Reisverslag - dag 4 t/m 6
Dag 4 - Maandag 6 augustus 2007: Mariëntal/Hardap Dam – Keetmanshoop/Quivertree forest
We zijn om 6 uur op en gaan om half 8 op pad. Het is hier inderdaad minder koud geworden dan in Daan Viljoen: 12ºC. Grappig om te zien hoe de
verschillende mensen met deze temperatuur omgaan. Een toerist loopt met blote voeten in sandalen en in een korte broek, maar wel met een muts op. De
NWR medewerkster bij de poort van het park is gekleed in volledige winteruitrusting: een grote dikke jas, dikke winddichte broek, capuchon op en een sjaal over haar neus.
Deze medewerkster zit dus om half 8 ook al weer op haar post. Ze moet bij de poort controleren of we de toegang wel betaald hebben bij het kantoor. Het kantoor ligt verder in
het park. Anders mogen we het park niet uit. Bij de NWR parken zitten in zo’n kantoor 2 personen. Bij de één moet je toegang tot het park betalen. Bij de
ander moet je de camping betalen. En bij allebei moet je formulieren invullen. Je moet ze ook apart betalen, het liefst gepast. Geld ruilen of lenen bij elkaar lijkt niet
gewenst. Wij met onze westerse gewoonten die gericht zijn op efficiëntie, kijken onze ogen uit. Zo rustig en verlaten als het is in de parken, en dan met 2 personen in
een kantoortje. Wel gezellig, maar druk kunnen ze het niet hebben.
We vinden de Namibiërs tot nu toe erg vriendelijk. Ze lachen naar je, zwaaien en bij een ontmoeting vragen ze altijd hoe het met je gaat. En in tegenstelling tot
Amerikanen, zijn Namibiërs wél geïnteresseerd in het antwoord. Ze waarderen het ook erg als je vraagt hoe het met hen gaat. Bij de entree van een park is
het duidelijk de bedoeling dat je eerst over en weer vraagt hoe het gaat en een praatje maakt. Pas daarna kun je tot de zaak komen en vertellen dat je een nacht op de
camping wilt verblijven.
De mevrouw bij de poort van Hardap Dam is erg vriendelijk. Ze loenst met haar ogen en wenst ons een ‘pleasant and safe trip’ als we vertrekken.
We gaan vandaag van Mariëntal naar Keetmanshoop (ongeveer 220 km). We doen onderweg 3 geocaches (zie www.geocaching.com):
1 vlakbij Hardap en 2 in Mariëntal. De laatste ligt op een kalksteenplateau dat zich uitstrekt van Mariëntal tot Keetmanshoop. Je hebt er een mooi uitzicht. De eerste
2 caches zijn nog nooit door anderen gevonden: 2 ‘first finds’! In Nederland is dat een zeldzaamheid, daar zijn andere geocachers je altijd voor.
In Mariëntal doen we boodschappen. In de supermarkt waar ik een blikopener ga kopen, staat bij elke rij met schappen bijna een bewaker. En als ik naar buiten wil, moet ik
de bon en wat ik gekocht heb aan een bewaker bij de deur laten zien. Terwijl ik in de supermarkt ben, blijft Wouter in de camper. Dit levert hem een ‘big smile en
thumbs up’ van een bewaker op, die buiten op straat de boel in de gaten houdt. Al met al bekruipt ons het gevoel dat hier veel diefstal et cetera is. Helemaal prettig voelt
het niet. In onze reisgids stond ook al dat er in deze regio veel werkloosheid is, mede omdat door de barre droogte landbouw niet meer mogelijk is.
Onderweg naar Keetmanshoop zien we eigenlijk alleen maar dorre vlaktes met af en toe wat boompjes, cq struiken. Toch grazen er nog hele kuddes geiten en af en toe een kudde
koeien. Onvoorstelbaar! Ik dacht dat we na de droogte en uitgestrekte dorre vlaktes van West Australië wel wat gewend waren. Maar ook hier vraag ik me af waar die beesten
toch van leven. Er is niets groens te bekennen.
Langs de weg (B1, geasfalteerd) loopt een soort B-weg (annex zandpad). Hier zien we af en toe een kar rijden, voortgetrokken door 2 of 4 ezels. Namibiërs die geen auto
kunnen betalen en geen zin hebben om te liften voor de boodschappen, rijden met de ezelkar. Het gaat best hard!
We komen rond half 3 aan bij de camping bij ‘the Quivertree forest’. Dit is 14 km ten noord oosten van Keetmanshoop. ‘Quivertree’ is een kokerboom. Deze
boomsoort komt in een groter gebied van Namibië voor, maar hier staan er veel bij elkaar; een bos. En dat schijnt zeldzaam te zijn.
We gaan eerst even lekker in de zon bij de camper zitten. We moeten wel in de luwte van de camper gaan zitten, want het waait hard. En dat betekent met al die dorre zandvlaktes
om ons heen dat het enorm veel zand stuift.
We gaan rond half 4 aan de wandel; het bos in. Het licht begint al mooi zacht geel te kleuren. Dat levert rond de bijzondere kokerbomen een bijzonder landschap op. Je kunt
vrij tussen de bomen en rotsen doorklauteren. Af en toe schrikken klipdassies van ons wakker als we langs komen; en wij schrikken van hen. We maken heel veel foto’s. We
lopen er rond tot en met de zonsondergang. Door de koude wind heb ik het wat eerder gezien dan Wouter. Hij wacht nog tot de ondergaande zon de lucht mooi rood kleurt, om dan
de ultieme foto te kunnen schieten.
Het waait zo hard dat onze camper heen en weer schudt. De kou en de wind maken dat we geen puf meer hebben om te gaan douchen. We gaan lekker warm eten en rond 9 uur lekker
warm slapen.
Dag 5 - Dinsdag 7 augsutus 2007: Keetmanshoop/Quivertree forest – Lüderitz
In de loop van de nacht is de wind gaan liggen. Het is helemaal helder blauw en het is koud. In de camper is het 3ºC. We willen niet weten hoe koud het buiten de camper
is. Daar komt Wouter snel genoeg achter als bij de kokerbomen bij zonsopgang (6 uur) wil fotograferen. Het is heel koud. Er ligt een laagje ijs op de kampeertafel en er zit
ijs op de voorruit van de camper. Ik ga me wassen bij een wastafel met alleen koud water. Me wassen met in-en-in koud water valt me eerlijk gezegd nog mee. Het ergste is het
zeep uit mijn washand spoelen. Zo koud! Mijn handen zijn binnen 3 seconden gevoelloos en dood. Dit verfrissende relaas schrikt Wouter zo af, als hij terug is van zijn fotosessie,
dat hij vandaag maar ongewassen en ongeschoren op pad gaat.
Voor we de camping bij ‘Quivertree forest’ verlaten, doen we nog een cache. Deze ligt (hoe verrassend…. ) aan de voet van een kokerboom op slechts 157 meter
van onze kampeerplek.
Als we de camping verlaten zien we nog in de verte een cheeta die de campingeigenaren in een groot afgezet gebied houden. De cheeta ligt op een heuveltje lekker in de zon naar
de mensen op de camping te kijken.
We gaan naar “Giants Playground”. Dit is vlakbij de camping. Het is een vrij groot gebied met allemaal enorme basaltblokken. Ze lijken door reuzen te zijn
opgestapeld. Het donkerrode steen ziet er mooi uit in de ochtendzon.
Rond 10.15 uur gaan we weer op pad. We rijden via Keetmanshoop naar Lüderitz (365 km). Onderweg begint het steeds harder te waaien. De zon schijnt uitbundig, maar
de wind maakt het fris.
We rijden door een mooi en afwisselend gebied; mooie rotsen, canyons, valleien/vlaktes (in het Engels wordt het een ‘pan’ genoemd). Er zijn behoorlijke
hoogteverschillen. De heuvels en bergen zijn van mooi rood en groen zand. Ik zie onderweg een springbok en meerdere gemsbokken. Omdat Wouter zijn aandacht bij de smalle weg
moet houden, mist hij ze. Wel ziet hij de vele geiten, struisvogels en wilde paarden.
Na een mooie tocht komen we rond 3 uur in Lüderitz aan.
In Lüderitz rijden we gelijk door naar de camping “Shark Island”. Officieel heet het “The Shark Island Resort”. Volgens mij noemen ze alles
hier een ‘resort’. Wij Nederlanders stellen ons bij die term toch wat anders, wat luxers, voor. Het is een soort schiereilandje, bestaande uit rotsen met daarop
campingplekken. De meeste plekken zijn vol in de wind die over de oceaan aan komt. Er zijn eenvoudige toiletvoorzieningen. Wij proberen de camper in de luwte van een rots
te zetten. Toch schudt de camper heen en weer door de wind.
Wij zijn voorlopig de enige kampeerders hier. We willen de man bij de poort voor 2 nachten betalen. Hij adviseert ons nu slechts 1 nacht te betalen (150 N$) voor het geval
we ons zullen bedenken en toch morgen al weer weg willen. Hij lijkt niet de grootste promoter van dit ‘resort’.
We maken een wandelingetje over Shark Island en gaan dan lekker douchen. Het zijn heerlijke hete douches. We zien de zonsondergang in de oceaan vanuit de camper. We zitten
pal aan de Atlantische oceaan.
Dag 6 - Woensdag 8 augustus 2007: Lüderitz / Kolmanskop
We slapen uit tot ongeveer 7 uur. We hebben de hele nacht in bed liggen schudden. De wind beukte over de camping. Af en toe schudde het zo hard dat ik me bedacht
dat áls er een aardbeving zou zijn, wij dat niet zouden merken. We schudden toch al.
We gaan naar Kolmanskop. Dit is een ‘ghosttown’ op ongeveer 15 km van Lüderitz. Dit stadje was ‘booming’ tussen 1908 en 1914. In die periode
werden in dit gebied diamanten gevonden. Om Kolmanskop in te mogen, moeten we bij een ‘touroperator’ in Lüderitz kaartjes kopen (40 N$ pp). Het stadje is tot 1
uur open en er zijn 2 rondleidingen. Wij gaan mee met de rondleiding van half 10.
De gids vertelt enthousiast en ze brengt het stadje enigszins tot leven. Dat is een compliment want het is echt een ‘ghost town’. Door de kapotte ramen en deuren
zijn sommige huizen half vol met zand gestoven. Een paar gebouwen zijn gerestaureerd. Wij vinden vooral de met zand gevulde vervallen huizen het mooiste.
Het waait nog steeds hard. We worden van alle kanten gezandstraald. En met al dat zand in mijn ogen vraag ik me af waarom ik niet de mode gevolgd heb van de grote
zonnebrillen. Dat zou nu heerlijk zijn geweest; ogen afgeschermd door enorme brillenglazen.
In de hoogtijdagen woonden er 1000 mensen in Kolmanskop. In die tijd werden er heel veel diamanten gevonden. Per persoon vonden ze 200 karaat diamant per dag! Dat zijn
ongeveer 40 stenen ter grootte van een duimnagel! Dat deden ze zo’n 6 jaar lang. Een waanzinnige hoeveelheid diamant dus. Het bijzondere is dat ze er niet voor
hoefden te graven of bikken. De stenen lagen gewoon voor het oprapen in het zand. De wind blies het losse zand weg. De zwaardere diamanten kwamen naar het oppervlak en
bleven liggen. De diamantzoekers lagen hier dan ook zij aan zij plat voorover in het zand om de grond af te kunnen speuren. Alle stenen moesten worden afgegeven aan de
directeur/eigenaar van het gebied. Om diefstal te voorkomen werd een röntgenapparaat ingezet, totdat bekend werd dat röntgenstralen kanker zou kunnen
veroorzaken.
De inwoners van Kolmanskop kregen voor hun werk gratis brood en water. En ik neem aan dat ze ook salaris kregen. Veel arbeiders kwamen uit Duitsland, maar er werkten ook
Namibiërs afkomstig uit alle hoeken van het land. In het dorp was een ziekenhuis, een school, een bakker, slager, gemeenschapshuis, een zwembad en een ijsfabriek. Daar
werd ijs gemaakt om de koelkasten koud te houden.
Ik win een miljoen aan ‘imaginary dollars’. Ik raad het goede antwoord op de vraag van de gids: waar komen de kolen vandaan die ze hier gebruikten om elektriciteit
op te wekken? Dus ik noem het meest onwaarschijnlijke antwoord dat ik kan bedenken: Germany. Goed!
De rondleiding door het stadje duurt een klein uurtje. Daarna zijn we aan koffie toe. In de (gerestaureerde) stadshal van Kolmanskop kopen we cappuccino en ‘lemon
pie’. Mjummie!
Daarna gaan we op eigen houtje nog wat huizen in om de bijzondere zandophopingen te fotograferen. Betreden van de gebouwen is op eigen risico. Daar kunnen we ons wel wat
bij voorstellen als we zien dat een plafond door het gewicht van het zand naar beneden is gekomen.
Als we om 12.45 uur Kolmanskop verlaten is de wind gaan liggen en de zon brandt flink. We gaan terug naar Lüderitz om te lunchen. We gaan uit eten in de haven. Nu de
wind weg is, kunnen we op het terras zitten met uitzicht op de haven (Restaurant Richie’s). Het eten is erg lekker en de bediening is bijzonder vriendelijk. Daarbij is
het eten niet duur (Griekse salade 250 N$ ofwel €2,50; seafood curry 55 N$ ofwel €5,50) en de wijn is zelfs belachelijk goedkoop (58 N$ ofwel €5,80 per
fles!). We zitten er lekker; op en top vakantie!
We doen inkopen in de plaatselijke supermarkt waar ik tot mijn schrik in het vriesvak, naast de kip, een diepgevroren pofadder zie liggen. Yek!
We willen het gebied ten zuiden van Lüderitz gaan bekijken. Dit was ooit verboden terrein vanwege de diamantindustrie. Nu is het een natuurgebied waar ook
flamingo’s voorkomen. De weg er naartoe is afgesloten. Jammer maar helaas. We moeten over gaan op plan B. Plan B is het bezoek aan “Goerke Haus”. Dit is
volgens onze reisgids een ‘must see’. Maar dit huis blijkt alleen toegankelijk tot 4 uur. En dat is het al bijna. Jammer dan! We schakelen over op plan C. Plan C
bestaat uit ansichtkaarten kopen en deze naar huis sturen. Ook wel weer eens leuk, na vele vakanties alleen e-mails gestuurd te hebben. Er moet nodig weer een nieuwe kaart
bij de verzameling op de wc van Wouter’s ouders. In het postkantoor kopen we prachtige postzegels; haast jammer om ze weg te sturen.
We gaan terug naar de camping op Shark Island bij Lüderitz. We eindigen ons dagje met boekje lezen, zonsondergang kijken, douchen, wat eten en spelletje doen.
In de supermarkt hebben we een ‘mosbal’ gekocht om vanavond bij de koffie te nuttigen. Het ziet er uit als een moorkop maar dan helemaal bedekt met chocoladehagel. We
zijn benieuwd!
|