Madagaskar

Eiland van de lemuren en Baobab-bomen (2013)

Reisverslag Madagaskar - 2013

Eiland van de lemuren en Baobab-bomen

http://www.vdweerd.net/reisverslagen/afrika/madagaskar/reisverslag/28-30-juli-andasibe-antsirabe-ambositra-ranomafana/

(c) Wouter en Carin van de Weerd


Andasibe - Antsirabe - Ambositra - Ranomafana

Zondag 28 juli – van Andasibe naar Antsirabe

Het is tijd om Andasibe en het regenwoud te verlaten. We gaan via Tana naar Antsirabe. Dit ligt op een hoogvlakte op 1500 meter hoogte. De gids waarschuwt ons dat het ook daar fris is. Maar gelukkig ook minder vochtig en wel zonnig.

Er zijn iets minder vrachtauto's op de weg dan afgelopen woensdag. Toch hangen we vrij vaak achter een truck die een heuvel op of af kruipt. Met alle bochten is een vrachtauto passeren niet eenvoudig. Dat inhalen ook wel eens mis gaat, zien we als we een gekantelde vrachtauto voorbij rijden. Er rijden ook veel taxi-brousse. Dit zijn kleine busjes die over langere afstanden tussen dorpen rijden. Er kunnen verrassend veel mensen in zo'n busje en er kan ook heel veel op het dak vastgesjord worden. Niet alleen op de weg is het druk, ook naast de weg lopen veel mensen. Gezinnen die in hun beste kleren op weg zijn naar de kerk in een dorp verderop. Mensen met boodschappentassen. Fietsers die met ware doodsverachting tussen de auto's naar beneden racen of al duwend weer omhoog gaan. Mensen met manden op hun hoofd of enorme bundels hooi.

Onze chauffeur loodst ons hier met vrij grote snelheid doorheen. Zijn rijstijl maakt Wouter zo alert de hele reis, dat hij bij aankomst moe is van de rit. Hoeft hij eens niet te rijden…. Als we een dorpje naderen (aangegeven met een bord met maximum snelheid 30 en te zien aan de grote hoeveelheid mensen op straat) dan laat Olivier even het gas los. Onze snelheid daalt niet echt merkbaar totdat we een busje, fietser of gat in de weg moeten ontwijken. Als het even kan behouden we onze snelheid en waarschuwt Olivier door met een korte druk op de toeter dat we eraan komen. Het is aan de fietsers, wandelaars en beesten om te zorgen dat ze tijdig aan de kant gaan. Dit werkt goed. Het zal wel de manier zijn zoals ze hier met elkaar omgaan in het verkeer. Wij moeten er nog aan wennen.

Mode

De kleren zijn bijna allemaal tweedehands gok ik. Ach ja, zo'n grote gok is het ook weer niet. Saholy, onze gids in de natuurgebieden rond Andasibe, had een fleecetrui aan van figure skating championships Vancouver. Zou ze zelf ooit een bevroren sloot of ijsbaan hebben gezien?

Op zondag hebben de mensen hun goede goed aan voor het bezoek aan de kerk. Meisjes lopen in smetteloos witte jurkjes met roesjes. De volwassen vrouwen hebben een voorkeur voor glimmende stofjes. Dat kan een rok zijn, een jurk of een heel pakje. Heel netjes. Keurig gekleed en op blote voeten. Vrouwen en kinderen lopen met de schoenen in de hand om ze te sparen van modder of stof.

Mannen hebben op zondag veelal een ruimvallend pak aan. Alles wat de man hier draagt lijkt oversized. Broeken slobberen om de pezige lichamen. Sweaters lijken XXL, waar de man die het draagt meer formaat S heeft. De ober in het restaurant in Andasibe droeg zo'n groot overhemd dat hij zijn best moest doen om zijn handen niet geheel in het manchet te laten verdwijnen. De kleding, vooral bij mannen, lijkt niet goed te passen. Is het tweedehands?
Oversized zou ook gewoon de mode op dit moment kunnen zijn. Maar hoe relevant is mode in een arm land als Madagaskar?

Als we bij Tana zijn, komen we langs de eerste afslag van vandaag. Even later passeren we zelfs een heuse rotonde. Van Andasibe naar Tana hebben we 2,5 uur gereden zonder zijweg van betekenis. Alleen wat zandpaadjes. Je raakt hier niet snel de weg kwijt. De routeaanwijzing 'volg het asfalt' brengt je hier zo honderd kilometer verder.

Na Tana verandert de omgeving. Het wordt minder heuvel-/bergachtig en minder groen. Veel akkers ogen droog, het gras is dor, de grond oranje rood en slechts op een paar akkers staat fris groene groente. Toch lijkt hier aan water geen gebrek te zijn. Overal zijn riviertjes, kleine meertjes of waterloopjes. Het beschikbare water wordt goed gebruikt. Voor de gewassen en voor het huishouden. Nog geen 30 meter van waar een mevrouw haar was staat te doen, wordt in dezelfde rivier een vrachtauto gewassen. En weer 50 meter verder staan drie mannen huiden van de zebu's schoon te maken. Lekker sopje om je kleren in 'schoon' te wassen!

Na Tana lijkt elk dorp wel een eigen specialiteit te hebben dat ze te koop aanbieden langs de weg. Eén dorp is gespecialiseerd in ananas. Even verderop worden aardbeien verbouwd. Dan verkoopt gelijk iedereen in dat dorp aardbeien. Concurrentietechnisch niet zo handig. Wortels is ook zoiets. Voor de toeristen hebben de dorpen andere dingen in de aanbieding: fel gekleurde raffia waar ze van alles van maken, dingen van hout, keukenartikelen van aluminium, of muziekinstrumenten. Een streng gelovig dorp heeft zich gestort op de verkoop van enorme stenen beelden van de maagd Maria. We kijken onze ogen uit. Maria laten we staan. Wel kopen we een ringstaartmaki en een kameleon van raffia. Olivier vraagt of we een konijn willen kopen. Een konijn? En ja hoor! Een moment later staat een mevrouw langs de weg die een konijn aan de oren omhoog trekt uit een tas. Even verderop zien we het weer. Dit keer een heftig spartelend konijn. Wat vind ik hiervan? Is het hypocriet als ik wel konijn eet, maar bij deze beelden ongemakkelijk word?

We passeren meerdere politiecontroles onderweg. We mogen de meeste controle posten gewoon passeren. Eén keer worden we aangehouden. Volgens Olivier controleren ze alleen of de papieren van de chauffeur in orde zijn. Hij lijkt niet zenuwachtig. Wij maken ons dus ook geen zorgen. Een dergelijke controle lijkt geen aanleiding te zijn tot corruptie of geldklopperij bij toeristen. Op snelheid wordt volgens Olivier nergens gecontroleerd. Zoiets dachten we al… .

We verblijven in Antsirabe in "Couleur Cafe Hotel", waar we een eigen bungalow hebben omringd door een tuin en de andere bungalows. Het huisje is dit keer van steen met een zonnig bordes en ligstoelen, een open haard en een mooie badkamer. Een hele verandering na ons vochtige donkere huisje in Andasibe. We gaan tot zonsondergang lekker in de zon zitten. Olivier biedt aan ons naar het centrum te brengen. Dat aanbod slaan we af en gokken erop dat we de stad morgenochtend bij de excursie voldoende zullen zien. De zon lokt.

Na een verkwikkende douche eten we in het restaurant bij/in het hotel.
Heerlijk! Echt een aanrader! (al denkt Wouter daar een dag later héél anders over...)

Maandag 29 juli – van Antsirabe naar Ambositra

Na het ontbijt is bij ons allebei het darmstelsel van slag. Maar ik heb kennelijk op de boerderij als kind voldoende buiten gespeeld en zelfgekookte soep (van bloemetjes en blaadjes) gegeten om mijn maag te oefenen in het eten van dubieuze zaken en ander bacterieel gespuis. Ik ben er na één flinke wc gang van af. Wouter wordt in de loop van de dag steeds beroerder. Achteraf natuurlijk ook heel dom om een biefstuk "medium" doorbakken te bestellen in een land als dit!

We starten het bezoek aan Antsirabe bij de centrale laan en het monument waarop afbeeldingen/tekens staan van de 18 stammen die leven op Madagaskar. In de stad wordt het straatbeeld bepaald door de pouse-pouse. Dit zijn houten riksja's die door een loper worden voortgetrokken, meestal rennend. Het doet vreemd aan als een jonge knul zich zo laat vervoeren door een kromme oude man op blote voeten.

We brengen een bezoek aan een aantal workshops en winkeltjes en we beginnen bij "Marcel". Daar wordt ons getoond hoe ze vroeger snoepjes maakten. Het gehele fabricage proces (verhitten van de suiker, beetje laten afkoelen, uitsmeren, smaak toevoegen, in vormpjes persen) wordt ons getoond. We mogen zelf twee smaken kiezen: citroen en eucalyptus. We gaan dus naar buiten met zakjes citroen en eucalyptus zuurtjes. Maar ook met aardbei en ananas. (5000 Ariary voor 4 zakjes). Olivier geeft ons de tip dat we de snoep aan de kinderen uit kunnen delen. Een goede tip waar we de komende dagen nog veel succes mee zullen hebben.

Daarna gaan we naar een klein atelier waar een man van afval (lege blikjes, stukjes draad, restjes waterslang, et cetera) autootjes en fietsjes maakt. Hij laat zien hoe hij een fietswiel maakt. Zijn handen friemelen en maken van een frisblikje, rijgdraad, stukje veer, slangetje (van een overjarige EHBO set met injectiespuit) en wat zwarte verf een heel strak fietswiel voor een miniatuurfiets. Allemaal van oude en waardeloze spullen. Heel ingenieus. Wij gaan voor de bijl voor een blikken auto: een oude citroen gemaakt van een blik meubelwas (5000 Ariary).

Ernaast is een atelier waar door een rijtje dames tafellakens worden geborduurd met allerlei afbeeldingen: beesten, en dansende of op het land werkende mensen. Ook hier spekken we de pot. We kopen een tafelloper met geborduurde lemuren en baobaps (30.000 Ariary).

In de vierde workshop laat een jongen zien hoe je van een hoorn van een zebu een lepeltje maakt. Een meisje geeft in het Engels een toelichting. Het gemaakte lepeltje gaat mee als souvenir. Grappig is dat ook hier oude materialen worden hergebruikt. De slijpmachine bestaat uit een oude wasmachinemotor. Het zaagblad is zelf gemaakt uit een oude ton. De poetsschijf voor het polijsten is gemaakt van een stapel rondjes die uit een oude spijkerbroek zijn geknipt. Ze verstaan hier de kunst 'hoe maak je van niets iets' uitstekend.

Ook gaan we naar een atelier waar ze kostbare stenen verwerken tot beeldjes en sieraden. Wij zijn niet zo van de stenen. We laten ons evenwel overdonderen door de ontvangst. Een bewaker laat ons binnen, waarna meerdere mensen klaar staan om ons de hand te schudden. Slappe kleffe handjes. Ik denk dat ik zo wel door vijf mensen wordt begroet. Van mij hoeft het niet zo, maar uitgestoken handen weigeren vind ik ook zo wat. Ik glimlach, zeg Salama en schud vriendelijk de uitgestoken handen. Om later in de auto toch maar even voor de zekerheid mijn handen te desinfecteren met speciale gel. Eén maag van streek is wel genoeg vandaag.

Na alle workshops en shops rijden we verder naar het zuiden, naar Ambositra (spreek uit: Amboosh).

Onderweg voelt Wouter zich steeds minder goed. Overal pijn in zijn lijf, klam van het zweet en een raar gevoel in zijn buik. Kortom: niet zo best. Aan de rand van Ambositra stoppen we voor de lunch. Wouter eet met moeite wat bouillon uit een enorme bak Chinese miesoep. We zitten op een balkon met uitzicht over landerijen. Rijst, percelen met water omzoomd met lage dijkjes, zebu's en een plek waar ze bakstenen maken. Als Wouter op de wc zit, spot ik een ijsvogel.

Kort nadat we verder rijden, worden we aangehouden door de politie bij een wegcontrole. De politieman kijkt er erg chagrijnig bij. Dat ziet er niet goed uit. Olivier moet mee naar een hokje. Daar staat hij langdurig te bellen en praat hij met heftige gebaren met drie politiemannen. Na elkaar. Na een half uur mogen we weer verder. Of Olivier heeft moeten betalen, hebben we niet gezien en we durven het ook niet te vragen. Olivier is niet zo toeschietelijk met een toelichting van wat er aan de hand is. Hij reageert kort en terughoudend op onze vragen. Wouter en ik bleken het probleem te zijn. We hadden de gordels niet om op de achterbank. Dit blijkt in Madagaskar sinds een paar jaar verplicht, maar dat wisten we niet. Bij lange stukken had ik wel steeds de gordel om, maar nu net even niet. Zal je net zien. Het lijkt alsof de politie wat zocht om moeilijk te doen. Maar zeker zullen we dat nooit weten. Olivier doet zijn best om dit soort onprettige kanten van Madagaskar bij ons vandaan te houden.

Als we rond half 3 aankomen in ons hotel in Ambositra, duikt Wouter gelijk het bed in. De stadstour stellen we uit tot morgenochtend. Ik zoek een zonnig plekje en zit een tijdje te lezen. Als ik dat zat ben, ga ik met fototoestel richting de straat. Daar is het zo'n gekrioel dat ik de moed niet kan vatten me er tussen te storten. Ik zoek een plekje bij de ingang van het hotel en kijk naar alles wat aan me voorbij trekt. Ik kijk mijn ogen uit. Tegenover me zitten vrouwen en kinderen op kleedjes groenten en fruit te verkopen. Er lopen veel mensen langs, bijna iedereen in kleurige stoffen gekleed en echt iedereen draagt iets. In de hand of op het hoofd. Er komt een oude vrouw voorbij met een mand op haar hoofd met vier levende kippen erin. Naast auto's en pousse pousse komen er ook andersoortige houten karren voorbij. Omdat de straat op een helling ligt, is het de ene kant op hard werken en sjezen ze de ander kant op met grote snelheid voorbij. Ik zie met verbazing hoe kleine jongetjes grote karren in bedwang houden als ze met flinke snelheid langs suizen zonder iemand te raken.

In het hotel is eigenlijk geen restaurant. Olivier regelt dat we toch iets eenvoudigs kunnen eten, zodat we niet naar een restaurant hoeven. Maar om zeven uur zit er nog steeds niet veel fut in Wouter. Ik zit alleen aan de groentesoep in een verder totaal verlaten ontbijtzaal. Af en toe is er wat reuring als andere hotelgasten uit hun kamers komen om elders te gaan eten. Dan sterft ook dat geluid weer weg.

Dinsdag 30 juli - van Ambositra naar Ranomafana

Het lijkt met Wouter weer wat beter te gaan. Nog pips en slapjes en weinig sjoege om te eten, maar de pijn, klam zweet en koorts lijkt voorbij. Gelukkig maar, want we hebben vandaag een autorit voor de boeg en Olivier waarschuwt ons voor de slechte staat van de weg. Veel gaten in het asfalt.

Ambositra is bekend om het houtsnijwerk. Huizen zijn ermee versierd. Voor we de stad verlaten, bezoeken we een houtatelier. Er worden souvenirs en meubels gemaakt. In de workshop zitten een aantal mannen houtsnijwerk te maken. Snijden, hakken en figuurzagen. Zittend op de grond maakt een man een boekensteun met de beeltenis van een kameleon uit een blok hout dat hij tussen zijn voeten geklemd houdt. Ter plekke wordt voor ons met een figuurzaag een tweekleurig hartje gemaakt voor aan een ketting. Die krijgen we mee. De maker krijgt een fooi. In de bijbehorende winkel kopen we een doosje om vanillestokjes in te bewaren. Wij willen het als pennenbak gaan gebruiken (10.000 Ariary). We spreiden onze aankopen en in een winkeltje ernaast kopen we een houten baobap (10.000 Ariary). Het is maar goed dat mijn reistas nog niet vol zat toen we van huis vertrokken.

De weg is inderdaad niet best. De omgeving waar we doorheen rijden maakt veel goed. Afwisselend, hoogteverschillen, dorpjes, veldjes met zebu's en op het land werkende mensen. De autodagen zijn bepaald niet saai. We komen grote groepen zebu's tegen op de weg. Deze zebu's zijn op de markt in Ambavalo verhandeld en worden nu naar Tana gedreven over de weg. Dat is een waanzinnig eind lopen! Soms worden de zebu's in trucs verscheept, maar meestel lopend over de weg. Als ze in Tana aankomen zal er niet veel vlees en vet meer op zitten. Die beesten moeten dan compleet uitgeput zijn.

We lunchen in het hotel in Ranomafana. Wouter duikt daarna het bed weer in om energie op te doen voor de avondwandeling. Ik wandel naar het dorpje. Daar wordt voor het eerst veelvuldig bonjour vazah naar me geroepen. Altijd door kleine kinderen. En altijd met een enorme glimlach. Vazah (buitenlander) is duidelijk geen scheldwoord hier. Ik roep enthousiast bonjour of salama terug wat een hoop gegiechel tot gevolg heeft. Kinderen die ik fotografeer laat ik op mijn toestel meekijken naar het resultaat. Ook dat wordt met gelach ontvangen. Als ik door het dorp loop voel ik me erg bekeken. Maar ach, ik kijk ook naar hen. Langs de weg zijn fruitstalletjes, souvenirwinkeltjes, een groentemarkt en een basketbalveld. Daar wordt door een grote groep kinderen gebruik van gemaakt.

De avondwandeling start hier eerder dan in Andasibe. Als het schemert zijn we al in het nationaal park langs de doorgaande weg (ongeveer half 6). Daar wordt banaan op een boomstam gesmeerd om de mouselemur te lokken. Er zijn meer mensen. Onze gids zorgt ervoor dat we vooraan staan. De mouselemur is heel klein, de grootte van mijn hand, en heeft een relatief lange staart. We zien het beestje goed en van dichtbij. Het beweegt heel snel over de takken en door de bomen. Bijzonder om te zien.

De avondwandeling is succesvoller dan beide keren in Andasibe. We zien kikkers, spinnen en een leaftailed gecko zonder staart. We zien verschillende soorten kameleons, kleine maar ook best grote. Bijvoorbeeld de blue legged cameleon. Het mannetje heeft, jawel, blauwe poten. De rest van zijn lijf is geel/rood/groen gekleurd. We zien hier meer en meer verschillende soorten. Toppie!

Na de wandeling eten we in het hotel en gaan vroeg naar bed. Moe.