Australië

Het noord-westen: van Broome naar Darwin (2011)

Reisverslag Australië - 2011

Het noord-westen: van Broome naar Darwin

https://www.vdweerd.net/reisverslagen/oceani%25C3%25AB/australi%25C3%25AB-noord-west/reisverslag/13-14-juli-king-leopold-ranges-bell-gorge-en-bell-creek/

(c) Wouter en Carin van de Weerd


King Leopold Ranges, Bell Gorge en Bell Creek

Woensdag 13 juli - Van Broome naar King Leopold Ranges

We verlaten de BBO rond 8 uur. Een Wallaby test of Wouter wakker is door vlak voor de camper de weg over te springen. De bosjes staan tot de rand van de zandweg. Plots staat de Wallaby op de weg. Even snel is hij gelukkig ook weer verdwenen, een botsing op het nippertje ontlopend. Met adrenaline tot in onze neusvleugels rijden we verder. We gaan van de BBO, via Derby naar King Leopold Ranges.

We stoppen in Derby om te tanken en eten in te slaan. Even buiten Derby bekijken we de zogenaamde 'Prison tree'. Dit is wat de naam doet vermoeden. Het is een baobap-boom met een enorme stamomvang die hol is van binnen. Er is slechts 1 kleine ingang. Hierin werden vroeger gevangenen in ondergebracht. Het werd gebruikt als tijdelijk verblijf voor Aboriginals die naar Broome werden getransporteerd om daar te werken in de parelvisserij. De gevangenen moesten overdag 20-50 km lopen en ’s nachts werden ze ingesloten in bush campings of een prison tree.

Van Derby naar King Leopold Ranges staan mooie bomen. Geel bloeiende 'pindan wattles' omzomen de weg en in het landschap verspreid staan opvallend veel baobaps. Voor iedereen die, net als ik, moeite heeft om te onthouden of het nu ‘boabap’of ‘baobap’ is, hebben de Australiërs iets leuks bedacht. Ze noemen de baobap kortweg boap. Snap je het nog?
Over de hele wereld bestaan er zes verschillende baobaps. Twee daarvan zijn te vinden in Australië. De boaps hebben een bijzondere vorm: een kale gladde grijze stam met takken die allemaal uit één punt lijken te groeien. De boap slaat vocht op in de stam om de droge periode te overleven. Daardoor zwelt de bolle stam op en lijkt de boom op een bolbuikige wijnfles.

Het is een vlak gebied met veel hoge geel verdroogde grassen die wuiven in de wind. Het lijkt wel een savanne in Afrika. Je verwacht dat elk moment een giraf zijn hoofd achter een boap vandaan buigt of een groep zebra’s om een pindan wattle bosje komt aanlopen. Er zijn geen olifanten, leeuwen of impala’s hier, maar wel wallabies en koeien. Ook leuk.

We rijden door Napier Range. Dit is een hoge bergrug in het verder platte landschap. We passeren een rots die lijkt op koningin Victoria van Engeland. Het is een mooie rit. De weg is omzoomd door bloeiende pindan wattles. Een luchtige boom met een zee van gele langwerpige bloemen. Deze gele zee wordt afgewisseld met vlaktes van gedroogd gras die in de wind heen en weer wuiven en solitaire baobaps. Twee koeien die vlak voor de camper de weg over steken, zorgen ervoor dat we scherp blijven.

Omdat het donker begint te worden, besluiten we te overnachten op een picknickplaats langs de weg, Marchfly Glenn. Dit is geen officiële camping, maar je mag hier wel overnachten. We staan midden in de natuur. De weg lijkt ver weg. Naast de natuurpracht is een wc (pit toilet) de enige luxe die hier geboden wordt. We delen dit paradijsje met drie andere campers. Het is stil. Het geritsel van muizen in het hoge gras (of slangen?) is het enige wat we ’s avonds in het donker horen.

Donderdag 14 juli - Bell Gorge en Bell Creek

Bij het ontbijt worden we getrakteerd op een concert van de vogels. We ontbijten, gewapend met een verrekijker. Ik zie de eerste 'Blue Winged Kookaburra'.

We zijn vlakbij het Nationaal Park deel van de King Leopold Ranges. Op de weg van de Gibb River Road naar de camping Silent Grove (25 km) doorkruisen we de eerste rivier van de vakantie. We aarzelen even voor Wouter onze camper het water in stuurt. Het is diep en ongelijk. De camper deint heen en weer. Water stroomt over de motorkap. Het is spannend. Haast te eng. De camperverhuurder heeft ons geadviseerd niet door water te rijden dat hoger komt dan tot de helft of ¾ van de banden. Dat leek een prettig houvast, ware het niet dat je geen idee hebt hoe diep iets is voor je er in rijdt. Wij volgen de stelregel: als anderen erdoor kunnen, moet het ons ook lukken. Na een paar water crossings ontdekt Wouter dat de auto meer grip heeft als hij de auto in low-gear zet. Zo komen wij al wadend en heen en weer schuddend op de camping aan.
Silent Grove is een camping waar grote bomen voor wat welkome schaduw zorgen. Er zijn wc’s en zelfs douches. Na een koffie-stop op de camping, rijden we door naar Bell Gorge en Bell Creek, 10 km verderop.

Het natuurgeweld van Bell Gorge ligt 750 meter van de parkeerplaats verwijderd. De rivier heeft een kloof uitgesleten waardoor een mooie rotsformatie is ontstaan met, poeltjes en een waterval. Ongeveer 500 meter verder klauteren en afdalen, komen we bij de onderkant van de waterval en een mooie plek om te zwemmen. De omgeving is prachtig, de zon schijnt fel en het water is verkoelend.
Wat willen we nog meer? Dieren zien? Ook daarin wordt voorzien als we een gladde gele slang het water uit zien glijden de rotsen op. Net als wij het water in willen gaan. Wij lijken de enigen te zijn die hiervan onder de indruk zijn.
De anderen, grotendeels Australische toeristen, zwemmen rustig verder. Gerustgesteld door deze laconieke houding gaan ook wij het water in. In het water kom ik nog een 'Mertens water monitor' tegen (een watervaraan, vergelijkbaar met een hagedis van 40 cm). Een gespleten tong komt uit de gladde kop naar buiten. Ook dat zorgt voor de nodige opwinding. Bij mij dan. Wouter zit dan net veilig op de rotsen om foto’s te maken.

We zijn voor het donker terug op de camping (rond half 5). We zijn blij dat we afgelopen nacht op Marchfly Glenn hebben overnacht. Daar was het stil. Hier zitten we tussen families met huilende kinderen en muziek.

Close encounters of an animal kind

Er zijn een aantal dingen waar ik op vakantie altijd weer blij van word. Beesten kijken is daar één van. En dan het liefst soorten die we in Nederland niet hebben.
We hebben overnacht op een alternatieve kampeerplek: een P langs de weg waar het is toegestaan om te overnachten. Er staan nog drie andere campers. Er is een wc (pit toilet, een gat in de grond), verder zijn er geen voorzieningen. Geen douche, geen stromend water. Maar ook geen huilende kinderen en radio’s. Het is een prachtige plek, middenin de natuur. De weg lijkt ver weg. Wij vermaken ons tijdens het ontbijt met vogels kijken. Ik zie de eerste blue winged kookaburra. Ver weg weliswaar, maar herkenbaar aan het karakteristieke geluid en het bijzondere silhouet. Het heeft de contouren van een uit de kluiten gewassen ijsvogel die aan gewichtheffen doet. De kookaburra heeft namelijk een hele dikke nek.
Tot onze verrassing zagen we al op de eerste dag in Australië Rainbow Bee-eaters. Een sierlijke vogel met een lange dunne snavel en een verenkleed dat (bijna) alle kleuren van de regenboog toont. Als ze stil zitten zie je vooral geel, groen en blauw. Overvliegend zijn de vleugels aan de onderkant rood en doorschijnend, alsof ze gemaakt zijn van vliegerpapier. Een bosje achter Cable Beach (Broome) gaf ons deze primeur. Later deze vakantie zien we er nog vele. Maar dat wisten we op dat euforische moment nog niet.
Ik was de eerste van ons die een bee-eater en een kookaburra zag. Maar, ere wie ere toekomt. Wouter zag de eerste galah. Dit is een roze papagaai-achtige vogel met een witte kuif. Hij spotte ook de eerste dolfijn. Die dolfijnen waren een verrassing. We liepen niets vermoedend over het strand bij de Broome Bird Observatory (BBO) naar de donderwolken boven zee te kijken. Zwarte wolken vormden zich boven zee. Toen plots ook iets zwarts in zee te voorschijn kwam. En nog één. En nog één. Er zwom een groep van ongeveer zes dolfijnen voorbij.

Vogels zijn mooi om te zien. Wallabies toveren standaard een lach op mijn gezicht. Maar de eerste Wallaby van de vakantie zien is bliss. De eerste Wallaby die we echt goed konden zien (’s nachts in het donker door het gaas van de camper was toch een beetje behelpen) was ’s ochtends tijdens het ontbijt op de camping van de BBO. Terwijl wij aan de yoghurt met muesli zaten, zaten een paar meter verderop twee wallabies aan droge blaadjes te peuzelen. Samen eten, altijd gezellig. De eerste joey (Wallaby jong in de buidel bij de moeder) zagen we bij een waterbak voor vogels bij de BBO. Zittend in een vogelhut zagen we hoe een groep wallabies voorzichtig en omzichtig de waterbak naderde. Vreemd genoeg lieten ze de moeder met jong voorop gaan. Zij moest checken of de kust veilig was. De anderen keken vanaf een afstandje toe.
Wallabies hebben een hele flexibele neus. Toen de moeder ons rook begon haar neus alle kanten op de draaien om de veroorzaker van het gekke luchtje te lokaliseren.
Dit soort ontmoetingen met de skippies van Australië zijn leuk. Toen we het gebied van de BBO uit reden, op weg naar Derby, sprong een Wallaby vlak voor de camper de weg over. Je hartslag maakt een sprongetje. Je schrikt je rot. En je realiseert je dat als hij één tel later was overgestoken, remmen kansloos was geweest. Dan had er een extra prooi voor de roofvogels langs de weg gelegen.
Onderweg zien we regelmatig dode beesten. Wallabies, maar ook koeien. De koeien grazen hier overal, ook langs de weg. Op de weg van Derby naar King Leopold Ranges zie we veel koeien. Naast de weg en op de weg. Gelukkig niet zo vlak voor de auto als de Wallaby eerder die ochtend.

Onze eerste slang zien we op veilige afstand (gelukkig): zittend in de auto zien we een donkere slang van ongeveer 2 meter lengte over de weg kronkelen. Slinger, slinger en weg is ‘ie de berm in. De tweede slang zien we van akelig dichtbij. Als we net klaar staan in zwem-outfit om te gaan zwemmen onder de waterval van Bell Gorge, komt een gele slang (twee meter?) het water uit. Hij glibbert zichzelf de rots naast het meertje op. Ieks! De Australiërs om ons heen lijken niet onder de indruk. Wij doen ook alsof we niet geschrokken zijn en lopen het water in. Om vervolgens te schrikken van de temperatuur. Koud! Even later als Wouter veilig op de kant zit om een foto te maken, zie ik ongeveer drie meter voor me een gladde kop boven het water uit steken. Een gespleten tong schiet uit de bek naar voren. In een reflex zwem ik achteruit. Weg hier. Wouter die zich buiten de gevarenzone bevindt, zit rustig te kijken en constateert dat het een 'monitor' is (Mertons water monitor); een watervaraan, ofwel een soort salamander maar dan van enorme proporties. Pfff …. Alhoewel je je kunt afvragen wie er banger is: ik of de watervaraan.