Reisverslag - dag 0 t/m 3
Dag 0 - woensdag 20 juli 2005 (Amsterdam – Guayaquil – Bonaire – Quito)
Vlucht: KL753 van Amsterdam naar Quito met tussenstops in Bonaire en Guayaquil. We vertrekken om 23.35 uur vanuit
Amsterdam. Ongeveer 9,5 uur later zijn we in Bonaire. Daar mogen we er een uurtje uit. Dan vliegen we 2,5 uur verder naar
Guayaquil. Dan is het nog een klein half uur naar Quito. We komen op donderdag 21 juli rond 8.00 uur in Quito
aan.
Het tijdsverschil bedraagt 7 uur bij zomertijd. Bij wintertijd is er 6 uur tijdsverschil.
Marcel en Roos hebben aangeboden ‘taxi’ te spelen. Ze komen ons om 20.00 uur halen.
We zijn er helemaal klaar voor. Uitgezwaaid door buurvrouw Broekhuizen en poes Bas gaan we op pad.
Schiphol is al uitgestorven. We zijn duidelijk één van de laatste vluchten die
vertrekken. Alles gaat voorspoedig; inchecken, redelijk op tijd de lucht in; goede service aan boord. Alleen slapen in
zo’n vliegtuig valt toch nog steeds niet mee. We hebben een hoop houdingen uitgeprobeerd en bij elkaar toch wel een
paar uur geslapen. Ik slaap het best (!?) met mijn armen over elkaar op een kussen en het uitklaptafeltje. Dat past net.
Op Bonaire mogen we er even uit. Even de benen strekken. Het is nog donker dus we zien helaas niet veel
van het eiland en de kustlijn. Het is hier vast heel mooi. Als we via de trap (geen slurf) het vliegtuig uitstappen slaat de
tropische warmte ons tegemoet. Het is 3 uur ’s nachts plaatselijke tijd en nu al 29°C! Het vliegveld stelt niet
veel voor. Er hangen veel tv’s die allemaal op een andere zender staan (voor elk wat wils) en de grootste attractie is
een wereldkaart waarop ook wij even gaan kijken waar we nu precies zitten.
In Guayaquil moeten we in het toestel blijven zitten. Het is een beetje wrang dat je eerst over Quito
heen vliegt voor een tussenstop aan de kust bij Guayaquil en dan later weer terug vliegt.
Onderweg oefenen we ons Spaans door goed op te letten als de stewardess, na het NL en Engels, de
mededelingen ook in het Spaans omroept. Ook probeer ik de gesprekken van Spaanse buren af te luisteren. Van dat laatste
begrijp ik maar weinig. Dat voorspelt weinig goeds.
Tijdens de tussenstop in Guayaquil ontdekt iemand dat zijn portefeuille weg is. Gejat? Begint het gedonder
nu al? We hebben ons psychisch voorbereid op zakkenrollers, dieven en ander gespuis. We hebben ons voorgenomen extra alert
(zeg maar neurotisch) te zijn. Maar in het vliegtuig staan ook wíj nog niet op scherp.
Dag 1 - donderdag 21 juli 2005 (Amsterdam – Guayaquil – Bonaire – Quito)
Weer: zonnig, ongeveer 22ºC
Taxi in Quito: Van het oude centrum naar het nieuwe centrum kost ongeveer 1,50 tot 2 dollar. Overdag
rijden de chauffeurs meestal op een meter. ’s Avonds moet je per rit een prijs afspreken.
Diefstal: Neem geen paspoorten, pinpas, creditcards, veel geld, etc. mee op zak als je de
stad in gaat. Wel moet je je altijd kunnen identificeren. Hiervoor is een kopie van je paspoort voldoende.
Op het vliegveld in Quito gaat alles OK. We zijn snel door de douane (hebben weer een paar mooie
stempels!), de tassen komen redelijk vlot en ook de persoon die ons namens de plaatselijke reisagent “Andean
Travel” komt ophalen is makkelijk te vinden. Het enige probleem is dat het enige toilet zich vóór de
douane bevindt en die wordt net schoongemaakt als we er langs komen. Ik ben net in het vliegtuig geweest, maar Wouter gokte
op de vaste grond. Zijn blaas barst bijna als we rond half tien bij het hotel Junior Plaza in Quito aankomen.
In het taxibusje van het vliegveld naar het hotel krijgen we alle tickets en uitleg door de reisagent.
Wij zijn zo moe dat we alle tekst maar net kunnen volgen en ook vragen liggen ons nog niet op de lippen. Ze waarschuwt ons weer
erg voor diefstal en zakkenrollers. Ze raadt ons aan om nooit de stad in te gaan met je echte paspoort (een kopie is
voldoende) en zo weinig mogelijk waardevolle dingen mee te nemen. Alles van waarde moet je voor je dragen. Eén van
de dingen die we dan ook in het hotel doen is alle ‘valuables’ verzamelen en bij de receptie afgeven
om in de kluis te doen.
We maken een klein ommetje en kopen wat water (we moeten veel drinken vanwege de hoogte, ±2800
meter!). Dan gaan we eerst maar eens lekker slapen.
Rond half één worden we ‘als herboren’ wakker en gaan we lopend naar het
oude centrum. Ons hotel staat in het nieuwe centrum. Dit zou ongeveer een half uur lopen moeten zijn, ware het niet dat wij
de verkeerde kant op lopen. Wij zijn dus wat langer onderweg.
Het oude centrum blijkt een mix te zijn van de mooie oude koloniale huizen (kleurig in de verf, mooie
tierelantijnen, beetje palazzo-achtig) en wat nieuwere grauwere gebouwen. We voelen ons geen moment onveilig gelukkig.
We zien onder andere een basiliek (la basilique). Dit is een gigantische kerk die verrassend aan de
buitenkant versierd is met beesten die in Ecuador en op Galapagos voorkomen. De beelden van de heiligen zijn in de
minderheid ten opzichte van de beesten. Bijzonder!
We zien veel meer mooie gebouwen en kerken, maar echt mooi vinden we “La plaza grande”.
Hier staan ook weer kerken en het regeringsgebouw. Het is een gezellige drukte. Het lijkt echt een verzamelplaats van de
lokale bevolking. Opvallend is dat er geen terrassen zijn, maar de mensen zitten en staan gewoon te praten en om zich heen te
kijken. Er zijn ook opvallend veel schoenpoetsers; volwassenen met speciaal daarvoor bestemde stoelen en jonge jongens die je
schoenen willen poetsen als je willekeurig ergens op het plein gaat zitten. Wij wimpelen alles af. Alle gebouwen om het plein
zijn blikkerend wit. We spotten zelfs nog een man die zittend op een randje van een kerktoren, zich vasthoudend met 1 hand
aan een touw, met een soort kleine bezem de kerk aan het witten is. Een ARBO-wet die dit soort waaghalzerij verbiedt kennen ze
hier duidelijk nog niet.
Als we aan het eind van de middag weer op het plein komen, klinkt er een toespraak waar mensen klappend
en instemmend, maar soms ook boos roepend, op reageren. We besluiten snel een taxi naar het hotel terug te nemen. We
hebben geen zin om in een betoging terecht te komen. Met de taxi rijden we nog langs een demonstratie. Het lijkt er
allemaal rustig aan toe te gaan.
Terug bij het hotel gaan we nog even bij boekhandel “El Mundi” langs om een zoogdieren- en
vogelgids van Ecuador en Galapagos te kopen. Dit blijkt erg moeilijk. Het zijn voornamelijk tekstboeken, zonder plaatjes
die de identificatie juist zo makkelijk zouden maken. Daarbij zijn ze behoorlijk prijzig ($20-$30). We eten een broodje en
gaan dan rond zes uur terug naar onze hotelkamer. Daar herpakken we onze tassen. We hebben een derde (lege) reistas
meegenomen die we vullen met spullen die we de komende week niet nodig hebben. Volgende week zondag komen we weer in dit
hotel terug. Tot die tijd kunnen we onze derde tas hier laten.
We vinden zelf dat we, ondanks het tijdsverschil en het moeten wennen aan de hoogte, onze dag goed
hebben besteed. We hebben al meer van Quito gezien dan we hadden verwacht.
Dag 2 - vrijdag 22 juli 2005 (Quito)
Weer: zonnig, af en toe een wolk, ongeveer 22ºC maar in de zon is het warmer.
Programma:
| 5.00 uur | Wake up call |
| 5.45 uur | Taxi naar vliegveld ($5) |
| 7.15 uur | Binnenlandse vlucht, via Guayaquil, naar Cuenca |
| ±9.00 uur | Aankomst op vliegveld in Cuenca
Taxi naar Hotel Victoria (Calle Larga y Borrero, $3)
|
| ±9.45 uur | Tassen droppen in onze hotelkamer |
| De rest van de dag wandelen we door de stad, genieten van de zon in het park, etcetera. |
We hebben van het hotel in Quito sandwiches en sap gekregen dat we (ontbijt) op het vliegveld
opeten. We zijn de enigen die eten. De Ecuadorianen (en er zijn er heel veel zo ‘s ochtends vroeg!) hebben kennelijk al
thuis gegeten. Er gaan opvallend veel Ecuadorianen met de binnenlandse vluchten, met name mannen in pak. Zou dit de
Ecuadoriaanse versie van de forens zijn? Wonen in Quito en werken in Cuenca? Ook opvallend is dat alles in het Spaans
wordt omgeroepen, behalve een waarschuwing voor fout parkeren:
“the car will be towed away at the owners expense ….”. Dit bericht wordt in het Engels omgeroepen.
Als we in het vliegtuig zitten krijgen we te horen dat we via Guayaquil vliegen. We zouden air-miles
moeten krijgen voor de extra lucht-kilometers die we boven Ecuador maken. Van Quito naar Cuenca via Guayaquil is duidelijk
een omweg. Daarbij staan we in Guayaquil een half uur aan de grond en we mogen er niet uit.
Als we onze spullen in het hotel hebben gedropt (we kunnen gelukkig al in onze kamer) wandelen we de
stad in. We lopen langs de rivier Tomebamba. Daar zijn op meerdere plaatsen vrouwen op stenen in de rivier de was aan het
doen. Er wordt behoorlijk op los geboend. Daar moeten de kleren toch enorm van slijten!? We zien ze geen zeep gebruiken. Goed
voor de natuur, maar wordt het zo wel schoon en fris? Misschien dat de plaatselijke bevolking in de bussen daarom zo bijzonder
en doordringend ruiken. Hier hebben we over gelezen in onze reisgids. We zullen het maandag met eigen neus ruiken als we
met de bus naar Riobamba zullen reizen.
In Cuenca zijn vele mooie huizen en kerken. Topper is “La Immaculada Cathédral”,
gelegen naast het park Calderon. Dit is een enorm bouwwerk met veel roze rood marmer, een vrij rechte statige façade en
daarachter meerdere wit-blauwe koepels. In de kerk is het vrij sober. Opvallend is wel de grote hoeveelheid mensen die er
zitten te bidden. De verkerkelijking die is ingezet door de Spaanse veroveraars is goed geslaagd kun je wel zeggen. De mis
die we gisteren in Quito zagen, was ook al zo goed bezocht. En hier in Cuenca zien we ook meerdere malen mensen een kruisje
slaan, ook als ze alleen maar voorbij de kathedraal lopen.
Winkels in Ecuador zijn anders dan we gewend zijn. Het lijken wel een soort donkere kelders. Maar dat
zijn het niet echt. Het zijn in het algemeen smalle ruimtes, direct grenzend aan de straat, waar het vrij donker is en een
beperkt assortiment is uitgestald. Soms is het net of ze in hun eigen hal of trapportaal een winkeltje zijn begonnen. De echte
winkelstraten hebben ook grotere en lichtere zaken die zélfs een beperkte etalage hebben. Maar de
‘kelders’ zijn talrijker en bepalen daarmee meer het straatbeeld. Wat ons ook opvalt zijn de witgoedzaken die
ook motoren verkopen. Deze vreemde combi hebben we zowel in Cuenca als Quito gezien. Het levert een raar beeld op: een
stoere grote motor uitgestald naast een koelkast.
Tot de lunch zitten we lekker in het park Calderon en zien de plaatselijke bevolking en een enkele
toerist aan ons voorbij trekken. Het is een mix van moderne mensen in hippe kleding of een net pak en (met name vrouwen) in
traditionele kledij. Aan de rok zou je kunnen zien tot welke stam ze behoren. We zien veel rode rokken met een geborduurde
rand in punten langskomen. Grappig is om te zien dat alle dames de rok aan de voorkant lager dragen dan aan de achterkant. Het
is net of ze de tailleband voor onder hun buik hebben en achter boven hun (veelal brede) achterwerk. Ze lopen ook wat krom
voorover gebogen. Het is een grappig gezicht als ze langslopen in hun kleurige rok, met een (voor ons idee te kleine) hoed en
een doek met spullen daarin op de rug. De mannen kleden zich veelal moderner en zijn daarom duidelijk minder fotogeniek.
We lunchen in een café/restaurant aan de rand van het park. Het is er heel druk. Er komen veel
mensen eten uit de omringende kantoren. Zij hebben een bepaalde afspraak met het restaurant, want ze noemen hun naam, zetten
een handtekening op een lijst en hoeven niets te betalen. Het eten is er erg goed.
Na de lunch wandelen we naar “Todos los Santos”. Dit is een kleine opgraving/ruïne waar
resten van drie perioden (volken) te vinden zijn: Canaris, Inca’s en Spanjaarden. Dit stelt niet veel voor. We hopen
dat onze trip naar Ingapirca van morgen meer tot de verbeelding gaat spreken.
Tot slot boeken we bij “the Travel Center” (Hermano Miguel 5-42 y Horrario Vazquez) een trip
voor zondag naar Cajas National Park. Dit is $35 per persoon, exclusief $10 toegang tot het nationaal park. Het avondeten
houden we na de uitgebreide lunch beperkt: een broodje, chips en cola op de hotelkamer.
Dag 3 - zaterdag 23 juli 2005 (Cuenca, Ingapirca)
Weer: Ingapirca zonnig, ongeveer 16°C. Cuenca zonnig met af en toe
een wolk, ongeveer 23°C
Ingapirca ligt op 3150 meter hoogte. De wind is er hard en de zon schijnt er fel. Ondanks onze
zonnebrand met factor 15 hebben we ’s avonds allebei een rode neus.
Uitgaven: De entree voor Ingapirca is $6 per persoon. We geven de gids $5 fooi (meer heeft hij niet verdiend,
zo geïnspireerd en informatief was hij niet).
Programma:
| 7.00 uur | Ontbijt in ons hotel |
| 8.00 uur | Start van onze dagtrip naar Ingapirca.
Deze dagtocht hebben we via de SNP al in Nederland geboekt. De trip is inclusief lunch en exclusief de
toegang tot Ingapirca. We zijn de enige klanten vandaag; het is wij 2-en en de gids. |
| 10.00 uur | Aankomst in Ingapirca bij de ruïnes. Rondleiding door de gids langs de inca-ruïnes en door
het kleine museum. |
| 12.00 uur | Lunch in een klein restaurantje aan de rand van de ruïnes. Het eten is erg goed! |
| 13.00 uur | Terugtocht naar Cuenca. We rijden het eerste stuk via een kleine onverharde weg (scenic drive). |
| 14.45 uur | Terug bij het hotel. De rest van de middag slenteren we door de stad en zitten we in het park Calderon. |
We worden vandaag al vroeg geconfronteerd met ons gebrekkige Spaans. Als de ober vraagt hoe we ons ei willen, duurt
het wel even voor we door hebben wat hij vraagt. Dan probeer ik een geklutst ei te vragen., maar dit krijg ik niet duidelijk gemaakt. Dan
maar een ‘huevos fritos’. Dat zal wel een gebakken ei zijn.
Onderweg naar Ingapirca stoppen we een aantal keren. Natuurlijk een keer om een foto van het uitzicht in de bergen te
nemen. Leuk om te zien is hier dat ze de koeien met een touw vastzetten, netjes op een rij over de volle lengte van de wei. Zo eten de
koeien lijn voor lijn het gras op. Als ze aan het einde van het grasland zijn gekomen is het gras in het begin weer aangegroeid en worden
ze daar weer op een rijtje vastgezet. Nu Carlos (de gids) ons dit heeft verteld, zien we overal koeien die keurig op een rijtje in het
landschap staan.
We stoppen ook op een plek waar ze een heel varken aan het spit hebben met vel en al. Ze branden zijn vel met een
brander zwart en schrapen het dan schoon. Dit proces herhalen ze een paar keer en eten dan het vel op. Het schijnt dan krokant en erg
lekker te zijn. Ik vond het er niet bijzonder smakelijk uitzien.
Als we bij de ruïnes van Ingapirca komen, zijn we de eerste toeristen. Het is er nog heerlijk rustig! Als we rond
lunchtijd weer bij de ingang terugkomen is het druk. De parkeerplaats staat vol bussen en auto’s. We zijn blij dat we op tijd
waren.
Ingapirca is een soort administratief centrum geweest in de tijd van de Inca’s. Er hebben niet veel huizen
gestaan, maar wel veel opslagruimtes, workshops waar met handwerk van alles werd gemaakt en ook van elkaar werd geleerd, en ook een
zonnetempel.
De Inca’s veroveren rond 1460 het gebied van de Canaris. Zij woonden sinds ongeveer 700 na Chr. in dit gebied.
De verovering ging op bijzonder slimme wijze. Ze boden de Canaris kado’s aan om zo hun onderwerping te ‘kopen’.
Aanvaarden de Canaris deze giften niet dan zouden ze in een bloedig gevecht alsnog ten onder gaan, want de Inca’s hadden een groot en
sterk leger.
De Inca’s wilden dat de Canaris hun taal gingen spreken. Om dit voor elkaar te krijgen, stuurden ze de helft van
de bevolking naar een ander deel van het incarijk om daar te gaan leven en zo de taal te leren. En ze haalden uit de andere landen mensen
naar Ingapirca die de Incataal spraken en het zo aan de rest van de bevolking konden leren.
Verder maakten ze veel gebruik van de kennis en vaardigheden die de Canaris al bezaten. Ze leerden veel van anderen en
ontwikkelden zo hun eigen cultuur. Dit in tegenstelling tot de Spanjaarden die Ecuador later veroverden. Zij vernietigden alles en namen
juist niet de goede zaken over.
De Inca’s hadden een snel systeem om berichten te verzenden. Elke 5 km woonde een boodschapper. Als nu de
Inca’s in Ingapirca een bericht naar het centrum van het Incarijk in Cuzco (Peru) wilden sturen, dan gaven ze een boodschapper deze
(eenvoudige) boodschap mondeling. Deze man holde dan naar de volgende boodschapper 5 km verderop en gaf het bericht door, et cetera,
etc. Zo kwam het bericht ongeveer tien dagen later, en 2000 km verder, aan in Cuzco.
De Inca’s vereerden de zon en hadden al veel kennis van het zonnestelsel. Ze wisten dat de aarde om de zon
draaide; ze kenden een kalender van 360 dagen; kenden een schrikkeljaar, etcetera.
In het gebied rond Ingapirca wonen nog steeds afstammelingen van de Canaris. Ze zijn herkenbaar aan de witte bolhoed.
Als vrouwen twee balletjes voor op hun hoed dragen, dan zijn ze ongetrouwd. Zitten de balletjes aan de achterkant, dan zijn ze getrouwd.
Voor mannen is er niet zo’n systeem. Hoeven de vrouwen niet te zien welke man nog beschikbaar is? Deze zelfde vorm van discriminatie
was ook al in Egypte. Kleurige kleding bij de vrouw betekende daar ‘beschikbaar’ en zwarte kleding betekende
‘getrouwd’.
Het is grappig om te merken dat onze gids Carlos de Canaris duidelijk erg mag. Hij benoemt meerdere keren van mensen
die hij kent dat het zulke goede mensen zijn. Maar als we aan het lunchen zijn en er ook mensen uit Guayaquil naast ons zitten, herkent hij
ze onmiddellijk. Hij noemt ze luidruchtig, druk, …. Het is volkomen duidelijk dat hij hen níet mag. Hij geeft ons op een
afkeurende toon te kennen dat ze het typische gedrag vertonen van mensen uit de kuststreek.
We rijden vanaf Ingapirca met een omweg, over een B-weg, terug naar Cuenca. Deze weg gaat meer door dorpjes en over
het platteland. Hier zijn de huizen simpeler en armoediger dan we elders hebben gezien. Verder staan er opvallend mooie, grote en goed
verzorgde huizen. Volgens Carlos komt dat omdat de Ecuadorianen een paar jaar in Amerika gaan werken om veel geld te verdienen. Als ze
eenmaal ‘rijk’ weer terugkomen kunnen ze deze mooie huizen betalen. Of ze krijgen geld van familie die wonen en werken in
Amerika. Langs deze B-weg zijn de huizen meer zoals we ons het hadden voorgesteld: schamele hutjes en golfplaten daken en veel modder en
puinhoop op het erf.
De bevolking heeft veelal traditionele kleren aan met de gebruikelijke hoedjes. Het is leuk om ze bij hun huizen, hun
beesten en op het land te zien. Bij de rivier wordt weer de was gedaan. Vanuit de auto zie ik nog een jongetje die een koe probeert te
verplaatsen. De koe met een stukje verder weer vastgezet worden (netjes op een lijn met de andere koeien). De koe ruikt echter zijn kans en
gaat er in volle galop vandoor en trekt het jongetje achter zich aan. De koe stopt pas als hij middenin mooi lang en groen gras staat. Dit
is beduidend verder het weiland in dan de bedoeling is van het jongetje. Dat is wel duidelijk. Grappig tafereel om te zien!
We zijn eerder terug bij het hotel dan we hadden verwacht. Omdat het nog steeds mooi weer is, gaan we maar weer naar
ons favoriete park bij de basiliek: mensen kijken. Als avondeten eten we een sandwich en een milkshake.
|