Reisverslag Carin en Wouter
|
Reisverslag - dag 22 t/m 24
Dag 22 - Zondag 23 augustus 2009: Rijden en boottocht naar Pulau Tiga; relaxen en snorkelen aan het strand
Route: Kota Kinabalu, Kuala Penyu, Pulau Tiga
Weer: warm
Activiteiten:
- Op het strand liggen en zwemmen
Overnachting: Pulau Tiga Resort
Om 8 uur staat er een busje voor ons klaar om ons naar Kuala Penyu te brengen (1,5 uur rijden). Daar stappen we op een bootje naar Pulau Tiga: een tropisch eiland op een
half uur varen voor de kust. Op Pulau Tiga is het televisieprogramma “Survivor” (in Nederland bekend als Expeditie Robinson) opgenomen: in 1999 de Amerikaanse versie
en in 2002 de Engelse versie. Ik ben benieuwd of het resort er toen ook al stond, want dan is er geen sprake geweest van ‘overleven op een onbewoond eiland’ en
zijn we met z’n allen genept waar we bij zaten. Nu is er één resort op het eiland (Pulau Tiga Resort waar wij slapen) en nog een soort centrum voor
natuur & onderzoek.
Ons verblijf is een bungalow op palen met uitzicht (door een paar bomen heen) op het strand en de zee. Opgegroeid achter de Nederlandse duinen en beschermd door de Nederlandse
dijken, vind ik het nog altijd gek om zo pal aan zee in een huisje te zitten. Altijd speelt in mijn achterhoofd een gevoel van onrust omdat de zee zo zonder barricades
het land op kan stromen.
Onze bungalow is ruim en netjes. Tot onze opluchting hebben we kasten: op Pulau Selingan en bij Sukau hadden we die namelijk niet en dat was heel onhandig. We hebben een
grote veranda. De badkamer is klein en vies en ook de douche is minimaal. Daar staat tegenover dat we wel twee van dit soort badkamers hebben. Waarom? Wie het weet mag het
zeggen.
Na de lunch wacht het strand op ons. Om het ‘Expeditie Robinson’ gevoel te verhogen, lopen we ruim een half uur over het strand naar een afgelegen strandje. Als
we niet richting het resort kijken en er even geen boot voorbij vaart; dan is het net alsof we op een onbewoond eiland zitten. We lezen en luieren wat. Snorkelen wordt niets. We
denken vanaf het strand koraal in zee te zien liggen; dat blijkt zeewier te zijn. Er zwemmen ook nauwelijks vissen. Daarvoor zitten we dus niet op de goede plek, maar
voor ‘zon, zee & luieren’ is het hier wel uitermate geschikt.
Wouter mist tot zijn ongenoegen de zonsondergang omdat hij precies op dat moment onder de douche staat.
Dag 23 - Maandag 24 augustus 2009: Wat rondhangen vanwege de regen; luieren aan het strand; korte wandeling over het eiland
Route: Pulau Tiga
Weer: enorme regenbuien, later in de middag gelukkig weer droog
Activiteiten:
- Strandwandeling
- Wandeling over het eiland naar de andere kant
Overnachting: Pulau Tiga Resort
Het heeft vannacht enorm geregend. Als we wakker worden is het gelukkig droog. We besluiten om na het ontbijt een wandelingetje te maken over het strand. We lopen de
andere kant op dan we gisteren zijn gegaan; gewoon even kijken hoe ver we kunnen komen en of we eventueel rondom kunnen lopen. Om ons heen zien we de buien alweer groeien. Het is
dan ook niet echt een verrassing als de regen los barst terwijl wij nog minimaal 15 minuten lopen van het resort verwijderd zijn. Drijfnat komen we aan.
Het blijft de hele ochtend regenen. Na de lunch wordt het wat lichter. Wij gaan dan toch maar, ook al schijnt de zon nog niet, op strand zitten. Koud is het niet. Als het
begint te miezeren zoeken we dekking onder een afdakje. Om 4 uur zijn we het ‘zitten zonder zon’ zat. We wandelen via de moddervulkaan naar het rotsstrand aan de
andere kant van het eiland. Pulau Tiga heet zo omdat ‘tiga’ drie betekent en er in het verleden drie vulkanen op het eiland waren of omdat er ooit drie eilandjes
bij elkaar lagen (nu is er één in zee verdwenen). Er is hoogteverschil op het eiland; we lopen wat op en neer door een dichte jungle. Onderweg zien we
kleine neushoornvogels, langstaart makaken en de beroemde (want zeldzame) megapod. De megapod is een soort kip en is saai grijs.
Midden op het eiland is de moddervulkaan. Nu is het een modderpoel waar je een glibberig modderbad in kunt nemen. Er wordt volop ‘gebadderd’ door andere
resortgasten. Zij moeten bedekt met modder een kilometer teruglopen naar het resort
om daar in de zee de modder af te spoelen. Het teruglopen is meer terug-glibberen en gebeurt veelal op blote voeten omdat iedereen te vies is om zijn schoenen aan te trekken.
Wij slaan de modder over en gaan naar het rotsstrand. Dat is net zo’n strandje als waar ze bij Expeditie Robinson kleine schelpjes (kokkels) zoeken om te eten. Wij zien een
paar kreeftjes, maar geen schelpdiertjes. Gelukkig maar dat wij straks weer aan kunnen schuiven bij het buffet in het resort. Helaas is het eten daar bijzonder smaakloos. Zout en
kruiden zijn voor de kok volledig onbekende verschijnselen. Wij verbazen ons bij elk maal weer hoe smaakloos iemand kan koken. Wat ons ook verbaast is de hoeveelheid afval die
aanspoelt op het strand. Bij Expeditie Robinson zie je altijd witte schone stranden. Hier ligt het strand bezaaid met aangespoeld hout, zeewier, kokosnoten en ook heel veel
plastic rotzooi. Zou de filmploeg speciaal voor de opnamen de stranden langsgaan om al het vuil op te ruimen?
Dag 24 - Dinsdag 25 augustus 2009: Excursie naar Snake Island (met zeer giftige zeeslangen); snorkelen; relaxen aan het strand
Route: Pulau Tiga
Weer: zonnig en warm
Activiteiten: Bootexcursie naar het slangeneiland en snorkelen vanaf een zandbank
Overnachting: Pulau Tiga Resort
Yeah! De zon schijnt! Vannacht heeft het nog behoorlijk gestormd en hard geregend, maar nu is het zonnig met een paar onschuldig lijkende wolken. Dat komt mooi uit want
we hebben vanochtend een uitje: met de boot naar ‘snake island’ (Pulau Ular) en op de terugweg wordt een stop gemaakt om te snorkelen. Snake island is een
klein onbewoond eiland (met tot onze verbazing een prachtige betonnen stevige aanlegsteiger met zonnepanelen en verlichting) waar tussen de rotsen en in de schaduw
zeeslangen zitten. Zeeslangen zijn erg giftig. Ze kunnen tot 2 meter lang worden. Gelukkig is hun bek zo klein dat ze alleen in het vel tussen je vingers zouden kunnen
bijten. Mijn kuiten (een gemakkelijk doelwit) zullen dus wel te dik zijn.
We zijn met z’n 15-en ofzo. Met z’n allen gaan we dapper op zoek naar de slangen. Na een tijdje merkt Wouter op dat hij wel min
of meer zoekt, maar dat hij nog niet zo zeker weet of hij de slang ook echt wel wil vinden. Goed punt. Als de gids uiteindelijk een slang vindt (zwart wit gestreept) houdt hij
de slang vast (vooral de kop met de giftanden) zodat iedereen een foto kan maken. Als hij vraagt wie met de slang op de foto wil, verbaas ik vriend en vijand (en vooral
Wouter) door naar voren te komen. Ieks, een slang in mijn nek! Het voelt als een kleffe koude tuinslang. En als de slang zijn staart lekker om mijn nek krult, wordt het
even té spannend om echt leuk te blijven. Ach ja, de foto is wel spectaculair.
Als we de slangen hebben gezien, gaan we met de boot naar een nog kleiner eiland dat geheel uit wit/geel zand bestaat. Vanaf dat strandje kunnen we snorkelen. Het is
leuk om op zo’n echt onbewoond eiland te zijn; helemaal leeg, zelfs de palmboom ontbreekt. Er ligt wat koraal voor de kust, maar niet zo veel. Het zicht in het water is
vrij slecht door het opdwarrelende zand. We snorkelen, zwemmen, maken wat foto’s en gaan dan weer met de boot terug naar Pulau Tiga. Daar zijn we voor de lunch weer
terug.
Dit tripje was bij onze SNP-reis inclusief, maar je kunt het ook bij het resort boeken voor 45 ringit p.p.
De zon schijnt nog steeds. De middag besteden we uiterst nuttig al lezend in een hangmat in de schaduw. Wouter gaat nog even snorkelen in het ‘huisrif’. Maar
daar is het zicht ook slecht en het koraal en de vissen zitten verstopt onder het zeewier. Hij is al snel weer terug. Verder worden we vermaakt door bootjes met nieuwe
toeristen, Duitse toeristen die op zo’n opblaasbanaan in het water worden voortgetrokken en door het personeel dat, zoals elke dag, een potje volleybal speelt aan het
einde van de middag.
Het dinerbuffet is, zoals inmiddels gebruikelijk, smakeloos. Het begint al haast te wennen.
We zitten inmiddels onder de muggenbulten. Wouter zijn rug zit onder de beten van de zandvlooien, opgelopen afgelopen zondag bij het fotograferen van heremietkreeftjes op
het strand. Daarnaast hebben we alletwee een flinke hoeveelheid bulten van muggen, opgelopen tijdens onze wandeling over het eiland. Plus wat kleinere bultjes (wat niet wil
zeggen dat ze minder jeuken) van kleine onschuldig ogende vliegjes op het strand. Alleen al op mijn linkerbeen zitten 24 muggenbulten, waarvan er meerdere echt goed jeuken.
Maar mijn meest getroffen gebied zijn mijn bovenarmen aan de achterkant; en jeuken!
|