Reisverslag - dag 7 t/m 9
Dag 7 - Donderdag 3 augustus: Millstream Chichester NP
De wekker staat op 6 uur. We gaan dan meteen naar buiten om het ontwaken van de natuur te zien en de vogels die bij de vele vogelgeluiden horen. Het is zo
op de vroege morgen een gekwetter van jewelste en een enorm gekwaak. Er zitten ook veel kikkers in het riviertje naast de camping. We zien onder andere de ‘blue
winged kookaburra’ en de ‘billygarde’(?? een soort groenachtige parkiet).
We hebben veel lol in onze twee vogelboekjes (gekocht tijdens onze vorige vakantie in Australië) en het plantenboekje (gekocht bij de “i” in
Roebourne).
Na de korte ochtendwandeling gaan we ontbijten met yoghurt en muesli en wassen we ons in de camper. Na dit alles gaan we heerlijk in de zon voor de camper zitten; lezen,
vogels kijken, fotootje nemen, koffiedrinken, nog een fotootje nemen, …. Lekker rustig. De camping is ook heerlijk rustig. Iedereen is al weer weg! Rond half 11 verlaten ook
wij de camping en gaan we naar het zuiden van het park waar ook het ‘visitorcenter’ is.
Het is prachtig onderweg! We gaan aardig omhoog een soort plateau op. En langs de weg staan heel veel bloeiende bloemen en bomen. Ze steken mooi af tegen het rode zand. We zien
hele vlaktes en brede bermen met ‘mulla mulla’. Dit is een plant met paarse pluimen. Wij zien een hoge staande en een kruipende soort. Er schijnen heel veel verschillende
soorten te bestaan. Ook zien we de ‘stuart desert pea’, veel mimosa soorten en eucalyptus bomen met mooie witte stammen. De weg bestaat deels uit asfalt (de klim) en voor
en groot deel uit ‘dirt road’. Ook moeten we op meerdere plaatsen door water; een zogenaamde ‘floodway’. We zijn er op de doorgaande wegen al meerdere gepasseerd,
maar nooit eerder zat er ook daadwerkelijk water in de ‘floodway’. Vandaag is voor ons de primeur. Op een gegeven moment springen twee wallabies weg van de weg. We wanen ons
echt in de wildernis.
Het ‘visitorcenter’ is ondergebracht in een oude ‘homestead’ (boerderij). Halverwege 1800 kwam hier de eerste boer. Deze boerderij is in 1941 gebouwd en later
verkocht aan de regering. Bij de ‘ranger’ van het ‘visitorcenter’ is een pas te koop die ons toegang verschaft tot alle nationale parken. Voor $22,50 kun je een
‘holiday park pass’ kopen, waarmee je vervolgens alle parken gratis in mag. De toegangsprijs voor de meeste parken is zo’n $9, dus deze pas hebben we er zo uit. We moeten
enige moeite doen om de ranger te pakken te krijgen, maar het lukt toch. In het blije bezit van de pas maken we een kleine wandeling langs mooie palmen en waterlelievijvers achter de
boerderij.
Als we daarna terugkomen bij de camper ontdekken we dat zich een ‘diesel disaster’ heeft voltrokken in de camper. De jerrycan met extra diesel hadden we achterin de camper
gezet, omdat we ‘m nergens anders kwijt konden; wel gestut met een kussen van de stoel/bank. Maar door het gestuiter over de onverharde weg is de jerrycan gevallen en gaan lekken. Als
ik de deur van de camper open doe om de lunch te pakken, ruik ik direct de penetrante diesel geur ………… Dit is niet goed! De vloer is glibberig van de diesel. Omdat
we bang zijn dat de jerrycan ergens lekt, willen we ‘m gelijk legen in de tank van de camper. Alleen de schenktuit van de jerrycan is te kort zodat we het niet of nauwelijks in de tank
kunnen gieten. De opening zit te ver onder de auto. Na veel zweet, diesel knoeien en creatieve constructies (onder andere met een opengeknipt melkpak) krijgen we gelukkig een briljant idee. Ik
bedenk dat we een tuinslang hebben om de watertank mee te vullen. Zou deze slang passen in de schenktuit van de jerrycan en hem zo kunnen verlengen? Ja! Het past! We maken de tuinslang aan
de schenktuit vast met tape. Dit werkt geweldig. De jerrycan kunnen we bijna helemaal in de tank legen. Omdat de jerrycan toch niet lek blijkt te zijn, kunnen we de rest nog bewaren. Maar
waar?
Wouter komt met het briljante idee dat het misschien wel in de stuurcabine achter de stoelen past, net als onze lege reistassen. En ja hoor, het past. Waarom hebben we dat niet eerder
bedacht?
Stinkend naar de diesel laten we de camper voor wat het is: stinkend en glibberig. We gaan eerst lunchen.
Dan besluiten we de wandeling die we eigenlijk ’s middags hadden willen maken, over te slaan. We gaan meteen naar de camping bij “Crossing Pool”. We hebben van andere
campeerders gehoord dat het daar snel vol is. Op de camping maken we de camper schoon, genieten van de rust en het uitzicht over het water en gaan zwemmen. Het water is nogal vies, dus we
proberen ook voor het eerst onze douche uit. Er zit een handdouche aan de achterkant buiten aan de camper.
We staan pal aan het water en kunnen vanuit onze luie stoel lekker vogels kijken: kingfishers, darters en corolla’s.
Het is wel jammer dat deze camping drukker is. De mensen zijn een stuk luidruchtiger dan op de vorige camping.
Wouter heeft net nog even zitten rekenen. Op basis van de gereden kilometers en de verbruikte diesel zouden we meer dan genoeg moeten hebben om de volgende benzinepomp te halen in Tom
Price. Een geruststellend idee. Kunnen we (ook na het ‘diesel disaster’ van vandaag) weer lekker slapen.
Dag 8 - Vrijdag 4 augustus: Van Millstream Chichester NP naar Karijini NP
We worden om 6 uur al niet meer wakker van de wekker. We zijn al wakker. Van de kou moeten we heel nodig plassen. De camper stond scheef. We hebben met ons hoofd naar beneden geslapen.
De combinatie scheef en kou staat garant voor een beroerde nacht. Gelukkig is de omgeving rond de camping erg mooi. Dus na een korte wandeling voor het ontbijt is de rotnacht al haast weer
vergeten. We doen een stukje van een ‘trail’ en kijken vogels en natuur in het mooie ochtendlicht.
Na het ontbijt gaan we, even na negenen, op pad. We verlaten Millstream Chichester NP en rijden, met dank aan onze ‘permit’, via de Hammersley Iron Private Road naar Tom
Price. Onderweg wisselen prachtige bermen af met saaie droge grasvlakten en meer boomrijke en groene stukken. Om het idee te versterken dat we over een weg van Hammersley Iron rijden, komen
er ook nog een aantal treinen voorbij zetten. Steeds twee locomotieven en een enorme hoeveelheid aan wagons met of zonder ijzererts/grondstof. We zien onderweg veel roofvogels en er
scheren vaak kleine vogeltjes voor de auto langs. Soms gaat dat goed. Soms ook niet. Volgens mij hebben we een compleet abatoir onder onze auto hangen.
We lunchen net voor Tom Price. Dan gaan we in Tom Price bij de Coles boodschappen doen. We willen ook een nieuwe zonnebril voor Wouter kopen. De poot van zijn zonnebril is afgebroken en is
met tape weer vastgeplakt; tape is voor ons echt onmisbaar deze vakantie! Ook willen we een deken kopen. Ik weiger om het nog een nacht zo koud te hebben. Het enige wat we echter kunnen
vinden is een minuscule fleece deken (formaat klein handdoekje) of een enorme dikke deken voor $99! Dat vind zelfs ik wat te gortig! Karijini NP ligt op 600-700 meter hoogte. We zullen
vannacht al onze kleren dus wel nodig hebben om onszelf warm te houden. We moeten ons maar wapenen met ons thermisch ondergoed, meerdere lagen kleren en een badhanddoek erover. De bij de
camper geleverde slaapzakken zijn bijzonder dun. Het was prettig geweest als zij wat dikkere slaapzakken hadden meegeleverd.
We moeten vandaag verder rijden dan we hadden verwacht. We komen pas om half 4 in Karijini NP aan. De camping ‘Dale’ is dan al vol. We gaan eerst maar naar het ‘visitor
center’. Deze is tot 4 uur open. Daar kopen we wat souvenirs en bekijken we de infoborden en displays. Het is een mooi en uitgebreid centrum. Het gebouw schijnt de vorm te hebben van
een ‘guanna’ (leguaan). Maar als bezoeker zie/merk je hier niet veel van.
We overnachten op de ‘overflow camping’ dichtbij het ‘visitor center’. Hier staan veel mensen die ook niet meer op de twee officiële campings pasten. We staan
hier mooi aan de rand, lekker rustig. Er zijn al vele galah’s en corella’s over komen vliegen. Ze gaan drinken in een waterpoeltje hier vlakbij. Daar gaan we morgenochtend even
bij kijken.
We hebben nu voor de vierde nacht geen stroom. We gaan er van uit dat de accu door de lange stukken rijden voldoende is opgeladen. Zo niet; dan zal de koelkast er mee stoppen en in het
ergste geval zal de motor niet meer starten. Minder handig is dat dan ook dat de waterpomp het niet meer zal doen. We kunnen dan dus ook geen water meer in de camper gebruiken. Ik lijk me
hier meer zorgen om te maken dan Wouter. Het zal dus wel goed komen. Met de diesel is het immers ook goed gekomen. In Tom Price hebben we 20 liter getankt. Meer paste er niet in. Deze 20
liter plus de 20 liter die we in de extra jerrycan hadden gedaan, maakt dus 40 liter. We hebben van Roebourne tot Tom Price dus maar 40 liter diesel verstookt. We rijden zuiniger dan we
dachten; 1 op ongeveer 7. We dachten 1 op ongeveer 5 te rijden.
Op de camping ontstof ik maar weer eens de camper. Deze is na twee dagen ‘unsealed road’ volledig rood uitgeslagen. Na vandaag is het zelfs alsof we rood grondzeil hebben in
de camper! En alles buiten de kastjes of lades zit onder en dikke laag rood stof. Yek!
We eten worst, sla en macaroni salade (kant en klaar) bij de camper. We zijn nog maar 1x uit eten geweest in een week tijd! Dat moeten we de komende week aan de kust maar eens goed gaan
maken!
We liggen steeds voor 9 uur op bed. Rond 6 uur à half 7 wordt het donker. Dan eten we meestal ongeveer. Vervolgens gaan we even afwassen, thee/koffie drinken en boekje lezen of
schrijven en dan lekker slapen. Nou ja lekker?! Hopelijk is het komende nacht minder koud dan de afgelopen nacht.
Dag 9 - Zaterdag 5 augustus: Karijini NP
Weer: Zonnig, maximum temperatuur 27°C, minimum 10C°.C
Omdat het hier toch wat later licht wordt dan in Broome (én het ’s ochtends eerst nog erg koud is), staat de wekker nu op half 7. Het begint al licht te worden en het
is 10ºC. dat voelt frisser dan het klinkt. Met thermisch ondergoed, sokken en een dubbele set lakens over me heen kon het net. Maar lekker warm was het zeker nog niet.
We ontbijten en gaan dan naar het waterpoeltje vlakbij de camping. Hier komen veel vogels op af. Wij zijn er tegelijk met een galah die gaat drinken en een zwerm van 14 groene parkietjes
(ze heten officieel geen parkietjes, maar iets met een b….). Vooral de drinkende galah is mooi om te zien.
Dan rijden we van de ‘overflow’ camping naar de échte camping: Dales camping area. Als we daar om half 9 aankomen, is er precies een plekje vrij gekomen op de plek
waar ik graag wilde staan; aan de “Kangaroo loop”. Dit is de buitenste ring en het verste plekje van de camping. Lekker rustig en dicht bij de natuur. Dat laatste blijkt al
snel want als we bij de plek aankomen loopt er een dingo rond te scharrelen. Een mooi roodbruin beest met een volle vacht.
De camping wordt gerund door vier ‘camphosts’. Het zijn vrijwilligers; twee stellen op leeftijd. De vrouwen bestieren het kantoortje (tent waar je je moet melden) en de mannen
de camping. Zij komen regelmatig gezellig kletsend en groetend over de camping fietsen. Geen beroerde manier om je VUT/pensioen-tijd te vullen, lijkt me.
We drinken koffie en gaan dan aan de wandel: op naar de ‘gorges’!
We wandelen vanaf de camping naar het uitzichtpunt over de “Circular pool”, naar “Circular pool” in de kloof. Dan gaan we door de kloof naar “Fortescue
falls” en “Fern pool”. Ten slotte gaan we weer de kloof uit omhoog. De wandelingen zijn hier in gradaties van zwaarte en moeilijkheid aangegeven. Wij doen stukken van
‘level’2, 3 en 4; 5 en 6 is voor de echte klimmers; 2 is voor iedereen goed te doen.
Van de camping naar de kloof lopen we door een vlak en bloemrijk gebied. Als we even bij een bloeiende boom staan te kijken, komt er een Australisch stel langs waarvan de vrouw ons
verteld dat dit een ‘holly ….’ Is. Een soort hulst dus. Dat maakt reizen in Australië extra leuk; de Australiërs. Ze geven ongevraagd advies, informatie en
zijn altijd vriendelijk. Alhoewel ik me ook wel voor kan stellen dat ik het nog wel eens irritant ga vinden, bemoeizuchtig. Maar nu was het wel informatief!
De kloof “Dales gorge” is behoorlijk diep. Wandelend in de kloof moet je behoorlijk van steen naar steen klauteren en over/door water. Het is inspannend maar wel erg leuk om
te doen. De beloning komt in de buurt van “Circular pool”. De ‘pool’ wordt aangekondigd door kleine watervalletjes. Daar moeten we natuurlijk in zitten om even af
te koelen. We hebben zwemkleren en waterschoenen meegenomen. Wat een heerlijkheid! “Circular pool” zelf heeft vrij koud water. Alleen het watervalletje dat erin uitkomt heeft
warm water. Gek, maar wel lekker!
Als we zijn opgedroogd gaan we op pad richting “Fortescue falls” en “Fern pool”. Dit is op de bodem van de kloof. Ook dit is een mooi stuk langs/door/bij het
water, met veel vlindertjes en prachtig gekleurde gelaagde stenen. We komen hier erg weinig mensen tegen. Het is net of iedereen de meertjes vanaf de bovenkant van de kloof bezoekt (neer
en op naar het meertje) en de afstand tussen de meertjes met de auto aflegt. Ze weten niet wat ze missen! Maar des te beter; hebben wij het lekker rustig.
We zijn om half 11 bij de camping vertrokken en komen rond 3 uur bij “Fortescue falls” aan. Onze tijd is niet zo zeer opgegaan aan het lopen (de afstand is beperkt, totaal
ongeveer 5 km.) maar wel aan het om ons heen kijken en foto’s maken (heel veel foto’s! lang leve de digitale camera).
De waterval ligt, net als “Circular pool” in de schaduw. Dat is wel jammer. Maar het is toch erg mooi. ‘Fern pool’ is ook een mooi meertje waar een watervalletje
op uitkomt. Als je eronder zit of zwemt krijg je een stevige nek- en rugmassage. Bijzonder zo’n natuurlijke massagetafel.
Vlakbij het meertje zien we een groot aantal ‘fruit bats’ (vleermuizen). Ze hangen omgekeerd en verspreid over twee bomen. Af en toe maken ze een bijzonder geluid en strekken
ze hun vleugels omwijd. Het is alsof ze hun buik een beetje frisse lucht willen gunnen. Ze hangen namelijk vol in de zon.
We zijn even na half 5 weer bovenaan de kloof. Daar zou een cache moeten liggen, maar deze kunnen we helaas niet vinden.
Terug bij de camper douchen we en wassen we onze haren bij onze buitendouche. Lekker schoon! We hebben bij Pardoo Roadhouse (woensdag!) voor het laatst gedoucht. Het werd dus wel weer
eens tijd.
Het wordt al snel donker. Snel eten koken dus. We moeten namelijk buiten de camper koken. Als we zitten te eten komt er weer een dingo langs. Zeker even kijken wat de pot schaft. Als ik
mijn hoofdlamp op hem richt gaat hij er snel van door.
Om de accu van de camper te sparen zitten we nu met onze hoofdlampen aan in de camper. Het lijkt behoorlijk minder te worden met de accu. De waterpomp heeft er al moeite mee en als we
de kraan aanzetten dan flikkert het licht. Hopelijk gaat het goed, want we hebben nog een paar stroomloze dagen te gaan! Zonder koelkast gaat eventueel nog. Maar als we geen water meer
kunnen tappen, kunnen we niet eens onze handen meer wassen. En niet meer afwassen. Dat klinkt weer minder rampzalig! Gelukkig hebben we nog wel voldoende drinkwater in de jerrycan.
|