Reisverslag - dag 4 t/m 6
Dag 4 - Zondag 18 maart: Bangkok – Damnoen Saduak (floating market) – Kanchana Buri (Tiger Temple)
Ik zit nu te schrijven onder het genot van vers fruit en vals gezongen karaoke. Hoe dat zo komt… zie aan het einde van deze dag.
We starten onze dag om half 6 om op tijd (=8 uur) bij de autoverhuurder te zijn. Na een frisse douche en weer een goed ontbijt van het ontbijtbuffet gaan we rond 7.15 uur met een
taxi op pad. De taxichauffeur is groot fan van Liverpool (voetbal). Dat kijkt hij op tv via de kabel. Ze moeten vanmiddag weer en hij gaat kijken! Als echte fan heeft hij zijn complete
taxi van boven tot onder volgeplakt met stickers, vaantjes en ik weet niet wat nog meer; allemaal van Liverpool. Hij weet helaas niet waar de Avis zit en dat kost een paar telefoontjes,
geschreeuw in een mobilofoon en verdwaasd op de kaart staren. Maar we komen er! Klokslag 8 uur staan we bij Avis op de stoep. Prachtige timing. We zijn hier zelf erg trots op, maar
realiseren ons ook dat de Thai minder van de tijd en minder punctueel zijn. Het zal de autoverhuurder waarschijnlijk niet eens opgevallen zijn. We krijgen een grotere auto dan we geboekt
hadden en we hadden al geen kleintje gereserveerd! Zie de foto’s voor dit a-sociale fomaat. Als het Thaise verkeer nu nog niet voor ons aan de kant gaat….! We denken met onze
omvang een enorm ontzag in te boezemen bij de andere weggebruikers.
De eerste politieman die we tegen komen (dat is bij de eerste afslag na ons vertrek bij Avis) is echter niet zo onder de indruk. Hij ruikt ons geld. We hebben volgens hem niet netjes
van baan gewisseld, we hebben beslist te veel geslingerd, nee… dat is niet goed! Wouter heeft gelukkig ergens gelezen dat dit kan gebeuren. Hij blijft kalm en probeert de man
met 100 Baht te sussen. Maar “no, no Money”. Wel tekent hij nog maar eens een keer de ‘gevaarlijke verkeerssituatie’ na die we hebben veroorzaakt. En hij wijst op
een Thaise tekst in zijn bonnenboekje. 200 Baht is ook onvoldoende. We moeten mee naar het politiebureau, zegt hij. Ik ben inmiddels bloedlink. Wat denkt die man wel!!!? Die Thaise
glijmbal! Engels lijkt hij van geen kant te verstaan. Totdat Wouter 1000 Baht inzet (ongeveer €20). Dan praat hij plots wel een woord over de grens. Voldaan moffelt hij het geld
weg en laat ons gaan, nadat hij eerst nog een grapje over handboeien heeft gemaakt. Wat een corrupte slijmbal! We gaan er snel vandoor voor hij zich weer bedenkt.
Gelukkig heeft de politieman ons, in zijn vriendelijke fase, nog wel de plaats genoemd die we op de verkeersborden aan moeten houden als we naar Damnoen Saduak (floating market)
willen.
Dat lukt en we rijden foutloos Bangkok uit. Het scheelt dat het zondag is. Het is lang niet zo druk als vrijdag en zaterdag op de weg. Maar toch zijn we trots op onszelf. En ik op
Wouter: rijden in Bangkok, in zo’n enorme SUV, links, … en dat met maar 1x de ruitenwisser aan te zetten!
Wij rijden via de 35 de stad uit en gaan dan rechtsaf naar Damnoen Saduak.
Daar komen we rond half 11 aan. De parkeerplaatsen worden al ver van te voren aangeboden. Wij rijden door tot bij de drijvende markt en blijken daar ook nog makkelijk te kunnen
parkeren (20 baht).
We lopen eerst een beetje aan de wal op en neer om ons te oriënteren en gaan dan een boot in. We hebben een privé-boot. Een mevrouw peddelt ons door de smalle
kanaaltjes.
We varen langs winkeltjes en andere bootjes. De winkeltjes aan de wal verkopen vooral souvenirs. De andere bootjes vaak eten. We kopen een boeddha voor Roos en 2 kokosnoten (voor de
melk) voor onszelf. Zodra we ‘nee’ schudden naar de verkopers snapt onze bootsvrouw dat we verder kunnen. Authentiek is het niet meer met alle toeristen en
souvenirstalletjes. Leuk is het echter wel. En er varen gelukkig ook nog echte Thai met mooie hoeden en Thaise etenswaren.
Het bijzondere is dat het op de smalle kanaaltjes krioelt van de boten, maar dat ze elkaar eigenlijk nooit raken. We schampen ook maar 1x tegen een andere boot. En dat was omdat de
andere bootsvrouw net even lekker een maiskolf zat te eten. Even afgeleid dus.
We kopen nog wat fruit voor de lunch en gaan dan weer op weg. Op naar Kanchana Buri.
De wegen staan gelukkig met wegnummers aangegeven. Alleen op de Thai-talige borden hadden we onze weg niet kunnen vinden. Met een stop onderweg om een ijsje te eten, zijn we rond
half 3 voorbij Kanchana Buri, bij de tijgertempel. We gaan tijgers aaien!!!
We hebben op internet gelezen over het tijger-aaien en we hebben daar ook een routebeschrijving geprint (tigertemple.com). Zonder hadden we het nooit gevonden.
Monniken vangen gewonde en door stropers gevangen wees-tijgers op en huisvesten ze bij hun tempel. Als middagactiviteit laten de monniken de tijgers uit de hokken en wandelen ermee
naar de canyon. Daar liggen, als we er komen, zo’n acht tijgers aan kettingen. Ze liggen lekker een middagdutje te doen en klaar om met ons op de foto te gaan. We hebben 300 baht
per persoon betaald om het gebied rond de tempel in te mogen. Voor het aaien zelf hoef je niet te betalen. Fooien (giften) worden natuurlijk zeer gewaardeerd.
Het is een behoorlijk commercieel circus, maar dat neemt niet weg dat het tijger aaien heel leuk is! Ik heb tijgers geaaid!!
Je gaat met twee begeleiders: iemand die je hand vasthoudt om ervoor te zorgen dat je niet verkeerd loopt; een ander om, met je eigen fototoestel, foto’s te maken. Ik mag eerst.
Wouter wacht achter een hekje en maakt van een afstandje alvast leuke tijgerfoto’s. Wat een pret! Eerst aai ik nog wat voorzichtig. Maar die tijgers liggen zo voor jaffa dat ik
niet bang ben dat ze wat doen. Het heet een ‘afternoon exercise’ voor ze. Fit zullen ze hier niet van worden, vrees ik. Ik ga met vier tijgers op de foto. Mijn fotografe
gaat helemaal los met mijn fototoestel. Ze maakt een heleboel foto’s en ook hele leuke.
Wouter gaat na mij. Hij hoort één van de tijgers snorren. Deze tijger ligt ‘belly up’. Daar mag je ‘m aaien. Dat gaat Wouter echter te ver. Hij aait zijn
rug. Gemiste kans!
We kijken nog een tijdje van een afstandje toe en nemen veel leuke tijger ‘close ups’. Dan ga ik nog een keer tijgeraaien. We zijn er nu toch! Nu heb ik een wat minder
geïnspireerde fotografe. We lopen ook de leuke tijger (waar je een beetje overheen mag liggen) voorbij zonder foto’s te maken. Ik vraag of ik ook met deze slome op de foto
mag. Dat mag, maar ik moet wel even vijf minuten aan de zijkant wachten. OK. Dan mag ik bij de tijger. Een monnik doet voor hoe ik met mijn hand en kin op de tijger kan gaan liggen.
Kicken!! Dit is best spannend! Ik doe vooral mijn best om niet mijn evenwicht te verliezen zodat ik met mijn volle gewicht op de tijger beland. Gelukkig gaat alles goed. De tijger
snurkt rustig verder.
We gaan via de hokken van de tijgers terug naar de auto. Daar zijn nog twee jonge tijger welpen van 4 maanden oud.

Het is al ruim vier uur als we richting Kanchana Buri vertrekken op zoek naar een hotel. Alles ging tot nu toe voorspoedig (als je die politieagent even niet meetelt). Hoog tijd
voor wat tegenslag.
In Kanchana Buri rijden we door een drukke hoofdstraat met heel veel Thaise borden waar geen touw aan vast te knopen is. Hotel? Geen idee waar we zijn en waar we heen moeten. Keren
dus. Na wat zoeken en hele smalle weggetjes, vooral voor onze enorme bolide, vinden we de plek waar het hotel zou moeten liggen die we hadden uitgezocht in de Lonely Planet. Dit hotel
bestaat echter niet meer. De hotelletjes ernaast vinden we wat aftands. We gaan op zoek naar het luxe “River Kwai Resort”, buiten de stad. Dat kunnen we echter helemaal
niet vinden. Keren dus.
Terug rijden we langs het “Good View Resort and Restaurant”. Het lijkt er goed uit te zien. Keren dus. Op naar het mooie uitzicht. Ze hebben nog plaats. We overnachten
voor 1200 Baht in een schattig houten huisje aan de River Kwai (of één van de vele zijarmen). Het oogt rustiek, maar zo klinkt het niet. Bij ons restaurant schalt luide
muziek (herrie zeg maar) en op de rivier komen boten voorbij waarop disco’s en karaokebars vertier bieden aan de Thai. Er zijn echt hele veel van die boten! Elke boot vervoert maar
een paar mensen. Wij hebben een mooi advies: ¾ van de boten van het water halen en met de mensen op minder boten een feestje bouwen. Iets zegt me dat ze niet naar ons advies
zullen luisteren.
We eten buiten op het terras aan de rivier. Dit gaat met de nodige taalproblemen gepaard. Toch lukt het ons om het eten te krijgen wat we willen: rijst (lijkt wel nasi), Thaise
salade (is wat minder, veel verse drillerige vis en hele hete groene curry) en gebakken vis. Wouter brandt zijn mond aan een peper bij de vis. Als je die overslaat is het verder gelukkig
niet zo heet meer. We hadden bij het bestellen nog aan kunnen geven dat we het eten ‘mai pet’ (= niet te heet) wilden hebben. Dat zijn we in de vuur van de taalstrijd
vergeten.
Zo meteen lekker slapen. Alhoewel…. Lekker!? De herrie zal ons nog wel even wakker houden. We moeten wat over hebben om op deze mooie plaats te mogen slapen!
Dag 5 - Maandag 19 maart: Kanchana Buri – Ayuthaya
De feestboten blijven de hele nacht langskomen. Zo is het een paar uur rustig en dan komt er weer één voorbij. Ook ons hotel lijkt soms de turbo op de stereotoren gevonden
te hebben. Om 1 uur en om half 3 ’s nachts zitten we bijna rechtop in bed van het lawaai. Onvoorstelbaar wat een herrie! Als we om 8 uur zitten te ontbijten, komt er weer een
feestboot voorbij met de bijbehorende herrie. Er staan nog steeds (of weer?) mensen op de boot te dansen. Is dat nu Thais vertier? Het lijkt hier net alsof ze denken “er is hier
herrie, we maken lawaai, dus het is leuk”. Heel bijzonder!
Na ons wat rommelige nachtje ontbijten we buiten op het terras. Dan gaan we naar Wat Tham Mangkon Thong; ofwel ‘the cave temple of the golden dragon’. Dit bestaat uit
meerdere gebouwtjes en een grot met allerlei kleine tempeltjes erin. Het is een behoorlijk lang parcours onder de grond. Elke ruimte heeft een naam. We worden rondgeleid door twee kleine
jongetjes (8 jaar?). Zij noemen bij elke ruimte de naam van de ‘loom’. Het duurt even voordat we doorhebben dat ze de naam van de kamer in het Engels zeggen: …. Room. Ik
heb ze al een paar keer nagezegd zonder dat ik doorhad wat ze precies zeiden. Ik dacht dat het Thais was. Thais Engels… het blijft lastig. Onze ‘gidsen’ wijzen ook aan
waar we op moeten passen voor ons hoofd. Dit zijn over het algemeen plaatsen waar zij zelf rechtop onderdoor kunnen lopen. We worden echt vrienden met de ‘mannen’ als ik ze
voor een boeddha op de foto zet en ze op het schermpje van mijn fototoestel het plaatje laat zien. Wat een pret!
De meest spraakzame stelt zich voor: Ieth (of zoiets). Zijn vriend heet Baht (of zoiets). Wij onthouden het door te denken: Keith (zonder k) en Bart (zonder l, …. Grapje r).
Als we uit de grot komen en onze gidsen hun fooi hebben gekregen vertelt Ieth aan alle andere jongetjes dat ik Carin heet. Erg grappig! De mannen zijn duidelijk blij met hun fooi en bergen
het zorgvuldig op in hun portemonnee. Ze hebben 20 Baht gekregen: 40 cent.
Wij kijken nog even bij de andere gebouwen op het terrein rond. Opvallend zijn vooral een toren met een grote trommel en een gedenk-iets waarvan wij in eerste instantie denken dat het een
tempel is. Dat er een ziekehuisbed voor staat vinden we al wel gek (een offer?). Dan zien we dat het een soort crematorium is. We zien de bak met kooltjes en de ruimte waar het lichaam
verbrand zal worden. Heel gek en een beetje luguber ook wel.
Dan rijden we terug naar Kanchana Buri. Onderweg stoppen we nog bij de “Chung Kai War Cemetary”. Dit is naast ons hotel “Good View”. Hier liggen de slachtoffers
begraven van de bouw van de Birma spoorweg, waaronder veel Nederlanders. De begraafplaats wordt heel goed onderhouden en alle slachtoffers zijn met naam, rang, leeftijd et cetera begraven. Het
zijn dus geen anonieme graven. Het plakaat bij de ingang is ook in het Nederlands. Verrassend! Wij staan alle twee eerst de Engels tekst te lezen.
In Kanchana Buri gaan we naar het “Thailand-Birma Railway Centre”. Dit is een museum over de bouw van de spoorweg. Ik vind het bijzonder indrukwekkend. Er zijn zo waanzinnig
veel mensen omgekomen; overleden door ziekte, uitputting, ondervoeding, de condities waaronder ze moesten werken en dán nog het zware werk dat ze moesten doen. De spoorweg is van
juni 1942 – oktober 1943 gebouwd. Terwijl experts hadden gezegd dat de bouw minimaal 5 jaar zou duren! Onvoorstelbaar allemaal.
Vooral ook omdat Wouter’s opa ook aan de spoorlijn heeft gewerkt én het heeft overleefd. Dat maakt het allemaal nog indrukwekkender. Helaas weten we niet op welke plek hij aan
de spoorlijn heeft gewerkt en in welke periode (de volle 1,5 jaar of een deel daarvan?). Nu we dit gezien hebben vinden we het niet verwonderlijk dat opa zo’n stille man was die het
moeilijk vond om zijn emoties te tonen. Wat moet hij hebben meegemaakt?!
Om het nog eens rustig te kunnen nalezen kopen we een fotoboek met een toelichting over de bouw van de spoorlijn (in het Nederlands!).
Na het museum gaan we naar de brug over de River Kwai. Dit is niet meer de originele brug. De eerdere houten en stalen versies zijn gebombardeerd. Bij de brug is het echt schroeiend
heet. Wat een hitte! Er zijn hier veel souvenirstalletjes. We hebben er een oog voor; snel weer de auto met airco in!
We verlaten Kanchana Buri rond half 2 en rijden via de 323 en 346 naar Ayuthaya. De reis erheen verloopt soepel. We moeten slechts één keer keren omdat we een afslag hebben
gemist. In de stad hebben we echter weer veel moeite om ons te oriënteren. Het hotel waar we heen willen kunnen we niet vinden. De straatnaamborden zijn slecht leesbaar en uit alle
Thaise reclameborden kunnen we absoluut niets zinnigs opmaken. Geen idee waar we rijden of waar we heen moeten. Op mirakuleuze wijze komen we toch in de goede straat en vinden we
uiteindelijk toch nog het hotel: Ayothaya Hotel. Dit is één van de betere hotels hier in de stad en pal in het centrum. Er is een zwembad. Daar gaan we dus even in. Het
onweert en regent heel kort, zodat we al snel weer naar binnen moeten.
We gaan eten in een Thais restaurant met uitzicht op de verlichte (het is donker) tempelcomplexen. Een mooi punt!
Als we teruglopen van het restaurant naar het hotel hebben we een nadere kennismaking met de straathonden van Ayuthaya. In onze reisgids hebben we gelezen dat deze snel bijten als je te
dicht bij ze in de buurt komt. We lopen dus aldoor braaf met een flinke boog om de honden heen. Het zijn er echter vrij veel en het is niet altijd mogelijk om ze allemaal te ontwijken. Nu
lopend over de stoep komen we blijkbaar toch te dichtbij een zwerfhond. Hij komt blaffend en grommend op ons af en bijt naar mijn kuit. Dit keer is het eens een voordeel dat ik dikke kuiten
heb (bij het kopen van laarzen is het niet altijd handig). Nu wel; de bek van de hond komt niet om mijn kuit. Hij krijgt geen grip en zijn tanden glijden langs mijn huid. Ik voel de slijm
van z’n bek nog zitten. Pfoeie… dat loopt goed af. Voor het zelfde geld had de hond me echt gebeten en hadden we op zoek gemoeten naar een dokter voor een
tetanus-spuit.
Terug in het hotel mailen we even naar huis. Er is een mail van pap en mam. Thuis stormt het, regen en hagel…. Wat een rotweer! We gaan haast de enorme hitte hier waarderen. We weten
niet hoe warm het hier is, maar het is hier héél warm! We verliezen liters vocht aan zweet. Alles moet een tempo lager. In Hollands tempo is het hier echt niet te doen. Gelukkig
heeft onze auto een airco en tot nu toe de hotelkamers ook.
Dag 6 - Dinsdag 20 maart: Ayuthaya – Lop Buri
Wouter heeft gisteren de wekker vérzet maar niet gézet. Gevolg: we zijn later wakker dan we hadden gehoopt.
We genieten van een Thais ontbijt in het hotel. Dit betekent dat we al om 8 uur ’s ochtends aan de rijst met kip en groente zitten; lekker gekruid, in ieder geval met knoflook. Het
klinkt gek, maar het is best lekker.
Tijdens het eten zien we een mevrouw van het hotel koffie en fruit van het buffet pakken. Wouter probeert te zien waar zij heen gaat, maar is haar al snel uit het oog verloren. Als we
terug lopen naar onze kamer zien we de koffie en fruit voor een boeddha beeld staan: geofferd. Wat een bizarre gewoonte is dat toch. Hier in Thailand staan op de gekste plekken
gedenkhuisjes en boeddha beelden. En altijd ligt er wat bij: bloemenkransen (te koop vanuit de auto bij stoplichten), flesjes water, en nu dus koffie en fruit. Elk hotel heeft zo’n
boeddha beeldje. Het is voor het eerst dat we eten van het buffet naar de boeddha zien gaan. Wouter vindt het maar nep; eten offeren dat niet eens van jezelf is. Ik vind het een beetje op
het voeren van een pop lijken. Als kind doe je het vol overgave, terwijl je natuurlijk best weet dat de pop het niet opeet. Zo moet het toch ook zijn als je eten bij een boeddha beeld
brengt. Of zou ik nu absoluut niet begrijpen waar het om gaat?!?
Na het ontbijt verlaten we het hotel en gaan naar de overblijfselen van de oude tempels en paleizen in Ayuthaya. De namen van alle Wat’s die we hebben gezien zal ik je besparen. De
bouw is hier heel anders dan in Bangkok en Kanchana Buri. Het zijn meer Khmer bouwsels zoals in Angkhor Wat in Cambodja. Ik vind het jammer dat het zulke ruïnes zijn. Er staan nog wel
wat chedies overeind, maar bij veel stenen moet je voor jezelf een voorstelling maken wat het is geweest. Dat gaat me duidelijk minder goed af.
Ayuthaya is van 1350-1767 de hoofdstad geweest van Thailand. De gebouwen/ruïnes stammen ook uit die periode.
Opvallende dingen in Ayuthaya vind ik:
- Een enorme gouden boeddha. Hier wordt veel geld geschonken of geofferd. In de tempel staat er zelfs een kluis voor. Ook hebben we hier dames gezien die al biddend met een koker met
stokjes voor zich zitten. Het zijn een soort mikado-stokjes. Ze schudden de koker net zo lang tot er een stokje uitvalt. Dan lezen ze de tekst op het stokje. Hier zal wel een spreuk of
motto op staan vermoeden we. Tot slot lopen ze naar een kast met allemaal papiertjes en pakken hier een papiertje uit (hun dagspreuk of motto?).
- Bomen groeien op gekke plekken. We zien er één op een ruïne van een chedie groeien en één met de boomwortels om een hoofd van een boeddha heen. Bij
het ingegroeide hoofd staat speciaal met voorbeeldfoto’s aangegeven dat je geen foto’s van personen mag nemen wiens hoofd hoger is dan dat van de boeddha. Lastig, want het
boeddha-hoofd zit redelijk laag ingegroeid.
- In de tempels/ruïnes zijn veel kapotte boeddha’s: onthoofd, zonder arm. Ook al heeft de boeddha geen hoofd, toch hebben ze het/hem (?) een oranje sjerp omgehangen. Ik heb
hier net een foto van genomen, als ik een bordje tegenkom waar op staat dat je geen onthoofde boeddha mag fotograferen. Sorry!
Vandaag doen we ons best te integreren met de Thai. We hebben al Thais ontbeten met rijst en kip. Als lunch nemen we Thaise soep. Dit kopen we hij een stalletje bij een Wat. We mogen
een soort mie uitzoeken. Dit hangt ze met een schepnetje met wat groente even in de bouillon. Dan gaat er wat vlees bij en dit alles gaat in een bakje. Daar doet ze vervolgens een schep
bouillon bij. Alle slierten eten onhandig. Het is wel lekker!
Ik wordt ook steeds beter in het Thais plassen. Ik zit/sta al goed om op de wc. Maar ik verbaas me nog wel over de minimale afmetingen van het geheel. Om mijn verhaal kracht bij te
zetten, heb ik een foto van de wc gemaakt. Je moet de wc doorspoelen met een bakje water. Terwijl ik de foto maak hoor ik een Thaise mevrouw buiten “farang …..” zeggen.
Ze hebben het over mij. Dat is duidelijk. Een jongetje moet hard lachen. ‘Farang’ betekent buitenlander. Ze zegt vast iets in de trant van: “die farang maken ook overal
foto’s van!”.
Om onze Thaise integratie helemaal af te ronden kopen we vandaag slippers. Iedereen loopt hier op slippers: iedereen sloft en slippert. Ook wel zo handig bij de Wat’s waar je je
schoenen uit moet trekken. Als wij onze bergschoenen aan hebben zijn we bij zo’n Wat altijd wel even bezig. Daar gaat vanaf nu dus verandering in komen! Onze slippers zijn 200 Baht
per paar (€4).
Tijdens de lunch in Ayuthaya begint het te onweren en ook behoorlijk hard te regenen. Bij de Wat die we na de lunch bezoeken, regenen we nog behoorlijk nat. Het zal weer niet waar zijn: heb
ik net gisteren naar huis gemaild dat het hier heet en zonnig is, krijgen we onweer en regen! Datzelfde overkwam ons in Australië afgelopen zomer. Ook daar hadden we net een
mooi-weer-bericht naar huis gemaild, toen we een dag regen kregen.
Na Ayuthaya gaan we (rond 2 uur) naar Lop Buri. Dit is iets meer naar het noorden, een kleine 80 km. We hebben weer even moeite om ons te oriënteren, maar we hebben toch al snel
door waar de bezienswaardigheden in het centrum zijn.
Lop Buri is bekend om zijn apen. Er is een Wat waar de apen op en over lopen. Dat leek ons wel speciaal om te zien. In het algemeen vallen de Wats en overblijfselen in Lop Buri wat tegen. Het
is kleinschalig en er staat weinig meer overeind. Ook de apen zijn anders dan we ons hadden voorgesteld. We dachten ‘leuk apen’. Maar daar lopende lijkt het meer een plaag. De
apen zitten overal! Op straat, in de elektriciteitsdraden en masten, boven winkels, op balkons, in bushokjes, … Om te voorkomen dat de apen mensen aanvallen, worden ze 3x per dag
gevoerd. We zien een aap op een elektriciteitsdraad zitten die lekker een zakje chips eet. Ik denk niet dat hij deze ‘gekregen’ heeft. Op de Wat zitten ook een paar apen. De
meeste zitten echter in de schaduw langs de straten om de Wat heen.

Na een wandeling door de oude stad en het kopen van slippers, gaan we op zoek naar een hotel. Zo soepel en voorspoedig als het autorijden van stad naar stad gat, zo moeizaam en
problematisch is het zoeken van een hotel. We kiezen een hotel uit op basis van een beschrijving in de Lonely Planet en gaan die zoeken. Na veel keren, rotondes rijden; en nog eens keren
en nog een rotonde, komen we niet waar we willen. Wellicht rijden we wel langs het bedoelde hotel, maar zien we het niet. Tussen alle Thaise teksten en uithangborden is de tekst
“hotel” moeilijk te vinden. Een extra complicerende factor is een evenement waarvoor een heleboel bussen met schooljeugd naar Lop Buri zijn gekomen. Het rijdt hier vol mooi
geschilderde bussen met jeugd in knalgele shirtjes. Geel is de kleur van de koning, omdat hij op maandag geboren is. Daarom hebben heel veel Thai gele shirts aan, zo ook de jeugd voor dit
evenement. Gelukkig kleurt geel hier iedereen goed. Het steekt mooi af tegen hun bruine huid.
Goed, ik dwaal af…. Een hotel zoeken ….
De hotels die we vinden, zitten vol vanwege het evenement. Bij één hotel bellen ze een hotel voor ons. Vervolgens krijg ik de telefoon. In gebroken Engels krijg ik te horen dat
ze een kamer hebben. Als ik vraag hoe we daar kunnen komen begint de spraakverwarring. Ik heb ze maar vriendelijk bedankt en heb opgehangen. Geen idee wat ze me probeerden te vertellen. Wat
een ellende zo’n taalbarrière.
We worden al aardig wanhopig als we nog maar een hotel proberen. We proberen al een tijdje de “Lopburi Inn” te vinden. Dat geven we op en gaan naar binnen bij “Monkey
Business”. Dit blijkt “Lopburi Inn” te zijn. We zijn hier notabene een keer op 6 langs gereden! De tekst op de gevel blinkt niet uit in duidelijkheid. Ze hebben
nog één kamer. Yeah! Voor ons! We hebben een riante kamer voor 950 Baht, inclusief ontbijt. Ook hier zijn meerdere bussen met jongeren gearriveerd. De hele lobby is geel.
We eten in het restaurant naast/in het hotel. Thais eten natuurlijk. We genieten verplicht van het optreden van drie zangeressen en een zanger. Ze treden om de beurt op. Het zijn duidelijk
startende artiesten. Niet alle noten zijn zuiver en ze zingen ook niet allemaal met overtuiging.
|