Reisverslag Carin en Wouter
|
Reisverslag - dag 16 t/m 18
Dag 16 - Zaterdag 12 augustus: van Canarvon naar Monkey Mia
Het opstaan-ritueel wordt al haast routine: Wouter gaat als eerste het bed uit en gaat gelijk naar de wc. Dan sta ik met tegenzin op en ruim het bed op. Als ik een snelle
ochtend heb is het bed net opgeruimd én heb ik kleren aan als Wouter terug komt uit het toilet/washok. Dan ga ik me wassen en naar de wc. Wouter zet intussen het ontbijt klaar
(sap, muesli, yoghurt) inclusief de vitaminepillen.
Al met al zijn we weer net voor 8-en op pad; op weg naar Denham en Monkey Mia.
De natuur is hier uitgesproken saai. Het is vrijwel vlak met wat lage struikjes en dood gras. We zijn blij verrast als er na zo’n 150 km weer wat hoogteverschillen komen en we
zelfs weer wat boompjes zien.
Onderweg hebben we een aantal stops:
- Benzine en koffie;
- “Hamelin Pool”
Hier is een oud ‘Telegraph Station’ en kun je de stromatolieten in zee bewonderen. Stromatolieten zijn kleine rotsstructuren die zijn ontstaan uit een bepaald
soort bacterie. De buitenkant van de rots leeft nog. De binnenkant is versteend. Je kunt hier met een ‘boardwalk’ overheen lopen. Het is in zee, in een vrij
ondiep stuk.
Bij “Hamelin Pool” worden ook schelpenblokken gedolven, waarmee in de omgeving bouwwerken worden gemaakt, zoals bijvoorbeeld in Denham een kerk en een
restaurant. Het is een enorme hoeveelheid witte kleine schelpjes, zo veel dat ze er blokken uit kunnen hakken.
In de ‘souvenir shop’ kopen we bloemenzaad voor Roos: “cats paw”. Leek ons wel toepasselijk als dank voor het 4 weken lang op de katten passen. De grond
waarin gezaaid moet worden, moet eerst met droge bladeren bedekt worden en vervolgens in de fik gestoken. Mooi klusje voor Marcel, de meester fik-stoker. Kortom: de
zaadjes zijn een leuk gezamenlijk project voor ze.;
- “Shell Beach”
Dit is een strand dat geheel bedekt is met witte kleine schelpjes. Je ziet geen zand, alleen schelpjes. Op zich lijkt het op het strand bij “Hamelin Pool”.
Ook na onze stops zijn we mooi op tijd in Denham. In één van de vele winkels die zichzelf de “i” noemen, halen we wat informatie over Monkey Mia en Francois
Perron NP. Dan rijden we door naar Monkey Mia. Daar is nog net een ‘unpowered site’ voor ons. We komen er rond half 3 aan.
Op de camping doen we eerst de was. Dat was hard nodig, want hier in Australië is binnen de kortste keren alles rood, van het rode zand.
We verkennen het resort. Ja, ja, we zitten in een waar resort! Best leuk na alle ‘pit toilets’ en overnachtingen zonder faciliteiten.
We maken een wandeling die bij het resort is uitgezet. Jammer genoeg laten de bijzondere beesten die hier zouden moeten zitten, zich niet zien. We hadden bijvoorbeeld de ‘thorny
devil’ kunnen zien of een soort muis met konijnenoren. Helaas, niet gezien.
We eten in de bar van het resort. Daar speelt ’s avonds een band op het terras. Het is een leuke levendige bedoening. In de eenvoudigere eetgelegenheden in Australië moet je
eten aan de bar bestellen. Je krijgt dan een nummer mee. Dit nummer roepen ze af als het klaar is of ze komen het bij je tafel brengen.
De band gaat langer door dan wij. Als wij om half 10 naar bed gaan, is de band weer/nog aan het spelen. Gelukkig slapen wij overal doorheen.
Dag 17 - Zondag 13 augustus: van Monkey Mia naar Denham
Weer: zonnig, 23°C.
Het is heel erg vochtig van de dauw als we wakker worden. Onze was, die aan de gemeenschappelijke waslijn hangt, is nog kleddernat. Deze laten we dus nog maar een tijdje hangen.
We hebben trouwens toch haast; haast om om 8 uur op het strand te zijn voor het voeren van de dolfijnen. Monkey Mia is beroemd om de dolfijnen. Een groepje komt een aantal keren per
dag naar het strand van het resort. Daar krijgen ze 3x in de ochtend vis gevoerd. Deze ‘happening’ willen we natuurlijk ook meemaken. Ze komen ongeveer tussen 8 en 1 uur. Dus
om 8 uur zijn wij present. Ik dacht nog dat wij de enige idioten zouden zijn die om 8 uur op het strand zouden zitten. Niets is minder waar! Als we aan komen lopen, staat er al een
flinke groep mensen met de benen in de zee. Er zijn ook al een aantal dolfijnen. In totaal komen er 6 dolfijnen.
Terwijl de dolfijnen de boel verkennen en langzaam dichterbij komen, vertelt een vrouw van ‘CALM’ (soort natuurmonumenten of Utrechts landschap van West Australië) over
de dolfijnen. Ze hebben natuurlijk allemaal een naam en ze blijken eenvoudig te herkennen aan hun vin. Wij zien echter absoluut geen verschil tussen de ene vin en de andere. Dolfijnen
blijken ook tanden te hebben. Deze groeien als bomen met een soort jaarringen (naar buiten toe). Onderzoekers kunnen een tand van een dolfijn dus doorzagen om te kijken hoe oud hij is.
De dolfijnen bepalen zelf wanneer ze naar het strand komen voor een visje. Nu zijn ze er dus al om 8 uur. Ook wij gaan natuurlijk in de menigte staan, met de voeten in het water om de
dolfijnen van zo dichtbij mogelijk te kunnen zien. Misschien mogen we ze ook wel voeren! Voeren zit er helaas niet in voor ons. Daar worden anderen voor uitgekozen. Maar we hebben ze
wel van heel dichtbij kunnen zien!
Dit spektakel duurt ongeveer een half uur. Dan is het tijd voor koffie. We strijken neer op het terras met een lekkere cappuccino. Rond 9 uur zijn de dolfijnen weer terug voor nog meer
visjes. Het ritueel (zoals rond 8 uur) herhaalt zich. En rond 10 uur hebben ze alweer trek en melden ze zich voor de 3e keer vandaag. Toeristen die om half 11 aankomen om de dolfijnen
te zien, hebben alles dus gemist. Pech! Voor hetzelfde geld waren ze om half 11 nog niet 1x geweest. Dat kan ook.
Om 10.15 uur melden wij ons bij de catamaran “Shot over”. We gaan een tocht maken van 2 uur op zee. We hopen meer dolfijnen, dudongs (soort zeekoeien) en zeeslangen te
zien. De catamaran is een wedstrijd zeilboot geweest en is nu voorzien van bankjes zodat wij er als toeristen op kunnen. Ik vind het eerst allemaal nogal smal en wiebelig. Ik voorzie
dat ik 2 uur lang aan mijn bankje gekluisterd zal zitten. Gelukkig krijg ik al snel wat meer lef en durf me (zoals vrijwel iedereen) over de boot te bewegen, afhankelijk van waar de
dolfijnen zich laten zien. We zien vrij veel dolfijnen en 1 dudong. Deze dudong laat zich wel mooi zien en komt precies waar wij zitten naar het wateroppervlak. Dit is mazzel dus.
We mogen ook in één van de drijvers van de catamaran. Hier is een wc en zijn de bedden voor de bemanning. Je kunt er net staan, als je tenminste niet groter bent dan
1.80m. Gek idee, dat de zeilers aan de ‘Volvo Ocean Race’ in zo’n soort beperkte behuizing de wereld over zeilen. Ik probeer even een bed uit. Mmmm, ligt best lekker!
Het waait niet zo hard. Er is te weinig wind om alleen op de zeilen te kunnen varen. Het is tussen de 20 en 25ºC en zonnig. Er drijven in de omgeving wel veel wolken. Het leek
even een bewolkte dag te worden, maar dat valt gelukkig mee.
Na de boottocht lunchen we op het strand. We halen onze was van de camping; het is gelukkig droog inmiddels. En dan verlaten we het resort. We rijden via Francois Perron NP naar Denham.
In het NP bezoeken we de voormalige ‘homestead’. Hier is een wandeling uitgezet over de voormalige schapenboerderij met informatieborden. We zien de ruimtes/hekken waar de
schapen geschoren werden. Er is ook een bron die per dag 440 liter water geeft van ongeveer 44ºC. Ik zit er een tijdje met mijn voeten in. Ik moet echt even door komen, wennen aan
de warmte. Anders dan in zee hier. In de zee moet je ook echt even door komen, maar dan van de kou.
We gaan niet verder het park in. Dit kan alleen met een hóge 4WD. Ze hameren er erg op dat de 4WD hoog op de wielen moet staan. En om extra grip te krijgen in het losse zand, moet
je op extra zachte banden rijden. Wat een gedoe! Daarbij betwijfelen we of we iets van het beloofde ‘wildlife’ zouden zien. Het is vast een heel mooi NP, maar wij slaan het
even over.
We gaan door naar Denham en vinden een plek op de camping (Denham Tourist Village, $21 per nacht unpowered). Daar komen we rond half 4 aan en we hopen nog even het thuisfront te
kunnen e-mailen in een internet-café. Denham is echter uitgestorven. Bijna alles is gesloten; zo ook het internetcafé. Als we ’s avonds uit eten gaan, blijkt er wat
meer leven in de brouwerij te zijn gekomen. Het restaurant “Old Pearler” is zelfs al vol. We gaan nog even naar de bistro van de “Comfort Inn” (hotel) maar deze
hebben slechts 1 dagschotel in de aanbieding. En dat is net iets wat wij niet zo lekker vinden. Dat brengt ons bij een snackbar-restaurant. We eten er hamburger en patat. Niet echt wat
we van te voren bedacht hadden, maar wel lekker.
Omdat de ‘Old Pearler’ een BYO restaurant was (geen drankvergunning, dus mag je je eigen drank meenemen), hebben we op weg naar het restaurant al in de ‘liquor
shop’ een fles gekoelde witte wijn gekocht. Ik voel me als een verlopen alcoholiste met zo’n fles wijn op straat, maar nu we er ook nog mee de hotel-bistro en de snackbar
in moeten, wordt dat gevoel nog versterkt. Wat een gekke gewoonte is dat toch van die Australiërs.
Als we teruglopen naar de camping is het weer flink gaan waaien. We staan met de camper pal aan het strand. Dat kon wel eens een winderig en onrustig nachtje gaan worden.
Dag 18 - Maandag 14 augustus: van Denham naar Kalbarri
Het was weer een vrij frisse nacht. Als we wakker worden is de harde wind van gisteravond gaan liggen. De lucht is, na de wolken van gisteren, weer helemaal blauw. Het wordt weer
een zonnige dag. Het is hier meer naar het zuiden alleen wel beduidend minder warm dan in het noorden (Broome, Karijini, …). Het zal in de maxima zo’n 5-10 graden schelen
gok ik. Zaten we toen rond de 30-35ºC max. Nu zal het zo’n 20-25Cº zijn. Maar dat hadden we ook wel verwacht. Met alle zon die we hebben, mogen we absoluut niet klagen.
De campings aan de kust, zo ook deze, hebben vies water bij de wasbakken. Bij/na het tandenpoetsen moet je niet een slok water nemen. Doe je dat wel … … vies! Het is een
soort gezoet water wat ook naar zou smaakt. Het is vast geen drinkwater, maar dat staat er lang niet altijd bij.
We verlaten Denham en gaan naar Kalbarri. We zijn al voor 8-en op pad (10 voor 8; ons record!). Onderweg stoppen we om te tanken. Bij een autodag tanken we 2 tot 3 keer onderweg. We
rijden ongeveer 1:7 of 1:8. Bij het huren van de camper was Wouter blij dat het een dieselauto was. Diesel is in Nederland immers goedkoper dan benzine. In Australië ligt dat
echter anders. Hier is diesel juist duurder. Gelukkig is het nog altijd veel goedkoper dan het in Nederland is ($1.45 tot $1.69 per liter; x0,6 om daar € van te maken). Onderweg
heeft een keer een Australiër gevraagd hoeveel we per dag voor de camper betaalden. Dat is $113, inclusief volledige verzekering. Ook wilde hij weten hoeveel diesel we
verstookten. Met name dat laatste vond hij interessant nu de brandstofprijzen zo hoog waren. Ha, ha, moet hij eens in Nederland komen tanken!
We drinken op een parkeerplaats koffie, waar ook een cache ligt (Nerren pitstop). Die pakken we dus weer even mee.
We komen rond lunchtijd in Kalbarri NP aan. Daar moet je doorheen om bij het plaatsje Kalbarri te komen. We gaan bij twee uitzichtpunten langs:
- “Hawks head”: uitzicht over Murchisson River en de kloof die de rivier heeft uitgesleten;
- “Ross Graham Lookout”: wederom een uitzichtpunt op een kloof en de rivier. Hier kun je ook in ongeveer 500 m naar de rivier lopen.
We lunchen in het NP en gaan dan door naar Kalbarri (het plaatsje) op zoek naar een camping.
Tot nu toe waren de campings vaak vol. Het is net of alle Australiërs die nu met vakantie zijn, in deze hoek zitten. Schoolvakantie is het niet (meer). Maar alle gepensioneerden
trekken er ‘en masse’ op uit met hun caravan; hupsakee allemaal naar het noorden, lekker naar het warme westen. We zijn bang dat de camping die we in de lonely planet hebben
uitgezocht vol zal zijn. Niets blijkt minder waar. We worden van harte welkom geheten en natúúrlijk is er een ‘powered site’ voor ons. Zo hebben we dus
eenvoudig een plaats in “Murchisson Top Tourist Park. Deze camping ligt centraal in het stadje. Winkels, restaurants en een internetcafé zitten op loopafstand ($24 per
nacht, powered). Tot nu toe bevalt de camping uitstekend. We hebben een prettig plaatsje en er zijn goede en schone was/toilethokken. Ook is er een gezamenlijke keuken (campers
kitchen) waar ze aanrechten hebben met warm water en er is zelfs een afdruiprek. Hier gaan we dus afwassen. Zo hoeven we zelf geen water te koken voor de afwas. Wat een gemak! We
eten in/bij de camper (rijst, chicken tonight sweet chili, sugar snaps, ananas, paprika).
Het is nu half 9. We zitten nog buiten. We zitten lekker luw uit de wind. De rest van de camping heeft zich al geheel terug getrokken in hun tent of caravan. Gaat iedereen zo vroeg
slapen? Of zitten ze gezellig binnen met alle gordijnen potdicht? Het is de hele vakantie ’s avonds al opvallend vroeg rustig en donker overal. Wij gaan rond 9 uur à half
10 richting bed. Dat lijkt bizar vroeg, maar wij zijn hier absoluut geen uitzondering.
|