Australië

Het noord-westen: van Broome naar Darwin (2011)

Reisverslag Australië - 2011

Het noord-westen: van Broome naar Darwin

https://www.vdweerd.net/reisverslagen/oceani%25C3%25AB/australi%25C3%25AB-noord-west/reisverslag/21-22-juli-kununurra/

(c) Wouter en Carin van de Weerd


Van Bungle Bungles naar Kununurra

Donderdag 21 juli - Van Bungle Bungles naar Kununurra

We hebben een slome start vandaag. Zonder wekker worden we pas om half 7 wakker. Eenmaal terug in Nederland zal half 7 niet aanvoelen als ‘pas’, en zal ‘zonder wekker’ hoogstwaarschijnlijk niet haalbaar zijn. We zijn pas om 8.15 uur op pad. Dat komt mede omdat we tegenwoordig ’s ochtends afwassen in plaats van ’s avonds na het eten, in het licht in plaats van in het donker, zonder muggen in plaats van met.

In Bungle Bungles (op de weg naar de uitgang van het NP) kruisen we een brede rivier. Het water is breed maar niet diep, weten we van de heenweg een paar dagen geleden. Om het thuisfront in onze waterpret te laten delen, maak ik een filmpje. Zo kan iedereen er getuige van zijn dat Wouter kan vloeken. Er blijkt een grote steen in onder het wateroppervlak te liggen die we beiden niet zien. Knal! De auto rijdt gelukkig nog. Aan de overkant krijg ik van de spanning de slappe lach (ook vastgelegd op de film). We checken de onderkant van de auto op schade. Daarvan lijkt geen sprake. Bij het terugkijken van het filmpje blijkt de steen toch wel te zien. We hebben gewoon niet op zitten letten.

We verlaten Bungle Bungles en rijden via Warnum en Doon Doon. We rijden over de Victoria Highway naar het oosten. Daar worden we geconfronteerd met een, voor ons, nieuw fenomeen: "the fruitflyfree zone" (spreek het eens heel snel 3 keer uit... ;-) ). Ja, je leest het goed: een fruitvliegvrije zone. Er staan grote containers langs de weg waar je je zachte fruit in moet dumpen om de verspreiding van de fruitvlieg tegen te gaan. We nemen er geen kijkje, maar kunnen ons goed voorstellen dat juist die containers de bron vormen van alle Australische fruitvliegen.

Over de Northern Highway rijden we rond 3 uur Kununurra binnen. Kimberley Holiday Park heeft nog wel plaats, maar er is geen plek met elektriciteit meer beschikbaar. De vrouw bij de receptie belt nog voor ons rond bij collega-campings. Ook daar is geen powered-site meer te krijgen. We komen op een wachtlijst te staan. Met een beetje geluk is er morgen voor ons wel een plek met elektriciteit beschikbaar. We moeten nodig de batterijen opladen van de fototoestellen, de GPS en de e-books. Ik had mezelf al op een lees-rantsoen gezet. De lamp en de koelkast in de camper werken gelukkig op basis van een (tweede) accu. We zoeken een plekje op het veld aan het meer, Kununurra Lake. We hebben uitzicht op het water met daarin een groot aantal dramatische dode bomen. Er zijn veel watervogels.
We zijn terug in de beschaving: asfalt, warme douches, wasmachine, supermarkt, internet, grasveld. Na vier dagen zonder douche, wastafel, elektriciteit en alleen stof en zand waarderen we dit bijzonder!

Bij de plaatselijke supermarkt maken we kennis met de strenge alcoholregels. De drankwinkel mag, als gevolg van een provinciale wet om alcoholmisbruik terug te dringen, pas na 16.00 uur alcohol verkopen met een percentage van meer dan 3,5 %. Ik probeer om half 4 een fles rose te kopen. Dat lukt dus niet. Ik had het bordje wel gelezen, maar dacht het verkeerd begrepen te hebben. Een drankwinkel die wel open is, maar geen alcohol mag verkopen. Dat kwam op mij wat bizar over. Ik kan het dan ook niet laten om de winkelier ernaar te vragen. Hij legt me met een stalen gezicht uit dat hij wel alcoholvrij bier mag verkopen. Dat lijkt mij persoonlijk toch zonde van zijn tijd.

Experience the spirit of the Kimberleys

We komen regelmatig 4WDbussen tegen voor groepsreizen met op de bus de tekst Experience the spirit of the Kimberleys. Na een weekje rondrijden begin ik een beetje een idee te krijgen wat dat betekent.

Het echte Kimberley gevoel krijg ik op de onverharde weg, waar we met onze 4WDcamper over stuiteren alsof we nooit iets anders hebben gedaan. Achter de auto vormt zich een enorm stofspoor. Tegenliggers zien we van verre aankomen als stofpluimen die zich door het landschap verplaatsen. De weg is vol dips en floodways. Sommige floodways blijken droog, anderen staan vol water. Voor we daar doorheen rijden, kijken we rustig hoe diep en heftig het gaat worden. En elke keer komen we weer tot de ontdekking dat er vooraf (als we met de neus van de auto voor de rivercrossing staan) niets van te zeggen is. Er is niet te zien wat er onder water ligt. Losse stenen? Is het diep? Zodat er niets anders op zit dan de auto in 4WD te zetten en er gewoon maar in te rijden. Soms valt het mee (“mmm, kunnen we hebben ...”). Soms is het net iets te heftig om op een ontspannen manier leuk te zijn (“ieiehhj”). Dan stroomt het water tot over de motorkap of moeten de wielen zoeken naar grip op de gladde stenen onder water.

Rijdend op de gravelwegen lijkt het alsof elke Australiër in het bezit is van een 4WD. Gewone auto’s of busjes komen we niet tegen. Een ander, waarschijnlijk vervormd, beeld dat ik van de Australiërs heb is dat ze niet vies zijn van wat stof. Ze lopen in kleren die eigenlijk drie dagen geleden al rijp waren voor de wasmachine. Hoe viezer hoe beter. Nederlanders hebben de naam stevige schoenen te dragen. Australiërs zijn van hetzelfde soort. Je draagt hier of slippers of sturdy shoes. De softe Australiërs dragen hun schoenen graag met lange kousen (heel elegant) om de benen te beschermen tegen de scherpe punten van de spinifex tijdens de wandelingen.

Onderweg in de auto groeten Australiërs. In de tegemoet komende auto steekt de bestuurder een paar vingers omhoog van de hand waarmee hij de bovenkant van het stuur vasthoudt. Slechts een paar vingers. Zwaaien met de hele hand is overdreven. Het is ook nooit de bijrijder die zwaait. De eerste dagen zat ik ook vrolijk mee te zwaaien als we een auto tegenkwamen. Nu weet ik dat dat niet hoort. Alleen kinderen mogen dat. Al reizende ontdek ik de ongeschreven regels van Australië.

De zon bepaalt het levensritme. In de omgeving van Bungle Bungles (half juli) komt de zon rond 6 uur op. Als ik dan om 6 uur mijn hoofd buiten de camper steek, blijkt tot mijn stomme verbazing de hele camping al wakker. Rond half 8 zijn de meesten klaar voor vertrek of al op pad. Daar staat tegenover dat het hier om 17.15 uur donker is. Rond 8 uur gaan de eerste mensen naar bed en rond 9 uur ligt vrijwel iedereen op één oor.
De Australiër lijkt tussen 17.00 en 20.00 uur het meest in zijn hum. Tijd om een vuurtje te stoken. Toen wij gisteravond in het duister van de vele muggen zaten te genieten, vroegen we ons af of dat vuur ook een functie had om de muggen te verjagen. Wij hebben nog geen kampvuur gemaakt. Als ik om me heen kijk, met al het dorre gras, ben ik ook bang om een niet te houden bush fire te veroorzaken. Ik neem de vele vliegen maar voor lief.

Australiërs zijn natuurlijk niet alleen vuurstokende viezeriken. Ze zijn ook erg open en vriendelijk. Ze lijken altijd opgewekt (kennen ze hier geen ochtendhumeur?) en zeer hulpvaardig. En van dat laatste hebben we in Bungle Bungles veel plezier van gehad.
Wat namelijk ook echt bij het outback-gevoel hoort is een lekke band. Als je de gehele Gibb River road rijdt, wordt geadviseerd om twee reservebanden mee te nemen. Wij hebben, tot nu toe, tijdens onze vakanties nog nooit een lekke band gehad. Onze Kimberley-ervaring is niet compleet zonder. Op de parkeerplaats bij Piccaninny Gorge in Bungle Bungles komt een vriendelijk stel ons erop wijzen dat de rechter achterband lek is. Balen. Als de Australiër voor derde keer zegt dat hij ons wel wil helpen, maken we met enige schroom gebruik van zijn aanbod. Voor we het door hebben ligt hij al op zijn buik in het stof het wiel los te draaien en zet hij de krik onder de wielas. Hij heeft dit duidelijk vaker gedaan. Verrassend vlot zit de reserveband er om . Wij zijn beiden een beetje vies. Onze ‘hulp’ zit van boven tot onder onder het stof. We kunnen hem geen douche aanbieden, wel een koud biertje. Hij bedankt. We zijn er wat beduusd van, zoveel hulpvaardigheid. Het is alsof het voor een Australiër logisch is om te helpen. Mij bekruipt het gevoel dat in Nederland, de Nederlanders vanaf de picknicktafel zouden gaan zitten kijken hoe anderen met een krik en een reservewiel stoeien.

Als dit alles the spirit of the Kimberleys is, dan vraag ik me af of de mensen, in de bussen waar deze tekst op staat, ook daadwerkelijk de kans hebben om deze spirit te ervaren.

 

Vrijdag 22 juli - Kununurra en kanoën

Onze ochtend bestaat uit:

  • Powered site regelen. Gelukt. We starten meteen met het opladen van alle batterijen.
  • Lekke band vervangen. Gelukt. Voor A$220 hebben we een nieuwe band aangeschaft. Plakken had geen zin meer. De oude band was al te ver heen. We moeten ter plekke betalen en zullen bij het inleveren van de camper, in Broome, het geld terugkrijgen van de camperverhuurder.
  • Koffiedrinken en lezen. Gelukt. We kijken met verbazing naar onze buren op de camping. Ze hebben een eigen wasmachine en droger naast de caravan staan en een heuse droogmolen/waslijn. Ze zijn letterlijk van alle gemakken voorzien. De wasmachines van de camping zijn toch al gauw 30 meter lopen vanaf hun plekje!
  • De was doen in de wasmachines op de camping. Gelukt.
  • Postzegels en ansichtkaarten kopen. Gelukt.

In de middag huren we een kano op de camping en we peddelen op/naar Kununurra Lake en Lily Creek Lagoon. In het meer staan de overblijfselen van een ondergelopen bos. Dode bomen steken in grillige vormen boven het water uit. Het water wordt omzoomd door brede rietkragen. Al na vijf minuten kanoën zien we een fresh water crocodile. Ieks! Zitten die hier ook? We zien in totaal drie krokodillen waarvan één hele grote. Daarbij horen we er een aantal in de rietkragen die zich luidruchtig uit de voeten maken als wij nietsvermoedend langs komen peddelen. Als we aan het einde van de middag de kano op het droge hebben, zien we op een waarschuwingsbord dat er freshies in het water zitten die tot drie meter groot kunnen zijn en soms gewelddadig zijn. Het was handig geweest als we dit bord hadden gelezen voor we het water op gingen.
Ik zit voorin de boot. Daardoor ben ik ook de gelukkige die een slang ziet, één meter voor de punt van de boot. Hij is dik, lang, heeft een platte kop en hij beweegt zijn tong in razend tempo zijn bek in en uit. Ieks! Zitten hier ook slangen? Ik peddel zo snel verder dat Wouter de slang mist.
Naast de krokodillen en slang zien we veel watervogels (aalscholvers, slangenhalsvogels, jacanas, zwaluwen, bijeneters). We genieten vanuit de kano van de ondergaande zon en het uitzicht op de liggende Boeddha. Dit is een rots die de vorm heeft van... (3x raden).