Ecuador en Galapagos 2005 Reisverslag Carin en Wouter
Ecuadoriaanse indianen

Reisverslag
Carin en Wouter

dag 1 - 3 dag 4 - 6 dag 7 - 9 dag 10-12 dag 13-15
dag 16-18 dag 19-21 dag 22-24 dag 25-27 Kaart Ecuador

Reisverslag - dag 4 t/m 6

Dag 4 - zondag 24 juli 2005 (Cuenca, El Cajas National Park)

Weer: In El Cajas NP is het ongeveer 10°C en zonnig
Uitgaven: De excursie naar El Cajas NP kost $35 per persoon, inclusief lunch, exclusief drankjes en exclusief de entree van het NP. De entree van het NP bedraagt $10 per persoon. We geven de gids $5 fooi en de chauffeur $2.
Programma:
7.00 uurOntbijten
8.00 uurPick up en start van de excursie naar NP El Cajas, geboekt afgelopen vrijdag via “the travel center” in Cuenca.
9.30 uurAankomst in El Cajas NP. We starten met een wandeling van ongeveer 30 minuten naar een uitkijkpunt op 4250 meter hoogte.
10.30 uurStart van de ‘lange’ wandeling van ongeveer 3,5 uur. In die tijd leggen we slechts 4 km af!
14.30 uurMet het busje naar het lunchrestaurant: een ‘troutfarm’. Erg lekker!
15.30 uurLaatste wandeling op ongeveer 3250 meter hoogte met meer begroeiing. Er zouden ook vogels moeten zitten, maar we hebben er slechts een paar gezien.
17.00 uurTerug bij het hotel.

Vandaag gaan we met een kleine groep naar El Cajas NP. De gids heet Alvarez. Hij is een student van 24 jaar die tijdens zijn zomervakantie als gids werkt om zo zijn opleiding te kunnen betalen. Hij spreekt erg goed Engels en is erg sympatiek. Verder bestaat de groep uit een jongeman uit Frankrijk (Patrick), een vrouw van ongeveer 60 jaar uit Engeland (Judith) en twee Amerikanen: een tandarts van ongeveer 50 jaar en een studente medicijnen van begin 20.

El Cajas is eigenlijk een hele gekke naam. De gids snapt niet waarom het gebied zo heet. Cajas betekent namelijk ‘dozen’ in het Spaans. Daarbij is ‘Cajas’ een vrouwelijk woord en ook in het meervoud. Dus het had eigenlijk ‘las Cajas’ moeten zijn. Een gekke naam en ook nog eens grammaticaal onjuist volgens Alvarez.

El Cajas

Onze eerste wandeling in El Cajas is zeer kort, maar door de hoogte toch vrij pittig. We klimmen een berg/rots op voor het uitzicht op een hoogte van ongeveer 4250 meter. Dat merk je goed aan je ademhaling. En als je te hard wilt, lopen je benen helemaal vol en worden loodzwaar. Het uitzicht is mooi. Mede vanwege het prachtige weer. Alvarez doet het werk van gids in Cajas nu twee jaar en heeft zulk mooi weer nog maar een keer of zeven meegemaakt. Meestal is het bewolkt, nevelig, nat, slecht zicht, koud. Nu is het zonnig, helder, een paar witte wolkjes en voor de hoogte is het relatief warm; ongeveer 10°C.
Iets lager starten we onze tweede, lange, wandeling: 4 km. Dit klinkt als een peuleschil maar op deze hoogte is het toch een redelijke inspanning. Na elk klimmetje moet je echt even bijkomen. Een aantal in onze groep hebben niet zo’n geweldige conditie en we staan dan ook vaak stil om van de omgeving te genieten. Voor ons mag het tempo wel wat hoger liggen, maar dit is ook wel lekker ‘relaxed’. We dalen van 3900m naar 3300m.

In El Cajas zijn zo’n 1000 meertjes, variërend in grootte. De grootste 200 meren hebben een naam. El Cajas bestaat uit paramo. Paramo betekent motregen in het Spaans. Maar er wordt een soort begroeiing mee bedoeld die boven de 3500 meter voorkomt. Dit is veel gras en lage boompjes. We lopen door afwisselende glooiende grasvlakten, langs meertjes, steile afdalingen en klimmen en ook door bossen van een soort papierboom. Deze boom heet ‘polyleppis’ (‘veel velletjes’ vrij vertaald?). De bast van de boom vervelt steeds. De bast is heel dun en zacht. Het lijkt een beetje op een uienschil. Deze bossen/bosjes zijn heel bijzonder om doorheen te lopen. Het geeft een beetje een ‘lord of the rings’ sfeertje.
Er bloeien veel kleine bloemetjes; allerlei soorten margrieten, gentianen en bromelia’s. Plus allerlei soorten waar ik de naam niet meer van weet. Ik heb een foto gemaakt van een bloem met een rood/geel gestreept bolletje. Dit is een soort gentiaan waarbij de bloemblaadjes als een bolletje gesloten blijven. Er is ook een soort aster (groeit plat tegen de grond) die de Ecuadorianen ‘panne con queso’ noemen (een broodje met kaas). Je kunt in Ecuador namelijk bolletjes bij de bakkerijen kopen waar in het midden een rondje kaas zit. Deze bloemen lijken op deze kaasbolletjes. Wouter heeft hier een dia van gemaakt.
Het passeren van de vele meren maakt de wandeling afwisselend. We zien nauwelijks beesten onderweg. Voor hen is het te zonnig. Wel zien we een kolibrie en eerder langs de weg hebben we al een groep (wilde) lama’s gezien. Verder zien we wel heel veel keutels, onder andere van een vos en konijnen, maar de bijbehorende beesten houden zich voor ons verscholen.
Het water in El Cajas is zo zuiver dat onze gids zijn waterfles bijvult in de kleine watervalletjes. Wij doen het toch maar niet. We betwijfelen of onze magen hier op berekend zijn en diarree zo vlak voor onze busdag van morgen lijkt een slecht plan.
Onderweg is er alle tijd om een praatje te maken met de anderen van de groep. Iedereen is redelijk bereisd en het is leuk om elkaars verhalen te horen. Als ik zo met de anderen praat, realiseer ik me pas dat we al best op veel plekken geweest zijn: Australië, USA 3x, Egypte, Zuid-Afrika, Costa Rica. We lijken zowaar ervaren reizigers. Gek dat het niet zo voelt. Vooral de Amerikanen zijn jaloers op ons dat het voor ons zo makkelijk is om op reis te gaan: veel vrije dagen, een sterke euro, goed onze talen sprekend (ahum, behalve Spaans dan!).

De lunch is wederom uitstekend: een goede soep (ze hebben hier heel bijzondere en voedzame soepen) en als hoofdgerecht rijst, yucca en natuurlijk forel. We zitten niet voor niets bij een forelkwekerij. Na de lunch maken we nog een kleine wandeling van een half uur door een lager gelegen gebied (3200 meter), waar normaal veel vogels zitten. Maar vanwege de zon en de vele mensen (zondag, dus veel dagjesmensen vanuit Cuenca) laten de vogels zich niet zo erg zien. We zien slechts een geel/zwarte flycatcher en een redelijk bijzondere blauwe vogel. De naam is weer een zuiver gevalletje van het ene oor in en het andere oor weer uit; ik weet het dus niet meer.

We zijn rond vijf uur terug bij het hotel. We willen dan nog wat broodjes en drinken kopen voor morgen. Dit is wat moeilijk omdat veel winkels dicht zijn omdat het zondag is. Het lukt ons gelukkig toch om water en wat broodjes te kopen.

’s Avonds eten we tortillachips, cola en een broodje als ‘diner’ op de hotelkamer. Tja, we leven erg gezond hier. Maar na die enorme Ecudoriaanse lunches hoef je ook niet zo veel meer.

 

Dag 5 - maandag 25 juli 2005 (Cuenca, Riobamba)

Weer: Het is een bewolkte dag, prima busweer. Om 17.00 uur is het 16°C in Riobamba.
Uitgaven: De taxi in Cuenca van het hotel naar het busstation kost ons $1.50. De bustocht is slechts $6 per persoon (en dat voor 6 uur bussen!). De taxi in Riobamba van de rand van de stad naar het centrum is wederom $1.50. In Riobamba gaan we internetten voor $0.75 voor een uur. Internetten is hier overal zo belachelijk goedkoop. Voor ons avondeten (in een restaurant) betalen we $15 voor ons tweeën.
Programma:
7.00 uurOntbijten
8.00 uurTaxi naar het busstation ‘terminal terrestre’ in Cuenca.
9.15 uurWe reizen met een bus van maatschappij ‘El Sucre’ naar Riobamba.
15.15 uurAankomst in Riobamba. We stappen uit bij een busstation aan de rand van de stad en nemen een taxi naar het centrum waar ons hotel is.
We overnachten in Hotel Monte Carlo. Een hotel in een prachtig oud gebouw. Jammer is alleen dat wij de ‘reserve-kamer’ krijgen. De andere kamers zijn groter en mooier.
14.30 uurMet het busje naar het lunchrestaurant: een ‘troutfarm’. Erg lekker!
15.30 uurLaatste wandeling op ongeveer 3250 meter hoogte met meer begroeiing. Er zouden ook vogels moeten zitten, maar we hebben er slechts een paar gezien.
17.00 uurTerug bij het hotel.

We zijn vandaag weer als eerste bij het ontbijt; zeven uur. We denken dat het ontbijt officieel pas vanaf half acht is, want klokslag half acht komen er steeds meer mensen. Maar dat staat nergens en om zeven uur worden we ook steeds vriendelijk geholpen. Het bestellen van het roerei met toast en zwarte koffie gaat inmiddels als een speer in het Spaans. Ook het noemen van het kamernummer (202) gaat foutloos. We verbazen onszelf zo op de vroege ochtend.
En we blijven onszelf verbazen vandaag. De taxi brengt ons snel naar het gewenste busstation ‘terminal terrestre’. En daar kopen we zonder problemen in het Spaans een kaartje naar Riobamba; dos biljettes (twee kaartjes), da ida (enkele reis), enfrente del autobus (voorin de bus), a las nueve y quatro (om 9.15 uur). Het komt helemaal goed met ons en de Spaanse taal.
We kopen op aanraden van onze reisgids kaartjes bij de busmaatschappij ‘El Sucre’. De SNP raadde ‘Patria’ aan, maar deze vertrekt pas om 9.40 uur. Beide busmaatschappijen blijken de oudste bussen te hebben van allemaal. Er staat een heel rijtje glimmende nieuwe bussen en twee oudjes. Deze zijn van El Sucre en Patria. Als we dat geweten hadden!
Met de bus reizen in Ecuador is wel even anders dan in NL. Er zijn op elk station meerdere busmaatschappijen, elk met een eigen loket en een eigen bus. Op een traject kunnen dus meerdere bussen rijden. Nadat je een kaartje hebt gekocht, moet je betalen om het perron op te mogen ($0.20 pp). Het perron is weer van een andere eigenaar en ook die wil geld zien. Wij maken de fout om direct door het klaphek te gaan het perron op. Daar valt niets te beleven en ook de WC is aan de ‘andere kant’. We moeten dus met een omweg via de invalidentoegang alsnog terug om naar de WC te gaan.
Cuenca busstation De hectiek op het busstation valt ons alles mee. We waren op het ergste voorbereid. Ook met Egypte nog vers in ons geheugen. Maar het is best rustig. We worden maar een paar keer aangesproken en we voelen ons er best veilig. Ondanks alle waarschuwingen vooraf. Wel bewaken we onze bezittingen goed en houden onze reistassen of vast, of tussen onze benen.
We hebben stoel 5 en 6. Maar daar zit al een Ecuadoriaanse. We gaan op 9 en 10 zitten. Dit zijn de stoelen boven het bagageluik waar onze tassen in zijn gezet. Zo kunnen we mooi in de gaten houden of iemand bij een stop onze tassen uitlaadt en meeneemt. We zitten nu aan de rechterkant van de bus (bekijkend vanuit de positie van de chauffeursstoel). Volgens Wouter goed om de vulkanen te kunnen zien. Het klopt dat we aan de bergkant van de bus zitten, maar de enige vulkaan die we onderweg zien is aan de linkerkant van de bus. Terwijl wij tegen de steile berghellingen aan kijken, kijken de mensen aan de linkerkant van de bus naar mooie dalen en uitzichten. Dat was dus een mooiere kant geweest. Ach ja, de tassen hebben we nu wel goed kunnen bewaken!

In dezelfde bus zit Judith, de Engelse dame die mee was in de groep naar Cajas. Ze is nu met twee vriendinnen (of collega’s? Ze is in Ecuador voor een conferentie). Als we een paar uur op weg zijn krijgen de dames trek. De ene die alleen zit gaat op zoek naar haar tasje etenswaren maar kan het niet meer vinden. Ze heeft inmiddels een Ecuadoriaanse vrouw naast zich gekregen, dus Judith helpt haar met zoeken door het bagagerek af te voelen. Niets! Ons verbaast het niets dat er nu een tasje mist, want de dames waren op pad met meerdere reistassen per persoon en elk ook nog eens vele losse plastic tasjes. Wij vroegen ons al af hoe ze daar het overzicht over konden houden. Niet echt gek dat er nu een tasje ontbreekt dus. Maar wat blijkt als we weer een (paar) uur verder zijn: De Ecudoriaanse vrouw verlaat de bus en het tasje komt weer te voorschijn.
“Oh, I found my bag again!”
“Oh, did you, where was it?”
“The lady sat on it.”
“O my, what did you have in it?”
“Cakes, there all squashed now!”
Ja, we hebben de cakejes gezien. Ze waren zo plat als een dubbeltje. Hilariteit alom. Als de dames uitgelachen zijn, biedt ze ze met een stalen gezicht aan de anderen aan. Dit heeft ze de rest van het traject nog een paar maal gedaan. De wens om te delen kan duidelijk ook te ver gaan. Haar aanbod wordt door de andere twee dan ook vriendelijk afgeslagen.

De Ecuadorianen maken ook ruim gebruik van de bus. Ze stappen op de raarste plaatsen in en uit. Geen huis in zicht, maar wel willen uitstappen …. Op een gegeven moment is het in de bus zo druk dat er mensen moeten staan. Ik heb het genoegen om een buurvrouw te krijgen met een levende kip onder haar arm. De kip is zwart en zijn poten zijn samengebonden. De kip kakelt af en toe angstig. De vrouw reist ongeveer 1,5 uur mee met de bus tot Riobamba. Je vraagt je af of ze daar niet beter een kip had kunnen kopen.

Na ongeveer vier uur rijden stoppen we in de buurt van Alausi. De chauffeurs gaan wat eten en wij kunnen gelukkig even naar de WC. Ik was al bang dat ik zes uur lang WC-loos in de bus zou moeten zitten en had mezelf al op een water rantsoen gezet. Dat is gelukkig niet nodig. Ik kom als eerste van de bus in het restaurant om naar de wc te gaan. Omdat ik de WC niet kan vinden loop ik een aantal keren door de eetzaal om te vragen waar ik heen moet (ja ja in het Spaans! Dondé es banos?). Dan blijkt maar weer dat ik voor hen net zo’n bezienswaardigheid ben als zij voor mij. Blank, blond en blauwe ogen; ik word door de eters met open mond nagestaard.

De huizen rond Cuenca waren in het algemeen redelijk luxe, stevig gebouwd, mooi verzorgd, et cetera. Hoe dichter we bij Riobamba komen des te krakkemikkiger de huizen worden. De nadruk komt steeds meer te liggen op de landbouw en de huisjes in de buurt van het land. Het is oogsttijd en de plattelandbewoners zijn (soms in grote groepen) druk bezig de oogst van graan en iets anders groens binnen te halen. Onze eerste indruk van Riobamba is ook dat het minder rijk is dan Cuenca. Het lijkt allemaal net wat armetieriger en ook de mensen zijn net wat eenvoudiger gekleed.
In Riobamba moeten we aan de rand van de stad uitstappen. Daar hebben we al snel een taxi naar het centrum en ons hotel Monte Carlo. Het hotel zit in een oud koloniaal pand. De centrale hal/binnenplaats is erg mooi en koloniaal. Onze kamer is vooral oud. De kast en de planken zijn ook verre van stofvrij. Voor we de tas uitpakken maken we ze schoon. Wouter vindt al dat ik op buurvrouw Eggink begin te lijken. Als we ons een beetje geïnstalleerd hebben, geven we onze waardevolle spullen weer af bij de receptie om in de safe te doen. Dan gaan we op pad op zoek naar een internetcafé. We willen het thuisfront berichten dat het hier en met ons prima is. We eten bij café Monte Carlo. Verder in de stad zijn veel restaurants gesloten omdat het vandaag maandag is.

 

Dag 6 - dinsdag 26 juli 2005 (Riobamba, Banos)

Weer: In Riobamba is het bewolkt en rond de 16ºC. In Banos hebben we afwisselend wolken en zon en later regent het.
Uitgaven: De busreis is $2 voor een enkele reis, per persoon. Ons avondeten bestaat uit een hamburger, patat en drinken en kost voor ons beiden samen $6.50. We kopen ansichtkaarten voor $0.25 en $0.35 per stuk.
Programma:
7.00 uurOntbijt
8.30 uurBus naar Banos bij Terminal Oriente. Het is $2 per persoon voor een enkele reis.
De bus is één van de vele en rijdt niet op een vaste timetable. We vertrekken zodra we in de bus zitten.
10.15 uurAankomst in Banos. We bekijken het stadje en de baden van de bron El Virgin.
15.00 uurBus terug naar Riobamba waar we rond 16.45 uur aankomen.

We hebben vandaag om te besteden in of rond Riobamba. Een mogelijke excursie is een wandeling op de vulkaan Chimborazo (van 4800 naar 5000 meter) en daarna een afdaling met een mountainbike (van 5000 naar 2900 meter in 32 km). We moesten gisteravond bij aankomst in Riobamba besluiten of we dit wilden doen zodat het dit nog bij een ‘touragent’ zouden kunnen boeken. Allebei moe en hongerig leek ons een enorm heftige inspanning. Een tripje naar Banos waar thermale baden zijn (van de vulkaan Tungurahua) leek ons wat relaxter en aantrekkelijker. Daarom gaan we (wederom, wegens groot succes herhaald) met de bus naar Banos.

Daar aangekomen drinken we eerst koffie bij een ‘panneria’ (bakkerij) waar ze ook lekker gebak serveren. Deze bakker zal geen rijk man worden. Hij vraagt voor 2 koffie en 2x gebak slechts $2. Wil je rijk worden, wordt dan geen bakker in Ecuador. De bakker in Cuenca vroeg voor twee bolletjes met kaas (panne con queso) ook slechts $0.16!
Banos blijkt een bijzonder toeristisch plaatsje te zijn. Er zijn veel restaurantjes en souvenirwinkeltjes. We lopen door het centrum en volgen dan de beschrijving in onze reisids naar de baden “El Saledo”. De beschrijving klopt echter niet en we lopen een bijzonder arme en onprettige wijk in. De straat loopt dood. Dus we moeten ook weer terug. Volgens de reisgids was het ongeveer 20 minuten lopen. Later horen we van iemand bij een hotel dat je naar deze baden beter een taxi kunt nemen.
Banos El Saledo is één van de twee openbare baden. De andere is El Virgin. Deze is echter drukker en minder schoon. Omdat we El Salado niet kunnen vinden gaan we toch maar naar El Virgin. Het ziet er aan de buitenkant niet uit zoals we ons het hadden voorgesteld. Na veel twijfelen gaan we naar binnen ($1 p.p.). Het gezonde thermische bad blijkt één grote krioelende menigte in een soort zwembad met troebel water te zijn. Het ziet er bijzonder onaantrekkelijk uit. Daarbij komt dat we geen handdoek mee hebben. We gingen er van uit dat we deze wel zouden krijgen of kunnen huren. Niet dus. En het is ook nog eens winderig en bewolkt, dus je op laten drogen in de buitenlucht is niet aantrekkelijk. Kortom: we kwamen, we zagen en overwonnen niet. We maken wat foto’s gemaakt en vertrekken weer.

Naast de baden van El Virgin wordt in een soort wasstraat de was gedaan. Hier wordt ook het warme water uit de bron voor gebruikt. Het is beter dan wassen in de rivier, maar toch: wat een armoe om zo je was te moeten doen! Eén vrouw staat met haar voeten de boel, al stampend, in een wasbak te wassen. Het lijkt alsof ze druiven aan het stampen is voor de wijn.
We gaan naar het tegenoverliggende hotel (Sanguy). Volgens onze reisgids kun je daar tegen betaling gebruik maken van het thermische bad van het hotel. Een bad kost $2 p.p. inclusief handdoek. We zijn blij dat ons thermische bad toch nog lijkt te lukken. Maar dan meldt de hotelreceptionist dat het bad een gewoon zwembad is. Alleen openbare, door de overheid aangewezen, baden mogen gebruik maken van thermale bronnen. Mooi is dat! We hebben de man vriendelijk bedankt en zijn weer gegaan. Gewoon zwemmen in een zwembad was niet onze bedoeling.

Tot onze verrassing vinden we in Banos ansichtkaarten. Tot nu toe hebben we nog geen kaart gezien. We waren al bang dat het thuisfront het zonder een vakantiegroet zou moeten stellen en hebben dit ook gisteren gemaild om ze hier op voor te bereiden.
Ondanks dat we aan de voet van de vulkaan ‘Tungurahua’ zitten, zien we ‘m niet. Wolken en een andere berg belemmeren ons uitzicht. De Tungurahua is zelfs actief. Een weg vlak langs de vulkaan is geblokkeerd. De bus vanuit Riobamba moet omrijden via Ambato. En in 1999 is Banos ontruimd geweest vanwege uitbarstinggevaar. Die waarschuwing is nog steeds van kracht. Maar omdat er al die jaren geen verdere activiteit is geconstateerd zijn de bewoners rond 2002 weer naar Banos teruggekeerd en is het toerisme weer op gang gekomen. De informatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (reisadviezen) gaf ook aan dat we dit gebied moesten mijden. Maar als je hier loopt, merk je niets van de vulkanische activiteit of van paniek daaromtrent. We vragen ons wel af of de reisverzekering het zou dekken als ons een vulkaanuitbarsting zou overkomen. We zullen het (gelukkig) nooit weten!

We lunchen in een café/jeugdherberg. Erg lekker, maar niet goedkoop. De eigenaresse blijkt een Noorse te zijn en is een beetje een eigenaardig mens. Ze doet Wouter denken aan de moordenares die Charlize Theron speelt in de film “Monsters Ball” (die rol waar ze een oscar voor heeft gekregen). Het ergste is, ze lijkt er niet alleen qua uiterlijk op, maar ze gedraagt zich ook zo: onbehouwen, grof, sociaal onhandig….
Tijdens onze lunch begint het te regenen en nog harder te waaien.

We houden het in Banos voor gezien en nemen de bus weer terug naar Riobamba. Ook dit gaat als weer als een speer. We worden nog eens ervaren busreizigers in Ecuador!
We zitten in de bus achter drie Nederlandse meiden van rond de 25 jaar. Zij hebben bijzonder interessante gespreksstof. De één is verlaten door haar vriend toen hij verliefd werd op een ander. Maar nu wil hij haar terug. Een ander gaat nu met een getrouwde man, die voor haar bij zijn vrouw weg is. Alle relatieperikelen (wanneer het ‘aan ging’, hoe lang al uit, wanneer de eerste zoen, etc) wordt even doorgenomen. In alle data en tijdsaanduidingen wordt het carnaval opvallend vaak genoemd. Dat is duidelijk hét moment om een nieuwe relatie te beginnen of om er één te eindigen. Ik geneer me een beetje dat ik alles kan verstaan, maar ze praten zo hard dat het gewoon niet mogelijk is om het niet te horen. Wouter en ik moeten dan ook wel even grinniken als één van de drie zegt: “Dit blijft wel onder ons hè?”

Terug in Riobamba is het ook bewolkt en winderig (16°C). We stappen op een ander busstation uit dan we heen zijn ingestapt. Foutje! We moeten nu een half uur teruglopen naar ons hotel.
Daar veroorzaken we nog even opschudding door onze spullen uit de kluis te vragen. We moeten weer even onze portemonnee bijvullen. De sleutel van de kluis blijkt zoek. Na ongeveer tien minuten verwoed zoeken door drie personen, wordt de sleutel gelukkig weer teruggevonden. Wij zijn niet de enigen die opgelucht zijn!
Bij het avondeten bestelt Wouter bier. Hij krijgt een enorme fles en een enorme pul. De inhoud van de fles is bijna 0.6 liter. Het bijzondere hier is dat ze de inhoud van flesjes niet in liters maar in cm³ aangeven. Wouter heeft 578cm³ bier.

Dag 1, 2 en 3 Terug naar dag 1, 2 en 3 Door naar dag 7, 8 en 9Dag 7, 8 en 9
All Rights Reserved 2005 | http://vdweerd.net | Design by Wouter van de Weerd