeten betalen. Bijzondere vraag. Bijzonder idee ook als je man voor jou een fortuin neer heeft moeten leggen. Voel je je dan bijzonder en uitverkoren? Of word je zo zijn bezit?

Hoeveel zou ik op de Tanzaniaanse huwelijksmarkt waard zijn geweest? Ik ben best sterk: zes koeien? Maar ook eigenwijs en weinig volgzaam: acht geiten?

Na het bezoek aan de Masai rijden we verder naar Ngorongoro National Park. Daar moet je doorheen om bij de Serengeti te komen. En ook al zijn we op doortocht, toch moeten we entreegeld betalen. Dat regelt Cornel gelukkig allemaal. Wij hebben in Nederland al voor het complete pakket betaald.

We maken een stop bij de rand van de krater en kijken naar beneden, de vlakte van de Ngorongoro krater over. Eerst zien we alleen een grote vlakte (19 - 22 km²). Maar als ik even studeer door mijn verrekijker zie ik enorme kuddes beesten. Echt enorm. Er staat een telescoop opgesteld. Het is leuk om de verbazing te horen van de mensen die er door naar de vlakte kijken, 600 meter onder ons.

We eten lunch uit de lunchbox op een grasveldje, belaagd door roofvogels die het op onze boterhammen en kippenpoten hebben voorzien, en rijden dan verder het beschermde gebied door op weg naar Serengeti NP. Onderweg zien we de Masai hun kuddes koeien en geiten weiden in het dorre droge veld langs de weg. Ngorongoro is berg- en heuvelachtig. Hoe dichter we bij Serengeti komen, des te vlakker het wordt. 'Serengeti' betekent in het Swahili 'het oneindige land'. Dat komt wel overeen met wat we zien.

Als we in Serengeti NP zijn gaat het dak van de auto omhoog en gaan we weer in de 'safari-modus'. We zien allerlei hertjes en bokjes. Nieuw in het assortiment zijn hartebeest en topi. Zelf ben ik nogal trots op de hyena die ik in het gras zie zitten terwijl we behoorlijke doorrijden. Ja ja, zelf gespot! We zien een hele kluwen nijlpaarden, een groepje slapende leeuwen en een luipaard in een boom pal naast de weg.
Het luipaard zit veel hoger in de boom dan ik voor mogelijk had gehouden. In een boom met priktakken en op een smalle tak. Jammer genoeg ligt hij achter een wirwar van takken verscholen. We zien dat het een luipaard is, maar echt goed zien kunnen we 'm niet helaas.

Het is al bijna donker als we in ons tentenkamp aankomen, middenin de Serengeti: Tortilis Camp.

We worden hartelijk ontvangen met een hoop 'how are you', 'how was your day', et cetera. Er staat iemand klaar met zeep, een teiltje en een thermos kan met warm water. Lekker even handen wassen! Na een korte briefing over de wetenswaardigheden van het kamp, worden we naar onze tent gebracht. De achterste in de rij. Het tentenkamp wordt niet dor een hek afgeschermd. De wilde beesten kunnen dus vrij tussen de tenten door lopen. Daarom mogen we in het donker wederom niet zonder begeleiding naar de bar&restaurant-tent lopen. We krijgen een portofoon mee waar we iemand mee op kunnen roepen.
Dit is ook de manier om een warme douche te regelen. Als je wilt douchen moet je dit even melden. Dan koken ze een grote emmer water boven een vuurtje. Die hijsen ze vervolgens aan een stellage achter de tent omhoog. Het warme water komt via een leidingsysteem de doucheruimte van onze tent in. Het is een miezerig straaltje (shampoo uit mijn haar spoelen is een uitdaging), maar het systeem is ingenieus, wetende dat je middenin de Serengeti zit.

We blijken een persoonlijke butler te hebben. Hij zal onze douche verzorgen en onze tent klaarmaken voor de nacht als wij dineren. Dit betekent alle luiken/doeken van de tent sluiten. Het muggennet om het bed naar beneden halen en sprayen tegen de muskieten. Waarvan hij ons trouwens verzekert dat ze er niet zitten. Ja, ja.

Onze tent is enorm. Denk aan 4x groter dan een familie-bungalowtent op een Franse camping. Je komt binnen in een voorportaal met een chaise longue en stoelen, dan volgt een groot gedeelte met een enorm bed (2x2 meter?), een klein deel met een éénpersoons bed (shriek, voor de butler?) en tot slot de kleed/badruimte met een kledingrek en wastafel een aparte ruimte voor de wc en één voor de douche. Een hele grote tent.

Om half acht wordt het eten geserveerd. Cornel schuift bij ons aan voor het hoofdgerecht. Dit is de eerste lodge waar de gidsen/chauffeurs bij de gasten eten. Wel gezellig.
Na het eten drinken we nog koffie in de bar en crashen we al snel in ons enorme bed.

De volgende ochtend bij het ontbijt horen we dat er buffels en leeuwen om de tenten gelopen hebben tijdens de nacht. We hebben ze niet gehoord. Jammer?

Dinsdag 20 oktober

Een dag vol hoogtepunten

Van vandaag schrijf ik alleen de hoogtepunten op. Dat zijn er zo veel dat het wel een goed beeld geeft van de dag.

We ontbijten om half zeven met uitzicht op de giraffes die rond het kamp lopen. De koolmezen thuis zijn leuk, maar als ik mag kiezen … …?

Rond half 8 gaan we op pad. Al redelijk snel komen we bij een troep leeuwen. Een hele grote groep leeuwen. Eerst liggen ze sloom te zijn in het hoge gras. Al snel gaan ze op pad. Het blijken zeventien leeuwen te zijn, of meer? Ze lopen langs onze auto over de weg en door het hoge gras. We volgen ze even. Geweldig om zo'n grote groep in beweging te zien en met elkaar te zien communiceren. Top!

We zien vandaag twee luipaarden. Eén ligt voor jaffa in een boom, ver weg en zonder te bewegen. De andere zit eerst bijna onzichtbaar in de boom, verplaatst zich iets naar beneden en gaat alert rond liggen kijken. Na lang wachten komt het luipaard de boom uit. Dat zorgt al voor enige opschudding. Dan zien we 'm iets eten onderaan de boom. Een prooi! Hij klimt met een bot (een poot?) in zijn bek de boom weer in en gaat daar heerlijk zitten kluiven aan het bloederige bot. Er zijn van die dingen die je graag wilt zien, maar niet durft te hopen. Top!

We zien ook twee cheeta's vandaag. De eerste ligt op de uitkijk op een zandhoopje, ongeveer 200 meter vanaf de weg. Hij scant de omgeving af op zoek naar wat lekkers. Er is waarschijnlijk niets hoopvols te zien, want in actie komt hij niet.

De tweede zit op ongeveer 100 meter van de weg op een kale boomstam. Heel mooi in het zicht.
Als er een familie hartebeesten in de buurt komt, wordt het spannend. Het jong in de familie heeft de aandacht van de cheeta gevangen. De cheeta loopt rustig de boomstam af en gaat vervolgens in sluipgang naar de hartebeesten. Cheeta's jagen overdag. Daarom hebben ze traanstrepen en zwarte randen om hun ogen. De donkere kleur reflecteert het licht zo dat ze overdag beter kunnen zien. Als de familie hartebeest er vandoor sprint, snelt de cheeta er achteraan. De achtervolging stopt als er een leeuw, komend van links, de jacht van de cheeta overneemt. De prooi is het territorium van de leeuw in gevlucht. Jammer voor de cheeta. Ook jammer voor de leeuw trouwens, want de hartebeesten weten te ontkomen. In hun vlucht verrassen ze nog twee andere leeuwen. Die deden net een tukje en lagen even niet op te letten. Wat een spektakel om te zien! Top!

We zijn rond half zes terug in het kamp. We sluiten deze dag af met vier buffels pal naast de tent, een leeuw aan de rand van het kamp als we met onze escort naar het diner lopen en gezang van het personeel bij het toetje. Wie durft dit geen topdag te noemen.