reisverslag

Reisverslag
Carin en Wouter

dag 1 - 3 dag 4 - 6 dag 7 - 9 dag 10-12 dag 13-15
dag 16-18 dag 19-21 dag 22-24 dag 25-29 Kaart Maleisië

Reisverslag - dag 4 t/m 6

Dag 4 - Woensdag 5 augustus 2009: Kuala Selangor National Park (ofwel: Taman Alan); rijden naar Cameron Highlands (Tanah Rata)

Route: Van Kuala Selangor via Teluk, Bidor en Tapah naar Tanah Rata in Cameron Highlands
Afstand: 225 km
Weer: slecht weer, veel regen
Activiteiten: Taman Alan Kuala Selangor (natuurpark, 4 ringit per persoon)
Overnachting: Century Pine Resort in Tanah Rata (vanuit NL geboekt via internet; 208 ringit per nacht, inclusief ontbijt)

Otters

Het natuurpark in Kuala Selangor blijkt hier Taman Alan te heten. Het park gaat om 9 uur open en wij arriveren als eerste toeristen van vandaag om 9.05 uur. We zijn wellicht ook de enige toeristen van vandaag, want het begint al snel hard te regenen. Het is een natuurpark, gelegen langs de kustlijn, met mangrovebossen en (kunstmatige) meren met vis om de vogels naar het gebied te lokken. Ik zie een blauwe flits van een ijsvogel. We zien apen, blauwe reigers en witte reigers. Als we schuilen voor de regen onder een afdakje bij een meertje, zien we de klapper van vandaag: 9 spelende otters. De vissen springen voor ze het water uit. Eén otter vangt een vis en eet ‘m op zodat we de rauwe vis tussen zijn kaken horen kraken. De otters gaan aan wal en zitten (als meerkatten) een tijdje rechtop om net over het rietgras heen te kunnen kijken. Als ze even verderop het water weer in gaan, pesten ze nog even lekker een varaan. Deze laat zich niet jennen en slaat terug met zijn lange staart. Behalve de otters zien we dus ook varanen. En nog een ‘brahminy kite’: een roofvogel die vis eet, een witte kop heeft en bruine vleugels. Wouter ziet ‘m met een vis in zijn poten wegvliegen. Ondanks dat het regent dat het giet, hebben we het enorm naar ons zin onder ons afdakje. Er is een hoop te zien. Rond 12 uur komen we toch maar onder ons afdakje vandaag en lopen door de regen terug naar de auto.

Wouter bij de waterval

In Teluk eten we bij een klein eettentje langs de weg. We gaan er van uit dat het eten hier goed is omdat er veel plaatselijke bewoners zitten te eten. Er staat een lange tafel vol met bakken met eten. Een vrouw die een beetje Engels spreekt wordt door de andere vrouwen naar voren geduwd om ons te helpen. Ze geeft ons elk een bord met een berg witte rijst en ze doet suggesties welke gerechten lekker zijn. We volgen haar advies. Later komt ze ons nog een bordje met vis en hete saus brengen, omdat we dit volgens haar zeker moeten proeven. Voor het eten en twee verse sinaasappelsap zijn we 10 ringit (€2) kwijt. Dat eten gaat ons hier de kop niet kosten. Tijdens het eten begint het weer enorm te regenen; de straten komen blank te staan en de goten lopen over. Zelfs het eten moet in veiligheid worden gebracht. Wij zitten gelukkig onder een afdakje.

Onderweg naar Tanah Rata in de Cameron Highlands stoppen we bij een waterval: Lata Kinjang. Ook genieten we van het uitzicht over de theeplantages. Deze plantages zijn op heuvels gebouwd/geplant en de struikjes staan in een vlekkenpatroon willekeurig door elkaar. Er zit geen lijn of patroon in zoals bijvoorbeeld bij wijnranken.

We overnachten in het “Century Pine Hotel” in Tanah Rata. Het is een luxe hotel, met een prachtige lobby en ruime kamers en het ligt vlakbij het centrum van het stadje. We wandelen het centrum in en gaan eten bij een Indiaas restaurant. Er zijn hier, in tegenstelling tot eerder deze vakantie, veel Indiërs. En er zijn opvallend weinig hoofddoekjes. Hiervoor leek heel Maleisië wel islamitisch zoveel moskeeën en hoofddoekjes als we zagen. Hier zien we nauwelijks gesluierde vrouwen.
We eten Indiase specialiteiten, geserveerd op een bananenblad. Het is erg lekker! De man die bedient legt uit wat alles is en wijst het eten aan met zijn duim over zijn vuist. Wijzen met de wijsvinger is hier niet netjes. Met de Maleisische manier van wijzen is het wel moeilijker om te zien wat ze nu eigenlijk aanwijzen. Volgens Wouter gebruikte de gids in de moskee hetzelfde ‘wijs gebaar’. Dat is mij helaas niet opgevallen gisterochtend.

Er is een “Starbuck” coffeeshop. We lopen alletwee de hele dag al met een vage hoofdpijn vanwege een tekort aan cafeïne. Hoezo verslaafd! Hoog tijd dus voor een ‘shot’ goede koffie.

 

Dag 5 - Donderdag 6 augustus 2009: Thee-plantages bekijken (Boh Tea Estate); wandeling in bos; vlindertuin; wandeling naar waterval

Route: Tanah Rata, Brinchang, Tanah Rata
Afstand: 41 km
Weer: Bewolkt met af en toe zon, de basistemperatuur is ongeveer 20ºC (een korte broek kan prima)
Activiteiten:

  • Theeplantage “Boh Tea Estate”
  • Vlindertuin bij Brinchang (5 ringit p.p.)
  • Wandeling vanuit Tanah Rata

Overnachting: Century Pine Resort in Tanah Rata

Bij het ontbijt staat een mannetje klaar om een lekker eitje voor ons te bakken. Daarna proeven we van de kokosrijst met pindasaus. We hebben nog steeds last van een jetleg en dat wreekt zich vooral ’s ochtends vroeg bij het ontbijt. Ik heb het idee dat ik midden in de nacht zit te eten en om dan rijst met pindasaus te eten is helemaal gek. Maar omdat ik het leuk vind om de lokale eetgewoonten uit te proberen, eet ik het toch.

Thee-plantage

We rijden naar Brinchang en na dit stadje nemen we een afslag naar links naar “Boh Tea Estate”. We komen op een klein weggetje dat tussen de theevelden door slingert. We stoppen regelmatig om van het uitzicht te genieten. Dat doen er meer met als gevolg dat de weg bijna verstopt zit van de geparkeerde en stilstaande auto’s. De theestruiken liggen als prachtige groene mozaïeken tegen de heuvels.
Er wordt op meerdere plekken thee geplukt met een soort heggenschaar waar een bakje aan vast zit. De blaadjes die afgeknipt worden vallen in het bakje en als dit vol is gooit de plukker het met een zwier in een mand op de rug. De struiken kunnen elke drie weken geknipt worden. Er schijnen ook vlakke velden te zijn (wij hebben ze echter niet gezien). Deze worden machinaal geplukt. De theevelden tegen de heuvels moeten handmatig geplukt worden. Grote zakken met theeblaadjes worden op de rug van de hellingen naar de weg gesjouwd. Dit werk wordt allemaal door Indiërs gedaan (of Maleisiërs van Indische afkomst). Zij schijnen met name in de landbouw te werken en het zware werk te doen.
Er zijn veel toeristen hier, waaronder een man en een vrouw in een burka. Hij neemt een foto van haar tussen de theestruiken. Voor die gelegenheid haalt ze de doek even voor haar gezicht weg. Zodra de foto is gemaakt, gaat de doek gelijk weer omlaag. Wie zouden deze foto mogen zien? Alleen zij en haar man? Familie? Vrienden?
Er loopt ook een familie waarvan de moeder een burka draagt. Zij bedient de filmcamera. Dat blijf ik toch een raar gezicht vinden: een burka met iets moderns als een filmcamera. Het zelfde geldt voor een monnik met een mobieltje. Op de één of andere manier kan ik die twee beelden niet met elkaar verenigen. Later vandaag zullen we een man (gewoon westers gekleed) met vier vrouwen in de “Starbucks” zien. Twee vrouwen dragen een gezichtssluier en de andere twee een burka. Deze kledij bij de “Starbucks” doet mij omkijken. Ik hoor dit niet gek te vinden wellicht, maar ik betrap me erop dat ik het niet verwacht.

We rijden eerst de ingang van de “Boh Tea Estate” voorbij om naar de top van de Bukit Brinchang te gaan. Daar zouden veel vogels moeten zijn. Er is een vlonderpad met trappen gemaakt tegen een helling tussen de bomen door. Het is een soort nevelwoud en we lopen hier letterlijk met ons hoofd in de wolken. Veel vogels zien we daardoor niet. Wel zien we een ‘silver eared mesia’, een ‘snowy browed flycatcher’ en een ‘mountain tailor bird’.

Carin aan de thee

Dan krijgen we honger. Het is inmiddels een uur of 2 en we gaan naar de ‘tea-ria’ van de theeplantage. Daar genieten we van een pot thee met sandwich en chocolade cake en van het uitzicht. Er is een rondleiding mogelijk, maar daar zijn wij te laat voor omdat de laatste rondleiding al om 3 uur vertrekt. Gelukkig is er ook een presentatie over hoe de thee verbouwd en verwerkt wordt. Boh oogst per dag zoveel theeblaadjes dat je er 5,5 miljoen kopjes thee van kunt zetten. Dat komt neer op 4 miljoen kilo thee per jaar.

Op de terugweg naar ons hotel in Tanah Rata gaan we naar de vlindertuin. De tuin/kas oogt af en toe wat armoedig, maar er zijn veel vlinders met prachtige kleuren en van een enorm formaat. Er zijn ook bladkikkers en bladinsecten (beiden lijken net echte blaadjes!), wandelende takken en slangen. Wij hebben het meest met de vlinders. Liefhebbers kunnen de andere beesten vasthouden. Nou, bedankt!

Terug in Tanah Rata trakteren we onszelf op een grote cappuccino en een chocolade ‘rock cake’ bij “Starbucks”.
Aan het einde van de middag maken we een wandeling vanuit Tanah Rata (routenr. 9; het begin vinden we lastig om te vinden) om vogels te zien. We horen veel vogeltjes, maar ze zien blijkt zeer lastig. Om half 8 vinden we het welletjes en taaien we af naar het hotel.

 

Dag 6 - Vrijdag 7 augustus 2009: Rijden naar Ipoh; grottempels bekijken; centrum bekijken

Route: Van Tanah Rata, via Brinchang naar Ipoh
Afstand: 127 km
Activiteiten: Bezoek aan verschillende grottempels in Ipoh
Overnachting: Heritage Hotel in Ipoh (270 ringit, 1 nacht voor 2 personen, inclusief ontbijtbuffet)

In de betere hotels in Maleisië krijg je ’s ochtends een krantje op je kamer. Vanochtend lezen we daarin dat er weer nieuwe gevallen zijn geconstateerd van de Mexicaanse griep in Maleisië. En ook dat Klaas-Jan Huntelaar van Real Madrid naar AC Milan gaat. De krant meldt ook dat er een voorstel is om in de Maleisische staat Selangor, in gebieden waar een meerderheid van de bevolking islamitisch is, helemaal geen drank/alcohol te verkopen. Ook niet meer aan niet-moslims. Zij zouden makkelijk naar een niet-moslim-gebied kunnen gaan om bier te kopen en zo komen de moslims niet in de verleiding zich te goed te doen aan alcoholische dranken. Daar gaan de niet-moslims natuurlijk niet mee akkoord. Kortom: herrie in de tent.

We rijden vandaag een route met veel bochten en slingers naar Ipoh; de op één na grootste stad van Maleisië. Dit feit houdt ons bijna tegen om erheen te gaan; we zijn niet zo van de grote steden. En wat ons onrustig maakt is dat we geen plattegrond van de stad hebben en dus geen idee hebben waar we heen moeten. We rijden op goed geluk de stad in en als we eigenlijk niet meer weten waar we zijn en waar we heen moeten, zien we het “Heritage Hotel”. Dit hotel staat ook in onze reisgids vermeldt en ze hebben nog een kamer ook! Gelukkig hebben ze ook een plattegrond van de stad.

Grottempel

Gewapend met kaart gaan we weer op pad. We doen ons eerst te goed aan een hamburger met friet bij Mc Donalds (lekker; weer eens iets anders dan rijst) en gaan dan op zoek naar een grottempel aan de zuidkant van de stad. Als snel blijkt dat niet alles op de kaart staat en de afstanden op basis van de kaart niet in te schatten zijn. De grottempel blijkt bijvoorbeeld niet ná de pompoenstalletjes te zijn, maar juist ervoor/achter. Als je dit eenmaal door hebt, plus een beetje geluk en een goede chauffeur die zonder kleerscheuren door het Maleisische verkeer beweegt; dan komt alles goed en kom je toch uit waar je komen wilt.
Wij zijn op zoek naar de grottempel “Sam Poh Tong”. Op goed geluk parkeren we bij stalletjes die enorme pomelo’s verkopen. Daarachter hebben we een rijtje grottempels gezien, maar de namen die aangegeven worden komen niet overeen met de tempel waar wij naar op weg waren. De eerste tempel op het rijtje is “Ling Seng Tong”. Deze lijkt hindoeïstisch met veel kleur en beelden van beesten. Het is een soort religieus Disney; bijzonder. Er zijn verschillende mensen die er komen bidden, sinaasappels offeren en wierook branden. Ze hangen wierook in spiraalvorm buiten aan de tempel. Middenin de spiraal hangt een spreuk of wens.
Grottempel Perak Tong “Sam Poh Tong” blijkt ernaast te liggen. Deze tempel is Chinees (eind 19e eeuw). Volgens de reisgids zou dit een mooie tempel moeten zijn, maar wij vinden ‘m slecht onderhouden en niet spectaculair.
“Perak Tong” (in het noorden van Ipoh) daarentegen is wel weer een klapper. Deze tempel gaat diep een grot in en is heel hoog en groot. Er staat een boeddha van 13 meter hoog en op de muren en het plafond zijn Chinese schilderingen aangebracht. In deze Chinese tempels kun je als toerist vrij rondlopen. Blote schouders mag en je mag je schoenen aanhouden.

Na “Perak Tong” rijden we vanaf de noordkant het centrum van Ipoh in. Ipoh zou een mooi overzichtelijk centrum moeten hebben met mooie oude gebouwen. Het gemeentehuis, paleis van justitie, St. Michaelsinstituut en het station zijn inderdaad mooi en goed onderhouden en hebben koloniale trekjes. Maar verder rijden er vooral heel veel auto’s en komen we er nergens een cafeetje of terrasje tegen om even iets te gaan drinken.

Even na zessen zijn we terug in het hotel. Omdat het hotel buiten het centrum ligt, gaan we in het hotel eten. We genieten van een enorm dinerbuffet met veel vis en eten onder het genot van live ‘pianomuziek’. Er zit nog één familie te eten. Verder is het uitgestorven. Het buffet is met 28 ringit p.p. het duurste wat we tot nu toe in Maleisië gegeten hebben. Zelfs de cappuccino met chocoladetaart bij Starbucks was goedkoper (20 ringit p.p.).

Dag 1, 2 en 3 Terug naar dag 1, 2 en 3 Door naar dag 7, 8 en 9Dag 7, 8 en 9
All Rights Reserved 2009 | http://vdweerd.net | Design by Wouter van de Weerd