Reisverslag - dag 8 t/m 10
Vrijdag 9 juli - (Purmamarca, Quebrada de Humahuaca, Humahuaca, Purmamarca; 141 km)
Ik ben gisteravond als een blok in slaap gevallen en ben
nu lekker uitgeslapen. We kunnen hier vroeg ontbijten (half 8). We zijn op tijd
opgestaan, want we willen de zeven kleurige bergen (Cerro de los Siete Colores)
rond Purmamarca bij het ochtendlicht zien. Dat lukt ruimschoots. We zijn zelfs
te vroeg. Purmamarca en de beroemde berg liggen nog vol in de schaduw als we
arriveren. Wij proberen een plekje met een mooi uitzicht te vinden, wat niet
meevalt met al die bovengrondse elektriciteitsdraden hier! Later zien we mensen
op een heuveltje aan de rand van het dorp staan, pal voor de gekleurde bergen.
Dat is dus ‘the place to be’. We lopen er ook heen, maar zijn voor het mooie
licht eigenlijk al te laat. Op de heuvel spreek ik nog een Canadese. Zij
vertelt trots dat zij als vrijwilliger heeft gewerkt tijdens de Olympische
winterspelen deze winter bij het schaatsen. Ze heeft Sven Kramer de verkeerde
wissel zien maken en Mark Tuitert Olympisch kampioen zien worden. Mazzelaar!
In Purmamarca zijn de Argentijnen druk bezig met het
inrichten van hun souvenirstalletjes op straat, om klaar te zijn voor de
busladingen toeristen die hier iedere dag heen komen. Wij gaan vandaag de
Quebrada de Humahuaca bekijken. Deze kloof is uitgesleten door de Rio Grande en
loopt van Purmamarca, Tilcara naar Humahuaca. Het is een brede kloof met ook
weer mooi gevormde rotsen in prachtige kleuren. Als we even stil staan om alle
kleuren goed in ons op te kunnen nemen, komt heel ‘sneaky’ een jongetje uit het
hoge gras tevoorschijn. Hij verkoopt kleine aardewerken potjes die beschilderd
zijn met cacti. We kopen er één. Onze goede daad voor vandaag. We hopen door
dit soort kleine souvenirs te kopen, de plaatselijke bevolking te helpen. Echt
mooi is het potje niet, maar daar gaat het in dit geval niet om.
We hebben al zoveel mooi gekleurde rotsen gezien dat het
ons haast wat te veel wordt. Als Wouter net heeft gezegd dat het leuk zou zijn
om nog eens een gaucho te zien, rijden we een groepje mannen in mooie kledij op
paarden voorbij. Als we de auto parkeren aan de kant van de weg, passeren ons
drie van dit soort groepjes. Waar zouden ze heen gaan? Ook naar Humahuaca? Het
is vandaag 9 juli. Dit is voor de Argentijnen een belangrijke dag want op 9
juli in 1816 werden ze onafhankelijk van Spanje. Wij hopen dat er om dit te vieren speciale
festiviteiten in Humahuaca worden georganiseerd. De fraai geklede gauchos met
hoeden en vaandels met daarop de naam van het dorp waar ze vandaan komen,
lijken erop te duiden dat we geluk
hebben.
Als we in Humahuaca aankomen is er inderdaad wat te doen.
Als we het dorp binnenrijden, lopen veel mensen in mooie kleren richting het
centrum. We volgen deze stroom en komen zo op het centrale plein bij de
‘Iglesia de candelaria’ en de ‘Cabildo’.
We zijn er toevallig om 11.55 uur en
om 12 uur komt uit de ‘Cabildo’ (klokkentoren) een groot beeld van San
Francisco Solano tevoorschijn om een zegening te geven. Het beeld schuift naar
voren uit de muur en beweegt zijn hand met daarin een kruis. Het geheel wordt
omlijst met kerkelijke muziek. Wat een spektakel! Het plein staat vol mensen
die allemaal verwachtingsvol naar de klokkentoren kijken. In deze mensenmassa
kan ik lekker met mijn zoomlens mooie mensen fotograferen. Door het klapbare
schermpje kan ik het fototoestel op mijn heup houden en merken de mensen om mij
heen niet op dat ik ze op de foto zet. Na de zegening lopen de meeste mensen
naar grote trappen die aan het plein grenzen. De trappen leiden naar ‘Monumento
a la Indepencia’. Bij het monument op de heuvel worden toespraken gehouden en
zijn parades van militairen te zien. Ook worden er dansen uitgevoerd door
mensen in traditionele kledij. Op de heuvel zien we ook de groepen gauchos weer
terug. Zij vormen een halve cirkel om het plein. We kijken ons ogen uit! Het prettige is dat deze mensen zich
speciaal voor de gelegenheid mooi hebben aangekleed en het ook leuk lijken te
vinden om op de foto te gaan. Ik geneer me nog een beetje dat ik in Hollands
oranje (fleecetrui) tussen de feestgangers foto’s sta te maken. Maar het lijkt
de Argentijnen niets te kunnen schelen.
Als alle plechtigheden voorbij zijn verspreiden de mensen
zich door de stad. Het is gezellig druk. Wij hebben een topdag. Wat een geluk
dat we op het juiste moment, bij toeval eigenlijk, op de juiste plek waren. In
Purmamarca was er niets te merken van de onafhankelijkheidsdag en onderweg
waren scholen gewoon open. Dan is het extra bijzonder dat het in Humahuaca één
groot feest blijkt te zijn.
In één van de vele winkeltjes koop ik nog een mooie gebreide poncho. Het kost
45 pesos. Wij hebben echter al onze pasjes en geld in de kluis in het hotel
achtergelaten. We hebben, na het tanken en de lunch, nog maar 43 pesos over. Ik
durf het haast niet te vragen, maar trek toch maar de stoute schoenen aan. Als
ik zeg dat we maar 43 pesos hebben, mag ik ‘m gelukkig toch meenemen. In
Argentinië werken ze niet met afdingen. In winkeltjes heeft alles een vaste
prijs is onze ervaring.
Humahuaca is al met al een gemoedelijk dorp op 2500 meter
hoogte. De bevolking behoort tot de Quechua stam. Dit moet met name herkenbaar
zijn in de bouwstijl. Dat is ons echter niet opgevallen. Wij hebben meer gelet
op de festiviteiten en de mooi geklede mensen.
Tussen Humahuaca en Tilcara passeren we de ‘tropic of
capricorn’ (steenbokskeerkring). Dit is de derde keer. De eerste keer was in
2006 in West-Australië. De tweede keer was in 2007 in Namibië. En nu dan in
Argentinië. Drie verschillende continenten. Het is maar een lijn op de kaart.
Toch voelt het speciaal.
Op de terugweg rijden we Tilcara voorbij. We stoppen niet
om het gerestaureerde fort te bekijken en rijden de 6000-8000 oude
rotstekeningen voorbij, want we hebben geen geld meer om de entree te betalen...
Al ons geld (dat we vandaag bij ons hadden) is opgegaan aan de poncho.
We zijn rond half 5 terug in het hotel. Wouter gaat
internetten in het hotel en ik wandel Purmamarca in om water te kopen. We
hebben niet alleen water nodig, maar ook kleingeld. Door mijn aankopen sla ik
het grote papiergeld stuk, zodat we vanavond de ober een fooi kunnen geven. 10%
van de rekening als fooi achterlaten is de gewoonte hier. Als het goed is
hebben ze onze wijn bewaard en dan kunnen we het niet maken om geen fooi achter
te laten.
Zaterdag 10 juli - (Purmamarca, Salinas Grandes, San Antonio de los Cobres, Salta; 340 km)
We schuiven rond half acht weer aan bij het luxe ontbijtbuffet: twee soorten koffie,
twee soorten yoghurt, vers fruit, brood, kaas, lekkere ham en acht (8!!) soorten
cakes en koek. Even na negenen zijn we klaar voor vertrek. Het is hier zo koud dat
er ijs op het doek van de laadbak van onze auto ligt.
We rijden via de Salinas Grandes (70km) en San Antonio de los Cobres naar Salta
(via R52, R40, R51).
Vanuit Purmamarca gaan we enorm omhoog. We komen zo op wel 4170 meter! En daar op
die berg, in de kou, in de wind, zitten een oma en haar kleindochter 'artisanas'
te verkopen. Hoe is het mogelijk, waar komen die mensen toch altijd vandaan in deze
onherbergzame oorden? Ze verkopen een soort leisteen waar ze een afbeelding van
onder andere vicuna’s in hebben gegraveerd. We kopen er twee. Oma blijkt niet te
kunnen rekenen. Ze vraagt haar kleindochter eerst wat onze twee aankopen samen moeten
kosten (11 pesos) en dan hoeveel wisselgeld ze moet geven (9 pesos). Handig om zo’n
oma als zakenvrouw van de familie artisanas te laten verkopen.
We hebben weer een mooie route vandaag. Het eerste deel van de reis, is het hoogteverschil
het ‘hoogtepunt’. Dan komen we bij de ‘Salinas Grandes’. Dit is een enorme zoutvlakte
van 12.000 hectare.
Je kunt er met de auto op rijden. Het lijkt net alsof je op
ijs rijdt. Ik verwacht te glijden en te slippen,maar dat doen we natuurlijk niet.
Als je al dit zout hier ziet, kun je je niet meer voorstellen dat wij in Nederland
afgelopen winter een zouttekort hadden; te weinig zout om de wegen tegen gladheid
te strooien. Er wordt hier nog steeds zout gewonnen. Er zijn mannen zout aan het
scheppen uit vierkant uitgesneden/uitgezaagde bakken. Ze zijn helemaal ingepakt
en lijken op struikrovers in vermomming of bankovervallers die onherkenbaar willen
zijn voor de beveiligingscamera’s. Ook deze mannen willen niet gefotografeerd worden.
In de vierkant uitgehakte bakken staat water, waarin door de zon het zout kristalliseert
en vervolgens door de mannen er uit wordt geschept. Zwaar werk, zeker in deze omstandigheden.
Als we verder rijden door het dal, langs de zoutvlakte, zien we veel ezels, vicunas,
guanacos, geiten en schapen. Deze beesten kunnen blijkbaar op deze droge en kale
vlakte dus toch hun kostje bij elkaar scharrelen. Er staan ook hier en daar huizen
zomaar in het niets en we passeren zelfs een museum.
We lunchen in San Antonio de los Cobres. Op het plein voor de kerk is wat bedrijvigheid
omdat hier de artisanas verkocht worden. Verder is het erg rustig. Dat in dit dorp
de toeristische trein naar de wolken (tren de las nubes) stopt, zou je op van basis
de rust en stilte niet zeggen.
We lunchen in het thuiscafé van de plaatselijke voetbalclub. Elk dorp heeft hier
een voetbalveld; ofwel een lapje vlak zand met twee schamele doelen erop. In de
eetzaal staan de vele prijzen van de club uitgestald. Het is hier erg koud. Het
is binnen 12°C. De warme empanadas smaken dan ook erg lekker.
Na San Antonio de los Cobres stuiten we op een politiecontrole. Onze eerste in Argentinië.
Als de politieman ontdekt dat we uit Holland komen, gaat het gesprek al snel over
voetbal. Hij vraagt aan Wouter wie hij denkt dat morgen gaat winnen, Nederland of
Spanje... Domme vraag!
Gisteren bij de benzinepomp had Wouter ook nog een voetbalpraatje met de pompbediende.
Deze man schakelde naadloos over van Sneijder en Robben op mooie Hollandse vrouwen
met dikke borsten. Hè?! Oh, hij heeft het over de Bavariameisjes die in ZuidAfrika
in de gevangenis zijn beland omdat zij op de tribune zaten met minimale oranje jurkjes
aan met daarop reclame voor Bavaria. Is dat zelfs hier in het nieuws geweest?
De afspraak met Hertz is dat we de auto om vier uur inleveren in Salta. Wouter moet
flink doorrijden en nog halen we vier uur lang niet. Door de bergen rijden kost
veel tijd en in het laatste stuk van de route is de weg op meerdere plekken weggevaagd
door een modder-/zandlawine zodat we een wegomlegging door de rivierbedding moeten
volgen. We hebben gisteravond in het hotel via internet gezocht waar we in Salta
moeten zijn en rijden er (wonder boven wonder) in 1x naartoe. We komen wel veel
te laat: 18.00 uur. Maar de mevrouw van de Hertz lijkt niet geschokt of onthikt.
We hebben in San Miguel de Tucaman (bij het ophalen van de auto) 30 pesos moeten
betalen als provinciale belasting of zoiets. Nu moeten we 13 pesos betalen omdat
we de auto in de provincie Salta hebben ingevoerd. Beetje vaag allemaal. We gaan
er voor het gemak maar van uit dat dit allemaal normaal is. [Later in Nederland
blijkt echter dat vanuit het Hertz kantoor in Salta een kleine 1000 euro van Wouters
rekening is afgeschreven. Geïnd op zijn creditcard, zonder dat hiervoor is getekend.
Over ‘vaag’ gesproken. Wij zijn al bang dat we toch ergens voor hebben getekend
en door ons beperkte Spaans niet hebben geweten waarvoor. Maar als we dit navragen
bij onze reisorganisatie “Askja” en zij dit vervolgens weer navragen bij de Hertz
in Argentinië krijgen we het geld zonder verdere verklaring weer teruggestort. Bijzonder
vaag!]
Het hotel “Posada del Marques” is vlakbij de autoverhuurder. We kunnen er met onze
roltassen gemakkelijk heen lopen. Nu de zon onder is, is het koud in Salta. Ook
in het hotel is het frisjes. De stad ligt op een kleine 1200 meter hoogte. ’s Avonds
lopen we de stad in en bewonderen we de prachtige koloniale gebouwen rond het plein
“9de julio”. Alle panden en de kerk zijn mooi verlicht. De kerk is aan
de binnenkant rijk gedecoreerd en beschilderd. We gaan eten bij een restaurant aan
de straat Caceros (aanrader van de lonely planet). De klanten zijn een mix van toeristen
en lokale bevolking. Wij zijn de eerste klanten van de avond, maar al snel loopt
de zaak helemaal vol. We eten er een voortreffelijke Argentijnse steak. Zo eet je
ze maar zelden. Het is onze laatste Argentijnse steak van de vakantie. Morgen gaan
we naar Chili. We gaan vroeg naar bed, want de wekker staat op half zes om op tijd
op het busstation te kunnen zijn.
Zondag 11 juli - (Salta, Salinas Grandes, grensovergang bij Salar de Jama, San Pedro de Atacama)
Een belangrijke dag voor Nederland: de WK finale tegen
Spanje. Helaas is dat precies als wij in de bus naar Chili zitten. Om toch in
voetbalsfeer te komen, trekken we oranje shirts en truien aan.
De bus vertrekt om 7 uur uit Salta. We rijden via Jujuy,
Purmamarca en Salinas Grandes bij Salar de Jama (4400 meter) de grensovergang
van Argentinië naar Chili over. We zijn op weg naar San Pedro de Atacama. De
busrit duurt 9 uur. Met alle formaliteiten aan de grens (eerst bij Salar de
Jama en later bij San Pedro de Atacama) zijn we ongeveer 10 uur bezig.
De route gaat voor een groot deel langs wegen die we
eerder zelf al gereden hebben. Wouter kan nu ook rustig genieten van het
uitzicht en hoeft zich geen zorgen te maken over de bochten in de weg of over
het inhalen van langzame vrachtauto’s op de steile hellingen. We zitten veel
naar buiten te kijken en we kijken TV in de bus. De vertoonde films zijn (tot
onze verrassing) best vermakelijk.
De bus stopt niet onderweg (alleen om van chauffeur te wisselen). Er is een wc in de bus en we krijgen onderweg een lunchpakket uitgereikt.
In San Pedro de Atacama duren de formaliteiten extra lang omdat niet alleen het visum gecontroleerd moet worden en het paspoort
gestempeld moet worden. Ook alle tassen moeten door een scanner om te controleren of we geen etenswaren het land mee in nemen. Wij zitten op hete
kolen omat we nog een staartje van de 2e helft van het voetbal hopen te zien. Bij de paspoortcontrole vraag ik in mijn beste Spaans of de douanier
weet wat de stand is: 0-0 bij rust.
Als we, nadat we in de lange rijen bij de grens de voetbalminuten langzaam hebben zien verstrijken, uiteindelijk onze
tassen mee mogen nemen en het centrale plein van San Pedro de Atacama op komen lopen, is het er uitgestorven. Iedereen zit blijkbaar ergens TV te kijken.
Wij vinden een mooi plaatsje op het terras van het hostel aan het plein. Hier
hebben ze twee grote TV schermen. We zijn de enigen in oranje en we vermoeden
dat we ook de enige Nederlanders op het terras zijn. De meeste terrasgangers
blijken echter wel Oranjesupporters te zijn. Als we neerstrijken is het nog
steeds 0-0 en beginnen ze na 90 minuten speeltijd aan de verlenging. Het is
reuze spannend en er wordt flink gejoeld. Het is net alsof het publiek hier
meer kabaal maakt dan in Argentinië. Wouter bestelt een biertje op het terras.
Dan blijkt dat we ook iets te eten moeten bestellen omdat het wettelijk
verboden is om alcohol zonder eten te verkopen in een café. Bijzondere wet.
Maar geen enkel probleem, want we bestellen gewoon een lekkere tortilla met ham
en kaas om te snacken.
Helaas scoort Spanje in de verlenging 1-0; tevens de
eindstand. Heel jammer! We zijn benieuwd hoe de stemming in Nederland is. Wij
balen in stilte en gaan, nog steeds gehuld in oranje, op zoek naar ons hotel:
Hotel Kimal.
Hotel Kimal is weer een luxe hotel met restaurant,
zwembad (onverwarmd, dat dan weer wel) en een jaccuzzi. De zon is onder en het
is hier gelijk koud. Gelukkig brandt er een gaskacheltje in onze kamer. Als
even later de elektriciteit uitvalt (dat schijnt in San Pedro vaker te
gebeuren) begrijpen we ook dat de kaars er niet alleen stond om voor
sfeerverlichting te zorgen. Gelukkig hebben we onze hoofdlampjes mee. Het wordt
hier koud ’s avonds en ’s nachts. Des te verrassender is het dat de meeste
restaurants half open zijn. Ze proberen het een beetje aangenaam te maken door
haardvuren te stoken. Maar daar worden eigenlijk alleen die mensen gelukkig van
die vlakbij de vuurtjes zitten. Wij zijn vroeg gaan eten en hebben nog een
plaatsje vlakbij een vuur weten te bemachtigen. Neemt niet weg dat het bestek
hier te koud is om vast te pakken. Ik heb het gevoel dat het terstond aan mijn
vingers vastvriest. Het is niet verrassend dat het hier frisjes is; San Pedro
de Atacama ligt op 2500 meter hoogte.
Als we zitten te eten maken we een voor ons bijzonder
natuurverschijnsel mee. De Chilenen lijken er niet zo van onder de indruk: een
aardbeving. Het duurt even voordat we door hebben wat er aan de hand is. Mijn
eerste gedachte is dat de vloer bestaat uit houten planken die door een
voorbijganger in beweging worden gezet. Er loopt echter niemand langs die het
deinen van de houten vloerdelen kan veroorzaken. En daarbij is de vloer van
steen. Als we ons realiseren wat er aan de hand is, vragen we ons af of we naar
buiten moeten gaan zodat bij eventuele instorting van het restaurant wij niet
onder het puin bedolven zullen worden. Dit voorjaar zijn er in het zuidelijke
deel van Chili zware aardbevingen geweest. En het feit dat we hier vlakbij een
rij vulkanen zitten, zet je toch aan het denken als ineens de vloer begint te
trillen. Het duurt nog geen halve minuut. Daarna gaat iedereen weer door waar
ze gebleven waren. Alsof er niets gebeurd is. Bizar!
We maken in het restaurant en eerder in het hotel kennis
met de Chileense beleefdheid. Wouter heeft in de Lonely Planet gelezen dat de
Chilenen uiterst vriendelijk en beleefd zijn. Dat is inderdaad opvallend. Ze
zijn zo beleefd dat we ons er nog een beetje ongemakkelijk bij voelen.