Reisverslag Carin en Wouter
|
Reisverslag - dag 25 t/m 27
Dag 25 - zondag 14 augustus 2005 (Isla St Cristobal / Galapagos eilanden)
Programma:
| 7.00 uur | Ontbijt |
| 8.00 uur | Ochtendwandeling op Islas Plazas |
| 10.30-13.00 uur | We varen naar Isla Santa Fé en lunchen aan boord |
| >13.00-15.00 | Snorkelen. We zwemmen met zeeleeuwen, zeeschildpadden en witpuntrifhaaien! |
| >15.00-19.00 | Varen naar St. Cristobal |
| >19.00-20.30 | Afscheidsdiner |
Snif… Ons laatste dagje op de Galapagos. Morgen vliegen we terug naar Quito en overmorgen terug naar huis. We
maken een ochtendwandeling op Islas Plazas (South Plaza). Dit is (ten opzichte van de andere eilanden) een erg mooi eiland. Er staan
bijzonder grote cactussen en de bodem is veelal bedekt met een rood soort vetplant. Dit maakt het eiland een bijzonder kleurig geheel. De
hoofdattractie op dit eiland zijn de landleguanen. Deze zijn in tegenstelling tot de zeeleguanen mooi geel gekleurd. Ze zijn nooit helemaal
geel; sommigen hebben een gele kop of alleen gele poten. We zien een landleguaan die van onderen helemaal geel is. Het is net of hij met
zijn buik over de grond door de gele verf is gelopen. Een maf gezicht.
De zeeleeuwen zijn ook weer in grote getale aanwezig. Hoeveel we er ook al gezien hebben… ze blijven
aandoenlijk. Een kleintje is in slaap gevallen ver bij zijn moeder vandaan. Als hij wakker wordt, zet’ie het op een blèren! Ma
blèrt terug. Vervolgens zet het kleintje de zoektocht naar ma in. Hij klautert met zijn kleine lijfje over enorme rotsen. Een mooi
gezicht dat geworstel met zo’n onhandig lijf. Ze zijn duidelijk niet gemaakt om zich op het land voort te bewegen, laat staan op
puntige en grote rotsblokken.
We zien vanaf de rotsen ook enorme scholen vissen in zee. Waarschijnlijk zijn het Mullets en tonijn of makreel. Grote
vissen en grote hoeveelheden.
Op het eiland leeft ook een soort meeuw. Deze heeft rode poten (erg eigenwijs) en een rode kring rond beide ogen. Met
deze ring kunnen ze zien in het donker. Ze hebben zich namelijk van ‘dagvissers’ naar ‘nachtvissers’ ontwikkeld.
Overdag hadden ze veel concurrentie van ander vissende vogels en werd hun buit vaak afgepakt door de gemene fregatvogels.
Ik heb de hele ochtend al last van buikkrampen. Als we gaan varen (en dus behoorlijk gaan zwalken) naar Santa
Fé, zit er niets anders op dan om te gaan liggen op bed in onze kamer. De lunch sla ik noodgedwongen over. Mijn homeopathische
pillen lijken niet sterk genoeg om deze zeeziekteaanval het hoofd te bieden. Ik slik ook nog maar één van de pillen die we
voor Wouter hebben gekocht. Als we bij Santa Fé aankomen voel ik me nog niet helemaal ‘toppie joppie’ maar ik wil ook
niets van onze laatste dag missen. We stappen allemaal in de dingy om aan wal te gaan voor een wandeling om zeeleeuwen en landleguanen te
zien. Maar onderweg naar het eiland zien we grote hoeveelheden haaien zwemmen. Haaien zijn hier eerder een reden om het water ín te
gaan, in plaats van eruit. We gaan dus terug naar het moederschip om de snorkelspullen aan te trekken.
Eenmaal in het water lijken de haaien te zijn vertrokken. Op de valreep zien we er nog een paar. Van de eerste haai
die ik zie schrik ik zo (zo dichtbij!) dat ik direct weer boven water ga. In het ondiepe water wordt het zand door de stroming
opgewoeld, waardoor het zicht onder water maar zo’n halve meter is!. Als ik daarna weer kijk; weg haai. Even later zwemt er
één vlak onder me door. We zwemmen vlakbij het strand. Als je staat zou het water hoogstens tot je schouders komen (Wouter
schat tot je middel). Kun je nagaan hoe dicht ik boven de haai hang; Ik zwem/snorkel aan het water oppervlak en de haai zwemt ónder
me door! Ik blijf een tijdje boven de haai hangen, maar kan het niet laten om mijn handen onder mijn oksels te verstoppen.
We klimmen de dingy weer in (valt niet mee zonder trappetje), varen een stukje en gaan dan weer te water. Op deze plek
zijn drie speelse zeeleeuwen. Ze spelen met elkaar en een beetje met ons. Ik schrik me weer een hoedje van een nieuwsgierige zeeleeuw. Hij
lijkt langs me te zwemmen, maar op het laatste moment verandert hij van koers en zwemt recht op mijn duikbril (en dus mij) af! Pfoeh, wat
dichtbij! Van schrik gil ik en neem een slok zout zeewater. Mjummie. Je begrijpt; de zeeleeuw heb ik hiermee weer vakkundig weggejaagd.
Stom!
Als toetje zet de dingy Wouter en mij nog even af bij een rots waar vaak een schildpad zwemt. De anderen gaan alvast
terug naar het moederschip. Er zijn twee schildpadden. Prachtig gezicht zoals zij door het water bewegen! We zwemmen een tijdje met ze mee.
Dit stoort ze absoluut niet. We hebben alle tijd om ze van alle kanten te bekijken. Dan is het mooi geweest. Ons laatste snorkeltochtje zit
erop. We gaan weer terug naar de boot. Daar hijsen Gyan (bootpersoneel) en Ed (Amerikaanse toerist) me aan boord. Dit is de enige manier om
aan boord te komen, omdat er geen trappetje aan de boot hangt. Het voelt niet zo elegant. Je wordt als het ware als een zak aardappelen uit
het water getrokken.
We varen terug naar de haven in St. Cristobal. Het lukt me om nog even aan dek te zitten, maar dan taai ik al weer
snel af naar mijn bed. Een tweede poging om gezellig bij de anderen te zitten, eindigt in ‘overgeven’. Hup, maar weer naar bed
dus!
We arriveren gelukkig voor het diner in de haven. Ik doe maar weer een poging om op te staan. Dit keer gelukkig met
meer succes.
We krijgen een straffe (zeer alcoholische) afscheidscocktail, een speech van de kapitein en een lied met dans van de
kok. De kok is echt een bijzonder vrolijke en leuke man. Door zijn liedje, begeleidt met sambaballen, zit de stemming er gelijk goed
in.
Het diner bestaat uit een buffet, inclusief taart. Ze hebben echt hun best gedaan om onze laatste avond aan boord
speciaal te maken. En dat is ze gelukt. Ik kan gelukkig ook weer een bescheiden hoeveelheid mee-eten.
Na het eten regelen we de fooien en rekenen we af met de kapitein. We geven de crew een fooi van $40 en Jimmy krijgt
$15 van ons (méér had hij niet verdiend vonden we, na alle minieme of gemiste informatie). Ook moeten we nu de snorkelspullen
en de drankjes aan boord afrekenen (fris en bier voor $2, wijn was een stuk duurder maar dat hebben we niet gehad).
Een deel van de groep gaat aan wal om naar een bar te gaan. Dit is echter voor mijn maag en gestel wat te veel
gevraagd. Wij blijven aan boord.
Dag 26 - maandag 15 augustus 2005 (Galapagos eilanden, Quito)
Na zondag heb ik helaas geen aantekeningen meer gemaakt. Deze laatste twee dagen dus maar even een
kort stukje “uit het hoofd”.
Maandag vliegen we (via Guayaquil) terug naar Quito.
Op het vliegveld van St. Cristobal moeten we zo lang wachten dat we nog even met de taxi terug gaan naar de haven om
nog een cache (www.geocaching.com) te zoeken. We vinden de plek wel, maar de schat is weg.
Dag 27 - dinsdag 16 augustus 2005 (Quito, Amsterdam)
We moeten weer vroeg op het vliegveld zijn. Bij het inchecken zien we de Italianen die met ons op de boot zaten op de
Galapagos. Bij de incheckbalies laten veel toeristen (vooral de Ecuadorianen) de koffers inwikkelen in plastic. Dit is ter bescherming dat
de koffers onderweg niet opengedaan kunnen worden. Dit hebben we nog niet eerder op een vliegveld in deze hoeveelheden gezien.
We besluiten eerst in te checken en dan te gaan ontbijten. Dit lijkt in eerste instantie niet te lukken. Bij de eerste
serie winkeltjes is geen ontbijt te krijgen. Ze verkopen alleen in een klein standje wat koffie en cakejes. Eenmaal door de douane heen
komen we bij een grote wachtruimte waar ook een restaurant bij zit. Ze hebben zelfs pannenkoekjes!
We vliegen via Bonaire terug naar Amsterdam. Als we over Bonaire heen vliegen vragen we ons af waarom we daar geen
tussenstop hebben gepland. Het strand ziet er bijzonder aantrekkelijk uit.
Op Schiphol worden we opgehaald door mijn ouders. Zij hebben een paar nachtjes in Zeist geslapen en brengen ons met de
auto naar huis. We ontbijten gezamenlijk en na een kop koffie gaan wij slapen en gaan pap en mam weer naar huis.
|