Reisverslag - dag 7 t/m 9
Dag 7 - Woensdag 21 maart: Lop Buri – Phitsanulok - Sukhothai
We ontbijten in het gezelschap van allemaal schoolkinderen met gele shirtjes aan. Het is één gele mierenhoop om ons heen. Wij gaan weer voor het Thaise ontbijt: rijst
met kip en groenten en veel vers fruit. We eten elke ochtend heerlijk vers fruit. Vooral de ananas is hier heerlijk! Het is grappig om te zien dat de Thaise kinderen vooral voor de
Westerse ontbijt-dingen gaan.
Na het ontbijt ga ik snel nog even de mooi beschilderde bussen op de foto zetten voor de groepen hier weer vertrekken. Deze bussen hebben we tot nu toe vaak gezien. Ze zijn prachtig
beschilderd of bespoten met felle kleuren en mooie afbeeldingen. Vaak iets met een roofvogel.
Dan gaan we snel op pad. We gaan vandaag een behoorlijke afstand afleggen: van Lop Buri, via Phitsanulok, naar Sukhothai. We rijden over een grote (snel)weg. Voor mij als navigator
is het een eenvoudig ritje; we blijven steeds op dezelfde weg, zonder afslagen. Voor Wouter is het wat inspannender. Om de haverklap wordt er aan de weg gewerkt, bomen gesnoeid of staat
er iets op de vluchtstrook stil. Waardoor er een baan minder is en je snel (want dit soort dingen geven ze bij voorkeur niet, en soms pas heel laat aan) van baan moet wisselen. Opletten
dus! Ook kan er zomaar op de snelweg een stoplicht zijn. Het leuke daarvan is wel weer dat ze vaak een aftelsysteem hebben. In seconden wordt dan aangegeven hoe lang je nog moet wachten
en daarna hoeveel seconden het licht nog groen is. Erg makkelijk. Het went ook snel. Ik zit bij een stoplicht al steeds te zoeken naar het aftelsysteem. Als het er niet is, heb je gelijk
het idee dat je langer moet wachten. Bijzonder hoe dat blijkbaar werkt. Helaas hebben ze niet overal zo’n mooi aftelsysteem.
In Phitsanulok gaan we eerst naar de TAT (tourist office thailand). Daar halen we een kaartje en rondwandeling door de stad en we krijgen de tip om naar een ‘birdgarden’ en
boeddha fabriek te gaan. Wij gaan voor de vogels. De fabriek blijkt er echter naast te zijn, dus die pakken we ook gelijk maar even mee.
In de ‘birdgarden’ (50 Baht per persoon) zien we vele vogels die in Thailand voorkomen, waaronder diverse soorten neushoornvogels. Eén heeft een springende bobbel
in zijn keel. Ik zeg voor de grap dat íe een kikker heeft doorgeslikt en dat die nog in zijn keel springt. Eigenlijk als grapje, maar het blijkt echt waar! Even later spuugt hij en
dode (gestikte?) kikker uit en gaat ermee spelen en in de rondte slaan.
Ik mag ook twee vogels vasthouden. Ook grappig. Eentje vindt het prettig om over zijn kop geaaid te worden. Hè lekker!
We laten de rondwandeling zitten. Het is weer heel erg warm. Te warm om door een stad te wandelen. De buitentemperatuur die de auto aangeeft is 47ºC. al rijdend koelt het af tot
35 ºC.
We gaan naar Wat Phra Si Ratana Mahathat. In de volksmond wordt deze tempel ook wel Wat Yai genoemd (zie www.watyai.com). Deze Wat is een drukbezochte
omdat er een hele speciale boeddha te zien is. De 2e in belangrijkheid in Thailand, na de ‘emerald boeddha’ in Bangkok. Hier is een enorme gouden boeddha. Voor mij als leek
lijkt’ie erg op de andere gouden boeddha die we hebben gezien.
Je mag niet staand een foto maken van de boeddha (dat staat overal op bordjes). Eerst doe ik het braaf zittend. Maar later, als ik een overzichtsfoto wil maken, houd ik mijn toestel
boven mijn hoofd en ik sta in de deuropening. Helemaal fout! Als het toestel nu maar niet hoger was dan de boeddha!
De Wat is verder als Wat niet zo bijzonder. Wel leuk is het enorme circus eromheen. Het is net kermis. Om de Wat zijn allemaal stalletjes. Er lopen veel Thaise mensen en ook veel
monniken. Ik maak een leuke foto van monniken die met een groep een auto in stappen. Ze zien me terwijl ik de foto maak. Ik heb maar vriendelijk naar ze gezwaaid en geglimlacht. Ze leken
het niet erg te vinden. Fotograferen in Thailand gaat eigenlijk heel makkelijk. Mensen letten eigenlijk niet op zodat je vrij eenvoudig van alles en iedereen een foto kan maken. En als
je het vraagt, vinden ze het ook altijd goed dat je een foto van ze maakt.
De andere Wats in Phitsanulok laten we voor wat ze zijn.
We rijden verder naar Sukhothai. Daar willen we overnachten in “Orchid Hibiscus Guest House”. De Lonely Planet is nogal enthousiast over dit ‘guest house’. Er is
een zwembad én er staat in onze reisbijbel beschreven hoe we er moeten komen. Vooral dat laatste spreekt ons bijzonder aan. We rijden er zowaar in 1x naar toe. Jammer is wel dat we
er maar voor één nacht terecht kunnen. We hadden twee nachten willen blijven. Morgen moeten we dus weer verkassen. Maar zorgen zijn voor morgen. Eerst gaan we lekker relaxen
bij het zwembad.
We eten in een restaurant vlakbij het hotel.
Dag 8 - Donderdag 22 maart: Sukhothai
De “Orchid Hibiscus Guesthouse” is prachtig. We slapen in rieten cottages rond een prachtige tuin met veel vogels en bloeiende bloemen en struiken, onder ander
orchideeën. We hebben een hemelbed met witte doeken er omheen. Heel romantisch. De romantiek wordt alleen wel wat minder zodra we in bed gaan liggen: keihard! De Thai schijnen
bekend te staan om hun harde bedden. Tot nu toe waren de bedden wel stevig, maar dit matras slaat alles.
’s Nachts begint het te regenen. Ik denk nog dat de airco op hol slaat. Wat een herrie! Maar dat is dus een tropische regenbui. We wilden vroeg op en hebben de wekker dus vroeg
staan: 6 uur. Die drukken we maar weer uit. Op pad in de plensende regen trekt ons niet zo aan. Zo rond half 8 – 8 uur wordt het gelukkig droog en het blijft de rest van de dag
droog. Het blijft wat bewolkt, met af en toe zon en het wordt zo’n 37ºC. Het is heel benauwd en drukkend warm.
We ontbijten op het terras van de ‘guesthouse’. Ze hebben heerlijke koffie. De eigenaar is van oorsprong een Italiaan; dat zou de koffie-kwaliteit kunnen verklaren.
We gaan naar het ‘historical parc’ van Sukhothai. Dit was ruwweg tussen 1200 en 1400 de koninklijke hoofdstad van Thailand. Daarna verhuisde de koning naar Ayuthaya. We
vinden het mede daarom verrassend dat de Wat’s in Sukhothai beter bewaard zijn gebleven dan in Ayuthaya. De chedies zijn nog mooi in tact en ook de beelden en versierselen
zijn mooier en minder beschadigd.
We kopen toegangskaartjes voor allerlei Wat’s in en rond oud-Sukhothai en voor het museum. Eerst gaan we met gehuurde fietsen (20 Baht per fiets) door het centrale gedeelte van
het ‘historical parc’. Hier liggen op een gebied met een radius van 1,5 km een aantal Wat’s. Wat Mahathat is daarvan de mooiste en de grootste. Van deze ruïne is
nog het meeste over en het is ook qua oppervlakte de grootste. Een soort hoofd-wat van het gebied. Deze Wat heeft ooit bestaan uit 200 chedies… 200!!
In de Wat Mahathat spreekt een Thais meisje ons in het Engels aan. Onze eerste reactie is: “wat zou ze verkopen?”. Ze heeft echter niets in haar handen. Dan denk ik dat ze
haar Engels wil oefenen, dat ze gewoon met ons wil praten. Er staan twee oudere vrouwen bij die haar een soort van aanmoedigen om met ons contact te leggen. Ze vraagt waar we vandaan komen
en hoe we heten Zij heet ……..; een hele lange naam. Na de derde lettergreep ben ik de eerste alweer vergeten.
Gelukkig zegt ze zelf al dat dit ook afgekort wordt tot An.
OK, dat kunnen we onthouden. Ze komt uit Bangkok. Aanleiding voor het gesprek blijkt te zijn dat ze met ons op de foto willen. Grappig wel; nu zijn wij in ene de attractie! Bij het
poseren voor de foto maak ik automatisch de beweging om mijn arm om de mensen heen te slaan. Ik herinner me net op tijd dat lichamelijk contact in Thailand niet zo gewoon is als bij ons
in Nederland en kan nog net op tijd mijn arm weer intrekken.
Na een paar uur Wat’s kijken in de hitte verlangen we naar schaduw en/of een zwembad. We gaan eerst nog even lunchen en daarna naar het “Pailyn Sukhothai Hotel”. Dit
is een *****hotel met een eigen restaurant en zwembad. Yeah! We houden een rustige middag bij het zwembad. We zijn de enigen met dit lumineuze idee. Het hele bad, inclusief de bar met
bediening voor onszelf!
We laten de was doen in het hotel. Dit leveren we om 2 uur in en als we om half 6 terug in onze kamer komen, hangt het alweer gestreken en droog in de kast. Wat een service! Op de
lijst met items die ze gewassen hebben, met de prijs, staan ook twee wanten/handschoenen. Hè?? Die hebben we toch niet mee in deze hitte?? Het blijken onze washanden te zijn. Ha,
ha! We vragen ons af of ze wisten wat het waren en stellen ons voor hoe ze er verbaasd naar hebben zitten kijken, zich afvragend wat dit in hemelsnaam zijn.
We eten in het hotel. Er is helaas geen buffet. Jammer …..
Het hotel is op zich wel luxe, maar het is een beetje vergane glorie. We vragen ons ook af hoeveel kamers er bezet zullen zijn.
We kiezen allebei ‘fried noodles with spicey mixed fish’. Als we allebei een bord met vis en groente krijgen, wachten wij nog op de ‘fried noodles’. We verwachten
een apart bordje met een soort bami, net als we eerder steeds apart de rijst erbij hebben gekregen. De bediening observeert ons duidelijk en ze vragen zich ook overduidelijk af waarom we
nog niet eten. Voor ons is dat helder: we wachten op de noodles. Als ik de bediening vraag waar de noodles blijven, blijken ze al op het bord te liggen. Ik geloof ze niet en vraag waar
ze dan liggen omdat ik ze niet kan zien. Waarop de kelder met enige gêne mijn vork pakt en de noodles aanwijst. Mmmmm, niet zo snugger van ons! Wat een flater!
Dag 9 - Vrijdag 23 maart: Sukhothai – Chiang Mai
De wekker staat op half 6; gruwelijk vroeg dus. We willen namelijk én veel doen én ver reizen. We skippen de andere Wat’s en bezienswaardigheden rond Sukhothai
wegens tijdgebrek. We moeten namelijk dinsdag de auto inleveren in Chiang Mai en we willen eigenlijk nog een rondje ten westen van Chiang Mai rijden door de bergen en langs verschillende
bergvolken. Keuzes zijn er om gemaakt te worden. Het resultaat is… vroeg op. Op naar het olifantencentrum in Lampang!
Als we om 6.10 uur de eetzaal binnenkomen zijn we niet eens de eerste ontbijtgasten.
We rijden om klokslag 7 uur bij het hotel weg. We gaan via de 12 en de 1 naar het noorden. Onderweg komen we twee keer langs een politiecontrole. De weg is afgezet en de politie staat met
een man of acht te controleren. Ojee, zijn we weer de pineut? Om een goede en coöperatieve indruk te maken doen we de muziek uit en zetten we onze zonnebrillen af. We mogen
doorrijden. Ze pikken alleen kleine vrachtautootjes uit de rij. Ze lijken niet geïnteresseerd in rijke toeristen, gelukkig. We zitten relatief dichtbij de grens met Birma/Myanmar. Daar
wordt veel teak vandaan gesmokkeld. We vermoeden dat dat de reden is waarom er zo veel gecontroleerd wordt.
Onderweg stoppen we nog bij Wat Phra That Lampang Luang. Dit is de best bewaard gebleven houten Wat en is gebouwd in 1400 nog iets. Oud dus. De Wat is inderdaad mooi. De Lonely Planet
noemt het een ‘must see’. Het heeft prachtig houtsnijwerk en mooie schilderingen. Er wordt ook weer volop geofferd en gebeden. Eén familie heeft boeddha iets heel
belangrijks te vragen. Ze hebben een varkenskop meegenomen om boeddha goed te stemmen. Yek! Neus, oren, alles zit er nog aan.
Er is ook een huisje waar vrouwen niet in mogen. Een mannetje leidt Wouter naar binnen. Het is een camera obscura waar Wouter op een wit doek een weerspiegeling van de chedie ziet en ook
de mensen die er langs lopen. Wel bijzonder volgens Wouter; jammer dat ik er niet in mag!
Na de Wat rijden we door naar “Lampang Elefant Conservation Center”. Dit is een centrum waar de Thaise olifant tegen uitsterven wordt beschermd. Ze bieden gratis medische
zorg aan olifanten van particulieren, vangen gewonde olifanten op en trainen olifanten voor typisch Thais olifantenwerk: boomstammen sjouwen enzo.
We zijn te laat voor het dagelijkse bad (11.30 uur). Het bad was al om 9.45 uur. Wel zijn we ruim op tijd voor de show van 13.30 uur. Vanaf de parkeerplaats moet je met een tram/busje
naar het echte olifantengebeuren.
Daar gaan we eerst een half uur olifant rijden We zitten samen op een bankje op 1 olifant. Elkaar fotograferen is dus niet mogelijk helaas. Fotograferen is überhaupt een hele
opgaaf. Het schudt nogal. Ik vind het veel minder eng dan ik gedacht had. Ik vond dat dit iets was wat ik móest doen. Maar met mijn hoogtevrees was het niet bepaald iets waar ik
me op verheugde. We zijn met de olifant een klein rondje door wat bosjes gegaan; omhoog en omlaag over een heuvel. Ik vind omlaag minder eng dan omhoog. Verrassend wel. Bij Wouter is
het net andersom. Ik vind het achteroverhangen beduidend enger.
Onze olifant heet Safieth en de ‘chauffeur’ Deng. De olifant is 30 jaar. We komen langs een jong van 4 maanden oud; een klein pluizig olifantje. Op de terugweg heeft Safieth
het warm en geeft hij zichzelf even en douche. We staan voorover bij het water en worden vanaf de zijkanten nat gespoten met de slurf. Ik zeg ‘we’, want niet alleen Safieth
wordt nat. Ja, leuk olifant rijden!
Het op- en afstappen is gemakkelijk. Ze hebben een bouwsel gemaakt zodat je op olifantrug-hoogte kunt opstappen.
Na deze topattractie hebben we nog wat tijd om souvenirs te kopen (van olifanten natuurlijk) en om olifantenfoto’s te maken. We kunnen ook een olifant over de slurf aaien. Een
heel apart gevoel; een beetje een mengeling van leer en puppelig rubber. De haren/vacht die meer naar boven op de kop zitten (tussen de ogen), zijn echt hard. Beetje borstelachtig. Tijdens
het aaien gaat de olifant met z’n slurf op onderzoek uit. Ik heb nu allemaal slurf-sporen op mijn shirt staan.
Om half 2 is de olifantenshow. Hier laten de olifanten zien hoe ze nuttig werk kunnen doen zoals hout versjouwen; door te duwen, te trappen, te tillen met hun slagtanden of te verplaatsen
met hun slurf. Ze doen ook minder nuttige dingen zoals de vlag hijsen, trommelen, schilderen, muziek maken. Het is een bijzonder gezicht hoe de kleine Thaise mannetjes deze grote beesten
kunnen laten doen wat ze willen. We maken een hoop foto’s en ik maak ook een paar filmpjes met mijn camera. Altijd leuk!
Om 3 uur hebben we alles gezien, alle olifanten minimaal 1x op de foto gezet én we hebben gegeten. Klaar om verder te gaan. We wilden voorbij Chiang Mai rijden. Maar we zijn moe
en dat is vooral voor Wouter als chauffeur niet zo handig. We zoeken dus een hotel in Chiang Mai, dat makkelijk vanaf de 11 bereikbaar is, niet in het centrum ligt en mét zwembad.
We komen terecht bij “Lotus Hotel Pang Suan Kaew”. Dit is weer een ‘sjiek de friemel’ hotel met 420 kamers en 16 verdiepingen. Het is onze duurste nacht tot nu
toe: 1800 Baht (ongeveer €36). Ik vind het het wel bijzonder om in van dit soort luxe hotels te slapen. Dat hebben we nog nooit eerder gedaan. En hier in Thailand zit je voor weinig
geld in een *****hotel. Daar gaan we maar weer eens van genieten! Er komt een mannetje helpen de tas uit de auto tillen, naar binnen te brengen, de deur voor ons open te houden, ….
hij brengt de tas naar onze kamer, doet alle lichten aan, zet de tv aan…. Wat een service! Dat dit soort verwennerij went blijkt als we later na het eten terug in het hotel
komen. De portiers staan dan bij een andere deur dan waardoor wij naar binnen komen. We zijn helemaal een beetje verbaasd (en ook een beetje geïrriteerd?) als de deur niet voor ons
open wordt gedaan.
In het hotel is het eerste wat we doen lekker naar het zwembad (17.00 uur) en een uurtje nixen. Dan gaan we douchen en uit eten. We gaan naar de “Sisszler”. Mmmmmm…! Absoluut
niet Thais of zelfs maar Aziatisch, maar wel erg lekker na alle rijst met kip die we hier eten.
Ons hotel grenst aan de ‘mall’ waar dus ook de “Sisszler” in zit. Na het eten gaan we nog even langs wat marktstalletjes. Het is een soort ‘nightmarket’,
maar dan in het heel klein.
|