Reisverslag Carin en Wouter
|
Reisverslag - dag 1 t/m 3
Dag 1 - donderdag 3 februari - Zeist, Cairo
We gaan om half vier met de bus en trein (via Utrecht) naar Amsterdam. We hebben dus rustig de tijd om de tas te
pakken, het huis vakantieklaar te maken (timers op lampen, vuilnisbakken leeg, et cetera) en de buren te vertellen
dat we weggaan.
We checken rond vijf uur in en 'boarden' om half zeven. We zouden om half acht vliegen. Maar vanwege late reizigers,
bagage dat weer het vliegtuig uit moet en een verlopen 'slot time' vliegen we pas om half negen (20.30 uur). Al onze
medereizigers van Djoser zitten in de buurt in het vliegtuig. Wij maken onvoldoende lawaai en worden niet als
Djoser-gangers herkend door de anderen.
We landen rond 01.15 uur. Voor we door de douane mogen, krijgen we eerst ons visum. Dit bestaat uit een zegel die in
je paspoort wordt geplakt. Later in de bus moeten we hier €25 per persoon voor betalen. Het lijkt veel geld voor
zo'n postzegel.
Op het vliegveld maak ik kennis met de Egyptische toiletten. Hier had ik me niet op voorbereid en met de schone
toiletten van Schiphol nog vers in het geheugen, is het wel even schrikken. Direct bij de deur krijg ik een prop
wc-papier in mijn handen gedrukt door een geheel gesluierde vrouw. De wc en deur oogt zo vies dat je het liefst niets
aan wilt raken. Maar ja de deur moet toch dicht…. Als ik weg loop wil de vrouw 'baksjiesj' (?, waarschijnlijk fout
geschreven, maar zo klinkt het). Ik heb alleen biljetten van €50 op zak. Die krijgt ze niet. Ze is hevig verontwaardigd
dat ze niets krijgt.
De bagage komt al snel op de band en ook de pinautomaat in de aankomsthal werkt. Verder alles OK dus.
De groep verzamelt zich. Het blijkt een aardig gemixte groep te zijn. We zijn met z'n twintigen.
We rijden met een busje door een relatief rustig Caïro. Zeker in tegenstelling tot wat we de volgende dag zullen zien.
In het hotel (Hotel Pharaos, in de wijk Dokki) krijgen we nog kort wat info van Roëlla (onze reisleidster van Djoser)
en gaan dan slapen.
Dag 2 - vrijdag 4 februari - Cairo: Citadel, Soek, museum
Na een kort nachtje (we gingen pas om drie uur slapen) krijgen we om acht uur onze 'wake up call'. Na het ontbijt
verzamelen we om negen uur voor de kennismaking en de informatie. We zijn zoals gezegd met z'n twintigen. Ik deel ze
voor het gemak even op in de oudere en de jongere garde (gerelateerd aan onze eigen leeftijden ;-) ).
De ouderen: Magda en Henk; Aart (vader van Jenny); Marlies; Henk en Marjan; Ger en Ria; Elle en Gerda.
De jongeren: Sjors en Astrid; Sander; Jenny; Tamara en Bas; Mildred en Paul.
En verder zijn er nog Roëlla Gijzemijter (onze reisleidster) en Bernard (een trainee van Djoser die een week met
Roëlla, en dus ook met ons, mee gaat lopen).
Roëlla is (gelukkig) een ervaren reisleidster. Ze heeft deze reis al meerdere malen begeleid en wijst ons op een
hoop dingen waar we extra op moeten letten:
- goed uitkijken bij het oversteken en waar je dat het veiligst kunt doen,
- terughoudend zijn bij opdringerige verkopers,
- hoe je de taxi moet betalen (uitstappen, 15 Egyptische pond (15 LE) geven en ook al protesteert de chauffeur
toch weglopen, tegen de rijrichting in zodat hij je niet achterna kan komen),
- een idee van de prijzen en gebruikelijke fooien (voor de wc 50 piaster betalen),
- waar te gaan eten,
- niet leuk even op een kameel gaan zitten voor een foto, want dan lopen ze met je weg en willen ze meer geld,
- etc.
Roëlla biedt aan om gezamenlijk een wandeling in Caïro te maken. Ondanks dat bijna iedereen aangaf niet het type te
zijn van 'volg de paraplu'; gaat toch bijna iedereen mee. Wij ook.
De wandeling start met een enerverende taxirit van het hotel naar de Citadel. We zitten met z'n vieren in de taxi.
Wouter voorin. Ik met Bas en Tamara op de achterbank. De taxichauffeur stort ons in het hectische verkeer. Het is
nog niet heel vol op de weg, maar het doel van de chauffeur is duidelijk om in recordtijd de Citadel te bereiken. We
scheuren door de stad en negeren de lijnen op de weg. Een rood stoplicht betekent iets meer toeteren voor je in
volle vaart het kruispunt oversteekt. Als er iemand in de weg rijdt of je baan op snijdt, toeter je ook, je remt
niet. En toch gaat alles goed. Soms slechts op enkele centimeters! Tamara zit van de zenuwen te lachen en ik slaak
niet te bedwingen kreetjes (oeh, ieh, ...) als ik een auto wel heel dicht mijn zijportier zie naderen. Voor ons gevoel
hebben we ook meerdere mensen overreden. Oversteken doe je in Caïro als er drie rijen dik auto's op je af komen, in
plaats van vier rijen dik. Er wordt wat getoeterd, een beetje uitgeweken (niet te veel, daarvoor is geen ruimte) en pas
als het echt niet anders kan wordt er geremd. Toch hebben we niemand geraakt. Hoe is het mogelijk!
Plots stoppen we: de chauffeur zet de taxi langs de weg en gebaart ons te blijven zitten. Wij hebben niet goed door
wat er aan de hand is. Ziet hij zijn broer en wil hij een praatje maken? Nee dus; we hebben een lekke band. De krik
komt uit de kofferbak en een reservewiel. En terwijl wij gewoon met z'n vieren in de taxi zitten, wordt de band
verwisseld. Huppekee, krik eronder, band eraf, erop, even vastdraaien, klaar! Hij heeft dit vaker gedaan, want na 5
tot 10 minuten rijden we weer verder. Helaas 'moeten' we nu de verloren tijd inhalen en rijden we nog harder.
De anderen staan al met smart op ons te wachten bij de Citadel. Daar gaan we de Mohammed Ali Moskee bezoeken. Het
is vrijdag en dus (vrije dag) druk met Egyptenaren. Op elke straathoek staat bewaking met geweren, zo ook hier. Het
lijkt wel een fort! Is het hier zo crimineel en onveilig of staan ze er om een gevoel van veiligheid te geven?! Ik
weet het niet, maar echt 'veilig' voelt het toch niet.
Bij de Citadel moeten we door detectiepoortjes. Laat ik vandaag net lekker het fruitmes en broodmes in mijn rugzak
hebben meegenomen (leek handig; je weet nooit). Alle messen moeten we afgeven bij de ingang. Op vertoon van het
verkregen nummer kun je het bij het weggaan weer ophalen. Paul geeft ook zijn zakmes af. Als we de messen bij vertrek
weer ophalen is Paul al snel weg en ben ik alleen met het mannetje van de kluisjes. Hij pakt het nummer uit mijn
hand, terwijl hij overdreven mijn hand aait. En als hij de messen heeft gepakt, gaat hij achterin zijn hok staan en
vraagt me verder erin te komen om de messen terug te krijgen. Hij lacht overdreven vriendelijk. Maar ik ben ook niet
van gisteren en blijf lekker buiten staan. Dit was wijze les 2 van vandaag; oh nee, al de 3e!
- geen messen meenemen als je dingen gaat bezichtigen;
- ik moet niet alleen dingen gaan regelen, of mét Wouter of Wouter alleen;
- neem geen koffie onderuit de kan (bij een ontbijtbuffet bijvoorbeeld) want dan heb je de drab.
Vanaf het plateau bij de moskee heb je een mooi uitzicht over de stad. Het is aardig helder en we kunnen de piramides
van Gizeh zien liggen. Het is een bijzondere skyline; modern beton en hoge gebouwen met daartussen de piramides. Op het
plateau waait het hard en het is frisjes. Mildrid meet 14°C. De gevoelstemperatuur ligt lager.
De moskee wordt niet meer gebruikt voor gebedsdiensten. Je kunt er (tegen betaling natuurlijk) gewoon in en foto's
nemen. Wél de schoenen uittrekken! Je mag de schoenen niet met de zolen naar beneden op de grond zetten. Dat is
onrein. De vloer in de moskee is bezaaid met kleden. Het plafond is mooi versierd. Verder is het een grote open
ruimte. Wij vonden het niet héél bijzonder. De Mohammed Ali moskee is gebouwd door de bekende islamitische Mohammed
Ali (nee, niet die bokser) en is (één van) de grootste van Caïro.
Na de moskee wandelen we naar twee andere moskee's (deze zijn helaas gesloten) en door de Islamitische wijk: Khan
El Khalilli. We komen er al snel achter waarom iedereen op de weg loopt. De stoep is regelmatig versperd en daarbij
hoog zodat je vaak ver naar beneden en omhoog moet stappen. Een soort trimloop. Op de weg loop je echter ook niet zo
prettig met het roekeloze verkeer om je heen.
In de Islamitische wijk lopen we door een straatje met allemaal winkeltjes en stalletjes: de soek of souq. Eerst
passeren we fruit en groente, dan vlees en vis, kleren en later ook stoffen en doeken. Dit laatste is rond de oude
tentenmakerij. Hier worden geen tenten meer gemaakt, maar ze verkopen wel prachtige doeken (zie foto met houten stutten
in een smalle steeg). Onderweg zien we ook nog een winkeltje waar ze de "fez" maken. Zo'n rond rood hoedje met
kwastje.
In dit deel lopen maar weinig toeristen. Het grappige is dat ze ons minstens even interessant vinden om te bekijken
als wij hen. Ik betrap een oude Egyptenaar met nog maar een paar tanden in zijn mond op een enorme gaap. Hij ziet dat
ik het zie en moet dan breeduit grijnzen.
We lopen alsmaar rechtdoor, steken met een loopbrug een drukke weg over (joh, veilig oversteken!) en komen dan op het
meer toeristische gedeelte van de soek. We gaan ergens tussen de stalletjes overdekt in een steegje op een terras wat
drinken en fallafel eten. Om ons heen zitten de Egyptenaren waterpijp te roken.
Na de pauze gaan we met taxi's (weer zo'n dodenrit) naar het Egyptisch Museum. Fototoestellen en natuurlijk de
messen moeten we weer in bewaring geven. We gaan met Sander het museum in.
We gaan als eerste naar de ruimten waarin de schatten uit het graf van Toetanchamon liggen. In onze galop missen we
de kopie van de steen van Rosetta. Het origineel ligt in Londen. Op de steen van Rosetta staat een tekst in drie
talen: waaronder Grieks en hiëroglyfen. Met behulp van deze steen hebben ze na de vondst in 1700-zoveel de hiëroglyfen
leren lezen. De kopie van de steen ligt direct bij de ingang in het museum.
Wij laten ons imponeren door al het moois dat ze in het graf van Toetanchamon hebben gevonden: beelden, meubels,
sieraden, kruiken….. De meubels hebben allemaal 'beestenpoten'. Bij de stoelen (veelal verguld) is een voetenbankje
met daarop afbeeldingen van volken die ze in die tijd onderdrukten of die zij als vijand beschouwden. Toepasselijke
plaats zo onder de voeten. De sieraden zijn echt prachtig. Heel fijn en nog schitterend van kleur. Klapstuk van de
Toetanchamon-vleugel is natuurlijk zijn sarcofaag en zijn gouden masker (van beide hebben we een kaart gekocht).
De complete grafkist bestaat eigenlijk uit zo'n drie sarcofagen (soort Russische poppetjes), waarin dan de mummie ligt. De
buitenste sarcofaag heeft een enorme afmeting en de daarin liggende sarcofagen worden steeds kleiner.
Verder zijn er op de eerste verdieping onder andere ook een soort poppenhuizen die meegingen het graf in om aan te
geven hoe het leven er in die tijd uit zag. Als je het niet uitbeeldde of afbeeldde in het graf, dan bestond het niet
en kon de dode niet terugkeren naar de aarde voor zijn tweede leven. Daarom werd in de vorm van kijkdozen/poppenhuizen
van alles nagebootst, onder andere ook boten en visvangst.
Op de benedenverdieping/begane grond staan de grote beelden. Erg imposant! Er staan prachtige beelden en ze zijn ook
vaak enorm groot. Maar ze staan zo opgesteld dat het net een grote opslagruimte lijkt. Je hebt nauwelijks het idee dat
je door het eigenlijke museum loopt.
We drinken wat met een groepje in het café bij het museum en lopen dan gezamenlijk naar het restaurant "Felfela", waar
we met de hele groep gaan eten. Het is lekker: vooraf krijgen we verschillende hapjes (soort Egyptische tapas), dan
mixed-grill en een soort gekookte vla als toetje (dat laatste was wat minder).
We zijn met Sjors en Astrid in de taxi terug naar het hotel gegaan. Lekker snel naar bed, want het was een korte
nacht en een lange dag. De anderen lopen terug naar het hotel. Ze lopen wat verkeerd en doen er een uur over. Wij
hebben geen spijt van de taxi.
Terug in het hotel was ik eerst maar eens goed mijn handen. Er komt grijs/zwart water van af. Als ik mijn neus
snuit, snuit ik onder andere stof. Caïro is zo vergeven van het stof en de uitlaatgassen dat het je poriën wel lijkt
te verstoppen en je het zand in je haar voelt. Ongezonde leefomgeving. Deze mensen kunnen hier niet oud worden. Wouter
heeft gelezen dat de inwoner van Caïro gemiddeld 53 jaar oud wordt. Zou dat door de uitlaatgassen komen of door de
verkeersongevallen?
Dag 3 - zaterdag 5 februari - Cairo: Memphis, Sakkara, Gizeh
De 'wake up call' is om half zeven. Om half acht zitten we gedoucht, geschoren en gevoed in het busje: op weg
naar Memphis.
Memphis ligt ten zuiden van Caïro, op de oostelijke oever van de Nijl en was een oude stad van waaruit geregeerd werd
in het oude rijk (ongeveer t/m dynastie VIII). In Memphis gaan we naar een soort museum met onder andere een 15 meter
hoog (nu liggend) beeld van Ramses II en een sarcofaag met hiëroglyfen van Amenhotep (zelfde dynastie als Ramses II).
Na Memphis gaan we naar Sakkara. Dit ligt op de westelijke oever van de nijl in de woestijn. Het bestrijkt een
gebied van 6 km. Hier zijn de koninklijke begraafplaatsen uit het oude rijk. Wij gaan naar de trappiramide van Djoser.
Dit is de eerste piramide die ooit is gebouwd.
Vanaf de ruïnes rond de piramide van Djoser kun je richting het zuiden nog twee piramides zien: de piramides van
Senefroe, de knik piramide en de rode piramide. (Dat weten we nu nog niet, maar deze zullen we aan het einde van
onze rondreis nog gaan bezoeken.) Richting het noordwesten kun je nog vaag de piramides van Cheops (Gizeh) zien. Hier
gaan we vanmiddag nog heen.
We lunchen bij een restaurant in Sakkara in de tuin. Het is echter bijzonder fris en het waait stevig. Wij zijn erg blij
dat we onze fleece-jacks aan hebben. Anderen zitten behoorlijk te kleumen. Bij de ingang zit een mevrouw op een
traditionele manier brood te bakken. Het eten is erg lekker. Het is een buffet met salades, rijst en vlees gerechten en
Egyptisch gebak.
Daarna gaan we naar Gizeh; de piramides van Cheops. We komen er rond drie uur aan. We gaan eerst met de bus de
heuvel op voor het uitzicht op de drie piramides. Daarna hebben we 1,5 uur de tijd om 'alles' te bekijken. Dit is
eigenlijk te weinig. Ook gaan veel dingen al om half vier of vier uur dicht. We gaan in de piramide van de vrouw (één
van de…) van Cheops. Dit is een kleinere piramide dan die van Cheops zelf. Cheops is de zoon van Djoser. In en rond
de piramide van Cheops zelf zijn meerdere houten boten (ware grootte) gevonden. Één daarvan is te zien in het museum
naast de piramides. Wij zijn het museum niet in geweest, omdat het binnen een kwartier zou sluiten.
We sluiten onze piramide-wandeling af bij de sfinx; de beroemde sfinx bij de piramide van Cheops. We mogen er nog net
in, want ook hier sluiten de poorten om vier uur. De sfinx staat op de plek van de grote tempel van Ptah, de beschermgod
van Memfis. Een replica staat volgens mij bij het hotel/casino Luxor in Las Vegas. Thuis maar eens even onze
Amerika-foto's checken.
We zijn rond half zes terug in het hotel en gaan lekker even liggen.
We eten met z'n tweeën bij "Scoozi", een Libanees restaurant waar je allemaal kleine hapjes kunt bestellen. Lekker! De
rest van de groep zit er ook te eten. Maar wij vinden het heerlijk rustig, lekker met z'n tweeën.
We besluiten geld te pinnen bij het Sheraton hotel. Hier is een ATM in de hotellobby waar je ook als niet-gast van
gebruik kunt maken. Buiten in het donker op straat pinnen vinden we niet zo'n prettig idee. Ondanks alle gewapende
bewaking op straat.
In de supermarkt (als we inkopen doen voor de treinreis van morgen) komen we weer een deel van de groep tegen. We
lopen gezamenlijk terug naar het hotel. Daar pakken we de tas en gaan lekker slapen.
Even wat Egypte-wijsheden die we hebben opgestoken van de gids vandaag:
- Beelden die een rechte sik hebben, zijn gemaakt tijdens het leven van de persoon. Als er in de sik een krul zit, is
het beeld na zijn overlijden gemaakt.
- De farao's zijn herkenbaar aan de cartouches die op hun lichaam zijn afgebeeld (hals, schouder, pols, riem, ...) met
daarin hun naam en/of titels in hiëroglyfen. Ik heb een foto gemaakt van de cartouche van Ramses II. De papyrus betekent
dat hij farao was van Neder-egypte (nijldelta). De cobra geeft ook het noorden weer. De bij betekent dat hij farao was
van boven-Egypte (zuiden), net als de lotusbloem en de gier. De eend en de zon betekenen dat de farao de zoon van de
zon was (son of ra). Zie ook een latere foto van een pilaar in de tempel van Karnak (Luxor).
- De twee delen van Egypte hebben ook beide hun eigen kroon. Op de foto van Ramses II is de dubbele kroon te zien. Het
onderste gedeelte was oorspronkelijk rood en stond voor neder-Egypte en het bovenste gedeelte was wit en stond voor
boven-Egypte.
- Het oude Egypte wordt in drie tijdsperioden opgedeeld: oud, middel, nieuw. Het oude rijk is bekend om de bouw van
de piramides. Het midden rijk is bekend om de bouw van de vele tempels. Het nieuwe rijk is bekend om het mummificeren.
- Het leven was op de oostelijke oever. De begraafplaatsen (tombes en piramides) waren op de westelijke oever. Dit
hangt samen met hun geloof in de zon: de zon komt op (en brengt leven) in het oosten en gaat onder (sterft) in het
westen. De graven zijn in de woestijn en niet direct aan de Nijl omdat in het droge zand de mummies langer goed bleven. Dit was nodig zodat de 'ka' van de dode weer terug in het lichaam kan komen en er een tweede leven kan volgen.
- De trappiramide van Djoser is de eerste piramide en ook het eerste graf dat volledig uit steen bestond. De eerste
en tweede dynastie bouwden hun graven van leem en hout. Het probleem hiermee was echter dat deze vergingen. Terwijl het
voor het geloof van de Egyptenaren juist zo belangrijk was dat het lichaam ongeschonden blijft en de 'ka' terug kan keren. De trappiramide bestaat uit 6 mastaba's (lagen) en is 62 meter hoog. De ingang is naar het noorden (zie foto). Op deze manier kan de 'ka' zo snel en makkelijk mogelijk richting het noorden het lichaam verlaten en veilig terugkeren.
- In een huis naast de piramide (het zuidelijke huis) is oude grafitti gevonden waarin de geweldige daden van farao
Djoser beschreven worden. Ik heb een foto gemaakt van een mannetje bij de ingang hiervan.
- Senefroe heeft twee piramides voor zichzelf laten bouwen. De eerste was de knikpiramide. De andere piramide wordt
de rode piramide genoemd, omdat deze met rood steen is afgewerkt. Senefroe was de vader van Cheops. Cheops heeft zijn piramides
iets noordelijker laten bouwen, bij Gizeh.
-
Bij de piramides van Cheops zijn meerdere houten boten (op ware grootte) gevonden. Deze zijn bij de piramide begraven
om de reis naar het dodenrijk en terug te vergemakkelijken.
- De ingang van een piramide is altijd aan de noordkant. Ze geloofden namelijk dat de 'ka' (levensadem, geest, ...)
het lichaam richting het noorden verliet en vanuit het noorden weer terugkwam. Voor het volgende leven is het belangrijk
dat de ka weer in het lichaam terug kan keren. Het lichaam moet daarom op dat moment ook nog in een zo goed mogelijke
staat zijn. Om die reden zijn de Egyptenaren de lichamen gaan mummificeren. In het oude rijk (de tijd dat ze wel goed
waren in het bouwen van piramides) waren ze nog niet zo bedreven in het mummificeren. Dit heeft zich pas echt in het
nieuwe rijk ontwikkeld. Daarom werden in de graven ook veel beelden van farao's gedaan. De ka kon namelijk, zo geloofden
ze, ook in een beeld terugkeren en weer tot leven komen.
- Vanaf 1952 is onderwijs in Egypte gratis. Toch leidde dit er niet toe dat ouders hun kinderen naar school lieten gaan. Ze
waren nuttiger op het land. Net buiten Caïro zijn daarom veel 'Carpet schools'. Op deze scholen leren ze om kleden te maken
die ze daarna kunnen verkopen. Zo brengt de opleiding direct geld in het laatje. Nu laten meer ouders hun kinderen naar
school gaan.
|