Reisverslag Carin en Wouter
|
Reisverslag - dag 7 t/m 9
Dag 7 - Donderdag 9 augustus 2007: Lüderitz – Betta
We verlaten Lüderitz. Onze tweede nacht op Shark Island is gelukkig rustiger verlopen dan de eerste. Er was haast geen wind. Het is zelfs zo rustig weer
dat er niet eens zand over de weg waait als we Lüderitz uitrijden. Borden waarschuwen automobilisten voor wind en zand. Je moet er langzamer rijden en bulldozers
zijn de hele dag bezig om de weg berijdbaar te houden. Maar dat alles is vanochtend dus niet nodig. Er is geen wind en geen zand op de weg. Het is haast saai!
We rijden van Lüderitz, via Aus en Helmeringhausen naar Betta. Bij Aus (Little Aus Vista) doen we een geocache. Deze cache brengt ons in een gebergte waar je
vanaf de top een prachtig uitzicht hebt over de vlakte richting de kust. We starten de wandeling op 1450 meter hoogte en de cache ligt op 1550 meter. En dan te bedenken
dat we in Lüderitz op zeeniveau zijn gestart vandaag. Alles lijkt kurkdroog, maar er bloeien veel bloemetjes. We zien ook een roofvogel met een prooi tussen zijn
poten. Hij gaat op een steen zitten om de prooi lekker op te peuzelen. De roofvogel maakt lange halen met zijn kop om de prooi uit elkaar te trekken. Fascinerend!
Na Aus verlaten we het asfalt. Vanaf nu zullen we in alle waarschijnlijkheid lang geen asfalt meer zien. We gaan richting Sossusvlei en Namib Naukluft Park. En daar zijn
alle wegen van gravel. Wij én de camper rammelen af en toe compleet uit elkaar als we over een ‘wasbordje’ rijden. Het is inspannend rijden, zowel voor
de chauffeur als, verrassend genoeg, voor mij als bijrijder.
De omgeving vandaag is weer prachtig. We rijden over mooi gekleurde vlaktes omlijst met afwisselende bergen. De hoofdkleuren zijn rood (van het zand en de bergen) en
licht geel (van het dorre gras). We zien regelmatig wild onderweg. Altijd leuk voor de afwisseling: struisvogels, gemsbokken, springbokken.
We zijn zo mooi op tijd in Helmeringhausen dat we besluiten om door te rijden naar Betta. Dat is 100 km verder. Hier komen we net voor zonsondergang aan. Onze vrees dat
de camping vol zou zijn blijkt ongegrond. Wij en een eenzame fietser (ja ook hier heb je dus van die idioten) zijn de enige campeerders.
Op de camping warmen ze het water op met behulp van een vuur onder een watervat. Dat werkt maar matig. We hebben een bijzonder frisse douche. De kampeerplekken zijn mooi
aangelegd. Dat mag ook wel voor de prijs die ze er voor vragen; 175 N$ voor 2 personen, 1 nacht).
Dag 8 - Vrijdag 10 augustus 2007: Betta – Sesriem (Hiddenvlei)
We hebben een draak van een nacht achter de rug. Ik heb 3x overgegeven vannacht en ben bij het opstaan aan de diarree. Ik geloof niet dat er nog iets in mijn maag zit. Wouter
was druk met mij water geven en troep opruimen. Kortom: een topnacht! We verlaten dan ook wat later als gewoonlijk de camping: 8 uur.
We hotsen en klotsen in 150 km naar Sesriem. De weg is nog steeds gravel en af en toe bijzonder slecht. De omgeving is wel weer heel mooi. We rijden tussen twee bergruggen
door, mooi gekleurde rotsen en zand en hier en daar een bokje. Toch zijn we blij als we rond 12 uur in Sesriem aankomen. Even rust. Even niet heen en weer gerammeld
worden. We hebben een 2WD camper. Een 4WD was hier toch een stuk prettiger geweest. Jammer dat die gelijk zo’n stuk kleiner en onhandiger zijn. Als we het
over zouden moeten doen, hadden we wellicht toch voor een 4WD gekozen om prettiger de wegen te kunnen berijden.
De camping bij Sesriem staat altijd vol zegt men. Voor morgennacht hebben we er een reservering. Voor vanavond niet. Gelukkig hebben ze een plek voor ons. Ook hier is
de camping prijzig (voor Namibische begrippen wel te verstaan; alles is relatief). 200 N$ voor 2 personen, 1 nacht. 1 dag toegang tot het natuurpark is 170 N$ voor 2 personen.
We zijn er gelukkig voordat alle prijzen van de NWR campings omhoog gaan. Onder het mom dat ze de voorzieningen verbeteren, verhogen ze de prijzen voor alle NWR campings per 1
november naar €70 per nacht. Euro’s! Belachelijk veel geld. We vragen ons af of de voorzieningen echt veel beter zullen worden en €70 per nacht is zelfs dan
nog belachelijk veel.
We lunchen op de camping en gaan dan het park in., Na 45 km komen we bij “duin 45”, waar we morgenochtend vroeg op zullen klimmen om de zonsopgang te zien. Na
62 km komen we op een parkeerplaats van waar je wandelingen kunt maken. En je kunt er met 4WD’s (van jezelf of een taxi) verder rijden naar “Deadvlei”
en “Sossusvlei”.
Wouter gaat een wandeling maken naar “Hiddenvlei”. Mooi rood zand zien, foto’s maken en en cache doen. Mijn lijf werkt nog niet helemaal mee: buikkrampen,
spierpijn van de koorts en het overgeven en absoluut geen fut. Dus zit er maar één ding op: lekker tukken. We spreken af dat Wouter rond 5 uur weer bij de
camper terug is. Tegen die tijd heb ik de slaap uit. Ik heb zelfs al weer even in het zonnetje gezeten en een klein rondje gewandeld. De duinen zijn echt prachtig; in en
in rood en heel hoog. Wouter ziet een black backed jackal (jakhals) en vindt een cache in al dat rode zand.
Aan het einde van de middag rijden we de 62 km weer terug naar de camping. Hadden ze die camping niet dichterbij kunnen maken? We komen net voor het donker aan en hebben
in de schemer nog bijna een aanvaring met een jakhals en een groepje springbokken.
Dag 9 - Zaterdag 11 augustus 2007: Sesriem (Sossusvlei en Deadvlei)
De wekker staat op 5 uur. Echt een tijd om tijdens de vakantie wakker te worden! We willen de zonsopkomst zien vanaf een zandduin in Sossusvlei. De zon komt rond
half 7 op. Voor die tijd moeten we 45 km rijden en een enorm zandduin beklimmen. Dus: Waky waky, rise and shine! Chop, chop, het bed uit!
We passeren om half 6 het hek van het park. De ‘poortwachter’ is gelukkig soepel, want we hebben nog geen ticket voor het park voor vandaag. Wij wilden
de toegang te betalen bij de poort, maar dit moet in het kantoor en die gaat pas om half 7 open. We mogen er toch in als we beloven vandaag nog bij het kantoor
de 170N$ toegang te gaan betalen.
De 45 km naar het beroemde duin rijden we heerlijk over asfalt. Ja, je leest het goed: asfalt. Geen stof, geen gehobbel. Na 2 dagen trillen, schudden en stofhappen is
dat echt een verademing! De camper blijft zowaar ook redelijk stofvrij. Na een dagje ‘gravelroad’ is de camper één grote zandwoestijn. Het
zand zit dan werkelijk overal… op de grond, in de badkamer (in de gootsteen in de badkamer komt het zand via de afvoer omhoog, in de kastjes (via het dak), in de
koelkast (via de luchtgaten om de motor te koelen), ….. echt overal! We hebben al onze kleren in plastic tassen gedaan en na een dagje ‘gravelroad’ ligt
hier een dikke laag stof/zand op. Dat het in een kastje ligt, maakt niets uit. Zelfs de bestekbak is één grote zandbak. Voor we het bestek of servies
gebruiken, moet het eerst zandvrij gemaakt worden. Aan het einde van de dag veeg ik de hele camper en sop ik de tafel en aanrecht schoon. En dan nog moet je om de
haverklap je handen wassen omdat je vingers helemaal grijs zijn van het stof. Ik onderga het maar als een gegeven: Namibië is stoffig. Er tegen vechten heeft geen
zin. Aan het einde van de dag even de boel schoonmaken is het enige dat er op zit.
Goed. We zijn dus stofvrij op weg naar duin 45. Als we er aankomen, zijn we het vierde voertuig op de parkeerplaats. Het is er nog niet zo druk. We klimmen met de andere
toeristen het duin op. Delen zijn erg steil en zwaar vanwege het losse zand en het hoogteverschil. Je loopt op een smalle richel die in het duin is gevormd door de wind.
Beide zijden zijn heel steil; niet echt een prettige omgeving voor mij als hoogtevrees-klant. Als ik eenmaal bovenop zit, heb ik tijd om om me heen te kijken. Eenmaal
boven heb ik een 1500 meter kuchje (schaatsen) van de inspanning. Om me heen hoor ik meerder mensen met hetzelfde droge gekuchel. We zijn mooi op tijd boven.
Toch gaat het echte ‘moment suprême’ haast nog aan ons voorbij. We zitten nog lekker te kletsen als anderen om ons heen beginnen te joelen en
klappen ….. de zonsopkomst. Na de zonsopkomst duurt het een tijdje voor er een mooie warme gloed over het zand komt. De mensen die in een busje zijn gekomen zijn dan
alweer beneden. Zij moeten verder. We zijn blij dat wij de tijd aan onszelf hebben. Als bijna iedereen weg is lopen wij nog wat verder het duin op. Bijzonder die enorme
bergen rood zand, mooie vormen en zo verlaten en stil!
Na de zonsopkomst op ‘duin 45’ rijden we verder naar de parkeerplaats bij “Hiddenvlei” waar we gistermiddag ook zijn geweest. Dat is nog een
kleine 20 km verder. Daar gaan we lekker een tijdje relaxen: in de zon zitten, boekje lezen, koffie drinken, …. Mijn maag en darmen zijn gelukkig weer helemaal
OK.
Als ik water in het gootsteentje van onze camper laat weglopen, ziet Wouter een hele club vogels zich verzamelen onder onze camper. Wat zouden ze daar nou gaan doen? De
vogels bleken dusdanig gewend te zijn aan het verschijnsel camper dat ze weten dat er via een afvoer water weg kan lopen. Ze gingen in een grote groep onder de afvoer
zitten om wat vocht op te vangen. Slimme beesten! Het is hier zo gortdroog dat deze beesten zich helemaal getraind hebben, zo lijkt het, op het vinden van alle mogelijke
waterbronnen. We zetten een laag bord water voor ze neer. Ook dat is een groot succes. Voeren mag niet (staat op de bordjes), maar wij vinden een bordje water wel
verantwoord. Het duurt even voordat de vogels door hebben dat er water voor ze klaar staat. Maar als ze het eenmaal door hebben, komen ze in grote getalen.
Rond 2 uur gaan we weer op pad. We laten ons door een 4WD taxi (100 N$ enkele reis; 180 N$ retour) afzetten bij de Sossusvlei. De weg daarheen is alleen begaanbaar met
een 4WD. We lopen van Sossusvlei naar Deadvlei en dan weer terug naar de parkeerplaats. Al met al zo’n 6-7 km, wel allemaal door mul zand.
Sosssusvlei valt ons wat tegen. Maar Deadvlei is indrukwekkend. Het is een soort vlakte/dal met grond van witte gedroogde klei tussen de grote rode duinen. Er staat
een hele verzameling van dode bomen. We lopen er een hele tijd rond om de rare sfeer in ons op te nemen en foto’s te maken. We vergeten de tijd en moeten nog
behoorlijk door stappen om om half 6 terug op de parkeerplaats te zijn.
Als we van Deadvlei teruglopen naar de parkeerplaats komt ons een bushcamper (kleine 4WD camper) voorbij. Vrijwel direct daarna komt deze camper vast te zitten in het mulle
zand. Het zand op de weg is echt heel mul. Je moet een goede chauffeur zijn om er doorheen te komen. Voor ze zich in het mulle zand wagen, moeten alle auto’s de
banden half leeg laten lopen. Dat geeft meer grip op het mulle zand. Gistermiddag op de parkeerplaats (toen in net wakker werd van mijn middagslaapje) dacht ik dat de
auto’s ‘en masse’ een lekke band hadden opgelopen. Ze stonden allemaal op de parkeerplaats hun banden weer op te pompen. Wouter wist natuurlijk hoe het
in elkaar zat en hielp me snel uit de droom. Ze pompen de banden weer op met een apparaatje dat ze aansluiten op de automotor. Toch lijkt het ons een hoop gedoe. Een taxi
nemen werkt ook goed. Wij hebben ons laten afzetten en zijn zelf terug gelopen. Maar je kunt ook een bepaalde tijd afspraken en dan komen ze je ook weer ophalen.
Het is alweer bijna donker als we terug zijn op de camping. We moeten van de parkeerplaats immers weer 62 km het park uit rijden.
We hebben vandaag in het park weer een jakhals, een paar struisvogels en sprinkbokken gezien. De cache die in Deadvlei moet liggen, hebben we niet opgezocht; een tijd
meer.
De stroomaansluiting op onze campingsite is kapot. Niet lang na ons avondeten is de accu leeg en gaat dus het licht uit en doet de waterpomp het ook niet meer. We moeten
verder met onze hoofdlampjes. Dit in combinatie met het vroege opstaan van vanochtend, maakt dat we nog eerder in bed liggen dan normaal: 9 uur.
|