Reisverslag

Reisverslag
Carin en Wouter

dag 1 - 3 dag 4 - 6 dag 7 - 9 dag 10-12 dag 13-15 dag 16-18
dag 19-21 dag 22-24 dag 25-27 dag 28-31 Kaart West-Australië

Reisverslag - dag 19 t/m 21

Dag 19 - Dinsdag 15 augustus: Kalbarri

Weer: regenbuien, fris.

Hebben we gister naar het thuisfront gemaild dat we hier alleen maar blauwe luchten hebben met prachtig weer … begint het vannacht toch te regenen! Als Wouter (zoals gebruikelijk) als eerste uit bed stapt, meldt hij blij het goede nieuws dat de lucht weer helemaal blauw is. Zijn blikveld was echter nogal beperkt. Het is nog volop bewolkt en later regent het alweer pijpestelen.

Wij bezoeken tussen de buien door om 8.45 uur het voeren van de pelikanen. Dit is aan het strand, tegenover de camping. Een oude vrouw vertelt enthousiast over pelikanen en Kalbarri. De pelikanen krijgen vis. Dit alles duurt 15-30 minuten.
Bij het ‘visitor center’ lezen we het weerbericht voor vandaag en de komende dagen. Vandaag wordt het : cloudy & showers, 23ºC. De komende dagen: mostly sunny, 25Cº. Het weer lijkt dus gelukkig slechts een tijdelijke dip te hebben.

We drinken koffie in de camper op de camping en gaan daarna naar “Rainbow Jungle”. Dit is een ‘parrot breeding center’. Hier zijn allerlei soorten parkieten, rosella’s en kaketoe’s te zien die in Australië leven maar bedreigd worden met uitsterven. Deze soorten proberen ze hier te fokken om ze van uitsterven te behoeden. In een deel van het centrum zitten de vogels in kooien. Er is ook een deel waar ze ‘vrij’ (alles is relatief) rondvliegen. Dat vinden we het leukste. Er zijn vele soorten, bijna allemaal bijzonder fraai en fel gekleurd. Als we daar zijn valt er nog een enorme hoosbui. Gelukkig is er ook een overkapping waar we de bui af kunnen wachten.

We lunchen op een P met uitzicht op de Indische Oceaan. We zouden ook walvissen kunnen zien. Wij zien met enorme wind alleen golven en witte schuimranden.
We hadden vervolgens naar het Kalbarri NP willen gaan om een aantal uitzichtpunten en kloven te bekijken. We wilden er wandelen. Maar vanwege het weer en de grote kans nat te regenen, doen we dat niet. We gaan twee caches doen bij Kalbarri (Meanarra Hill en Big Red). Dit houdt ons bezig tot een uur of 4. Dan gaan we terug naar de camping, waar we lekker gaan lezen en een spelletje doen. We gaat lekker uit eten. In het restaurant bestellen we een fles wijn die we vervolgens niet op krijgen. We nemen het restant mee naar de camper alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Of is dat hier gewoon? Ik voel me er wel dusdanig ongemakkelijk bij dat ik niet om de dop/kurk durf te vragen.

 

Dag 20 - Woensdag 16 augustus: Kalbarri

Gisteren zijn we dus vanwege het slechte weer Kalbarri NP niet in geweest. Dat betekent dat we vandaag een vol programma hebben. Van schrik zijn we al om 5 over half 8 (!!!) op pad.
We gaan eerst naar het gedeelte van het NP in het binnenland. Dit is ongeveer 30 km rijden. Daar bezoeken we “Z bend” en “the Loop”. Tot onze verbazing zijn er al meer idioten zo vroeg in het park. “Z bend” is een uitkijkpunt over de Murchisson River waar de rivier (hoe verrassend) een Z heeft uitgesleten. Het is mooi ochtendlicht wat het rode steen een extra rode kleur geeft. Dan gaan we naar “the Loop” waar twee punten zijn: een uitkijkpunt en een korte wandeling naar “Natural Window”. Dit is een uitgesleten gat in de rots (uitgesleten door water en wind) waardoor je de Murchisson River kunt zien. Hier doen we nog een truc na van een stel jongeren die samen een groepsreis maken. Er is een overhangende rots en hier kun je zo aan hangen en een foto maken dat het net lijkt alsof je boven een vreselijke afgrond aan de rots bungelt. Dit moet Wouter natuurlijk even proberen. Op de foto ziet het er indrukwekkend uit.
Vanaf dit punt is er ook een wandeling van 3 tot 4 uur. Deze slaan we over vanwege ons volle dagprogramma. Anders hadden we deze trail gisteren gedaan.

We verlaten het binnenland en gaan naar het kustgedeelte van het NP. Daar zijn verschillende uitzichtpunten langs de kustlijn. De vergelijking wordt gemaakt met de ‘Great Ocean Road’ in de staat Victoria van Australië. Nu hebben we die ook gezien en die vonden we mooier. Er zijn verschillende uitzichtpunten die (met de auto) dichtbij elkaar liggen. Hoe later op de middag het wordt, des te mooier de kleuren worden. De zon gaat in de zee onder en schijnt mooi op de rotsen. Wij zijn met name geïmponeerd door de kracht van de golven. Zo’n golf zou ik niet op mijn hoofd of in mijn rug willen hebben. Natuurlijk zijn er wel golfsurfers die hun leven wagen om de beste golf te kunnen surfen. Levensgevaarlijk; zo ziet het er voor mij in ieder geval uit. Het zal dus wel meevallen.
Bij “Red Bluff” (onderaan de rots van het uitzichtpunt “Red Bluff Road”) doen we een cache: Easy bluff. Als ruilmiddel nemen we een koalabeer uit de cache mee. We hebben nu door het cachen al een hele verzameling leuke souvenirs. We hebben twee mooie sleutelhangers, een onderzetter met een afbeelding van een koala erop en nu een koala knuffelbeestje.
Van de uitzichtpunten aan de kust vinden wij “Red Bluff”. Vooral de rooduitgesleten rotsen onder het uitzichtpunt vinden we mooi. Ook “Eagle Gorge” en de twee uitzichtpunten bij “Natural Bridge” vinden we mooi. We maken in dit deel van het NP een paar korte wandelingetjes.

Na even boodschappen doen (avondeten én souvenirs) komen we rond half 6 pas weer terug op de camping. We zijn moe. Het was een lange dag; van half 8 tot half 6. Vooral ik heb het even gehad.
Na het eten en een kop koffie sta ik dan ook al om half 9 klaar om naar bed te gaan. Ik ben geheel in de veronderstelling dat het al wel half 10 zal zijn. Mijn biologische klok zegt ‘bedtijd’.

 

Dag 21 - Donderdag 17 augustus: van Kalbarri naar Eneabba

Weer: ongeveer 20°C, zonnig.

Het is een koude nacht. ’s Ochtends geeft de thermometer 7ºC aan. En daar is het zomer-slaapzakje die we bij de camper hebben gekregen niet echt op berekend. We nemen een lekkere warme douche om weer op te warmen. Het warme water doet zeer op onze in-en-in koude voeten. Wouter komt pas onder de douche vandaan als hij geen zere voeten meer heeft en volledig is doorgewarmd. Misschien moeten we onze ontbijtgewoontes maar eens gaan herzien, want op zo’n koude ochtend word ik niet echt enthousiast van koude sinaasappelsap en yoghurt. Voordeel is dat het een heel makkelijk ontbijt is. Het staat in ‘no time’ op tafel.

We gaan rond 8 uur op pad. Onderweg doen we in totaal 5 caches. Deze brengen ons weer op een aantal plaatsen waar we anders niet naartoe gegaan zouden zijn:

  • Een huis waar vroeger gevangenen van overzee woonden en te werk gesteld werden in de loodindustrie;
  • Een natuurgebied bestaande uit duinen met een rivier erdoor. Het lijkt een beetje op de duinen van St.Maartenszee maar dan met een rivier in plaats van een duinmeertje;
  • De haven van Port Dennisson;
  • Een ‘leaning tree’. Dit soort eucalyptus bomen (river gum) groeit scheef over de grond omdat de harde wind hier altijd uit het zuiden waait. De boom groeit alleen aan de luwe zijde en door deze groei en de wind, groeit de boom dus heel bijzonder over de grond. Het is een heel apart gezicht. Later zien we onderweg veel meer van dit soort bomen, soms in hele bossen. Vooral deze bossen maken een bijzonder rommelige indruk.

We stoppen onder andere in Geraldton. Daar drinken we koffie, doen we boodschappen en bezoeken we de “i”.
We willen een tocht maken door een gebied met ‘wild flowers’. De streek onder Geraldton is beroemd om zijn wilde bloemen in het voorjaar (juli-oktober). Wij hebben tot nu toe alleen nog niet echt veel bloeiends gezien en we vragen ons af waar we het beste heen kunnen gaan; het binnenland in of langs de kust blijven rijden? Volgens de mevrouw in de “i” zijn de bloemen dit jaar extra laat omdat ze sinds april maar 2 dagen regen hebben gehad. Laten dat nu juist de laatste 2 dagen zijn! Het regent hier dus vrijwel nooit en precies als wij er zijn gaat het regenen (hebben wij weer!). Door dit gebrek aan water is er nog niets tot bloei gekomen. Ze geeft ons aan de kust het meeste kans om bloemen te zien omdat daar relatief meer water valt dan in het binnenland. We moeten echter niet rekenen op hele gekleurde velden (zoals in de reisfolders staan) maar op een plukje bloemen hier en daar. OK, we moeten onze verwachtingen dus wat bijstellen. Jammer.

Geraldton is een grote plaats, bijna 20.000 inwoners. Het is een drukke stad naar onze beleving. Wouter moet opletten of er andere auto’s op een kruising af komen rijden. Zo druk op de weg is het al lang niet meer geweest. Er zijn zelfs stoplichten! Sinds onze korte stop in Perth hebben wij geen stoplichten meer gezien. Er zijn ook opvallend veel mensen in en rond de winkels. Wij zijn denk ik een beetje mensenschuw geworden na de afgelopen weken in het desolate noorden doorgebracht te hebben.
De Australiërs zijn hier ook opvallend dik. Het is net Amerika, zo veel dikke mensen als er op straat zijn. Wat ons ook opvalt is het type auto wat hier rijdt. De 4WD’s zijn in de minderheid. In het noorden zag je daarentegen bijna geen gewone personenauto’s. Het waren daar allemaal 4WD, campers en caravans. Grappig om in 1 dag de omgeving en mensen zo te zien veranderen. De natuur is ook al anders geworden. Vlak voor Kalbarri hebben we de wildernis (ruige natuur met lage bosjes en veel spinnifex in rood zand) verrruild voor landbouwgrond en grasland met vee erop. In deze contreien staan er zelfs hekjes rond de graslanden en grazen de koeien en schapen binnen de hekken. Hiervoor graasden ze langs de weg en in de wildernis.
Wat we ons ook realiseren als we in Geraldton in een café koffie zitten te drinken is dat we de hele vakantie bijna geen Aboriginals hebben gezien. We hebben er wel een aantal gezien, maar bij lange na niet de hoeveelheid die we 7 jaar geleden in de andere delen van Australië hebben gezien. Op zich is dat niet zo heel gek, want we hebben onderweg met name campingbeheerders, mede-toeristen (meestal blanke bejaarde Australiërs) en benzinepomp-personeel gezien. We hebben ons in het desolate noord-westen dus niet echt onder de bevolking begeven zeg maar. Dat kan het geringe aantal Aboriginals verklaren.

We gaan vanuit Geraldton met de 1 naar het zuiden. We gaan via Dongara naar Eneabba. Hoe je die laatste plaats uitspreekt weten we niet. Wij zeggen ‘ene abba’, maar dat zal wel niet de juiste uitspraak zijn. 25km voor Eneabba is een camping die bekend is om zijn ‘wildflowers’: Western Flora Tourist Park. De eigenaar geeft ook rondleidingen over het terrein. Als we er om 16.45 uur aankomen is de wandeling net van start gegaan. We bedanken voor het aanbod dat we ons nog wel bij de groep kunnen aansluiten. We gaan liever even in de late middag zon zitten met een wijntje en wat olijven. Ondanks het relatief kleine stukje rijden van vandaag zijn we toch weer aardig moe gestreden. Het zullen de caches wel zijn die ons in de benen zitten.
Er is weer een goed uitgeruste ‘campers kitchen’ op de camping (gasstel, koelkast, magnetron, waterkoker, aanrecht met warm water en een tv). Wij maken hier weer gebruik van om af te wassen en we koken er water voor de koffie.
Het belooft weer een koude nacht te worden. Het is weer helemaal helder. Voordeel hiervan is dat er weer een prachtige sterrenhemel te zien is. Het is zo donker (geen straatverlichting of zo) dat we heel veel sterren kunnen zien, inclusief de melkweg. Nou, dat heb ik in Nederland echt nog nooit gezien. Als ik ’s nachts naar de wc moet, heb ik alleen in de camper een zaklamp nodig. Buiten kan ik mijn weg goed vinden met behulp van het licht van maan en sterren.

Dag 16, 17 en 18 Terug naar dag 16, 17 en 18 Door naar dag 22, 23 en 24Dag 22, 23 en 24
All Rights Reserved 2007 | http://vdweerd.net | Design by Wouter van de Weerd