Reisverslag - dag 4 t/m 6
Dag 4 - Maandag 31 juli: Broome
Weer: zonnig, ongeveer 30°C
De jetlag wreekt zich opnieuw om 1 uur ’s nachts. We zijn allebei klaarwakker. Gelukkig vallen we wel weer in slaap, wan de wekker staat op half 6. We ‘moeten’
vogels kijken. Het zeewater is weer erg laag/eb, zodat de vogels weer ver weg zitten. We lopen over het strand en later de “Pindan Trail”. Daar zien we veel vogels, onder ander
de ‘crimson bower’ (?) Dit is op zich een saaie grijze vogel, maar met een knal roze/paarse kuif. Daarbij versiert het mannetje het nest. Rond het nest liggen mooie witte
steentjes en schelpjes gedrapeerd. De ‘bower’ legt, terwijl wij op een paar meter staan te kijken, met zorg een steentje erbij. Het zijn in totaal 2 (of 3?) ‘bowers’
en ze maken een hels kabaal als ze het op hun heupen krijgen.
Er zit ook op meerdere plekken een vrij grote zwart witte vogel met een hele trage fluit. Het is net of iemand een deuntje aan het fluiten is. Het lijkt niet echt op een vogelgeluid. De
vogel zit altijd bovenop/in een boom; lekker op de uitkijk. Zijn slome fluit werkt aardig op de lachspieren.
Ik spot onze eerste echte kangaroe/wallabie. Hij loopt vlak achter de camper en zit ons een tijdje recht aan te kijken; leuk!
Voor onze ochtendwandeling hebben we wat yoghurt en muesli gegeten. Na de wandeling nuttigen we een kop koffie en een boterham. Rond 9.45 uur gaan we op weg; terug naar Broome.
Daar gaan we naar Cable Beach. Dit is in jaar 2004 tot het mooiste strand van Australië gekozen. Bij het strand staat een infobord met de weersverwachting van vandaag: zonnig
en 29°C, het zeewater is 21°C. Ook waarschuwen ze voor bijzondere kwallen. Deze kwal heeft hele lange tentakels. De beten van deze kwal moeten bijzonder heftig zijn. Buurvrouw
Eggink heeft ons hier ook al meermalen voor gewaarschuwd. Op het bord bij het strand staat de geruststellende mededeling dat de laatste beet op Cable Beach in april 2004 was. Dat is dus
gelukkig al weer even geleden. Echt vaak komt het blijkbaar niet voor. Als je gestoken wordt, moet je deppen met azijn (aldus het infobord) en naar de dokter gaan. Bij ernstige gevallen
moet je direct een alarmnummer bellen. Op deze manier prijzen ze het zwemmen in zee niet echt aan. Bij het strand van de Bird Observatory werd al gewaarschuwd voor krokodillen (salties;
extra gevaarlijk dus).
Bij Cable Beach wandelen we wat over het strand en langs wat paviljoens. En we doen onze eerste Australische cache (Last Resort; een 1-punts cache, maar wél met een
echte goodiebox!).
Dan rijden we door naar “Gantheaume Point”. Daar heb je een mooi uitzicht over de kustlijn van Cable Beach en prachtig rode rotskusten. Het is een belangrijke plaats
voor Aboriginals. Hier komen ze na de dood opnieuw tot leven.
Er zijn voor de kust in zee ook drie dinosaurus voetstappen gevonden. Replica’s zijn te zien op de rots. Maar hoe weten ze nu zo zeker dat dit de afdrukken van een dino zijn?
Ook is er “Anastasia’s Pool” een badje in de rotsen waar na hoog water, water achterblijft. In het verleden woonde er een gouverneur wiens vrouw reuma had. Zij nam baden
in dat poeltje om de pijn te verzachten.
Na Gantheaume Point gaan we naar onze tweede Australische cache (Broome’s Holiday) bij Reddell Beach. Dit is een afgelegen rood zand/rotsstrand. De cache ligt hemelsbreed
ongeveer 60 meter van de parkeerplaats. We moeten echter via het strand omlopen om er te komen. Dit is in de 30°C een behoorlijk verhitte wandeling. Maar wederom: gevonden!
Omdat we verkeerd rijden als we naar een camping willen, gaan we eerst naar de Japanse en Chinese begraafplaatsen. De Japanse begraafplaats is hiervan de meest indrukwekkende. Het
is een begraafplaats waar vanaf ongeveer 1896 de parelvissers begraven werden. Rond die tijd visten/doken met name Japanners en Chinezen bij Broome in de zee naar parels. Velen zijn
hierdoor gestorven: ofwel als gevolg van duikersverlamming (?), ofwel als gevolg van een orkaan. Broome en omstreken is beroemd om de parelindustrie.
Dan gaan we weer op zoek naar een camping en we rijden dit maal goed. We gaan er naar zee om een frisse duik te nemen. Fris is het zeker na ons verhitte dagje. Is dit water
echt 21°C?
We eten bij de camper (kant en klare macaronisalade en een hamburger). Als we zitten te eten komt de Australische buurman langs. Hij maakt een opmerking dat Wouter er weer een stuk
fitter uitziet dan toen bij met de camper de camping op kwam, ruim een uur eerder. Een bijzonder compliment… Het is leuk om te merken dat de Australiërs zo open zijn en
makkelijk in de omgang. Je hebt snel contact. Gisteren bij de Bird Observatory stond er ook al iemand met een schijnwerper/zaklamp te helpen bij het achteruit rijden, toen we de camper
in het donker tussen allerlei bosjes op zijn plek moesten zetten. En vanmiddag kwam er een stel op ons af die ons ‘zomaar’ over “Anastasia’s Pool” vertelden
bij het “Gantheaume Point”. Prettig volkje die Australiërs!
Dag 5 - Dinsdag 1 augustus: Van Broome naar Pardoo Roadhouse
We staan vroeg op, zodat we deze eerste echte reisdag zo ver mogelijk kunnen komen. We zijn om 7.20 uur op weg. Het is niet zo’n ingewikkeld parcours: linksaf vanaf de camping
de weg op, einde rechts, met de weg meebuigen naar links (dan zijn we Broome uit), na ongeveer 30 km 1x rechtsaf en dan 450 km (!!!) rechtdoor.
We vermaken ons met:
- de (bijna) altijd groetende tegenliggers; alleen de bestuurder ‘mag’ groeten. Dat doet hij/zij door twee vingers omhoog te steken van de hand die rustig op het stuur ligt;
- benzinestops; we rijden diesel. Dat leek vanuit NL goedkoop, ware het niet dat hier de diesel zo’n 8 cent duurder is dan de benzine);
- overvliegende roofvogels;
- doodgereden kangaroes en koeien;
- het wisselende doch droge landschap;
- én een overstekende wilde kat.
Deze wilde kat zorgt ervoor dat we weer voor 100% bij de les zijn. Hij steekt pal voor de camper de weg over. Met remmen en goed sturen komen we er allemaal (wij, de kat en de
camper) heelhuids van af. Dan vraag je jezelf af: “Wat bezielt zo’n beest?!” Het is uitgestorven op de weg en dan steekt hij uitgerekend over als wíj eraan
komen! Zag hij het leven in de dorre troosteloze en vooral ook eindeloze wildernis niet meer zitten?
Wij vragen ons ook af wat de twee fietsers bezielt die we onderweg tegenkomen. Ze rijden los van elkaar; alleen dus. En het is in totaal 600 km van Port Hedland naar Broome met
onderweg in totaal drie ‘roadhouses’/benzinestations/campings. Wíe wil je wát bewijzen als je dit parcours in een hitte van meer dan 30ºC gaat
afleggen? Is dít nu een ultieme jongensdroom? Het waren namelijk beide mannen.
Onderweg ligt, om ons te entertainen, nog een cache: “the eighty mile beach”. Deze vinden we vrij eenvoudig bij een picknickplaats.
Je hebt langs de ‘highway’ drie soorten stops:
- Roadhouse. Dit is de meest uitgebreide stop met benzinepomp, winkeltje, restaurant en caravanpark/camping;
- Een uitgebreide parkeerplaats met BBQ’s, overdekte picknickplekken en een wc (annex gat in de grond). Hier kun je ook gratis overnachten;
- Een eenvoudige P, alleen met vuilnisbakken.
We kunnen met onze camper niet harder dan 100 km/pu. Je mag maximaal 110. Met al onze stops zijn we om 4 uur, na 480 km, bij Pardoo Roadhouse en weten we dat we ons doel van
vandaag (Port Hedland, op 600 km totaal) niet gaat halen. Daarom blijven we bij de ‘roadhouse’ op de camping ($20, no power). Er is ook een zwembad, waar we dankbaar
gebruik van maken. Het water is zeer verfrissend; zeg maar koud!. We eten macaroni met rode hamburger/groentesaus bij de camper. We eten zelfs ín de camper, want als de zon
rond 6 uur ondergaat en het donker wordt is het behoorlijk fris buiten. Dat belooft weer een frisse nacht.
Ach ja, een beetje frissigheid is ook ergens goed voor. Toen we de eerste nacht niet goed konden slapen van de jetlag en de kou, heeft Wouter bedacht dat we verkeerd in het bed
van de camper lagen. Om te kunnen slapen moeten we namelijk een plaat uitschuiven vanaf de ruimte boven de bestuurscabine, de camper in. Deze uitgeschoven plaat rust alleen bij het
uiteinde op een randje. Wij waren vervolgens overdwars ten opzichte van de bestuurscabine gaan liggen. Wouter lag op de bestuurscabine en ik lag met mijn gehele gewicht op de
uitgeschoven plaat. Deze boog ook al gevaarlijk door. Dat vonden we ook al enigszins vreemd. Wie bedenkt zo’n slappe constructie, zo dachten wij nog. Bijkomend nadeel bleek dat
ons bed zo te kort was. Wouter moest een beetje scheef liggen, omdat hij anders zijn benen niet kon strekken. En we lagen ook ongezellig ver bij elkaar vandaan. Wat bleek: we moeten in
de lengte boven de cabine liggen, met het hoofd bij de voorkant van de camper en met onze voeten richting de achterkant! Dan ligt het zwaarste gedeelte van je lichaam op het stevigste
gedeelte van het bed én is het bed langer. Waarom hebben we dat niet eerder bedacht?
Dag 6 - Woensdag 2 augustus: Van Pardoo Roadhouse naar Millstream Chichester NP
Weer: zonnig, ongeveer 28ºC
Als we om half 6 opstaan is het nog echt donker en als het licht wordt, blijkt het behoorlijk mistig. Gaat dit onze eerste bewolkte dag worden in Australië? Het valt mee. De
zon brandt al snel de mist weg. We gaan rond 7.10 uur op pad; op naar Millstream Chichester NP. Voordat we daar zijn moeten we wat hindernissen overwinnen en ook de afstand valt tegen.
Het is verder dan we dachten.
We stoppen onderweg in Port Hedland voor een cache (Kooka Namba Lookout), boodschappen en om te tanken. We zijn van plan om van de ‘1 Northern Highway’ direct naar
Millstream Chichester NP te gaan. Daar is echter geen benzinestation. Om met een zo vol mogelijke benzinetank de wildernis in te rijden, moeten we 27 km doorrijden naar Roebourne. Om
daarna dus weer 27 km terug te moeten rijden naar de afslag naar het nationaal park. In Roebourne stel ik ons een op dat moment nog retorische vraag: hebben we voldoende aan een volle
tank om bij de volgende pomp te komen? De volgende pomp blijkt pas in Tom Price te zijn. We bepalen de afstand en de grootte van onze benzinetank. En we komen tot de conclusie dat het
heel erg kielekiele zal worden.
We laten ons daarom nader informeren bij de “i” van Roebourne. We kopen er een meer gedetailleerde kaart waar ook de tankstations op staan aangegeven (altijd handig!) en
campings en P’s onderweg. Verder regelen we een ‘permit’ waarmee we over de ‘private road’ mogen rijden van de “Hammersley Iron Railway Company”.
Hiermee snijden we een behoorlijk stuk af als we van Millstream Chichester NP naar Karijini NP gaan rijden. De ‘permit’ is gratis. Je moet er alleen een video voor kijken met
informatie over het reizen in de ‘outback’, het rijden op ‘dirt roads’ (onverharde gravel wegen) en hoe goed ze voor de betreffende weg zorgen. We weten nu
bijvoorbeeld dat je langzaam moet rijden voordat je een tegenligger nadert en als je elkaar passeert. Dit om stof en opspattende stenen te beperken. Onze tegenliggers hebben de
instructievideo niet gezien. Wij zitten aldoor behoorlijk stof te happen als we een tegenligger op een onverharde weg tegenkomen. En omdat onze buitendeur van de camper niet goed
afsluit, wordt ook de binnenkant van de camper mooi rood. Voor je een boterham op het aanrecht wilt smeren, moet je eerst de boel schoonmaken.
Na de “i” gaan we tanken en kopen (en vullen) we een extra jerrycan met diesel (kosten jerrycan $54). Met een volle tank, de extra jerrycan en toch wat bibbers in de
knieën gaan we (terug) naar Millstream Chichester NP. We komen daar rond half 5 aan. De tocht vanaf de 1 naar het nationaal park is erg mooi. De natuur is extra mooi omdat er veel
in bloei staat en we mooi zacht avondlicht hebben.
We overnachten op de camping bij “Snake Creek”. Dit is een eenvoudige camping met alleen een wc. Dit is een gat in de grond, met een hokje erom heen. Als je ‘bent
geweest’ moet je met een borstel met een chemische schoonmaakvloeistof de pot van binnen schoonmaken; dat schijnt een bacteriële werking op gang te brengen waardoor het niet
gaat stinken. Het werkt ook nog!
Het is heel mooi hier. Bij het riviertje staan veel bomen en struiken. Dit geheel trekt veel vogels aan. Zodra de camper staat, gaan we snel op pad om wat rond te kijken en foto’s
te maken.
’s Avonds blijft het redelijk warm. We eten en lezen terwijl we lekker (in het donker) buitenzitten. Om ons heen klinkt luid kikkergekwaak en de schreeuw van de kookaburra. En
we worden voorzichtig belicht door een halve maan en vele sterren. De maan geeft zoveel licht dat we zelfs een schaduw hebben!
Het is erg rustig op de camping. We staan er met drie andere auto’s. Een toezichthouder of iets dergelijks hebben we niet gezien. En we hebben geen idee hoe we voor deze overnachting
zouden moeten betalen. Het is dus een goedkoop nachtje.
|