Reisverslag Carin en Wouter
|
Reisverslag - dag 13 t/m 15
Dag 13 - Woensdag 15 augustus 2007: Swakopmund – Uis
Rond 8 uur verlaten we de camping in Swakopmund. We doen boodschappen, tanken en gaan dan langs de kust naar het noorden. We gaan naar een zeehondenkolonie. Deze bevindt
zich in Cape Cross, zo’n 100-120 km ten noorden van Swakopmund. We rijden over een ‘salt road’. Ik verwacht een witte weg, maar het ziet er meer als
asfalt uit. Het is gelukkig goed vlak en het rijdt als een speer.
Langs de kustweg zijn “lychen”velden. Dit is een soort mos dat met heel weinig water in leven kan blijven. Zonder water lijkt het dood spul. En als je er
een beetje water op giet, moet je het groener kunnen zien worden. Wij gaan daarom, gewapend met een keteltje water, het “lychen”veld in. En inderdaad, als
we wat water over het dode spul gieten, wordt het langzaamaan groener en zachter. Eerst is het hard, droog en lijkt het dood. Met een beetje water erover wordt het mos
groener, zacht en komt het wat omhoog. Het mos houdt zichzelf in leven met zeemist. En misschien ook wel een beetje met toeristen die zo gek zijn om met keteltjes water
langs te komen.
We zijn om 10.45 uur bij Cape Cross (toegang tot het park is N$90). Hier vinden we bij een bepaald stukje kust veel zeehonden. Jammer genoeg liggen de meeste zeehonden
in zee. Er liggen een paar groepjes op de rotsen. Het stinkt er van de uitwerpselen.
Het is leuk om te zien hoe ze uit het water opspringen, hoe ze weg duiken onder de immense golven door en hoe sloom ze kunnen slapen in het zonnetje op de kant. Minder
leuk om te zien zijn de vele botten en half vergane stukken vel van wat ooit zeehonden waren. Grote mannetjes schijnen de jonkies nog wel eens op te eten. En er loopt
ook een jakhals op strand. Ook hij aast op wat lekker zeehondenvlees.
Het is alweer half 1 als we de zeehondenkolonie verlaten.
We rijden weer terug over de zoutweg naar het zuiden en gaan bij Hentiesbaai het binnenland in. Als het voor ons lunchtijd is, komen we nergens een geschikte stopplek
tegen. Als de honger echt toeslaat, besluiten we de auto gewoon op de weg stil te zetten en in de luwte ervan te gaan eten. De weg is gelukkig breed genoeg, zodat het
andere verkeer (wat er eigenlijk nauwelijks is) ons wel makkelijk kan passeren. Echt de weg afrijden durven we niet; bang om vast te komen te zitten in het mulle zand. Het
voelt wel een beetje kaal zo picknickend op de weg. Ook de omgeving maakt het weinig idyllisch. Het is plat en kaal. Heel kaal! Zie de foto’s.
We rijden van de kust naar het binnenland en kunnen zo goed de verschillende vormen van vegetatie of juist het ontbreken daarvan zien. De natuur om ons heen verandert
van vlak en geheel kaal, tot vlak met hier en daar wat groens of dors, tot heuvelig met boompjes.
We eindigen bij de brandberg. Dit bergmassief heeft een piek van ruim 2500 meter. Wij gaan naar de “Brandberg white lady lodge” bij Uis. De lodge ziet er
mooi uit, mooi gelegen, netjes. Er is zelfs een zwembadje bij. Wij staan op de camping bij de lodge. Dit is een oude rivierbedding. Er zijn veel bomen en veel ruimte. De
sfeer op de camping ademt rust, ruimte en natuur uit. Wat een idyllisch plekje. De douches op de camping zijn ook een bijzondere gewaarwording. We hebben een douchehok
met twee douches vlakbij onze camper. Daar wordt onder een ketel met water een vuur gestookt. Zo hebben we een warme douche. Het douchehok is van boven open. Je staat onder
de sterren te douchen! Het water is lekker warm, maar alles eromheen is nogal frisjes.
In het gebied rond de camping komt een kudde woestijnolifanten voor. Zij schijnen ook in de omgeving van de lodge en camping gezien te worden. Wij zien ze helaas
niet.
Dag 14 - Donderdag 16 augustus 2007: Uis – Outjo
Ik lig aan de buitenkant van het bed om ’s nachts makkelijk naar de wc te kunnen. Dit betekent echter ook dat ik ’s ochtends als eerste uit bed moet. En
dat vind ik, zo ’s ochtends in de kou, niet zo prettig. Ik stel het zo lang mogelijk uit.
We ontbijten buiten in de zon, opgeleukt door gefluit/gekrijs van neushoornvogels (hornbills) die hier rondvliegen. De watervoorziening laat het vanochtend afweten op
de camping. Er is nergens stromend water, niet in de wasbakken en ook niet in de wc. Gelukkig hebben wij onze eigen watervoorraad in de camper. Het begint hier zo waar
wat drukker te worden. De camping is niet vol, maar er staan wel meer kampeerders. Het is beduidend drukker dan het tot nu toe op de campings was.
We verlaten de camping rond 8 uur. We gaan naar de nabij gelegen Brandberg. Hier kun je met een gids een wandeling maken langs rotstekeningen. Wij kiezen de “high
light tour” (2 uur, N$30 pp). Onze gids heet Colin. Hij gaat ons in rap tempo voor en vertelt onderweg af en toe wat. De Brandberg is beroemd om de rotstekening die
de “white lady” wordt genoemd. Het bizarre is alleen dat het helemaal geen ‘lady’ is. Het is een tekening van een man! Er is ooit een Europese
archeoloog geweest die heeft beweerd dat het een rotstekening was over de ontvoering van een vrouw. Alles wijst er echter op dat het een witte tekening is van een
man, namelijk: met een penis en met een wapen (vrouwen mochten in die tijd geen wapens dragen). Bijzonder dat iedereen ook nu nog spreekt van de “white lady”.
Een deel van de rotstekeningen die we zien zijn meer dan 5000 jaar oud. Dit zijn de tekeningen in 1 kleur: rood. De meerkleurige tekeningen (wit, zwart en rood) zijn
ongeveer 2000 jaar oud. De afbeeldingen geven dieren weer, vechten, dansen; dagelijkse taferelen van die tijd.
De gids laat ons rotstekeningen op drie plekken zien en dan lopen we weer terug. De wandeling van en naar de tekeningen gaat door een kloof over een droge rivierbedding.
Ook al zijn we er mooi op tijd, het is er al behoorlijk warm. In de kloof zien we verschillende klipdassies en gekko’s. We zien ook een gekko met een
blauwgrijsachtig lijf en een rode kop.
Om half 11 zitten we weer in de camper en gaan we op pad. Op naar Outjo, richting Etosha. De eerste 130 km rijden we nog over gravel. Daarna volgt nog 120 km asfalt.
Asfalt …..! Wat heerlijk rustig! Minder lawaai, niet meer heen en weer schudden en Wouter hoeft niet meer naar het beste spoor te zoeken tijdens het rijden. Het is
haast saai zo op het asfalt.
Na een koffiestop en een lunch komen we al voor half 4 op de camping aan bij “Bushpark lodge” bij Outjo.
We kunnen hier nog net een uurtje lekker bij het zwembad zitten. Wouter gaat er zelfs in kopje onder. Het water is echt ijskoud! Ik zit er even met mijn benen in en
de kramp schiet bijna mijn kuiten in van de kou. Van een duik in het zwembad zie ik dus maar af.
De eigenaar van de camping heeft zijn ‘braai’ erg aangeprezen. We eten daarom bij het restaurant van de lodge. Ze zijn al sinds 5 uur druk bezig met de
voorbereidingen en het stoken van de braai/bbq. De beloofde Namibische braai blijkt een bbq te zijn met worstjes, kipkluif, varkenspoot, aardappelsalade en groene salade.
De zebra, springbok en kudu die de eigenaar zei te gaan braaien, hebben wij niet gezien. Ook al is het eten niet spectaculair, we zitten er wel leuk met een hoop reuring
om ons heen. Het hele spektakel doet me denken aan tv-programma’s als “het roer om”. Het complete gezin (inclusief zoon, opa en oma) is bij de bbq
betrokken. ’s Middag bij het zwembad hebben we al een enigszins overspannen moeder gezien die aan het slepen was met stoelen en tafels en daarbij een uitbrander
gaf aan haar zoon die haar in de weg liep. Zo gezellig, zo’n familiebedrijf in de toeristische sector!
Dag 15 - Vrijdag 17 augustus 2007: Outjo – Etosha NP/Etosha Safari Camp
Vandaag gaan we naar Etosha; het grootste wildpark/natuurreservaat van Afrika. We verlaten rond 8 uur de camping (kampeerplek en diner N$395) en gaan eerst naar
Outjo. Daar doen we inkopen en vullen we de benzinetank. We koen onder andere nog 2 kastanjes met snijwerk. Dit keer voor Marcel en Roos. We kopen ook lekkere punten
chocoladetaart voor bij de koffie.
Van Outjo naar Etosha NP is 97 km rijden. We komen rond half 11 in Etosha aan. De komende 2 nachten hebben we nog geen kampeerplek in Etosha. Een plek reserveren
is niet gelukt; alles was al vol. Daarna hebben we 2 nachten gereserveerd op camping Halali (midden van Etosha). Alle accommodatie is deze maand volgeboekt. We
zullen dus voor zonsondergang (17.45 uur) het park uit moeten. Jammer! Dat betekent dat we niet ’s avonds bij een ‘waterhole’ kunnen zitten. Een dag
toegang tot Etosha is N$170 voor 2 personen.
In het kamp Okoukuejo gaan we koffie drinken en taart eten al zittend op een bankje bij de ‘waterhole’ van dit kamp. Als we aan komen lopen met onze
spulletjes, zijn we met stomheid geslagen van de enorme hoeveelheid beesten in en bij het poeltje. Enorme kuddes zebra’s en springbokken delen het beetje water met
een aantal gemsbokken. Deze laatste lijken de dienst uit te maken. Als de zebra’s te dichtbij komen, worden ze door de gemsbokken niet al te zachtzinnig het water
uitgejaagd. Af en toe komen er kleine groepjes kudu’s . De kudu’s zijn een beetje schijterig, ofwel zeer voorzichtig van aard. Het is heel bijzonder om
op zo’n 50 meter van al dit beestengewoel te zitten.
Het is moeilijk om de poel te verlaten, maar we gaan toch maar weer verder. Vandaag gaan we het gebied ten noorden en westen van Okoukuejo verkennen. Dit gebied is
heel vlak en ook erg kaal en dor. Het is nu wel het toppunt van de droge tijd, maar in al deze dorheid vraag je je toch sterk af waar deze beesten van leven. Onderweg
zien we grote aantallen springbokken en iets minder zebra’s. Maar dat zijn er nog steeds behoorlijk veel.
Bij de volgende waterpoel die we aandoen (Okondeka) liggen 5 leeuwen voldaan een middagdutje te doen. Gek idee dat hier 5 leeuwen liggen (beetje op een duintje), en
dat om hun heen de prooidieren in schijnbare onwetendheid aan ze voorbij trekken. Allen op weg naar het water.
Bij deze poel lunchen we in de camper. Je mag hier je voertuig niet uit. In de poel zijn grote aantallen springbokken (verrassend) en ook een hele kudde gnoe’s.
Verder komen hier ook zebra’s drinken, een black backed jackal (jakhals) en een gier.
We rijden via het sprookjeswoud naar Okoukuejo terug. Het sprookjeswoud valt ons nogal tegen. Er zijn bijna geen beesten. En het ‘woud’ bestaat uit een
aantal baobabbomen waarvan er vele omver liggen. Het is een beetje een zootje.
We rijden via Okoukuejo naar Ombika. Dit is een waterpunt vlakbij de poort waar wij om 17.45 uur het park uit moeten. Als we er aankomen zijn er bijna geen beesten. Een
groep zebra’s loopt net weg. Er blijven een paar impala’s achter. We zitten er een tijdje in de hoop dat er zo bij zonsondergang nog beesten langs gaan komen.
Andere auto’s komen en gaan. Er lijkt niets interessants te zien. Wouter zit even de reisgids te lezen en ik zit wat door de verrekijker te turen. Tot ik plots een
olifant in het vizier krijg. En nog één. En nóg één! Blijkt er een groep van 14 olifanten uit de bosjes richting de poel te komen. Eerst
nog wat voorzichtig. Ze staan een tijdje in de bosjes een beetje te eten en te dralen. Tot er een grote voorop gaat lopen. Dan komen ze achter elkaar naar het water toe. Ze
nemen eerst een stofbad en gaan daarna drinken. De poel is te klein om ze allemaal een plek te geven. Het is even dringen. Wat een verrassing dat we dit zien! Er komen nu
ook steeds meer auto’s op het parkeerplaatsje staan. Wat een kadootje dat we precies nu op deze plek zijn! Terwijl we eigenlijk al dachten dat het niets meer zou
worden en we beter op zoek zouden kunnen gaan naar een camping. Blij dat we nog even hebben gewacht!
We verlaten rond half 6 Etosha en rijden 9km naar het zuiden naar “Etosha Safari Camp”. Daar hebben ze voor N$80 een plekje voor ons. De camping is zo te zien
nog lang niet vol.
|