Reisverslag - dag 1 t/m 3
Dag 1 - Dinsdag 8 juli 2008: Zeist – Cancun
We vertrekken even voor half 8 van huis. Kwart over 7 is niet gelukt. Roos gaat mee naar Schiphol om onze auto weer terug naar Zeist te rijden. Gezellig; hebben we
wat te kletsen in de file. We rijden op de A2 de file in: 11 km tot Abcoude. We checken rond 8.45 uur in. En na een grote cappuccino en een chocolade muffin (zonder kunnen
we de lucht niet in), vliegen we om 10.15 uur richting Cancun Mexico.
Bij het boeken van de vlucht stond dat we rechtstreeks zouden vliegen. Dat doen we ook, maar wel met een technische tussenstop in Brussel. Daar staan we ruim een uur
aan de grond. We moeten in het vliegtuig blijven. Rond 12 uur vertrekken we weer: op naar Cancun, een vlucht van 10,5 uur. Van Amsterdam naar Brussel was een half uur
vliegen.
We vliegen met Martin Air en hebben voor €49 p.p. een ‘upgrade’ gekocht naar de ‘comfort class’. Dit betekent dat we 10 cm meer beenruimte
hebben (check: klopt, we zitten lekker ruim), een eigen video-systeem hebben (check: klopt, ik bekijk de films “Natural Treasure” en “Atonement”) en
we een luxe koffie-service hebben (check: klopt, we krijgen een likeurtje en een chocolaatje bij de koffie. Lekker!).
We komen rond 4 uur, plaatselijke tijd, aan in Cancun. Het tijdsverschil met Nederland is 7 uur. Om het land in te mogen, moeten we natuurlijk weer allerlei formulieren
invullen: 1 voor immigratie en 1 voor de douane. Ook moet de cabine van het vliegtuig worden ontsmet. Wat een onzin! De stewards lopen met een spuitbus door het gangpad van
het vliegtuig om alles te ontsmetten. Waar is dit goed voor?
Wouter heeft via internet geregeld dat we met een shuttle-busje van het vliegveld naar het hotel worden gebracht (cancunshuttle.com). We gaan naar “Hotel Girasol”
aan de “Zona hotelleria” in Cancun. Vanuit het shuttle-busje werpen we onze eerste blik op Mexico. Veel bomen, beetje moeras, de eerste vogels en even later een
strook land met allemaal hotels langs het strand. Het lijkt wel de Costa del Sol!
Later als we nog wat gaan eten voor we gaan slapen, weten we helemaal niet waar we in terecht komen. Wat een circus! Ons lichaam slaapt al en we zitten middenin het
uitgaansleven en de vermaakindustrie. Niets geen idyllische rustige palmstranden. Wel veel harde muziek, veel restaurants en winkels met knipperende lichtreclames en
straattheater. Het restaurant dat we uitzoeken blijkt minder rustig dan we gehoopt hadden. De muziek schalt uit de boxen. Het personeel vermaakt de gasten (behalve ons: wij
willen rust en met rust gelaten worden) met praatjes, western dansjes, op de foto gaan met een Mexicaanse hoed op, mooi gevouwen ballonnen op je hoofd, tequilla
drinken, ….. Aan ons is het allemaal niet besteed. We willen slapen. Dat gaan we dan ook maar snel doen.
Ons hotel is gelukkig op loopafstand. “Hotel Girasol” heeft betere tijden gekend. Het is wel netjes, maar inmiddels wel wat aftands en het oogt verlaten. Hoeveel
gasten zouden er zijn?
We gaan slapen met de airco aan. Later in de nacht zetten we de balkondeur naar de Atlantische oceaan open. We slapen verder met het rustgevende geraas van de oceaan op de
achtergrond.
Dag 2 - Woensdag 9 juli 2008: Auto ophalen, en rijden naar Valladolid
Het is nu half 7. Ik lig klaarwakker op bed. Lang leve de jetlag. Het is hier al 28ºC. Wouter is lekker opgefrist, zegt hij. De douche geeft alleen koud water. Daar
ga ik me ook maar eens onder wagen.
Onze kamer heeft een mooi uitzicht over de Atlantische oceaan. We hebben de zon, door de wolken, zien opkomen vanuit bed. We ontbijten rond half 8: Amerikaans ontbijt met
Mexicaanse eieren. We doen even ‘internationaal’. Het ontbijt is buiten en we hebben een prachtig uitzicht over het zwembad, naar de zee. De man die
ons ontbijt verzorgt, is bijzonder opgewekt en vriendelijk. Mexicanen schijnen formele begroetingen op prijs te stellen. We nemen ons voor hier tijdens de vakantie op te
gaan letten. Iemand begroeten en vragen hoe het gaat, moet ons lukken in het Spaans.
We halen direct na het ontbijt de auto op bij Alamo. Dat is een makkie. De Alamo zit bij het hotel naast het onze. We lopen er naar toe. We hebben een Chevrolet-compact. Het
is een vrij klein en eenvoudig model met een enorme kofferbak. Daar passen met gemak onze twee reistassen in. Mooi uit het zicht van eventuele boefjes.
We rijden via ons hotel om onze spullen op te halen. Dan verlaten we Cancun en gaan we het binnenland in.
We nemen de tolweg vanuit Cancun naar Valladolid (tolweg is ‘cuota’). De tolweg kost ons 202 pesos voor 150 km tolweg. Het alternatief is om een kleinere weg
te nemen die door alle dorpjes gaat. Wij kiezen voor de makkelijke snelle route.
We zijn rond 12 uur in het centrum van Valladolid waar we zonder problemen het hotel vinden dat we op het oog hebben: “Hotel el mesa del marquis”. Dit is
één van de oudste panden van Valladolid. Het is mooi gerestaureerd, heeft een mooie binnenplaats en is in gebruik als restaurant en hotel. De kamer is 870 pesos
per nacht (exclusief ontbijt). We hebben een mooie kamer met airco.
We lunchen in het restaurant van het hotel. Wat een heerlijk plekje! Zo lekker rustig, in een mooi oud pand en lekker eten.
Dan gaan we Valladolid verkennen. We lopen door het parkje voor ons hotel heen, doorkruizen het plaatsje op weg naar een parkje en “cenote Zaci”. Cenotes zijn een
soort grotten. Deze komen veel voor in dit deel van Mexico. Je kunt er over het algemeen in zwemmen. Deze ‘cenote’ is vrij open van boven. Het is niet echt een grot
in onze ogen. Het heeft wel wat mooie stalactieten en varens. Er vliegen heel veel zwaluwen rond om de vliegen te vangen boven het water. Goede zaak! Er zwemmen veel vissen in
het water en we zien ook een schildpad zwemmen.
Terug bij het hotel gaan we lekker zwemmen. Wat een heerlijkheid! We hebben enorm lopen zweten vandaag. Ook al is het deels bewolkt geweest, het is zo warm en vochtig buiten
dat wie niets hoeven te doen om te zweten. Van het zwemmen koelen we zowaar weer een beetje af. We gaan rond 6 uur zelfs terug naar de kamer omdat ik het koud krijg (!).
Als ik wil douchen blijkt deze kapot te zijn. Op dit moment is één van de mannetjes van het hotel aan het proberen de douche te repareren. Hij moet regelmatig naar
beneden om gereedschap of een nieuw onderdeel te halen. Arme man; onze kamer is op de 4e/ bovenste verdieping.
Het probleem van de dag en wellicht van de komende dagen is het vinden van een wegenkaart. Van de autoverhuurder hebben we een bijzonder simpel exemplaar gehad waar we weinig
aan hebben. We hebben nog geen winkel gevonden die een kaart verkoopt en ook het tankstation dat we hebben gezien, verkocht alleen benzine. Hoe doen anderen dat? Kopen zij al
in Nederland een kaart van het gebied? Wij gaan altijd naar de eerste benzinepomp die we tegenkomen en kopen daar een wegenkaart. Maar die tactiek gaat hier dus helaas niet op!
Dag 3 - Donderdag 10 juli 2008: Rijden naar Rio Lagarto, boot-excursie regelen
Na wat draaien in bed zijn we om 6 uur toch echt wakker. We kunnen pas om 7 uur ontbijten. Daarom gaan we even naar het parkje voor het hotel. Hier zijn al meer vroege
vogels. Letterlijk (het is een gekwetter van jewelste) en figuurlijk (een groepje mannen is de ornamenten van de fontein al aan het schilderen).
Wouter ontbijt met ‘hot cakes’. Dit blijken, zoals hij al hoopte, Amerikaanse ‘pancakes’ te zijn. Ik ontbijt met vruchten en yoghurt. In die
volgorde. Ik krijg een enorm bord met vers fruit en een klein bakje yoghurt. Mmmm, lekker! De man die ons bedient heeft door dat we van koffie houden. Hij vult onze koppen
al bij voor ze leeg zijn. Opvallend is dat het bedienend personeel een haarnetje om/op heeft. Geen gezicht, maar wel hygiënisch natuurlijk. Op deze manier lijken
de mannetjes helemaal op elkaar. Ik wil niet discriminerend overkomen, maar ik heb veel moeite om de ene Mexicaanse man van de andere te onderscheiden. Zelfs Chinezen vind
ik onderling meer verschillen dan de Mexicanen. Ik hoop dat het gaat wennen en dat ik de Mexicaanse gezichten beter ga herkennen in de loop van de vakantie. Want: Wie heeft
ons nu ook alweer bediend? Wie geef je de fooi? Knap lastig.
Voor we Valladolid verlaten, rijden we eerst nog wat blokjes rond in de stad om via wat wegopbrekingen en onverwacht één-richtingsverkeer bij de plaatselijke
benzinepomp te komen. We tanken en hopen er een wegenkaart te kopen. Het eerste lukt. Het tweede helaas weer niet.
Zonder kaart van betekenis rijden we Valladolid uit naar het noorden. We gaan via de ruïnes van ‘Ek’Balaam’ en het stadje Tizimin naar Rio Lagartos
aan de kust. We rijden in totaal ruim 100 km.
Onze eerste stop is Ek’Balaam (ongeveer 18 km ten noorden van Valladolid, afslag naar rechts en dan nog ongeveer 5 km; toegang 29 pesos p.p.; wij hebben de ruïne
zonder gids bezocht).
Ek’Balaam is een ruïne van een enorm tempelcomplex van de Maya’s. Niet alle gebouwen zijn al ‘opgegraven’ uit de jungle. De tempels en piramides
die er staan zijn deels gerestaureerd. Het geeft een mooi beeld van hoe het eruit gezien moet hebben.
De hoofd-tempel (de Akropolis) is enorm groot: 160 meter breed en 32 meter hoog. Op de Akropolis is een beeldhouwwerk van een enorme jaguarmond met Maya figuren er naast,
waaronder menselijke figuren met vleugels. Wouter gaat helemaal naar de top van de piramide. Ik kom tot halverwege, dan ga ik weer omlaag. Rond de ruïnes zien we nog
prachtige vogels: mot mots.
Druipend van het zweet komen we weer bij de auto terug. Daar staat onze auto-oppasser nog op zijn post. Wouter vraagt ‘m nog even of alles goed gegaan is. OK, hij
heeft zijn geld verdiend!
We rijden door naar Rio Lagartos. In Tizimin stuiten we onverwacht op een één-richtingsweg en een wegomleiding. Wonder boven wonder raken we niet eens
verdwaald in de wir war van straatjes. We rijden maar achter de grootste rij auto’s aan. En als die plots toch allemaal weg zijn, volgen we een bus. Het zit mee. De
bus had ook ergens anders heen kunnen gaan.
In Rio Lagartos volgen we de aanwijzingen van de Lonely Planet reisgids. We gaan eten in restaurant “Isla Contoy”. Daar zouden twee goede gidsen te vinden moeten
zijn om een boottocht mee te maken naar een flamingo kolonie voor de kust. Na het eten spreekt een man ons aan en vraagt naar onze plannen. Hij spreekt goed Engels en
adviseert ons, als we toch een nacht in het plaatsje blijven, om de excursie naar de flamingo’s morgenochtend vroeg te maken. Het is een bijzonder geschikte en
geloofwaardige man. Hij brengt ons, voor ons uitrijdend op zijn scooter, naar een goed pension: Hotel “Punta Ponto” (400 pesos, 1 nacht met ontbijt). We hebben
een ruime schone kamer met een zeer geluidsarme airco. Dan stelt de gids zichzelf voor: Izmael Navarro. Laat dat nu net één van de gidsen uit de Lonely Planet
zijn! Wat een geluk! Hij komt ons morgenochtend om 7 uur met de boot ophalen bij ons hotel. Dan gaan we een trip maken van 2 à 3 uur (600 pesos voor 2 personen plus 21
pesos p.p. toegang tot het natuurreservaart; als er nog een ander koppel bij komt, wordt het voor ons 400 pesos). Izmael is een opgeleide natuurgids die ook onderzoekers
rondleidt hier. Moet goedkomen morgen dus!
’s Middags maken we een tripje met de auto richting Las Coloradas. De wandeling die we daar maken breken we voortijdig af. Het pad is te zeer dichtgegroeid en een
brug is vernield door een omgevallen boom. De muggen prikken ons behoorlijk lek. Jammer: we hadden wel zin in vogels spotten. De wandeling zou ons bij een poel met
watervogels moeten brengen. Dat gaat nu dus niet door.
In Las Colorados wordt zout gewonnen. Wij scoren er een koude cola. Lekker! We zijn door onze wandeling al weer oververhit en kletsnat van het zweet. We maken nog een stop
aan het strand om vogels te kijken en gaan dan naar Rio Lagartos terug.
Als we even over de kade en door het dorp lopen, blijken we een bezienswaardigheid. De weinige toeristen die naar Rio Lagartos komen, overnachten elders. Er is dan ook
maar één restaurant open waar we nog kunnen avondeten: restaurant “Isla Contoy”. Daar zit onze gids Izmael ook weer. Ik herken ‘m weer eens
niet: gelukkig herkent hij ons wel en kunnen we daaruit afleiden dat het Izmael moet zijn. We willen wat lichts eten. Bij gebrek aan salades op de kaart, bestellen we een
garnalen cocktail. Pfoeie! En we krijgen toch een enorme hoeveelheid garnalen! 3 ons per persoon?! Een groot sorbetglas vol, drijvend in de tomatensaus. Het is net witte
bonen in tomatensaus, maar dan met garnalen. Het zijn lekker vlezige garnalen.
Na wat eten en een lekkere douche, kom ik weer wat bij. Toen we vanmiddag thuis kwamen, was ik helemaal op; moe van alle hitte en het zweet. Het is nu 8 uur. Ik vermoed dat
we zo lekker naar bed gaan. Wouter heeft zijn tanden al gepoetst.
|