Reisverslag - dag 7 t/m 9
Dag 7 - woensdag 9 februari - Aswan, felukka tocht
De 'wake up call' is om acht uur. Om negen uur start de excursie van vandaag. We hadden afgesproken om met Roëlla
en de hele groep mee te gaan. Maar bij het ontbijt vraag Mildrid ons of we met hen (en Marjan & Henk, en
Tamara & Bas en Sander; dit zijn de inzittenden van het busje naar Aboe Simbel) mee willen. Zij hebben een felukka
geregeld die hen langs de punten gaat brengen waar ook de anderen heen gaan: graven van edelen op Elefantine Eiland,
St. Simeon klooster, Kitchener eiland en een Nubisch dorp. Maar nu dus met een kleinere groep en in eigen tempo.
Wij gaan graag mee!
We moeten om negen uur op de felukka zijn van kapitein Ashraf. Dit is een jonge Nubiër die met zijn vriend een boot
runt. Als we komen is de kapitein nog even onze lunch (vis, vers van de boot) aan het kopen. We vertrekken even voor
tienen. Dan gaan we eerst naar de graven van de edelen. Het mooiste graf dat we zien is van Sarenput II. Hij had een
hoge functie onder farao Amenhet II van de XIIe dynastie. Dit is een soort tempel als die van Ramses II in Aboe
Simbel, maar dan in het klein. Ook met zuilengang en een eindruimte met pilaren, een offertafel en een dichtgemetselde
deur (waar de ka makkelijk door zou kunnen wegvliegen en terugvliegen voor een volgend leven). Hier staan ook nog
manden met de botten van Sarenput II (en zijn familie? Er zijn veel botten!).
Na de graven van de edelen varen we naar Kitchener Island. Kitchener was gouverneur van Egypte voor Engeland en heeft
als dank het eiland kado gehad. Hij heeft er een botanische tuin op aangelegd met voornamelijk bomen. De bougainville
bloeit er weer prachtig! Op het eiland willen twee schooljongetjes met ons op de foto. We zijn erg verbaasd en snappen
het verzoek ook niet direct. Maar OK, wij willen ook graag Egyptenaren fotograferen. Dan mogen ze ons ook wel
fotograferen. Als dank geeft de jongen me een hand en wil hij zoenen. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt:"I only kiss
my husband". Maar dan vraag je je wel af… ging het nu om de foto of om het zoenen?!?
Er zit een man op de grond een struik te stekken. Hij haalt van een tak de meeste blaadjes af, snijdt het in stukjes,
zet het in een pot met grond en dat alles gaat in een bed dat onder water staat. Wij twijfelen over wat voor struik
het is; is het een vlinderstruik? Als we de naam van de plant vragen, zegt de man 'buddleja'. Dus toch een
vlinderstruik. Handig van die internationaal in gebruik zijnde Latijnse plantennamen!
Verderop is een kas waar de 'plant-achtigen' vermeerderd worden. Hier is een mannetje die ons van alles laat zien en
in gebrekkig Engels (losse woorden) wat toelicht. Hij laat ons veel kruiden ruiken. En we mogen het blad van 'Memosa
sensitiva' aanraken. Het blad reageert daarop door helemaal in elkaar te schrompelen. Na ongeveer vijf minuten zal het
blad zich weer herstellen. Erg grappig! Ik heb zaad ervan gekregen en ben benieuwd of het zal ontkiemen en groeien.
Na Kitchener Island varen we met de felukka naar het St. Simeonklooster. Dit is een oud katholiek klooster uit de
7e - 10e eeuw dat door de Islamieten is verwoest. Het is gebouwd als een soort fort. Er konden rond de 300 mensen in
leven. Van een groot deel is niet veel meer over. Maar een deel, waar ook de slaapvertrekken van de monnikken zijn, is
nog redelijk in tact.
De weg van en naar het klooster kun je ook op een kameel afleggen. Tamara, Mildrid, Paul en Henk gaan per kameel
(retourtje kameel 25LE). De anderen, waaronder wij, gaan lopen. Het is een mooi gezicht al die versierde kamelen in
het gele woestijnzand.
Als we terugkomen bij de boot hebben Ashraf en zijn vriend onze lunch klaar. De verse vis is gebakken, de salade
gesneden, rijst gekookt. Ashraf spreid een kleed uit midden in de boot en zet dit vol met allerlei schaaltjes: rijst,
vis (erg lekker!) salade, chips, sinaasappel, banaan, brood. Dus even later zitten wij met z'n allen op de 'grond'
rond al het lekkers. We moeten ons wel even over onze angst voor buikloop heenzetten als we zien dat ze alles met
één dweil schoonmaken: eerst als 'deurmat' en voor het schoonmaken van het dek, vervolgens worden de borden er mee
schoongeveegd. Als we deze hobbel eenmaal hebben genomen, zitten we heerlijk te eten. Wat een rust! Vooral de vis is
erg lekker.
Het is ook verbazingwekkend dat de Egyptenaren het water uit de Nijl drinken. We hebben bijvoorbeeld ook gezien
dat iemand zijn afwas in de Nijl deed. Wij zijn in de reisgids gewaarschuwd om alle contact met het Nijlwater te
voorkomen, omdat je dan onderhuids beestjes kunt krijgen.
Na het eten leggen we aan bij een Nubisch dorp op het Sahel-eiland. Daar worden we opgewacht door een man
(plaatselijke VVV, dorpshoofd?) die ons een rondleiding door het dorp geeft. In het dorp wonen 1200 mensen. Het
dorp heeft veel te lijden gehad van de bouw van de nieuwe hoge dam (Aswan dam) Voor de bouw van de dam was het dorp
omringd door vruchtbare landbouwgrond en een groen voetbalveld. Het land werd vruchtbaar gehouden door de overstromingen
van de Nijl, waardoor vruchtbare grond achterbleef. Nu is alles droog en zanderig. Een belangrijke levensbron voor de
dorpelingen is weggevallen. Daarom proberen ze meer toeristen te trekken.
We zijn meer dan welkom voor de inkomsten. We worden dan ook gelijk belaagd door meisjes met kettinkjes en beeldjes.
Henk kan Fatima alleen afschudden door iets bij haar te kopen. Sarah heeft het op mij gemunt: "Look at me, my face,
me Sarah. You buy from me, OK? Promise? I wait for you".
We mogen een huis van binnen zien. Daar krijgen we 'kakadeh' (=hibiscusthee). Het is interessant om de levenswijze van
zo dichtbij te zien. Na het trouwen trekt de bruid in bij de bruidegom en zijn ouders. Ze hebben een paar (of 1)
eigen vertrekken. Pas na twee tot drie jaar gaan ze op zichzelf wonen. Op deze manier kan de bruid langzaam aan het
huwelijk wennen en heeft ze nog de steun en gezelschap van haar schoonfamilie. Tot hun trouwen dragen vrouwen jurken
en sjaals in allerlei kleuren. Na hun trouwen kan dat alleen nog in hun eigen huis. Buitenshuis moeten ze zich in het
zwart kleden: "Hoe kan een man anders weten of een vrouw nog beschikbaar is?!", zegt de gids. Misschien een ideetje
voor het uitgaansleven in Nederland?
Marjan heeft van te voren bij Roëlla geïnformeerd hoeveel je voor zoiets moet betalen. 2LE per persoon: voor het bezoek
van het huis en de thee. De gids krijgt 20LE.
Wij kopen nog een houten dromedaris (10LE) bij één van de meisjes. 'Mijn' Sarah heeft inmiddels de hoop opgegeven en
mist dus toch nog onze klandizi.
We varen met de felukka terug naar Aswan en passeren onder andere het eerste Cataract. Dit is de eerste stroomversnelling
in de Nijl ten zuiden van Aswan. In vroeger tijden dacht men niet in kilometers bij het varen op de Nijl, maar gaf
men aan bij welk cataract iets was.
We passeren "Old Cataract Hotel" bij zonsondergang. Grappig: gisteren zaten we op het terras en zagen we de boten. Nu
zitten we op de boot en zien we het hotel.
We zijn rond vijf uur pas weer terug bij het hotel. Wat een boottochtje van ongeveer vier uur zou zijn, is uitgelopen
tot een hele dag. Maar het was geweldig! (boot, inclusief lunch: 50LE pp). We genieten na met een drankje op het terras
van het hotel en gaan met z'n allen (nou ja 'allen'….. Marjan, Henk, Paul, Mildrid, Astrid, Sjors, Sander en wij) eten.
Dit keer gaan we naar "Al Masry". Hier zit het vol met toeristen. Het eten is goed, maar de bediening heeft wel enorme
haast. Echt rustig eten kunnen we niet.
Na het eten gaan wij nog naar de soek om souvenirs te kopen. We willen een groot zwart beeld kopen van Bastet. Dit is de
katgodin van de vreugde. Het is de bedoeling dat onze Bas ernaast gaat zitten op de vensterbank. Ook willen we een
kleine Bastet meenemen voor Marcel en Roos, als dank voor het oppassen op de katten. Ook wil ik een grote sjaal kopen
met kamelen erop. We zoeken een rustig winkeltje op de soek uit. De koopman is zeer bereidwillig. Hij haalt Bastet in
alle mogelijke maten en modellen naar voren. We starten de onderhandelingen op: (hij) 450 LE voor 1 grote en 1 kleine
Bastet; (wij) 150 LE voor 1 grote en 1 kleine Bastet.
We eindigen bij €50 voor 1 grote en 2 kleine Bastets. Dit is ongeveer 350 LE. Echt goed zijn de onderhandelingen voor
ons dus niet gegaan. We zijn duidelijk niet gehaaid genoeg (of we wilden de Bastets te graag hebben?).
Als hij hoort dat we ook op zoek zijn naar een sjaal met kamelen erop, stuurt hij een mannetje op pad om dit op de
soek voor ons te gaan zoeken. Hij komt met drie versies terug. Ik ga voor een beige/rode exempaar. De onderhandeling
start op: (hij) 135 LE, (wij) 80 LE. Waar we eindigen zijn we allebei de dag erna alweer vergeten. Zal ook wel niet
zo'n goedkoop koopje zijn geweest, geen toonbeeld van afding-kunst. Anders hadden we het nog wel geweten. Wel zijn
erg content met onze aankopen, maar hebben wel het idee dat we de koopman een topavond hebben bezorgd. Vele kilo's
zwaarder, met name door de grote alabaster Bastet, gaan we terug naar het hotel.
Dag 8 - donderdag 10 februari - Aswan, Kom Ombo, Edfoe, Luxor
De 'wake up call' is om half zeven. Wij zijn al om zes uur op om onze tas te kunnen pakken. En om rustig te kunnen
genieten van het laatste geweldige ontbijtbuffet in ons hotel (hotel Isis). We vertrekken om half acht. We maken voor
het vertrek nog even een foto van het beveiligingspoortje dat bij de ingang van het hotel staat. Dit soort poortjes
staat werkelijk overal! Meestal wordt het signaal dat het afgeeft als je er doorheen loopt echter niet serieus
genomen. Bij hotel Isis zitten standaard twee bewakers bij de ingang en de beveiligingspoort. Zij knikken je
vriendelijk goedendag als het poortje alarmbellen laat rinkelen als je voorbij loopt.
We gaan vandaag via Kom Ombo en Edfoe naar Luxor. We moeten weer in colonne rijden. Dit betekent dus dat alle
toeristen tegelijk bij de tempels onderweg aankomen.
In Kom Ombo staat de tempel van Horus en Sobek. Het linkerdeel van de tempel is gewijd aan de valkgod en het
rechterdeel aan de krokodilgod. Er zijn ook drie gemummificeerde krokodillen. In de tempel zijn prachtige reliëfs en
het plafond is heel mooi beschilderd.
In Edfoe staat de tempel van Horus. Dit is na de tempel van Karnak de grootste tempel van Egypte. Tot de jaren '60 is
het bedolven geweest in het zand en daardoor zijn de grote constructies bewaard gebleven. Er zijn wel veel reliëfs
kapot gebeiteld door de Kopten (Christenen). De goden zijn vakkundig onherkenbaar gemaakt.
[We hebben foto's gemaakt
van: (1) haviksbeelden bij de ingang; (2) van een kamer waar vroeger het laboratorium was, hier zijn afbeelden van
ingrediënten van geneesmiddelen en recepten in hiëroglyf; (3) cleopatra; (4) van een mus in de scheuren van een muur
vol reliëfs; (5) reliëf waarin het gevecht tussen Horus en Seti is afgebeeld. Horus staat op een boot en doodt met
een speer Seti, die als nijlpaard is afgebeeld.]
In Kom Ombo krijgen we een half uur de tijd. Dan vertrekt de colonne weer, onder militaire begeleiding
(cq bewaking). Dit half uur is eigenlijk te kort om rustig rond te kijken. In Edfoe krijgen we een uur. Dit was wel
voldoende.
In Luxor verblijven we in hotel "New Emilio". Dit hotel ligt in het (oude) centrum van Luxor. We zitten wederom
vlakbij de soek. We zijn rond half twee à twee uur in het hotel en gaan dan eerst wat eten op het dakterras van het
hotel. Het terras heeft uitzicht op de tempel van Luxor en de Nijl. Daarna gaan we lekker even bij het zwembad
zitten: inlezen over alle bezienswaardigheden en ik schrijf aan het reisverslag.
Als we 'uitgenixt' zijn, gaan we aan de wandel naar een boekenwinkel om een fotoboek over Egypte te kopen. Ook kopen
we een boekje om hiëroglyfen mee te ontcijferen.
We eten met de complete groep op het dakterras van het hotel. De tempel van Luxor is nu prachtig verlicht.
Vandaag is ook de vierde en laatste dag dat Wouter zijn Antinal-kuur moet slikken tegen de maag- en darmklachten.
Samen met de ORS-zoutoplossingen (tegen het uitdrogen) heeft dit geweldig geholpen. De afgelopen dagen heeft hij
alles mee kunnen doen en redelijk normaal kunnen eten.
Dag 9 - vrijdag 11 februari - Luxor, vallei der koningen, graftempel van Hatsjepsut, graven van arbeiders
De 'wake up call' is om zes uur. Om zeven uur vertrekken we uit het hotel en wandelen naar de Nijlkade waar we een
bootje nemen naar de westoever. We gaan naar de graven (westen, zonsondergang; dus graven). Daar wachten twee kleine
busjes om ons naar de vallei der Koningen te brengen. Dit is verder rijden dan ik dacht. In de vallei der Koningen
bezoeken we drie graven onder leiding van een gids.
De gids vertelt ons dat een volledig graf bestaat uit twaalf poorten. Eén voor elk uur dat het duurt om van de
wereld van de levenden (first life) naar de wereld van de doden (second life) te komen.
We bezoeken de graven van Ramses IX, Ramses V en VI, Ramses III en Ramses IV.
Het graf van Ramses IX is niet af. Het bestaat uit slechts zeven poorten. Hij is overleden voordat zijn graf afgerond
was. Na de dood van de farao hebben de bouwers nog 70 dagen om het graf enigszins af te maken. Er zijn namelijk 70
dagen nodig voor het mummificatieproces.
De tombe van Ramses V en VI is wel compleet met twaalf poorten. Ramses V is aan de bouw van de tombe begonnen. Maar
hij is elders begraven. Ramses IV is hier begraven.
De tombe van Ramses III heeft een knik in de gang omdat al bouwende ze op andere tombes stuitten. Dit is de enige
tombe van een koning waarin afbeeldingen te vinden zijn van het dagelijks leven. Er zijn bijvoorbeeld ook afbeeldingen
van luitspelers. Deze tombe heeft zijkamers aan de gang. Andere tombes bestaan uit een gang, met daarin de gebruikelijke
poorten en met een ruimte aan het einde. Het einde van de tombe van Ramses III is onbewerkt en half ingestort. De
farao is overleden voordat zijn tombe was afgerond.
De tombe van Ramses IV valt op door de mooie kleuren. Er staat nog een sarcofaag in. Het graf bestaat uit zeven
poorten.
Veel voorkomende afbeeldingen in de tombes van de koningen zijn:
- Slangen; om de vijand buiten te houden;
- Gier met opengeslagen vleugels; ter bescherming en hulp om in het tweede leven te komen;
- Noet; godin die 's ochtends de zon brengt en 's avonds de zon weer inslikt. Ze staat vaak op het plafond afgebeeld
met langgerekte ledematen en twaalf zonnen. Deze zonnen stellen de twaalf uren van dag en de nacht voor;
- Het verslaan of doden van vijanden; we zien herhaaldelijk afbeeldingen van onthoofdingen en verdrinkingen;
- Een soort boedha op het plafond; deze zie er oosters uit en heeft als enige mensafbeelding twee ogen. Daarmee kan
hij goed om zich heenkijken. Hij is de bewaker van het graf en is vaak rond de eerste of tweede poort afgebeeld.
De graven zijn prachtig gekleurd. Vooral de laatste van Ramses III maakt indruk vanwege de zijkamers. Zo wordt het een
enorm graf, ondanks dat het graf nog niet af was (nog geen twaalf poorten). Het graf van Ramses VI was ook heel mooi,
vooral de achterste kamer (tombe ruimte). Heel groot en prachtig beschilderd. Vooral de god Moet, die met haar lange
ledematen over het hele plafond is uitgestrekt, maakt daar indruk.
Na de koningsgraven gaan we naar de graftempel van Hatsjepsut. De tempel zelf is niet bijzonderder dan de andere
tempels. De ligging tegen de hoge rotsen is de grote trekker.
Hatsjepsut is de eerste vrouwelijke farao. Zij is tot farao benoemd omdat haar broer, bij het overlijden van hun
vader, nog te jong was om te regeren. Toen de broer eenmaal oud genoeg was, heeft hij Hatsjepsut bruut vermoord en
heeft hij zichzelf tot farao gekroond.
Tot slot gaan we naar de graven van de arbeiders. M&M hebben ons aangeraden vooral naar het graf van Sennedjem te
gaan. Als we dit aan de gids vragen, reageert hij met 'of course'. Alsof het heel gek zou zijn er niet heen te gaan.
Het graf is inderdaad prachtig! Prachtige kleuren en taferelen uit het normale leven. We kopen kaarten (omdat je in
de graven geen foto's mag maken) van het graf van Sennedjem: (1) man en vrouw oogsten op het land, (2) god Thot zorgt
voor de dode en mummificeert.
We bezoeken het graf van nog een arbeider (direct naast Sennedjem). Deze is ook mooi, maar het haalt het niet bij
het graf van Sennedjem.
Heel bijzonder dat de arbeiders, na het werken in de graven voor de koningen, ook een mooi graf voor zichzelf hebben
gemaakt. Ze hebben afbeeldingen etc overgenomen uit de graven van de koningen/koniningen. Maar ze hebben ook eigen
afbeeldingen opgenomen. Alle offer-plaatjes, goden verering, etcetera, uit de tempels en graven van de
koningen/koninginnen kennen we nu zo langzamerhand wel. De afbeeldingen van de arbeiders over het dagelijks leven,
spreken ons nu veel meer aan.
Dan is het lunchtijd. Na de lunch nemen we afscheid van de groep (zij gaan nog naar de tempel van Habu en de vallei
der koninginnen). Wij gaan met nog drie anderen terug naar de oostoever. We gaan weer even lekker 'nixen' bij het
zwembad.
Rond half zes gaan we naar de tempel van Luxor. Het is al donker buiten en de tempel is prachtig verlicht. De sfinxen
rond de oprijlaan, alle zuilen (héél véél zuilen) en reliëfs zijn heel mooi in het licht. Het heeft iets magisch.
Dan lopen we over de soek naar het restaurant Lotus. Dit restaurant zit op de eerste etage met uitzicht op de soek. We
hebben een tafeltje vlak aan het raam. Wat een pret om zo ongegeneerd mensen te kunnen bespieden. Het is heel leuk om
zo de soek eens rustig te kunnen bekijken zonder gelijk aangesproken te worden (of beter gezegd: lastig gevallen te
worden). Het is opvallend om te zien dat alleen toeristen fanatiek benaderd worden door de verkopers. De 'locals'
kunnen rustig voorbij lopen. Maar bij de toeristen worden sjaaltjes omgehangen, wordt de weg versperd en wordt de
waar nog eens extra aangeprezen.
|