Reisverslag

Reisverslag
Carin en Wouter

dag 1 - 3 dag 4 - 6 dag 7 - 9 dag 10-12 dag 13-15
dag 16-18 dag 19-21 dag 22-24 dag 25-29 Kaart Maleisië

Reisverslag - dag 13 t/m 15

Dag 13 - Vrijdag 14 augustus 2009: Rijden naar vliegveld KLIA; auto inleveren; vlucht naar Kota Kinabalu (op Maleisich Borneo); start SNP arrangement

Route: We rijden van Malakka naar vliegveld ten zuiden van Kuala Lumpur en vliegen naar Kota Kinabalu (Borneo, Sabah)
Afstand: 141 km
Weer: zonnig en warm
Activiteiten: Wandeling door Kota Kinabalu naar de pier met restaurantjes
Overnachting: Shangri La Hotel City Hotel (Kota Kinabalu)

Onze ochtendrituelen doen we wat sneller dan anders, want we moeten naar het vliegveld om onze vlucht naar Kota Kinabalu op Borneo te halen.
In Malakka staat de snelweg naar Kuala Lumpur soms wel op de borden en soms ook niet. Als er geen bord staat wil dat niet altijd zeggen dat je rechtdoor moet. Daar komen we al snel achter als we op een wel hele kleine weg belanden. Dat alles maakt het vinden van de weg lastig. Het blijkt ook verder te zijn dan we dachten. Op het vliegveld is gelukkig een benzinepomp te vinden voor we de auto inleveren en ook de ‘car rental’ is netjes aangegeven. We leveren rond half 11 de auto in. Als we in de vertrekhal van KLIA onze vlucht niet kunnen vinden, blijkt dat we in een hele andere terminal moeten zijn; de LCC terminal. Er gaat een bus naar toe (20 minuten rijden) of je kunt er met de taxi komen. Wij kiezen voor de taxi (42 ringit, 10-15 minuten).

We vliegen met Air Asia en deze budget vliegmaatschappij heeft een eigen vliegveld zo blijkt. Dat moet je maar net even weten! Bij deze vliegmaatschappij moet je bijbetalen als je meer bagage hebt dan 10 kilo p.p. Dat hebben we. Wouter is zo slim geweest ons toegestane gewicht op te hogen tot 15 kilo (door bij te betalen bij het boeken van de vlucht). Silhouet van Wouter bij ondergaande zon Maar we blijken in totaal maar liefst 38 kilo mee te hebben. We moeten dus nog meer bijbetalen. Dat blijkt prijzig: 15 ringit per kilo. En dan te bedenken dat we de komende weken nog twee keer vliegen waarbij een maximum van 15 kilo p.p. geldt. Dat worden dure vluchten of vluchten waar we plots hele zware handbagage hebben.
Het is 2,5 uur vliegen.

Op het vliegveld van Kota Kinabalu (Borneo) staat niemand ons op te wachten. Kennelijk hebben we onze vluchtgegevens niet doorgegeven aan de SNP. Vanaf nu gaan we ‘georganiseerd’ op pad. Hiervoor hebben we verschillende bouwstenen geboekt bij SNP die samen een individuele rondreis vormen. Wouter hoeft dus niet meer zelf te rijden; vanaf nu worden we door chauffeurs en gidsen op de gewenste plekken gebracht en van info voorzien.
We kopen een ticket bij het taxi-stalletje in de aankomsthal (30 ringit) en laten ons naar ons hotel brengen (Shangri La, city hotel in Kota Kinabalu).

We lopen vanuit het hotel in de richting van de haven en winkelcentra waar we eten bij een Indiaas restaurant. We fotograferen de zonsondergang en drinken cappuccino bij “Starbucks”. Er is hier veel meer beschaving (lees: winkels en Starbucks) dan we verwacht hadden.

Als we in bed liggen, moeten we er weer uit om een overstroming in de badkamer te voorkomen. Ze hebben in Maleisië echt nergens verstand van loodgieten. (Bijna) alle WC’s lekken en ook veel wastafels. Het is eigenlijk in elke badkamer een waterballet. Nu stroomt er een flinke straal water onder uit de stortbak van de WC tijdens het vollopen van de stortbak. Het water stroomt maar door en al snel staat de badkamer blank.

 

Dag 14 - Zaterdag 15 augustus 2009: Vlucht Kota Kinabalu - Sandakan; boottocht naar Nationaal Park Selingan (schildpaddeneiland); snorkelen; schildpad eieren zien leggen

Route: Kota Kinabalu, via Sandakan naar Pulau Selingan (vliegen en boot)
Weer: Zonnig, warm
Activiteiten:

  • Snorkelen
  • Schildpad eieren op het strand zien leggen

Overnachting: Pulau Selingan

Vliegen naar Kota Kinabalu

Waky, waky; rise and shine! De wekker staat op 4.45 uur en we worden om 5.45 uur opgehaald om naar het vliegveld te gaan. We vliegen om half 8 met Malaysian Airlines naar Sandakan. In het hotel kan je al vanaf 5 uur ontbijten. Wij zitten dus al vóór half 6 aan de koffie, fruit en toast. De Maleisische gerechten laten we maar even voor wat ze zijn, zo op de vroege ochtend.
De vlucht duurt ongeveer 40 minuten. Op het vliegveld van Sandakan staat een gids klaar. Hij brengt ons met een taxi naar het centrum en van daar naar de haven van Sandakan. Een speedboot brengt ons in ruim een uur varen naar Pulau Selingan; ofwel “Turtle Island”. Daar komen we rond 11 uur aan.

Carin bij het bord van Turtle Island

De gids laat ons op een bord een kaart van het eiland zien en vertelt over wat ze doen om de schildpadden te beschermen. We zien een ‘hatchery’. Daar begraven ze de schildpadeieren die ze opvangen als een schildpad ze ’s nachts op het strand legt. Dit is een afgeschermd stuk strand/grond met allemaal kokers van groen gaas. Per koker zijn eieren van één nest opgeslagen. Ze noteren datum, soort schildpad en aantal eieren. Na 7-8 weken komen de eieren uit. De schildpadjes zitten dan ongeveer 50 cm onder de grond en  klimmen door het zand naar boven. Dan worden ze opgevangen en ’s nachts uitgezet op het strand zodat ze de zee in kunnen zwemmen. Dat doen ze ’s nachts om de kans te verhogen dat de kleintjes de zee halen zonder opgegeten te worden door vogels of leguanen. De temperatuur van het zand en het nest bepaalt de sexe: bij 25ºC of meer komen er vrouwelijke schildpadden uit een ei en bij minder dan 25ºC mannetjes. Ze hebben een scherm boven een deel van de nesten gehangen om de temperatuur wat te temperen. Anders worden er alleen maar vrouwtjes geboren. De schildpadjes komen meestal ’s nachts uit het ei en boven het zand uit, omdat ze wachten tot de temperatuur wat gezakt is.

We slapen in bungalow C, kamer 2. Het is een eenvoudige kamer met douche en wc, schoon en Spartaans ingericht. Er is een airco en een fan/wapperaar.
Na de lunch gaan we naar het strand om te snorkelen en lui te liggen. Het is verrassend mooi om te snorkelen hier. Het koraal voor de kust is weliswaar bijna allemaal dood, er zwemmen wel veel visjes en vissen rond. We zien grote maanvissen en grote en kleine vissen met alle kleuren van de regenboog, een vis met blauwe lipstick, vissen met streepjes, vissen met ruitjes, vissen die boos op ons zijn en met de bek open op ons af komen zwemmen en helaas ook kwalletjes. Het is erg ondiep. Voordeel is dat je de vissen van erg dichtbij ziet. Nadeel is dat je moet oppassen dat je je niet schaaft aan het koraal.

Schildpadje op het strand

Terug op het strand sta ik wat om me heen te kijken en eigenlijk niet echt op te letten, als ik een blaadje vrij doelgericht in de richting van de zee zie bewegen. Blaadje? Schildpadje! Komt er toch zomaar een klein schildpadje langslopen!! Ik waarschuw Wouter en pak snel mijn camera. Het schildpadje flappert dapper met z’n pootjes in het zand en legt de afstand naar de zee in opvallend rap tempo af. Dat er een schildpadje op het strand loopt is anderen ook snel opgevallen (helaas). Al snel staat er een complete menigte om het schildpadje heen.
Als hij bij de zee aankomt doet hij even de kop omhoog alsof hij wil zeggen: “Ojee, moet ik daar helemaal heen?!” Of: “Ik hoop dat het water lekker warm is”. Dan flappert hij het water in en zwemt weg. Zou dit schildpadje het overleven? Ik hoop het.
De ‘lifeguards’ en ‘rangers’ vragen zich af of zij een nest hebben gemist en of er dus nog meer tevoorschijn zullen komen. Het is ook mogelijk dat dit kleintje na de nachtelijke ‘te water lating’ weer terug is gekomen en het strand weer is opgegaan. De mannen lopen voor de zekerheid de rest van de middag achter ons de bosjes af te zoeken.

We verzamelen weer om half 7 in het informatiecentrum. Dan krijgen we meer informatie over de schildpadden en we krijgen een film te zien. Om half 8 eten we gezamenlijk. We zijn ongeveer met 45 man. Deze groep wordt in tweeën gedeeld. Wij zitten in groep II. Dat betekent dat wij als tweede groep naar het strand zullen gaan als daar een vrouwtjes schildpad eieren legt. Mannetjes komen hier niet meer aan te pas. De cyclus van de schildpad is ongeveer zo: Een ei komt na ongeveer 7 weken uit, dan doet het kleintje er 14 dagen over om de grond uit te komen en naar zee te gaan. Vervolgens verdwijnt de schildpad 15-30 jaar uit beeld. Dit noemen ze de ‘lost years’. Men weet vrij weinig van deze periode af. Behalve dat ze duizenden kilometers weg zwemmen om zeewier en kleine schaaldieren te eten. Ze leven solitair. Na 15-30 jaar komen ze terug naar de wateren waar ze zijn geboren. Een vrouwtje heeft meerdere kamers in haar lichaam met eieren. Deze worden per kamer door verschillende mannetjes bevrucht. Als een kamer met eieren ‘klaar’ is, gaat ze het strand op en legt haar eieren in een kuil die ze zelf eerst graaft. Na het leggen van de eieren maakt ze soms nog een nep-kuil om roofdieren op een dwaalspoor te brengen. Met tussenperioden van een paar dagen tot een week doet ze dit 4 tot 7 keer; net zo lang tot ze al haar eieren uit haar kamers kwijt is.
Wij moeten lang wachten tot we op het strand mogen gaan kijken. Als we worden geroepen heeft het vrouwtje de kuil al gegraven en is ze gestart met het leggen van de eieren. Nu is ze zo in trance dat ze geen hinder heeft van pottenkijkers. Dit betekent wel dat we moeten hollen naar het ‘plaats delict’. In ons geval is dat helemaal aan de andere kant van het eiland. Onze schildpad is een ‘green turtle’. Haar schild is 96 cm lang en 89 cm breed. Ze plopt één voor één, en soms twee tegelijk, de eieren eruit in een soort cadans. Het zijn net pingpongballen. Een ranger vangt ze op en doet ze gelijk in een emmer om mee te nemen naar de ‘hatchery’; het vrouwtje heeft van dit alles niets in de gaten. Als ze 86 (!!) eieren heeft gelegd, veegt ze met haar poten het holletje dicht en gaat even lekker zitten uitrusten. Ze zal er waarschijnlijk een uur over doen om terug naar zee te gaan. Wij laten haar verder met rust en gaan de eieren begraven in de ‘hatchery’.

Schildpad legt eieren

Tijdens het eieren leggen schijnt alleen de ranger met een zaklamp op de achterkant van de schildapd. Na het eieren leggen, mag er met meer licht op de schildpad geschenen worden. Wouter probeert alles zo goed mogelijk te fotograferen. Dat valt niet mee zo in het donker. Ik heb mijn camera niet meegenomen. Om ’s avonds te mogen fotograferen bij het eieren leggen moet je 10 ringit betalen per camera. Je mag geen flits gebruiken.
In de ‘hatchery’ legt een ranger de eieren in een nest en dekt het met zand af. Er komt een bordje bij met het aantal eieren, de datum en het soort schildpad. Klaar!
Dan hebben we nog één avondactiviteitje voor de boeg; kleine schildpadjes op het strand uitzetten zodat ze de zee in kunnen zwemmen. De rangers hebben een emmer vol met kleine schildpadjes die vandaag uit één van de vele nesten in de ‘hatchery’zijn geklommen. De schildpadjes doen allemaal verwoede pogingen om uit de emmer te klimmen. Als ze losgelaten worden, worden ze naar zee gelokt met het licht van een zaklamp. Ze komen namelijk (als het goed is) op het licht af. Een aantal blijft versuft zitten en er zijn er ook die bij het zien van het water acuut rechtsomkeerd maken. Deze worden door de omstanders met zachte hand weer op het rechte pad gebracht.
Ons ‘werk’ zit er op. ‘We’ hebben 86 eieren geoogst en begraven en we hebben ongeveer even veel kleintjes in de zee losgelaten.
Het was een enerverende en leuke dag. We vallen als een blok in slaap.

 

Dag 15 - Zondag 16 augustus 2009: Boottocht terug naar Sandakan; taxirit naar ons hotel; naar Sepilok Orang Oetan Rehabilitation Center voor middag-voeder-happening; avond-excursie

Route: Pulau Selingan, Sandakan, Sepilok
Weer: Bewolkt en wat regen, maar ook warm; heel erg warm…..
Activiteiten:

  • Boottocht van Pulau Selingan naar Sandakan
  • Bezoek Sepilok Rehabilitation Center (orang-oetans!)

Overnachting: Sepilok Nature Resort

We moeten weer vroeg uit de veren. Het ontbijt is om half 7 en om 7 uur vertrekt de boot naar Sandakan. We hebben geen water vanochtend in de badkamer. Wassen of een douche nemen zit er niet in. Daardoor zijn we wel mooi op tijd voor het ontbijt.
Van de gids horen we dat er vannacht 19 schildpadden aan land zijn geweest om een nest te maken. Er zijn in totaal 1557 eieren verzameld. Een lucratieve nacht dus. Van de 19 schildpadden waren er twee ‘hawk-bill turtles’. Dat is bijzonder want deze komen hier veel minder voor dan de groene schildpadden.

Het is bewolkt vandaag en op de boot regent het ook even. We worden vanuit de haven van Sandakan gelijk in een taxi naar het resort gebracht waar we twee nachten zullen blijven: the Sepilok Nature Resort.
Onze bungalowbij Sepilok We komen er rond 9 uur aan. Omdat onze kamer pas om 12 uur klaar is, krijgen we eerst een tijdelijke kamer bij de vertrekken van de staf. Daar doen we even een lekker tukje en we maken een ommetje over het terrein. Het is prachtig hier; er zijn vijvers met houten bruggetjes en vlonders die de bungalows met elkaar verbinden. De bungalows zijn van hout en op palen gebouwd. Alles is versierd met potten met bloeiende bougainvilles en vele soorten orchideeën. Wij krijgen rond 12 uur de sleutel van bungalow 12. De binnenkant is even sfeervol als de buitenkant. Mooi dat we hier twee nachten blijven!
We lunchen in het restaurant van het resort op een terras met uitzicht over de grote vijver en de jungle. Het is heel erg warm hier; het zweet stroomt weer uit onze poriën.

Na de lunch gaan we naar het Sepilok Rehabilitation Center (5 minuten lopen), waar orang-oetans opgevangen en klaar gestoomd worden om terug de wildernis in te gaan. Om 3 uur (en 10 uur ’s ochtends) worden de apen op het platform in het bos bijgevoerd. Dit kun je gaan bekijken (30 ringit p.p. en 10 ringit per camera). Dat gaan we dus doen!
We zijn er rond half 3 en we blijken niet de enigen. Het platform stroom behoorlijk vol met mensen. De rangers lopen met borden “silence please”, maar dat haalt weinig uit. Er gaan mobiele telefoons die vervolgens ook uitgebreid worden beantwoord. Ons vooroordeel over Chinezen wordt vanmiddag bevestigd: de Chinezen maken de meeste herrie. Ik word bijna van mijn plek geduwd door een moeder en twee dochters die ons plekje in de schaduw ambiëren. Kortom: lekker rustig van de orang-oetans genieten is er niet bij.
Orang-oetan Er komen een stuk of vijf orang-oetans naar het platform toe en heel veel makaken. De rangers voeren ze bananen en ander fruit en ook een soort pap. Die pap is erg lekker; de orang-oetan duikt gelijk met zijn neus de emmer in. Er zijn touwen tussen de bomen gespannen waarover de apen naar het platform kunnen komen. Dit en alle mensen eromheen maakt dat we ons in Artis wanen. De apen zijn heel leuk om te zien, maar al het gedoe eromheen leidt nogal af. Ik heb wel een paar leuke filmpjes gemaakt van de orang-oetans als ze met twee of drie poten aan de draden hangen.

Na het voeren willen we een trail lopen in het bos rond het centrum. Dat blijkt echter niet mogelijk. Het centrum en de grond eromheen zijn alleen rond de voedertijden geopend; van 9-11 en van 2-4 uur. Daarbuiten kun je ook niet op de trails lopen. Jammer, we hadden de orang-oetans graag ook gewoon zelf in de jungle, zonder alle poespas, willen zien. We lezen nog even wat informatiedisplays in het informatiecentrum en gaan dan terug naar het resort.

Wouter gaat lekker het zweet uit zijn shirts wassen en ik ga ons reisverslag bijwerken op de veranda van onze bungalow. Om 6 uur zijn we weer present bij de poort van het rehabilitation center. Daar wacht een ranger op ons om ons te begeleiden bij een ‘night walk’van een uur (50 ringit p.p.). De ranger is geregeld door onze gids van Borneo Eco Tours. We zijn nog maar net op pad als er twee ‘black hornbills’ over komen vliegen. Ze zijn vrij klein voor een neushoornvogel en redelijk zeldzaam volgens de gids. Even later zien we twee orang-oetans. Ze zitten lekker bamboescheuten te eten. Op deze manier vinden we ze veel leuker! Bij het platform waar vanmiddag de apen werden gevoerd, zien we vliegende eekhoorns over komen. Deze ‘flying squirrels’ hebben echte vleugels; een stuk huid dat zit verstopt in hun oksels onder hun poten. Ze kunnen van boom naar boom vliegen. Het zijn net vliegers met een diameter van ongeveer een meter. Ze beginnen met vliegen als de cicaden beginnen te … trillen?  ….. zingen? Net als ik een filmpje aan het maken ben om het geluid van de cicaden te registreren en voor de vorm een eekhoorn in beeld neem, begint deze te vliegen. Zo heb ik zowaar de eekhoorn vol in beeld als hij door de lucht zweeft! Als we hier een kwartiertje hebben staan kijken, lopen we door en gaan een bospad in. We zien met behulp van een zaklamp drie ‘vipers’(groene kleine slanke giftige slang), een boomkrab, kikkers, cicaden, wandelende takken en nachtvlinders.
Al met al geen gekke score vandaag. We eten buffet in het restaurant bij het resort, douchen ons zweet en de DEET eraf en gaan dan lekker slapen.

Dag 10, 11 en 12 Terug naar dag 10, 11 en 12 Door naar dag 16, 17 en 18Dag 16, 17 en 18
All Rights Reserved 2009 | http://vdweerd.net | Design by Wouter van de Weerd