Verenigde Staten van Amerika

Het onbekende mid-westen (2014)

Reisverslag Verenigde Staten van Amerika - 2014

Het onbekende mid-westen

http://www.vdweerd.net/reisverslagen/noord-amerika/verenigde-staten-van-amerika-het-mid-westen/reisverslag/21-23-juli-2014/

(c) Wouter en Carin van de Weerd


Valley of Fire State Park, Las Vegas en Death Valley / Furnace Creek

Maandag 21 juli - Las Vegas here we come!

van Valley of Fire State Park naar Las Vegas

Ai, de camper staat vol in de zon. We zijn dus al vroeg wakker en opgewarmd. We benutten een deel van de ochtend om nog een aantal plekken in het park te bekijken: Atlatl Rock (petroglyphen) en Arch Rock. We rijden ook naar Rainbowvista view en hebben nu mooier licht dan gisteravond. We rijden door naar een aantal uitzichtpunten die daaromheen liggen. We drinken, net als gisteren, koffie bij (met?) de grondeekhoorns en verlaten dan het park.
Wat me zal bijblijven van “Valley of Fire SP” zijn de mooie kleuren in de bergen en de abstracte kleurvlakken en lijnen bij the White Domes. De drollige rood bruine rotsen zijn volgens mij uniek voor dit park. Apart. Maar toch ben ik er vrij snel op uitgekeken.

We rijden aan de westkant het park uit en over de 15 naar Las Vegas. Daar rijden we zonder omweg of keren naar de camping: “Oasis Las Vegas RV Resort”. Hier hebben we een plek gereserveerd (vooraf in Nederland al geboekt via Jan Doets). Deze camping heeft de sjiekste receptie die we ooit hebben gezien. We worden ontvangen door een man in pak bij de poort voor de security check. Deze check bestaat volgens mij uit niet meer dan het constateren dat we geen huisdieren bij ons hebben en dat we met twee personen zijn. Dan mogen we door rijden naar de front-desk.

Dit is in een sjieke hoge hal met veel marmer. Het oogt als een *****hotel, maar het is toch slechts een camping. We krijgen een plaatsje in de schaduw bij een strook gras met bomen waar ook de midgetgolfbaan (grasbaan) is. De rest van de dag vermaken we ons bij en in het zwembad. Het zwembad ademt een Copacabana-sfeer uit. Ja,ja het is niet zomaar een zwembadje!

Dinsdag 22 juli - Van (natuur)kunst naar kitsch

Las Vegas

We gaan vandaag iets geks doen: winkelen. Maar eerst moeten we de camper opruimen, schoonmaken en inleveren. De camper is niet zo heel stoffig en smerig geworden en het soppen gaat dus relatief snel. Camperrijders om ons heen hebben het schoonmaken uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijfjes. Op diverse plekken komt een busje aanrijden om vervolgens de camper van boven tot beneden af te soppen en spuiten. Wij vinden dat we het zelf ook heel netjes hebben gedaan.

Het is een half uurtje rijden naar “Cruise America camperrental”. Het inleveren gaat vlot. We krijgen helaas geen complimenten voor de mooie schone camper (maar ook geen strafpunten). Er staat gelijk een taxi voor ons klaar die ons naar de autoverhuurder bij het vliegveld kan brengen. Hier zitten alle autoverhuurders bij elkaar; zo ook de Hertz. Dit duurt langer. Er is een tekort aan compact cars. Voor $90 kunnen we een grotere auto krijgen. Vroeger boden ze je die nog gratis aan. Dat willen we niet en dus moeten we wachten tot er een auto beschikbaar komt. Dit duurt een uurtje. Rond 12 uur zijn we in het gelukkige bezit van een muisgrijze Kia Optima. Het is even wennen zo’n lage kleine auto na de hoge camper. Wouter en ik zitten dicht naast elkaar en ik zit zo laag dat het lijkt alsof ik met mijn kont op het asfalt zit. Wouter’s stoel kan omhoog waardoor hij hoger zit. Naast hem en alle grote hoge auto’s om me heen, maakt zich een calimero-gevoel van mij meester.

Op naar de outlet center. We gaan naar de mall aan de zuidkant van Las Vegas Boulevard (the Strip). Best leuk om weer eens te shoppen en lekker winkels te kijken. Wouter koopt een poloshirt en twee blouses en ik een jurk.

We hebben een kamer geboekt bij “Luxor Casino & Hotel”. De piramide hebben we al snel gevonden, maar de juiste oprit vinden gaat niet 1-2-3. Na wat overbodige U-turns komen we aan. We hebben een kamer op de 8e verdieping. Door de schuine zijden van de piramide gaat de lift hier niet recht omhoog en omlaag, maar een beetje opzij. Je voelt hoe je gewicht scheef verplaatst als de lift zich in beweging zet. Heel gek. Het is een beetje als een bus die de bocht om gaat. Dankzij foutieve routebordjes lopen we 3,5 van de 4 zijden van de piramide rond, om bij onze kamer te komen. Kortom: rondje sight seeing in het hotel, want je kunt van de 8e verdieping binnenin naar beneden het casino in kijken.

Dan is het tijd om af te koelen in de pool. Ook dat is weer een hele wandeling. Dit keer dwars door het casino. Dat voelt een beetje ongemakkelijk; op je slippertjes, Wouter in zwemshort en ik met badpak uit het zicht onder een jurkje. Wat een heerlijkheid lekker even plonzen en spetteren. We houden dit vol tot rond 19 uur. Dan is het hoog tijd voor een douche en het dinerbuffet. Wij gaan naar het dinerbuffet in Luxor. Lekker en lekker makkelijk. Ondanks dat ik van een beperkt aantal gerechten (de keuze is reuze!) een klein beetje neem, eet ik me toch meer dan vol. Het toetjesbuffet is de hoofdschuldige.

De rest van de avond wandelen we over the Strip, veelal buiten en deels door de casino’s en winkels bij de hotels. “New York New York” is gigantisch groot en indrukwekkend met een achtbaan die door het hotel/casino loopt en met het Vrijheidsbeeld voor de deur. Hier gaan we vrijdagnacht slapen! Van de vorige keer dat we in Las Vegas waren (1995) herinner ik me dat “Caesar Palace” zo groot en imposant was. Nu ligt dat half verstopt achter “Bellagio”. Het oogt nu zelfs klein. The Strip is sinds 1995 nog veel voller gebouwd. Er staan nieuwe hotels (NY NY, Bellagio, Venetian, Paris, Wynn, Encore, … …) en er zijn veel barretjes en winkeltjes direct aan de weg voor de hotels gebouwd. Het geheel is hierdoor rommeliger geworden. Ik vind dat het minder uistraling heeft gekregen. Wat gebleven is, is de enorme hoeveelheid lichtreclame, teksten & beelden, pracht & praal en heel veel mensen op straat.

We zijn te laat bij de show met fonteinen van “Bellagio” en hebben geen zin om een half uur te wachten op de volgende sessie. De ‘vulkaanuitbarsting’ bij “the Mirage” hebben we helemaal gezien, inclusief aanlopend gerommel en ontploffing. Wat een spektakel. Bij “Treasure Island” liggen nog steeds twee piratenschepen bij de ingang. In 1995 was hier meerdere keren per avond een piratengevecht te zien, compleet met kanonskogels en een zinkend schip. Die show is er helaas niet meer. Daar had ik me wel op verheugd. Ik weet nog dat ik daar in 1995 stil, met open mond van verbazing naar heb staan kijken.

We lopen een heel eind over the Strip. We starten bij “Luxor” en ons doel is “Wynn Encore”. Daar willen we kaarten kopen voor de show “Le Rêve” voor vrijdagavond. We zijn alleen zo lang onderweg dat we er pas om 23.45 uur aankomen. De ticketoffice is inmiddels gesloten. Jammer! We hebben het inmiddels behoorlijk gehad en nemen een taxi terug naar “Luxor “ ($16). Het is 1 uur als we eindelijk in ons bed liggen. Veel later dan ons slaapritme tijdens de rest van de vakantie.

Woensdag 23 juli - Ovengeroosterd

van Las Vegas naar Death Valley / Furnace Creek

Wat een pret zo’n sjiek hotel na het camper-en. Ons bed was groot en zacht. En het ontbijtbuffet is huge. Heel anders dan de yoghurt, muesli en sap van de dagen hiervoor. We gaan naar “Hotel Casino Excalibur” voor het onbijtbuffet. Dan kunnen we daar ook even binnen kijken. Ik ga los op de taartjes (na het eten van vers fruit hoor!) en Wouter eet zo veel pannenkoeken met aardbei en bosbes dat er geen taartje meer bij kan... :-)

We checken voor 11 uur uit en rijden naar “Wynn/Encore” om de tickets voor de show van vrijdag te kopen. Dat verloopt allemaal gladjes. In “Wynn” staat op een aantal plaatsen kunst van Jeff Koons, onder andere gigantische metallic tulpen en PopEye. Het is een sjiek casino, mooi ingericht met stijl en kleurig. We kunnen het thema niet benoemen dat de basis vormde voor de inrichting, maar mooi is het wel.

We verlaten Las Vegas en rijden via de 95 naar Death Valley. Het is verder rijden dan we dachten. Na het sumptuous breakfast houden we het op twee maaltijden per dag. We checken in bij “Furnace Ranch” (vooraf geboekt in Nederland) en gaan rond 16 uur eten. Er zijn drie cafe/restaurants die op verschillende tijden open zijn, waardoor je altijd wel iets kunt eten hier.

Daarna gaan we op pad. We rijden naar Badwater. Het laagste punt in Death Valley, 85,5 meter onder de zeespiegel. Het is hier zo warm en het waait zo heet en hard dat het je de adem bijna beneemt. Mijn huid krijgt er kippenvel van. Heel gek: 119°F . We wandelen een stuk de zoutvlakte op. Wouter wat verder en langer dan ik. Ik moet terug naar de schaduw; duizelig, misselijk en lichte hoofdpijn. Alles duidt erop dat ik niet goed reageer op de hitte en bezig ben een zonnesteek op te lopen. Chop chop dus terug naar de schaduw en afkoelen!

We willen de zonsondergang meemaken bij the Artists Drive en Artists Palet. Dit is een korte detour vanaf de hoofdweg. De bergen hebben prachtige kleuren. Inderdaad net een schilderspalet. Jammer genoeg hebben we eerder te veel lopen ‘trutten’ (te vaak de auto uitgeweest om een mooie plek te bekijken) waardoor de zon al halverwege onze detour onder gaat. Het is al snel te donker om de kleuren goed te zien. De zon zou om 19.55 uur onder gaan, maar door de hoge bergen aan de westkant is de zon al 20 minuten eerder vertrokken. Daar hadden we niet aan gedacht.

Raadsel

Wat hebben Lapland (Finland) in de winter en Death Valley (Arizona, USA) in de zomer met elkaar gemeen?

Oplossing: Op beide plekken worden de snotjes in je neus hard als je door je neus ademhaalt. In Lapland bevriezen ze bij -20°C en in Death Valley drogen ze uit bij +119°F (48°C).