Reisverslag - dag 10 t/m 12
Dag 10 - Zondag 6 augustus: van Karijini NP naar Tom Price
Het was koud vannacht. De thermometer in de camper geeft om half 7 5ºC aan. Wij zijn zo blij dat we thermisch ondergoed mee hebben! Dat hadden we gekocht voor
onze vakantie naar Lapland in maart. Thermisch ondergoed meenemen leek een absurd idee in Nederland toen het daar 30-35ºC was, vlak voor we weggingen. Het leek ook nog
overdreven toen we in het tropische Broome aankwamen. Maar nu is het echt erg lekker!
Na de gebruikelijke opstaan-perikelen gaan we al voor achten op pad. We verlaten “Dales campingarea”. De camping was overigens $5 pp (dus $10 in totaal per nacht). De
voorzieningen bestaan uit een ‘pit toilet’. Een ‘pit toilet’ is en hokje met een wc pot die boven een gat in de grond staat. Je moet voor je gaat met een
borstel, die naast de wc in een emmer met chemicaliën staat, de zijkanten van de schacht natmaken. En “then you can do what you came to do” en vervolgens maak je de
boel weer schoon met de borstel. Het mooie van dit systeem is dat het niet stinkt.
Goed; we verlaten dus al voor achten de camping. Onze eerste stop is bij de “Kalamina falls”. Het uitzicht van bovenaf geeft niet zo veel zicht. Daarom lopen we een deel
van de ‘trail’ naar beneden. Met een beetje klim en klauterwerk komen we aan de voet van de waterval uit. We zijn hier de enigen en de zon staat er mooi op. Een rustgevend
oord! We lopen de trail niet verder. Ons plan is om vandaag een wandeling te maken bij “Weano gorge”. We willen bij de “Savannah camping” daar overnachten. Als
we daar aankomen blijkt de camping echter gesloten wegens ‘construction work’. Mooie boel! Daarvan hebben we bij het ‘visitor center’ of op de andere camping
niets gelezen! Later horen we dat er bij het ‘visitor center’ wel een mededeling over heeft gehangen. Dat hebben deze blinde vinken dus niet gezien!
We stellen onze plannen bij; we zullen toch gaan wandelen in het gebied bij “Weano gorge”, maar daarna zullen we het nationaal park verlaten om in Tom Price te overnachten.
We gaan, na een koffiepauze, naar “Oxer lookout” van waar je vier kloven in kunt kijken. Een bijzonder punt. We staan er gelijk met een Australiër die het het meest
geweldige vindt dat hij ooit heeft gezien. Wij zijn wat gematigder enthousiast. Ik vrees dat we al te veel mooie kloven en rode rotsen hebben gezien (Grand Canyon, Bryce Canyon, gebied
bij Ayers Rock, …).
Na het uitzichtpunt lopen we de kloof in. We dalen af de “Weano gorge” in. De andere wandelingen zijn van een dusdanig pittig niveau dat we die maar even overslaan. Onze
wandeling is goed te doen, met wel wat klim en klauterwerk over een zeer oneffen rotspad. Het is een mooie wandeling; eerst in de kloof en later over de rand boven weer terug. We vinden
echter de wandeling van gisteren mooier; meer water, meer zwem-mogelijkheden, meer vlinders, meer bomen (waaronder de ‘paperbark tree’) en bloemen en ook meer mooi gelaagde
stenen.
We lunchen onderweg en zijn rond half 2 weer bij de camper terug.
Voor we Karijini NP verlaten gaan we nog naar “Joffre falls”. Hier ligt ook een cache die we dus ook maar even mee pakken; revanche na het niet kunnen vinden van de cache
bovenaan “Fortescue falls” gisteren. Yeah, gevonden! Onze 5e cache in Australië (mind your step).
We komen in Karijini NP steeds dezelfde vakantiegangers tegen. Onze buren van Millchester NP komen we geregeld tegen. Hij is een ‘Sean Connery lookalike’. Dan rijden we ook
dezelfde route als de ‘Hertz dames’. Dit zijn twee vrouwen in een Hertz (huurauto) 4WD pickup met een klein tentje. Ook zien we geregeld de ‘Britz lady’s’. Dit
zijn twee vrouwen in een Britz (huurauto) camperbusje. We zullen ze nog gaan missen nu we het NP verlaten en teruggaan naar Tom Price, om vervolgens door te reizen naar de kust.
We hebben vandaag ook een stel gesproken die voor 9 maanden door Australië reizen. 9 maanden! Wat ons overigens verbaast, is dat we dit soort verhalen niet veel meer horen. De vorige
keer in Australië (oostkant) leek elke reiziger wel zijn baan te hebben opgezegd om een (klein) jaar te kunnen reizen. Nu horen we dat soort jaloersmakende dingen eigenlijk nauwelijks.
Wel grappig vandaag was een Australische man die het heel bijzonder vond dat wij helemaal uit Nederland naar Australië op vakantie waren. Hij en zijn vrouw vonden al dat ze ver van
huis waren. En zij kwamen uit Queensland in Australië. Een ‘verre’ vakantie is altijd relatief. Het is maar wat je gewend bent.
Rond 14.45 uur gaan we op pad naar Tom Price. Eerst rijden we over een zeer slechte gravel weg in Karijini NP. Het park is rond het ‘visitor center’ geasfalteerd, maar het
deel rond “Weano gorge” en meer naar het westen is niet verhard en daarbij in een bijzonder slechte staat.
Als we later weer op asfalt rijden, loopt er een kudde koeien op en naast de weg. Later loopt er een dingo doodgemoedereerd langs de weg. Gelukkig heeft hij geen zin om over te steken.
Remmen en ontwijken was zo goed als onmogelijk geweest.
De hoeveelheid beesten en vogels in Karijini is ons tegen gevallen. Je moet er heen gaan voor de natuur. Op de camping in Tom Price kwettert het weer van de vogels en krijsende
galah’s. Leuk!
Op de camping staan veel mannen, waarvan we denken dat ze in de mijnen in de omgeving werken. Ze hebben zich verzameld bij onze buurman. Er wordt heel wat ‘af ge-shit’, veel
‘ge-fuck-ed’ en ook ‘piss off’ is een geliefde term. Het klinkt niet alsof ze een leuke dag hebben gehad met al deze krachttermen.
Tot slot: de stunt van de dag. Op de camping in Tom Price pakt Wouter de stroomkabel om ons weer aan te sluiten op de elektriciteit. Bij het pakken van het snoer valt er iets op de
grond. Blijkt het een prachtige trechter met verleng-slang te zijn. Hiermee hadden we perfect de diesel jerrycan in onze tank kunnen gieten. Hadden we dat geweten! Nu hebben we enorm
staan knoeien met open geknipte melkpakken en met tape vastgeplakte tuinslangen.
Door het vervroegde vertrek uit Karijini NP hebben we nu overigens dus wel weer stroom. Dat is wel weer prettig!
Dag 11 - Maandag 7 augustus: van Tom Price naar Exmouth
We hebben vandaag een lange reisdag voor de boeg; een kleine 600 km. We gaan rond 8 uur op pad. De mijnarbeiders zijn dan al lang en breed naar hun werk vertrokken. Na het tanken
zijn we om half 9 echt op weg. We gaan met een ‘gravelroad’ naar Nanutarra (roadhouse). Dit is korter en dat is voor ons van belang omdat we de afstand weer niet al te ruim
met onze tank zullen halen. Bij het begin van de onverharde weg staat een bord dat we een ‘desolated area’ in gaan en dat we voldoende brandstof en water bij ons moeten
hebben. Check; hebben we. Het is inderdaad verlaten. We stuiteren (de weg is niet zo best) 82 km door de wildernis zonder iemand tegen te komen of te zien. Pas op het asfalt zien we
weer de eerste auto.
Het is een saai reisdagje. De natuur biedt ons niet veel afwisseling. De mooie voorjaarsbloemen schitteren door afwezigheid. Heuveltjes, wat kleine bergjes en bochten in de weg
moeten de tocht aantrekkelijk maken. We hebben ook geen radio ontvangst. Dat hebben we sinds Broome niet gehad. En de beloofde cassettespeler in de auto blijkt toch een cd-speler te
zijn. Toch leuk dat wij nog oude cassettebandjes hebben gevonden op zolder en meegenomen. Onderweg bedenkt Wouter gelukkig dat we ook muziek kunnen afspelen met de pocket-pc en het
‘foto opslagapparaat’. Het geluid is niet zo best, maar het zorgt wel voor wat afleiding.
Onderweg zien we in totaal vijf emoes in het wild; twee stelletjes en nog een keer een éénling. Je vraagt je af hoe emoe’s elkaar vinden in deze enorme wildernis.
Hoe kom je een partner tegen? Dat kun je je van de mensen trouwens ook afvragen. We hebben vanaf de weg boerderijen aangegeven zien staan die 44 km of 82 km van de weg afliggen. Kun je
je voorstellen ….. een oprijlaan van 82 km!!? Daar is de laan van pa en ma niets bij. Hoe kom je als jongerling in die prairie een geschikte man of vrouw tegen? Misschien is het
tv-programma ‘Boer zoekt vrouw’ hier ook een optie.
Verder zien we onderweg vele koeien; los en grazend naast de weg, gelukkig niet óp de weg. We zien schapen en een vijftal dode kangaroes. We hebben inmiddels denk ik 5x zoveel
dode kangaroes gezien dan levende. In de buurt van Tom Price hebben we ook veel grote roofvogels gezien. Een soort ‘eagle’ van een kleine meter groot. Wat een enorme
beesten!
Als we benzine tanken bij Nanutarra worden we aan de pomp geholpen door een jongen die jaloers op ons is. Jaloers omdat wij naar Perth gaan. “Great, lots of things to do and
see down there. All you can see here are rocks”. Hij had het duidelijk niet zo naar zijn zin in en het ziet er niet naar uit dat hij het ambieert om in de toekomst de benzinepomp
van zijn vader over te nemen. Volgend jaar gaat hij voor een paar maanden naar Canada om ijshockeywegstrijden te kijken. Hoe verzin je het; fan van ijshockey op een plaats waar het
zelfs in de winter overdag met gemak 30ºC wordt.
We komen om half 5 in Exmouth aan. De campings daar zijn dan al vol. Maar er is weer een ‘overflow’ camping beschikbaar. Hiervoor moet je je melden bij het ‘visitor
center’. Dat doen we dus. We staan hier voor $26 met ‘power’ voor 1 nacht. Wouter heeft net lekker gedoucht en we gaan zo meteen aan de overkant bij ‘Grace’s
Tavern’ uit eten. Ja, ja, we zijn weer terug in de beschaving. We kunnen weer uit eten!
Dag 12 - Dinsdag 8 augustus: van Exmouth naar Cape Range NP/Ningaloo Reef NP
Weer: zonnig, ongeveer 25°C, sterke wind.
Ik geniet van wat voorlopig wel weer mijn laatste douche zal zijn. Mmmm, lekker schoon!
Na het ontbijt gaan we naar ‘Calm office’ (council australian land management). Zij hebben contact met de rangers in het Cape Range NP en weten of er nog campeerplekken
vrij zijn in het park. Deze schijnen nogal schaars te zijn. We zijn te vroeg. Radiocontact komt pas om 8.45 uur tot stand. Er zijn een beperkt aantal plaatsen vrij gekomen. Wij
reserveren een plek op “Pilgrammunna”. We hebben 1,5 uur de tijd om er te komen. Na 10.15 uur wordt de plek weer vrijgegeven. We moeten nog langs de ‘visitor center’
om de wc/douchesleutel in te leveren en $20 ‘deposit’ terug te krijgen. We hebben zo geen tijd meer om boodschappen te gaan doen. Er zit niets anders op dan om eerst 75 km naar
het NP te rijden; onze campeerplek veilig te stellen; en vervolgens weer 75 km terug naar Exmouth te rijden om inkopen te doen. In Nederland zou dit je reinste gekkenwerk zijn. Voor
Australische begrippen is het een kippeneindje. We raken hier al aardig ingeburgerd.
De “i” in Exmouth verdient van ons geen lof. Zij hadden ons gisteren verteld dat de enige manier om het NP in te komen was door je ’s morgen vroeg bij CALM te melden.
We wisten niet dat je vervolgens geen tijd meer hebt om boodschappen te doen (hadden we dat wel geweten, dan waren we gistermiddag nog even op pad gegaan om in te slaan). Ze hebben ons
ook niet verteld dat je ook een plekje in het park kunt bemachtigen door om 8 uur bij de slagboom van het NP te gaan staan. De vrijgekomen plekken op de campings van het park worden
eerst aan de wachtenden bij de slagboom aangeboden.
“Pilgrammuna” is een klein eenvoudige camping met ‘campinghosts’. Dit is weer een bejaard echtpaar die dit voor 5,5 maand (!!) als vrijwilligers doet. Er
is één ‘pit toilet’ en er zijn in totaal slechts negen plekken.
Als we onszelf bij de ‘campinghosts’ hebben gemeld en hebben betaald, gaan we terug naar Exmouth. Daar kopen we snorkelspullen, een nieuwe zonnebril voor Wouter en eten.
Rond half 1 zijn we weer terug in de buurt van Cape Range NP. Nu gaan we in de ‘relaxe stand’. We gaan lekker geo-cachen en genieten van de prachtige witte stranden en de
ongelooflijk blauwe zee.
We doen onderweg drie caches. Eén ligt op een prachtig strand waar ik allerlei koraaldelen op het strand vind en ook een leuk puppelig bolletje van een zee-egel.
De tweede cache ligt bij een informatiepunt over zee-schildpadden die daar bepaalde delen van het jaar (nu helaas niet) komen om eieren te leggen. Zo weten we nu dat als een schildpad
haar eieren in warm zand legt, dan uit alle eitjes een vrouwtjes schildpad komt. Is het koud, dan bestaat het complete nest uit mannetjes. Van alle schildpadden die hier worden geboren
overleeft na 20 jaar slechts 1 op de 1000. Deze keert naar zijn geboortestrand terug om te paren en eieren te leggen. Een vrouwtje legt ongeveer 100 eieren per keer en zij doet dit
meerdere keren.
De derde cache ligt bij een waterpunt/kraan. Hier staan twee emoes te drinken van het gemorste water. Een hele zwerm galah’s kijkt vanuit de boom toe.
Na de caches is het tijd om te snorkelen. Het is al 4 uur. We aan naar “Lake Side Bay” (=bij het visitor center). Omdat we zo laat zijn, zijn we de enigen die hier
snorkelen. Gelukkig staat globaal met bordjes aangegeven waar je moet snorkelen. Vanwege de harde wind, grotere kans op sterke stroming en het feit dat we de enigen zijn, durf ik niet
het complete koraal/rotsstuk om te snorkelen. We kiezen de veilige route die dichter bij het strand blijft. Ook hier zie je prachtige vissen. We zijn er beiden door verrast en
enigszins overdonderd. Zo eenvoudig vanaf het strand! Zo dichtbij en dan zulke mooie vissen! En ook best grote vissen. Ze variëren van knal (lichtgevend) blauw, hard rood,
zwart/wit/geel in verschillende patronen en rood/wit gestreept, …., tot nog meer. In grootte varieert het van zeg 3 cm tot ongeveer 25 cm. Ik zie ook nog een zee-komkommer. Het
koraal is niet zo specta, maar de vissen zijn erg leuk en kleurrijk om te bekijken.
Sterk afgekoeld en voldaan gaan we terug naar de camper en terug naar de camping. Het is inmiddels dik 5 uur en we moeten rustig rijden vanwege de kangaroes en wallabies die bij
schemering massaal aan de wandel gaan. We zien er heel veel. Vaak twee tegelijk; een grote en een kleine. Plonk, plonk, wegspringend door het gras en lage boompjes. Er moeten kangaroes,
wallabies en wallaroes zijn. Wij als leek zien het verschil niet. We noemen alles ‘Skippy’, wel zo makkelijk.
Op de camping spoelen we het zout van de zee van ons af met onze buitendouche. We eten weer gewoon in/bij de camper (worst, aardappelsalade, tomaat en komkommer).
|