Reisverslag - dag 10 t/m 12
Dag 10 - Zondag 12 augustus 2007: Sesriem – Walvis Bay
We verlaten Sesriem en rammelen weer lekker verder over de gravelwegen via Solitair naar Walvis Bay. Vooral het eerste stuk is de weg erg slecht. Echt tempo maken
kunnen we niet. De omgeving is erg mooi: bergen, rode zandduinen met vlaktes van geel dor gras ervoor.
We maken een koffiestop in Solitair. Dit plaatsje bestaat uit een paar huizen, een benzinestation, een camping en een café met daarin een winkeltje. Het
winkeltje is een bijzondere verzameling van spullen. Het lijkt een kruidenierszaak uit de jaren ’30. Je kunt er wat basis dingen kopen, maar ook souveniers,
zelfgebakken brood, koffie en appelkruimeltaart.
Ik ga voor de bijl voor 2 armbanden. En dat brood en de taart moeten we natuurlijk ook proeven! Het plaatsje is een
hele bezienswaardigheid: mooie aangelegde rots- en cactusborders, oude verroeste auto’s die daar artistiek in geplaatst zijn en een gemeenschap van grondeekhoors. Al
met al een echt ‘desert’ sfeertje. Er schijnen hier om die reden ook al diverse films en reclames opgenomen te zijn.
Tussen Solitair en Walvisbay komen we door een paar canyons. Dat blijft toch een verbluffende ervaring: je komt aanrijden over een vlakte en voor je er erg in
hebt ‘stort’ je een canyon in. En als je er weer uit bent, kun je haast niet meer zien waar de canyon/afgrond zich in het landschap bevindt. Het is niet zo dat
je aan bergen kunt zien dat je een canyon tegemoet rijdt. In één van beide canyons doen we een cache. Yeah, gevonden!
Het laatste stuk (zeg een uur) naar Walvisbay is saai. Heel erg saai. De natuur is kaal en vlak. Meestal kunnen we in alle dorheid en kaalheid nog wel wat moois zien,
maar nu na ruim 200 km rammelen zien we alleen maar dor saai landschap. De weg wordt gelukkig wel weer beter en we rijden snel door naar Walvisbay. De rit vandaag duurt
langer dan we dachten en het is ook verder dan we dachten (ongeveer 340 km). We zijn vanochtend om half 9 uit Sesriem vertrokken en komen pas om half 5 op de camping in
Walvisbay aan (Longbeach / Langstrand campsite; 137.50 N$, 2 personen, 1 nacht).
Daar aangekomen gaan we lekker douchen en ik doe een poging om de camper stofvrij te maken. Onder de douche vraag ik me af waarom ze in Nederland speciale middelen
verkopen om je haar stijl te maken. Ze moeten gewoon een dagje in de woestijn van Namibië gaan rijden; dan staat je haar vanzelf recht. Mijn haar staat stijf van het
zand recht op en van mijn hoofd. Ik moet lang spoelen om het zand en stof uit mijn haar te krijgen en er weer enige soepelheid in te krijgen.
We gaan uit eten op het terrein van de camping. Lekker steak met frietjes! Er zitten gelukkig nog wat meer mensen te eten; een groep van 6 en nog een ander stel. De
camping is bijna uitgestorven. Naast ons, zijn nog maar 2 andere plekken bezet.
Dag 11 - Maandag 13 augustus 2007: Walvis Bay – Swakopmund
We staan rustig op. We hebben ons voorgenomen een rustig dagje te houden in de omgeving van Walvisbay en zullen daarna doorrijden naar Swakopmund. Dat is 20 km
verderop.
Walvisbay is een havenstad. De enige zeehaven van Namibië en daarmee van strategisch belang. In de tijd dat heel Namibië een kolonie van Duitsland was,
was Walvisbay in handen van de Engelsen. In de tijd dat Namibië onafhankelijk werd van Zuid Afrika, bleef Walvisbay nog jaren in handen van Zuid Afrika. Nu hoort
het gewoon bij Namibië.
Het waait hier aan de kust gelukkig nu niet zo hard als in Lüderitz. Wel is er ochtendmist. Als we om half 7 wakker worden, lijkt het zwaar bewolkt. Na half 10
trekt het open en wordt het zonnig. Het zeewindje zorgt er wel voor dat het frisjes blijft. We lopen voor het eerst deze vakantie de hele dag in een trui en
lange broek.
De toeristische trekpleister van Walvisbay zijn de vele flamingo’s die er in de baai zitten. Wij gaan eerst op zoek naar een vogelreservaat ten oosten van
Walvisbay. Dat stelt niet veel voor en we zijn even hevig teleurgesteld: sputter, sputter, geen vogels, mist, geen zon, …..
Dan komen we bij de lagune ten zuiden van Walvisbay. Daar blijken alle beloofde flamingo’s te zijn. Hier overwintert zo’n 70% van de totale Namibische
flamingo populatie. We zien er inderdaad heel veel. Er zijn ook verschillende soorten. De meesten hebben een donkerroze en zwarte streep op hun vleugels als ze
vliegen.
We rijden om de lagune heen richting Pelican Point en gaan regelmatig de auto uit om flamingo’s te kijken. Er zijn ook andere vogelsoorten in de lagune.
We herkennen alleen de pelikanen. Het lijkt wel een ander soort pelikaan dan we in Australië hebben gezien. Ze zijn dikker, geheel wit (geen zwart) en hebben ook
niet zo’n grote bek met onderkin. Richting Pelican Point komen we langs een zoutwinningterrein. Enorme ondergelopen vlaktes. Ze zijn op één vlakte
zout aan het winnen met een grote gele machine. Vrachtwagens rijden af en aan om het zout af te voeren. Bijzonder om te zien hoe ze het zout uit zo’n veld snijden.
We rijden door Walvisbay naar Swakopmund. Het is inmiddels al een uur of 2. In Walvisbay pinnen we geld. Bij alle banken/pinautomaten in Namibië staat een
bewaker. Ik ben er nog niet uit of me dit een veilig gevoel geeft of niet. Ja, want ik word bij het pinnen beschermd. Nee, want als extra bewaking nodig is, dan is het er
vast niet veilig ….
We gaan ook nog even naar een stoffenzaak die een mooie stof met een print van Afrikaanse beesten in de etalage heeft hangen. We kopen 2 meter met als doel om er
thuis een keukenschort en/of placemats van te naaien.
In Swakopmund gaan we naar de “superspar” om inkopen te doen. We zijn aardig door onze voorraden heen. Dan gaan we op zoek naar een camping. (Gull’s Cry
campsite, 175N$ voor 2 nachten). We zijn en blijven de enige kampeerders hier. We zien een paar auto’s op de camping. Zij rijden een rondje en gaan er dan weer
vandoor. Waarschijnlijk gaan zij bij de andere camping staan, even verderop.
De jongen bij de ingang van de camping (receptionist? beheerder?) is blij dat hij weer een paar gasten heeft. Hij is nogal spraakzaam. HIV/Aids houdt hem duidelijk
bezig. Hij vertelt dat veel mannen uit het noorden van Namibië hier naar toe komen om te werken. Ze hebben dan al een vrouw in het noorden, maar gaan hier helemaal
los. Met het geld dat ze hier verdienen gaan ze feesten, ontmoeten meisjes, …. Velen raken volgens hem zo besmet. Hiv komt veel voor in Angola, Botswana en Zuid
Afrika. Volgens onze beheerder wordt het verspreid door onder andere vrachtwagenchauffeurs die op lange ritten deze landen aandoen. Zij hebben in alle landen verschillende
meisjes en brengen zo de besmetting over. De regering van Namibië doet veel aan voorlichting (film, advertenties, folders, et cetera) maar volgens onze informant
luistert men hier naar en vergeet vervolgens alles zodra ze gaan feesten.
De beheerder komt zelf ook uit het noorden. Zijn vader had daar vee. Hij moest van school af om te helpen met de beesten. Toen overleed zijn vader en nam familie de
complete boerderij over, zodat hij en zijn moeder zonder inkomen kwamen te zitten. Hij moest zonder opleiding werk zoeken. Dat vond hij in Swakopmund op de camping. Volgens
hem worden mensen die rijk worden een beetje gek; ze worden corrupt, gaan feesten, geven meer geld uit dan ze hebben, kopen van alles en vergeten hun eigen cultuur. Hijzelf
vindt cultuur wel belangrijk. Elke stam heeft volgens hem een eigen taal, eigen gewoontes, een eigen cultuur. Hij is duidelijk wel van plan zijn eigen cultuur in ere te
houden. Vrouwen of meisjes met een korte broek aan vindt hij maar niets. Traditioneel lopen vrouwen niet in broeken en al helemaal niet in korte broeken. Namibiërs
nemen volgens hem te veel de Westerse gewoonten over.
Ik vraag hem of hij ook die taal spreekt waarbij ze met hun tong klakken. Dit hebben we gisteren bij Solitair gehoord. Daar spraken twee vrouwen een Afrikaanse taal waarbij
ze regelmatig een klakgeluid maakten. Er schijnen stammen in Namibië te zijn waarbij ze regelmatig en klakgeluid maken tussen ‘normale’ woorden door en er
zijn stammen die vrijwel alleen in klakgeluiden praten. Ik ben benieuwd hoe ze dit geluid maken en hoop dat de beheerder me dat zou kunnen laten zien. Maar nee; zijn taal
heeft dat niet. Jammer maar helaas. Wellicht dat ik een andere keer weer eens in de gelegenheid ben om een Namibiër over de ‘klaktaal’ uit
te horen.
Aan het einde van de middag zitten we nog een tijdje in de zon. De wind wordt steeds sterker en frisser. We zitten voor zonsondergang alweer lang en breed in de
camper. Het is nu half 9 en 17ºC in de camper. Buiten is het erg fris.
Dag 12 - Dinsdag 14 augustus 2007: Swakopmund
Als wij nog aan het bijkomen zijn van de frisse nacht, vertelt de campingbeheerder dat hij vanochtend al lekker in de zee heeft gezwommen. Dat doet hij elke
ochtend. Wij moeten er niet aan denken. Om 7 uur is het bij ons ín de camper 7ºC. Niet echt een temperatuur voor een zeeduik.
Er is vandaag geen zeemist. Het is helder, zonnig en daardoor al gauw lekker warm. Het is ongeveer 20 ºC. Het windje is nog wel fris, maar in de luwte is het
lekker. Wij hebben een rustdag. We hebben uitgeslapen. We doen de was. We drinken koffie bij de camper in de zon. Er komt nog een mevrouw langs om te vertellen dat
als we eten over hebben, we dit buiten de camper kunnen zetten. Er is een poes op de camping. De vrouw verzorgt de zwerfkatten in Swakopmund. Ze geeft ze eten en laat
ze steriliseren. Dit alles onder de noemer van “the … programm” omdat de katten de ratten opeten. Ze doen dus iets goeds. De camping-kat komt
tijdens de koffie eens bij ons kijken. Ik paai ‘m met bosvruchtenyoghurt. Vindt’ie erg lekker! Onze Bas (17 jarige kater die half juli is overleden)
was daar ook altijd gek op.
We wandelen rond 11 uur het stadje in en doen ook nog even een cache. Deze ligt ongeveer 120 meter van de camper, net buiten de camping.
Swakopmund staat nog bol van de Duitse invloeden: Duitse architectuur, Duitse straatnaamborden (al hoewel ze wel bezig zijn om de Duitse namen te vervangen voor
Afrikaanse), winkels hebben Duitse namen, een Konditorei, …. Wij wandelen er op ons gemak doorheen. We kopen wat souvenirs (ring, boek, kaarten), e-mailen
naar huis en gaan lekker eten op een terras aan de strandboulevard. We hebben een enorme schotel met verschillende vissoorten besteld. Erg lekker!
Er lopen veel jongens op straat rond met kastanjes waar ze mooie ‘houtsnijwerkjes’ in maken. De eersten die wij tegenkomen houden ons leuk aan de praat. Al
pratend snijden ze onze naam in de kastanje. De beesten en andere motieven hebben ze al eerder in de kastanje gemaakt. Wij gaan voor de bijl en betalen (zo merken we
later) veel te veel. Zo veel dat ik het niet in het verslag durf te zetten (en nu tijdens het intypen van het verslag ben ik het betaalde bedrag al weer vergeten; ik zal
het wel verdrongen hebben). Ach ja, ze zijn wel mooi. We moeten maar even vergeten hoeveel we er voor betaald hebben.
Op straat zien we twee vrouwen in traditionele kledij. Gezette dames in kleurige jurken met pofmouwen. De jurk valt strak over de enorme boezem en loopt vanaf de ribben
wijd uit. Ze dragen een bijzonder hoofddeksel: een soort stoffen balk overdwars voor/bovenop het hoofd. Met enige schroom spreek ik ze aan, vertel hen dat ze er mooi
uitzien en vraag dan of ik een foto mag maken. Dat mag. Ze gaan er mooi voor staan. Nu maar hopen dat de foto’s goed gelukt zijn!
We waren ook nog half van plan om naar het plaatselijke museum te gaan of het aquarium. Maar met het lekkere weer vinden we het jammer om naar binnen te gaan. We slaan
de ‘sightseeings’ dus over en vermaken ons tot ongeveer half 5 met winkeltjes kijken. Dan gaan we terug naar de camping om daar lekker een boek te lezen en
in de reisgids te lezen wat we morgen gaan zien.
|