Reisverslag - dag 7 t/m 9
Dag 7 - Zaterdag 8 augustus 2009: Taman D.R. Seenivasagam park in Ipoh; rijden naar Kuala Terengganu (aan oostkust)
Route: Ipoh via Gua Musang, Tasik Kenyir en Kuala Berang dwars door het binnenland naar Kuala Terengganu
Afstand: 426 km
Weer: warm en bewolkt
Activiteiten:
- Seevinasagam Park in Ipoh
- Wilde olifanten onderweg
Overnachting: Hotel Grand Continental in Kuala Terengganu (274 ringit voor een 3 persoons kamer, inclusief ontbijt).
Het ontbijtbuffet is even voortreffelijk als het dinerbuffet. Het gekke is dat ze hier op veel plekken aardbeien verbouwen (vooral in Cameron Highlands), maar
dat je nergens echte aardbeien ziet. Niet in een toetje, niet op een taartje en nu ook niet bij het ontbijtbuffet. Als versiering in de auto, als opblaasbal of
als sleutelhanger zie je aardbeien daarentegen overal.
Voor we Ipoh verlaten gaan we naar het Seevinasagam Park. Daar schijnen veel inwoners van Ipoh tai-chi te beoefenen ’s ochtends. Er blijkt vandaag een
speciale happening te zijn van een islamitische club. Ze staan in een grote groep (mannen en vrouwen van elkaar gescheiden in twee groepen) aerobic-oefeningen te doen
op een discodreun. Grappig is dat de namen van de bewegingen blijkbaar wereldwijd hetzelfde zijn. De ‘grapevine’ en ‘tri step’ ken ik van
mijn eigen aerobiclessen in Zeist. We zien een oud vrouwtje die op haar eigen niveau oefeningen doet. Zittend op een krukje zwaait ze met haar armen, beweegt ze haar
vingers en masseert ze haar gezicht en hoofd. Naast het omaatje zijn er slechts twee tai-chi beoefenaars in het park. Of we zijn te laat (9 uur) of de tai-chi’ers
zijn verdreven door de luide muziek. Boven de vijver zit een ‘little heron’ (kleine reiger) op een tak.
Rond 10 uur rijden we Ipoh uit naar het oosten. We willen naar Kuala Terengganu. We hebben van de SNP een routekaart (Nelles) gehad waar een weg op stond door het
binnenland naar het oosten. Deze kaart ligt nog thuis helaas. We hebben een andere kaart (Globetrotter travel map) meegenomen, waar deze weg niet op staat. We hebben al
bij een “i” en in een hotel gevraagd waar de bewuste weg precies loopt. Steeds krijgen we een vaag antwoord waaruit wij opmaken dat ze het ook niet echt weten,
maar denken dat we het beste via Kota Bahru (helemaal in het noorden tegen de grens met Thailand) kunnen rijden. We rijden eerst naar Gua Musang en hopen daar op basis van
routeborden langs de weg de juiste route te kunnen vinden. In Gua Musang eten we bij een eetstalletje langs de weg (13 ringit voor 2 personen).
We blijven borden richting Kota Bahru volgen totdat we een bordje zien richting Kuala Berang. Dit blijkt een plaatsje te zijn wat in de richting ligt van waar wij heen willen
en we nemen de afslag. Nu wordt het spannend; soms iets té avontuurlijk. We rijden de binnenlanden van Maleisië in (met volle benzinetank dat wel) maar zonder
enig idee hoe we gaan rijden en wat de staat van de weg al zijn. We weten alleen dat het 143 km is. De schrik slaat ons om het hart als na ongeveer 60 km de weg opeens
ophoudt en we in één grote wegwerkzaamheid, annex bouwput, terecht komen. Ai, is de weg nog niet af? Bij navraag bij de wegwerkers blijkt de weg even verderop
gewoon verder te gaan. Pff, gelukkig!
We krijgen het weer enigszins benauwd als er na 10 km borden met Kuala Koh en Taman Negara staan, maar niet met Kuala Berang erop. Daarbij lijkt de weg wel een heel
klein paadje te worden. Op deze splitsing is ook een eetstalletje. We kopen er cola en vragen de weg. We moeten gewoon rechtdoor, nog zo’n 60 km volgens het
mannetje.
De weg is soms heel goed en breed, soms smal en regelmatig met enorme kuilen of complete grintbakken. We rijden door een omgeving van palmboomplantages. Er is veel oud bos
gekapt en er rijden veel vrachtauto’s van de palmolie-industrie. Verder is het rustig. Niemand heeft een kaart waar de weg op staat en niemand weet van het bestaan af
misschien. Dat rijdt voor ons wel prettig. Wouter heeft alle ruimte om tussen de gaten in het wegdek door te slingeren.
We rijden langs Tasik Kenyir: een kunstmatig meer, ontstaan door de bouw van een dam. Het is een mooi meer met veel uitlopers. In datzelfde gebied wacht ons een verrassing:
2 olifanten langs de weg. Het zijn kleine Aziatische olifanten. Bijzonder om deze grote beesten zomaar zelf in het wild te spotten. De verkeersborden waarschuwen ons voor
overstekende herten. Dan is het een extra grote verrassing om geen herten maar olifanten te zien!
Dan verschijnt tot onze grote opluchting ons einddoel van vandaag “Kuala Terengganu” op de borden. Het voelt alsof we enorm omrijden en we komen vanuit het
noorden Kuala Terengganu binnen.
In Kuala Terengganu hebben we moeite om ons te oriënteren en de weg te vinden. We zijn moe en het begint te regenen. Na wat rondjes rijden komen we bij “Primula
Beach Resort”. Zij hebben alleen nog een suite voor ruim €100 per nacht. Dat vinden we in deze contreien wat al te gortig. We gaan naar “Hotel Grand
Continental”. Bij de balie van het hotel sta ik rustig op mijn beurt te wachten, ongeveer een meter van de balie. Dan komt er een Chinees die langs mij loopt en met zijn
neus direct aan de balie gaat staan, pal bij de man die nu geholpen wordt. Ik gebaar dat ik ook sta te wachten en de Chinees gebaart een geruststellend gebaar terug; alles komt
goed, ik heb alleen een korte vraag, …. Maar als de Chinees vervolgens voor mijn neus de laatste vrije kamer weg lijkt te kapen, wordt het te gortig. Als ik de
baliemedewerker hoor zeggen dat er nog slechts één drie-persoons kamer beschikbaar is, grijp ik in. Het zal ons toch niet gebeuren dat deze man door voor te
dringen de laatste kamer te pakken krijgt! Het lukt me; de Chinees druipt af en ik krijg de kamer. Voordingen schijnt echt iets van de Chinezen te zijn. Het valt ons deze
vakantie meerdere keren op dat Chinezen niet aansluiten in een rij maar gelijk vooraan gaan staan en voordringen; irritante gewoonte.
Moe gestreden gaan we douchen, eten in het hotel en ik bel naar pap en mam in Nederland.
Dag 8 - Zondag 9 augustus 2009: Snorkelen en relaxen bij Pulau Kapas
Route: Kuala Terengganu, Marang, Pulau Kapas, Marang, Kuala Terengganu
Afstand: 35 km
Weer: Zonnig en warm
Activiteiten: Snorkeltrip naar Pulau Kapas (65 ringit p.p.)
Overnachting: Hotel Grand Continental in Kuala Terengganu
Na de lange autodag van gisteren, houden we vandaag een rustig dagje. We gaan met de auto naar Marang; 15 km ten zuiden van Kuala Terengganu. Daar regelen we bij
de ‘jeti’ voor toeristen een overtocht en snorkeltrip naar het eiland Pulau Kapas. We varen rond half 12 naar het tropische eiland. Op Kapas blijken
meerdere overnachtingsmogelijkheden te zijn en restaurantjes.
Wij worden naar de ‘onbewoonde’ kant van het eiland gebracht om te snorkelen. We stappen van de boot op een verlaten strand onder de palmbomen. Gewapend met
snorkel en flippers gaan we vanaf het strand te water. Pal voor het strand ligt koraal waar prachtige gekleurde vissen zwemmen, veel zeekomkommers en nog meer zee-egels.
Zee-egels blijken meerdere glinsterende bolletjes tussen alle zwarte stekels te hebben. Dat wisten wij helemaal niet. Best mooi, maar echt ons gemak voelen we ons toch
niet boven een kolonie zee-egels. Er zijn ook zee-anemonen en in elke zee-anemoon zwemt minimaal één clownvis (Nemo). We hebben nog nooit zoveel Nemo’s
bij elkaar gezien. Er is ook een grotere soort, van een donderder kleur, meer bordeaux rood in plaats van oranje.
Er is veel dood koraal en gelukkig ook heel veel nog levend koraal. Er zijn ook prachtige grote roze schermen. We zien heel veel verschillende soorten vissen. Eén
soort (beetje wittig) is ook in ons geïnteresseerd en komt een aantal keren echt op me af zwemmen (kun je dat eten?).
Het is een heerlijk rustig dagje. We zijn met z’n tweetjes op het strand. We snorkelen, we zitten op het strand wat om ons heen te kijken en we zoeken schelpjes die
zijn aangespoeld (waarvan ik er zojuist twee in de zwanenhals/afvoer van de wasbak van het hotel heb laten vallen; jammer!). We zijn van ongeveer 12 uur tot ongeveer half 4
op dit verlaten strandje. Dan komt er een boot om ons op te halen en naar een strand met wat hutjes en een eettentje te brengen. We zitten, drinken, eten, lezen; en al gauw
is het vijf uur en moeten we met de boot terug naar het vastenland.
Als we terug zijn in het hotel, barst er een enorm onweer los. De palmbomen zwiepen heen en weer en de regen slaat tegen de ramen. We besluiten om weer in het hotel
te gaan eten. We hebben niet zo veel aspiraties om naar buiten te gaan.
Dag 9 - Maandag 10 augustus 2009: Pasar Payang (grote markt) in Kuala Terengganu; rijden naar Beserah (bij Kuantan); relaxen bij zwembad
Route: Kuala Terengganu, Cherading, Rantau Abang, Dungun, Beserah
Afstand: 225 km
Weer: Zonnig, warm, harde wind
Activiteiten:
- Markt in Kuala Terengganu
- Drijvende moskee
- Noor Crafts Center in Cherading
- Turtle Sanctuary in Rantau Abang
Overnachting: Swiss Garden Resort in Beserah (bij Kuantan; 300 ringit per nacht voor een ‘poolside’ kamer inclusief ontbijt)
De wekker staat vroeg (half 7) om op tijd op de ‘Pasar Payang’ (grote markt) van Kuala Terengganu te zijn. Het is ongeveer een kwartier lopen vanaf het hotel. We
gaan voor het ontbijt op pad. Als we rond half 8 op de markt aankomen, blijken veel stalletjes nog niet uitgepakt te zijn. We zijn veel te vroeg! Voor 9 uur hoef je
hier echt niet naartoe te gaan. In de reisgids stond dat je hier vroeg moest zijn. Dus dat doen we braaf. Maar over wat ‘vroeg’ is, verschillen duidelijk
de meningen. Er zijn gelukkig ook koopmannen die wel klaar zijn voor klanten. Zij zitten trots achter hun stapel komkommers, rambutans, specerijen of vis. Bij de vis zit ook
een groepje katten te posten. Maar als ze een visje toe geworpen krijgen, blijken de meesten er nauwelijks naar te talen. Raar ………
We zien hier voor het eerst fietstaxi’s. Oude mannetjes vervoeren vrouwen met hun aankopen in de aanhanger aan de fiets.
Na het ontbijt gaan we op pad richting het zuiden. Ons einddoel is de omgeving van Kuantan. Onderweg stoppen we een aantal keren om wat te bekijken.
Net ten zuiden van Kuala Terengganu lopen we een rondje om ‘de drijvende moskee’: Masjid Tengku Tengah Zahara. Deze moskee is zo gebouwd dat het net lijkt
alsof het drijft in de vijver die er omheen ligt. Een mooi gezicht. Bij de moskee zien we een ‘kingfisher’ vliegen: de ‘white throated
kingfisher’.
In Cherading gaan we naar “Noor Crafts Center”. In dit centrum wordt getoond hoe ze batikstoffen maken, stof voor songkets weven (= rok voor mannen), mandjes
vlechten, en glas blazen. In dit centrum worden jongeren opgeleid in de handvaardigheden om deze dingen te maken. Er zijn ook souvenirs te koop; alles wat ze in dit centrum
maken is te koop en verschillende dingen die in de omgeving door de lokale bevolking worden gemaakt. Wij kopen een boekenlegger en een sarong van batik en een etui van
een stofje dat er Maleisisch uitziet.
In Rantau Abang stoppen we bij het informatiecentrum van de ‘Turtle Sanctuary”. We lezen hier op displays van alles over de schildpadsoorten die in
Maleisië voorkomen, hoe zij zich voortplanten en wat de bevolking doet om de schildpadden van uitsterven te behoeden. Op basis van de info hier denken we dat we op
Borneo (Sabah) de groene schildpad gaan zien. Deze heet ‘groen’ niet vanwege de kleur van het schild (die is namelijk bruin), maar vanwege de groene kleur van
binnen. Hij wordt ongeveer 1.20 meter en 250 kilo. Bepaald geen kleine jongen dus!
We eten bij een stalletje langs de weg in de buurt van Dungun. We zitten lekker in de wind en hebben uitzicht over het strand.
De rest van de middag hebben we ruzie met de kaart en de aanduiding van de dorpen waar we doorheen komen. We hebben of niet door door welk dorp we rijden, of op de kaart
staan de dorpen in een andere volgorde. Het lijkt op het laatste, maar het zal wel het eerste zijn. Zo rijden we Kemaman, een pittoresk vissersdorpje naar het schijnt, straal
voorbij. En ook de “Turtle Sanctuary” bij “Club Med” in Cherating rijden we ongezien voorbij.
Alles komt weer goed als de “Swiss Garden Resort” in Beserah nog een kamer voor ons heeft. Het hotel ligt aan de doorgaande weg zodat we deze wel makkelijk
kunnen vinden. We nemen een kamer met uitzicht op het zwembad en richting zee. Het is een prachtig hotel. De lobby is schitterend en ook de kamers zijn recent
ge-restyled. Wij gaan gelijk het zwembad in en zitten daar tot na 7 uur lekker in de zon een boekje te lezen.
Het eten is hier ook al zo’n feestje. Er is een buffet met veel verschillende gerechten en lekkere hapjes en we zitten buiten op een vlonderterras met gezellige
lichtjes. Hier is een interieurontwerper aan het werk geweest met verstand van zaken.
Ook al waait het hard aan zee, op het terras waait het nauwelijks. Het is er zelfs warm. We zitten zo te genieten dat we als laatste gasten aan de toetjes beginnen
en als laatste weggaan.
’s Avonds en ’s nachts onweert het weer behoorlijk.
|