Australië

Het noord-westen: van Broome naar Darwin (2011)

Reisverslag Australië - 2011

Het noord-westen: van Broome naar Darwin

https://www.vdweerd.net/reisverslagen/oceani%25C3%25AB/australi%25C3%25AB-noord-west/reisverslag/1-3-augustus-kakadu-np/

(c) Wouter en Carin van de Weerd


Kakadu NP

Maandag 1 augustus - Kakadu NP (Yellow water cruise, Aboriginal Cultural Center, JimJim Falls)

We zijn voor 6 uur op, want we moeten om 6.25 uur klaar staan voor de shuttle bus naar Yellow Water voor een bootexcursie: the sunrise cruise. Net als 12 jaar geleden hebben we een plekje helemaal voorin de boot. En dat zonder ellebogen of andere dwangmiddelen. Zijn de anderen te bang voor de 3,5 meter grote zoutwaterkrokodillen?
We varen 2 uur over Yellow Water. De gids geeft een toelichting over het gebied, de bomen, de vissen, de vogels en de krokodillen. Wij zijn vooral geïnteresseerd in de vogels, maar daar weet de gids relatief het minste van. De man naast mij moet erg lachen om de grapjes van de gids. Ik kan het niet laten om me na elk grap af te vragen hoe vaak per week hij hetzelfde verteld. Dit klinkt waarschijnlijk allemaal matig enthousiast. Onterecht. Het is een belevenis om op Yellow Water te varen, de zon boven het water te zien opkomen en de natuur te zien ontwaken. Het stikt hier werkelijk van de vogels en je vaart over een stille spiegelende vlakte. We zien onder andere verschillende white egrets, ibissen, whistling kites, jacanas, whistling ducks, white headed sea-eagles, magpie geese en ook nog twee soorten ijsvogels. De azure kingfisher (oranje blauw) en de little kingfisher (blauw wit). En beide twee keer! Geweldige kleuren.

We zien natuurlijk ook enorme zoutwater krokodillen (salties). De vrouwen zijn niet zo groot. Maar de mannen kunnen de imposante lengte van 3,5 meter krijgen. En da’s best groot.
De excursie wordt afgesloten met een ontbijt op de camping. Ik verwacht een papieren tasje te krijgen met daarin een kadetje en een pakje drinken. Als het meezit een kuipje yoghurt. Mijn verwachtingen worden overtroffen. Als we als eerste uit de bus stappen, worden we verwezen naar een uitgebreid ontbijtbuffet. Whoah! Dat is weer eens wat anders dan yoghurt met muesli in de camper. We staan als eerste voor het ontbijtbuffet en we gaan als laatste weer weg. Dat komt omdat we langzaam eten en alle tijd nemen voor een tweede (en derde) kop koffie. Echt waar!

De rest van de ochtend brengen we door in het Aboriginal Cultural Center: een informatiecentrum over de manier waarop de Aboriginals in Kakadu leven. Op een film wordt getoond hoe ze een schildpad koken. Geen smakelijk gezicht. Je zou spontaan op de Partij voor de Dieren gaan stemmen.
Op de plek waar we vanochtend de bootexcursie zijn gestart, maken we een korte wandeling over een boardwalk door een stukje wetland. We zien een slang in het water en onder andere een jonge night heron.

We verlaten de Cooinda-regio en rijden door naar JimJim Falls. Een man die we op de camping in Katherine gesproken hebben, was er erg enthousiast over. Hij had dezelfde camper als wij en hij vond dat de weg naar de waterval wel te doen was. De eerste 50 km, die we rijden vanaf de doorgaande weg, gaan over een onverharde weg. Dit is nog heel goed te doen. Wij denken even dat dit alles is en vinden dat de reisgidsen de slechte conditie van de weg wel erg overdrijven. We passeren de camping bij JimJim Falls. Daar zit de campingbeheerder, een gepensioneerde man die zijn taak zeer serieus neemt. Hij registreert ons kenteken, waarna we verder mogen rijden. Dan volgen nog 10 km tot aan de parkeerplaats bij de waterval. Die zijn van een compleet andere orde dan de eerste 50 km. We doen er 45 minuten over. Het pad heeft de breedte van één auto. Er zijn af en toe stukjes waar je een tegenligger kunt passeren. Het is heel ongelijk en stenig. We komen meerdere spectaculaire watercrossings tegen. En ook bochten waarvan je op het eerste gezicht zou zeggen dat de camper die niet kan nemen. Gelukkig blijkt het dan toch steeds wel weer net te kunnen. Na al het asfalt van de laatste dagen is dit weer een uitdaging voor de chauffeur. We hebben niet voor niets een 4WDcamper.

We zijn eigenlijk van plan om morgen naar de Twin Falls te rijden. Dat is 9km voorbij de JimJim Falls. En om bij Twin Falls te komen moet je door een rivier waar het water 75 cm hoog staat. Dat lijkt bij behoorlijk hoog, maar volgens de man die we in Katherine hebben gesproken, is dat met onze camper goed te doen. Als we naar Twin Falls willen, betekent dat dat we morgen dezelfde 10 km nog eens 2x moeten afleggen. Na drie kwartier flink door elkaar geschud te zijn, besluiten we deze watervallen te laten voor wat ze zijn.

De wandeling van de parkeerplaats naar de JimJim Falls blijkt ook niet eenvoudig. Het eerste deel is easy (twee vingers in de neus, zeg maar). Het tweede deel moet je over grote rotsblokken je weg zoeken en klauteren. Op een gegeven moment vraag ik me af ‘waarom en waartoe?’. Het moet wel een verdomd mooie waterval worden wil het dit allemaal waard zijn. Maar eerlijk is eerlijk: het is mooi. JimJim Falls bestaat uit twee water vallen (Jim en Jim?). Je kunt kiezen of je wilt klauteren naar de poel bij de waterval of naar de beachpool. Dat beach spreekt ons wel aan. De beachpool ligt nog deels in de zon als we er om 4 uur aankomen. Vanaf het strand kunnen we de watervallen zien. Door het vele water van de afgelopen wet season komt er dit jaar nog water naar beneden. Andere jaren was de waterval in juli inmiddels opgedroogd. We hebben dus mazzel.
We gaan even zwemmen en aanvaarden dan weer de terugreis: klauteren over de rotsen en dan weer bijna drie kwartier over de slechte weg. We zijn blij als we in de schemering de camping bereiken. Het is weer mooi geweest voor vandaag. (campingfee A$10 per persoon; er is een groot toiletgebouw op de camping met warme douches).

Dinsdag 2 augustus - Kakadu NP (Nourlangie, Jabiru)

We verlaten de camping bij JimJim Falls en gaan via Nourlangie naar Jabiru.
Nourlangie is een rotsachtig stuk waar op meerdere plekken Aboriginal rockpaintings te zien zijn. We maken er twee wandelingen.
De meest bekende wandeling leidt ons langs de Anbangbang Rockshelter. Rond Anbangbang houden de rangers korte presentaties (rangertalks) over hoe de Aboriginals in dit gebied hebben geleefd. Wij zijn net op tijd om er één bij te wonen.

Aan de andere kant van de bergrug (je moet er met de auto omheen rijden) is Nunguluwur. Dit is een minder bekend en rustiger gedeelte van Nourlangie. Het is een eindje lopen van de parkeerplaats naar de rotsen met de tekeningen. Ik kan vandaag slecht tegen de hitte en probeer optimaal te genieten van de weinige en lage bomen die we passeren onderweg. De rotstekeningen zijn afwisselend en goed onderhouden. Er is een mooie zeilboot afgebeeld. Volgens de bordjes stelt dit de boot voor waarmee de Europeanen naar Australië kwamen. Eerder hebben we op rotsen handen afgebeeld gezien. Hier zijn lange handschoenen getekend. De Aboriginals hebben dit getekend nadat zij hippe Europese vrouwen met handschoenen hadden gezien.

De toelichting die wordt gegeven bij sommige rotstekeningen is informatief en ook vermakelijk. De tekeningen zijn gemaakt variërend van 20.000 jaar geleden tot de jaren ’60 en vertellen veelal het verhaal van de dreaming. Zo noemen de Aboriginals het ontstaan van de natuur en de mensen. Het begint vaak met een beest met een onuitsprekelijke en niet te onthouden naam (bijvoorbeeld een rainbowserpent) die naar een speciale plek komt, ziet hoe mooi het daar is en zichzelf dan verandert in een rots, een rivier, een kloof of iets dergelijks. Dan komen er andere beesten (bijvoorbeeld bats of cuckatoos) en zij worden verliefd op de rainbowserpent en ook zij veranderen in een rots. Soms is het een educatief verhaal om bijvoorbeeld kinderen te leren dat krokodillen gevaarlijk zijn. Je hebt echter een hoop fantasie nodig om het verhaal in de tekeningen te herkennen. Zonder de toelichting op de bordjes had je het niet zelf bedacht.

Na Nourlangie rijden we naar Jabiru. Dat is zowaar een beetje een dorpje. Het is ontstaan omdat de werknemers van de mijnindustrie een plek moesten hebben om te wonen. Verrassend genoeg zijn er in Kakadu NP meerdere plekken waar mijnindustrie wordt bedreven. Tot grote onvrede van de Aboriginal bevolking wordt er in het nationaal park bijvoorbeeld uranium gedolven. Zij noemen bepaalde delen van Kakadu sick country. Als je daar komt of graaft wordt de rainbowserpent boos en volgen er represailles in de vorm van bijvoorbeeld aardbevingen en dergelijke. Voor de mijnindustrie blijken vooral die gebieden die de Aboriginals sick country noemen, interessante grondstoffen te bevatten.

Op de camping in Jabiru genieten we aan het einde van de middag van een verkoelende plons in het zwembad. Het water begint bijna te sissen als we erin stappen. We zijn door onze wandelingen (met name de tweede) flink verhit geraakt.
Er is een restaurant op de camping waar we ’s avonds dankbaar gebruik van maken.

Carin’s DREAMING

Twaalf jaar geleden vloog Wouter de blue winged kookaburra over Arnhemland. Hij vloog over groene vlaktes, rivieren, witte zandduinen tot hij bij een rotspartij kwam. De zon ging net onder. Wouter raakte in betovering van het licht dat over het landschap streek. Hij raakte zo in vervoering van de prachtige kleuren dat hij besloot voor altijd op deze plek te blijven. Hij veranderde in een regenboog. Zo kon hij elke dag genieten van het weidse uitzicht.
Op een dag streek Carin de kingfisher, moe van haar lange vlucht naar het oosten, neer op de rotsen. Alleen en verdrietig. Ze schikte haar veren en toen ze opkeek werd ze geraakt door de schoonheid van het uitzicht over de vlakte. Een grote regenboog strekte zich uit over de horizon, het gehele gebied met zijn kleurige armen beschermend. Getroffen door zijn verschijning veranderde Carin in een rots. Tot op de dag van vandaag genieten ze samen, de rots en de regenboog, van het mooie Australische landschap.

 

Woensdag 3 augustus - Kakadu NP (Jabiru, Ubirr)

We hebben een vol programma verzonnen voor vandaag. We gaan naar het visitor center bij Jabiru. Hierin wordt informatie gegeven over de verschillende habitats in het nationaal park, de begroeiing en de beesten die daar leven. We vallen voor een cappuccino met chocolademuffin in het café. Dan gaan we naar het centrum van Jabiru, wat we nauwelijks als dusdanig herkennen. Goed dat ze er een bordje bij hebben gezet. We mailen naar huis in de bibliotheek en we doen inkopen.

Daarna rijden we verder naar de regio van de East Alligator River rond Ubirr. We lunchen met een heerlijke thai chicken curry bij de Border Store en reserveren daar ook twee plaatsen voor de Aboriginal Cruise van morgenochtend (9.00-11.00 uur, A$ 45 per persoon). De Bardedjilidji wandeling voert ons door een mooi gebied met kalk-/zandsteen rotsen, doorkijkjes en shelters met rotstekeningen. Het is wederom erg warm, maar hier is (in tegenstelling tot gisteren) wel veel schaduw. Een deel van de wandeling gaat langs een rivier. Daar wordt veelvuldig gewaarschuwd voor zoutwaterkrokodillen. Ik loop op mijn qui vive en denk bij elke kraak in de bosjes dat ons laatste uur heeft geslagen. Aan ‘rustig van de natuur genieten’ kom ik niet toe. Wouter daarentegen lijkt nergens last van te hebben.

We hebben ons dagprogramma zo ingericht dat we aan het einde van de middag bij Ubirr aankomen. Daar zijn wederom rotstekeningen en er is een uitzichtpunt over Arnhemland. Dit schijnt vooral bij ondergaande zon spectaculair te zijn. Arnhemland is zo genoemd door Nederlandse ontdekkingsreizigers die ergens in de 18e eeuw in Australië aankwamen.
Het gebied wordt bewoond door Aboriginals, is alleen toegankelijk met een permit en is alleen te bereiken via een watercrossing door de East Alligator River. In deze rivier stroomt het rivierwater de ene kant op en het zeewater de andere kant op. Je kunt hier langs maar bent wel afhankelijk van de getijden. Bij hoog water is de oversteek te diep. Gek op een plek die kilometers van de zee is verwijderd.

De rotstekeningen bij Ubirr vallen ons tegen. We hebben al veel mooiere en duidelijkere tekeningen gezien. We zijn meer onder de indruk van de ijsvogel die we tussen de rotsen in een boom zien zitten. Mooi knalblauw met wit. Als we bij het uitzichtpunt komen, blijken we niet de enigen te zijn. Het is druk op de rots. Arnhemland is opvallend nat (veel meertjes) en groen. Het is een mooie zonsondergang met gekleurde wolken. Ja, ja er zijn voor het eerste sinds tijden weer wolken in de lucht.

Als de zon onder is, lopen we in colonne naar de parkeerplaats en rijden we in file richting de camping (A$ 10 per persoon per nacht). Daar zijn zo ontzettend veel agressieve muggen dat we blij zijn dat we niet meer hoeven te koken. We sluiten onszelf meteen op in de camper. Ik doe nog een dappere poging om te douchen. Het licht doet het niet en in mijn koplamp zie ik tientallen hongerige muggen om me heen cirkelen. Ik douche snel en weet niet hoe vlug ik mijn kleren weer aan moet trekken. Ik ga op een holletje terug naar de camper. Onderweg kom ik nog een enorme pad (cane toad) van 10-15 cm tegen en schrik me lam. Hij hupt over het pad in het licht van mijn koplamp. Terug in de camper ben ik weer nat van het zweet van de inspanning om bultloos uit de douche te ontsnappen. Morgen zal wel blijken hoeveel muggenbulten ik rijker ben geworden.