Reisverslag - dag 13 t/m 15
Dag 13 - dinsdag 2 augustus 2005 (regenwoud/Yuturi Lodge)
Weer: Zonnig en even een buitje, 25 - 30°C
Programma:
| 5.45 uur | Wake up knock (hier zijn geen telefoons natuurlijk!) |
| 6.00 uur | Start van ochtendtrip in de grote kano. Vogels kijken. |
| 8.00 uur | Ontbijt |
| 8.30 uur | Start van de dagtrip; varen in de grote kano en een wandeling. Kennismaking met het dichte regenwoud. |
| 15.00 uur | Terug bij de lodge |
| 19.00 uur | Diner |
| 20.00 uur | Avondtrip in grote kano. Kaaimannen kijken. |
We krijgen vroeg in de ochtend een wake up knock (hier zijn geen telefoons natuurlijk!). Het is nog donker en het is
een heel geklungel om zonder licht (geen elektriciteit) onze lenzen in te doen. Even later staan Juan-Carlos en Haimi klaar om met ons op
pad te gaan met de grote kano. Onze gidsen peddelen. Wij hoeven alleen maar in het rond te kijken. Erg relaxed.
We zien een aantal verschillende vogels: guans, flycatchers, kingfishers en hoatzins. De hoatzins zijn hier niet zo
bijzonder. De gids lijkt ze niet heel speciaal te vinden en je ziet ze ook vrij vaak aan de waterrand. Maar het zijn wel vrij grote
prachtige vogels met een mooie kuif. Op ons maken ze wel indruk!
We zien ook rivierotters. Otters blijken wel zeldzaam te zijn. Het is bijzonder dat we ze zien volgens onze gidsen.
Het zijn er een stuk of vijf. Ze zijn luidruchtig aan het badderen, spetteren en eten. Je hoort de vis tussen hun kaken kraken. Daarnaast
maken ze nog een ander bijzonder geluid. Het is een enorme herrie. Als ze ons in de gaten krijgen, komen ze eerst met de koppies boven het
water uit om ons eens goed te bekijken en dan slaan ze op de vlucht. Jammer! Het was een (weliswaar kort maar) leuk schouwspel.
Na het ontbijt gaan we op weg voor ‘de lange excursie’. We zijn in totaal ruim zes uur onderweg. We varen
een uur en gaan dan aan land. We lopen verder onder leiding van onze twee gidsen. We zien zeer vlijtige bladsnijmieren, spinnen, padden en
veel verschillende soorten bomen. Haimi snijdt een takje open, waar vervolgens allemaal kleine miertjes in blijken te zitten.
Citroenmieren. We mogen ze proeven en inderdaad ze smaken naar citroen. We spelen “Tarzan & Jane” als we met een liaan over
een greppel heen zwaaien. Kortom we krijgen het echte jungle-gevoel.
Op de terugweg in de boot zien we nog twee apen van verschillende soorten: een ‘squirrelmonkey’ en een
‘?aap’ (met rode manen als een leeuw). De rest van de boot is niet in het bezit van verrekijkers. Domoren! Mét
verrekijker kunnen Wouter en ik ze goed zien!
Het hoogtepunt (of tragisch dieptepunt, net hoe je het wilt noemen) van de wandeltocht is mijn sanitaire stop. Als
iedereen nog rustig zit na te genieten van de lunch, ga ik naar de andere kant van de gigantische boom waar we zitten. Het is een 200 tot
300 jaar oude boom met gigantische zijvlanken. Deze zijvlanken bieden mooi beschutting als ik wil plassen. Omdat ik verwacht dat de anderen
me zullen volgen, loop ik verder dan strikt noodzakelijk. Ik zak weg in de zompige grond en grijp in een reflex de eerste de beste (?!?)
boom in de buurt. Het blijkt een palmboom te zijn met gigantische prikkers rondom de stam. Als ik mijn hand terugtrek blijven er een aantal
prikkers rechtop in mijn hand staan; stekels van 5 – 10 cm lang! Redelijk rustig trek ik ze er uit. Als ik dan nog steeds enorme pijn
in mijn middelvinger voel, kijk ik beter. Au! Als ik kijk realiseer ik me pas wat er aan de hand is. Het doet dan plots extra zeer!
Er is een stekel vlak onder mijn nagel mijn vlees in geboord. Ik kan de stekel door mijn nagel heen zien zitten. De stekel zit er in, bijna tot
de nagelriem. Oh, wat een pijn! En oh, wat een domme actie! Omdat ik nog steeds moet plassen, doe ik dat eerst maar en ga dan terug naar de
groep. Niemand heeft natuurlijk een pincet mee de jungle in genomen. Logisch ook. Dus loop ik met mijn kloppende vinger nog een uurtje door
de jungle en zit vervolgens nog een uurtje op de boot. De stekel is bij de rand van mijn nagel afgebroken. Het wordt nog een leuk klusje om
‘m eruit te krijgen. De stekel zit in mijn rechterhand dus het lukt mij (als rechtshandige) niet om er beweging in en vat op te
krijgen met een pincet, als we terug zijn in de lodge. Wouter is ook niet zo’n peuteraar en het is voor hem ook niet eenvoudig om mij
pijn te doen. Want dat is echt wel even nodig om de splinter eruit te krijgen.
Juan-Carlos is minder kleinzielig. Hij laat me mijn nagel goed kort knippen. Dat doet al enorme pijn door de druk die op de nagel staat. Dan
trekt hij met een pincet vel rond de stekel los totdat hij de pincet om de stekel kan krijgen. Ik doe mijn best om mijn arm stil te houden
en niet te kermen van de pijn. Dit lukt niet altijd even goed, maar overall vind ik dat ik me een goede patiënt heb getoond. Na een
tijdje wrikken krijgt Juan-Carlos de splinter er goddank uit! Biertje voor die man! Dan resten er nog drie splinters: twee in mijn duim
en één in mijn handpalm. Bij gebrek aan een naald, pullekt Juan-Carlos deze er met een vishaak uit. Tja, het is echt
survivallen in de jungle! Ook deze drie komen er uit. Ik doe er snel betadine op om het te ontsmetten. De plekken blijven wel rood en
gevoelig. Maar nu de splinter onder mijn nagel vandaan is, is de pijn gelukkig wel een heel stuk minder.
Wouter gaat na alle commotie even zwemmen. Ik sla over. Het idee van het water vind ik niet zo hygiënisch op mijn
wonden.
We houden de rest van de middag heerlijk siësta op de veranda van de lodge onder genot van koffie en cake. Het is
erg warm. Eigenlijk te warm om wat te doen. Toch kunnen we het niet laten om aan het einde van de middag nog even met z’n tweeën
op pad te gaan met een kano. We gaan nog even van de rust genieten en proberen vogels te spotten.
Het avondeten is weer lekker en (zoals gebruikelijk in de lodge) overvloedig.
Na het eten gaan we nog een keer met de groep met de boot op pad: in het donker kaaimannen en nachtvogels kijken.
Haimi en Juan-Carlos peddelen. Degenen onder ons met een goede zaklamp (wij niet) schijnen in het rond op zoek naar rode ogen. Rode ogen
betekent een kaaiman. We zien er meerdere. Ook één vlakbij de lodge, dus vlakbij waar we zwemmen. Gek idee! Gelukkig hebben
we al onze tenen nog! Volgens de gids doen kaaimannen niets. Ze kunnen alleen aanvallen als ze bloed ruiken. Zo lang je geen open wonden
hebt, ben je veilig. Hij zal wel gelijk hebben, maar echt geloofwaardig klinkt het toch niet. We zien ook een aantal nachtvogels, waaronder
een uil.
Het was al met al een leuk tochtje. Apart om zo in het donker rond te varen.
Dag 14 - woensdag 3 augustus 2005 (regenwoud/Yuturi Lodge)
Weer: Zonnig, even regen, 25 – 30°C.
Programma:
| 7.00 uur | Ontbijt |
| 8.00 uur | Start van de ochtendtrip: varen in grote kano en een wandeling. |
| 12.30 uur | Terug bij de lodge |
| 13.00 uur | Lunch (warm eten!)
’s Middags lekker luieren in en rond de lodge |
| 16.30 uur | Blowpipe en fishing competition |
| 19.00 uur | Diner |
We hebben vandaag, in vergelijking met gisteren, een rustig dagje. Onze ochtendtrip bestaat uit een kwartiertje varen
in de grote kano en dan wandelen door de jungle. Thema van de wandeling is medicinale planten. Haimi hakt van alles neer of kapot; hij laat
er sap uitlopen, poeder uitwaaien, …., en hij laat ons van alles proeven. We krijgen een poeder waarvan ons hart langzamer gaat
kloppen (handig bij hartoperaties). Ik krijg een soort bloed/sap van een bepaalde boom dat ik op mijn muggenbult moet smeren. Als het uit
de boom komt is het rood en vloeibaar. Als je het op je huid smeert, wordt het een soort witte pasta. Het lijkt net Azaron. Volgens Haimi
helpt het tegen de jeuk van muggenbulten. De mijne blijft echter jeuken. Na alles wat we geproefd en geroken hebben, komen we jaren jonger
de jungle weer uit.
Haimi laat ook de boom zien waar de ‘natives’ plantaardig ivoor uit halen. Het is een soort palmboom,
waarvan de noten een ‘ivoren’ kern hebben. De noten zijn echt kei en keihard. Haimi slaat er één kapot met zijn
geweldige kapmes. Nadat de hele groep de noot heeft bewonderd, drukken we deze achterover als souvenir. In Mitad del Mundo hebben we in de
souvenirwinkels kleine beestjes gezien die uit dit plantaardig ivoor waren gesneden/gehakt.
De meest opzienbarende beesten van vandaag zijn twee toekans. Twee verschillende soorten. De ene zien we vanuit de
boot. De andere spot Wouter in de jungle tijdens de wandeling. Het is een vrij grote geel/zwarte met de kenmerkende kromme snavel. Volgens
de gids is het een alicari (fonetisch).
Vannacht heeft het behoorlijk geregend en ook tijdens de wandeling regent het een tijdje (net als gisteren trouwens).
Maar (ook net als gisteren) later klaart het weer op en wordt het prachtig weer.
De wandeling is vrij pittig. We leggen op geaccidenteerd terrein een grote afstand af. Grote delen moet Haimi een pad
voor ons hakken. Ik loop een tijdje achter hem. Het is leuk om te zien hoe hij zijn weg kiest en vervolgens zich al hakkend een weg baant.
Ik houd enige afstand; best gevaarlijk zo’n scherp kapmes dat in de rondte zwaait.
Terug in de lodge wacht ons een uitgebreide warme lunch.
De middag is vrij. We luieren wat in de hangmat op de veranda. Maar dan begint ons jungle-bloed toch weer te stromen.
We gaan toch nog maar even op pad met een kano. Het is warm, maar heerlijk rustig op het water. Ik maak nog even een foto van de
naald-/palmboom waar ik gisteren in gevallen ben. Ik word nog steeds een beetje slapjes als ik dit soort bomen zie. Ik ben niet echt een
watje, maar de herinnering aan deze ‘close encounter’ is verre van prettig. Toch maar even vastleggen voor het thuisfront.
Om half vijf begint de ‘blowpipe and fishing competition’. De blaaspijp blijkt een enorme bamboe-pijp te
zijn waar de ‘natives’ vroeger gifpijlen mee schoten en zo apen doodden. Onze versie is één meter korter dan de
oorspronkelijke en de pijlen die wij wegblazen zijn gelukkig niet giftig. Bij het oefenen schiet ik twee van de twee pijlen raak (als enige
van de groep). Wouter geen één. Bij de wedstrijd schiet is drie keer mis, Wouter ook. De druk is blijkbaar te veel voor ons.
De winnaar krijgt een armbandje, gemaakt door Haimi. Het is gevlochten van een draad die gemaakt is uit bamboe (even sterk als nylondraad)
en heeft een aantal gekleurde kralen (gemaakt van zaden). Als troost krijgen wij ook een armbandje, maar dan met één
gekleurde zaad eraan. Ik vind het heel leuk om zoiets te krijgen en bedank Haimi er nog eens extra voor. Zo’n zelfgemaakte
jungle-sieraad is toch bijzonderder dan een gekochte.
Om te vissen gaan we met de motorkano een stuk de Yuturi rivier op. Wij krijgen een soort houten klosje met visdraad,
een haak en een stukje rood vlees. Iedereen gaat enthousiast aan de slag. Wat een pret! Werpen, wachten, inhalen, …, werpen,
wachten, inhalen, …. De piranha’s eten er lekker van. Maar het lukt ons niet om er één te vangen. Alleen Haimi
vangt er twee. Maar hij speelt vals want hij heeft als enige een echte hengel. Niemand vangt iets, maar leuk is het wel.
Het avondeten is wederom ‘warm’ en wederom (te) veel.
Na het eten zitten we nog wat te lezen (Wouter) en te schrijven (ik) en gaan dan onze tas pakken. Morgen gaan we vroeg
op pad.
Eén van de groep (Mat, Amerikaan) heeft een klein computerspelletje. De jongste van de Ecuadorianen (Bryan,
ongeveer 10 jaar) vind het doosje en vraagt wat het is. Na een korte uitleg van Mat zit hij de rest van de avond gebiologeerd het spelletje
te spelen. Wat een pret! De overigen (van de bediening, etc) komen één voor één kijken. Ze houden allemaal wel
van een spelletje en zijn hevig geïnteresseerd in dit computerspelletje.
Het personeel speelt elke middag een soort volleybal. Ze noemen het Ecua-volley. Het is drie tegen drie, met een heel
hoog net (zelfs voor Nederlandse volleybalbegrippen). In vergelijking met de kleine Ecuadorianen is het net helemaal erg hoog. Ze mogen de
bal kort vasthouden en dan verder spelen. Bij ons zou dat ‘plakken’ heten of ‘2x spelen’. Hier hoort het zo. Na het
partijtje volleyen gaan ze met z’n allen zwemmen. Het ziet er niet naar uit dat ze een zwaar leven hebben. Er zijn hier zo’n
acht mannen die alles voor ons regelen en verzorgen, plus Bryan (zoontje van de baas). We hebben geen vrouwen gezien. Ze werken hier twee
weken in de lodge en hebben dan één week vrij. Het is een soort ploegendienst.
Dag 15 - donderdag 4 augustus 2005 (regenwoud: Yuturi Lodge, Yarina Lodge)
Programma:
| 6.30 uur | Ontbijt |
| 7.30 uur | Vertrek uit Yuturi Lodge met motorkano |
| 8.30-10.00 uur | Bezoek aan lokale bewoners (neef van Haimi) |
| 10.30-11.30 uur | Bezoek aan Monkey Island |
| 16.00 uur | Varen, varen, varen, en aankomst in Yarina Lodge |
| 16.30-18.00 uur | Wandeling naar uitkijktoren achter Yarina |
| 19.00 uur | Diner |
Vandaag verlaten we de Yuturi Lodge. Voor we vrijdag uit Coca naar Quito vliegen, maken we nog een tussenstop van
één nacht in Yarina Lodge. Deze lodge ligt dichter bij Coca (op ongeveer drie kwartier varen). Vanuit Yarina is het mogelijk
om een vliegtuig in de ochtend naar Quito te halen. Vanuit Yuturi is dat onmogelijk.
Omdat het water in de rivier erg laag staat en de samenvoeging van de Yuturi rivier en de Napo rivier dicht slibt met
zand, is het daar te laag om met de boot door te varen. We moeten allemaal uit de boot en wadend door het water de boot duwen. Ik ben erg
blij dat ik mijn waterschoentjes aan heb. Dat maakt het mogelijk om snel de boot in en uit te springen. Het heeft wel wat zo met
z’n allen tot boven de knieën in het water te staan: boot in, boot uit, boot in…. Juan Carlos had ons voorbereid op een
kilometer duwen. Het blijkt slechts een paar honderd meter te zijn, dus het valt erg mee.
De tocht naar Yarina Lodge duurt in totaal zo’n vijf uur (stroomopwaarts). Een lange tocht terug richting de
geciviliseerde wereld. We hebben gelukkig een paar uitjes onderweg.
Eerst stoppen we bij een huis van de lokale bevolking. Haimi is ook weer met ons mee. Hij vertelt ons over het leven
van de lokale bevolking en leidt ons rond over het erf rond het huis. De familie is grotendeels zelfvoorzienend. Veel groente en fruit
worden rond het huis verbouwd. Alles wat ze te veel hebben, proberen ze te verkopen in Coca om geld mee te verdienen. Verder verdienen ze
geld met het ontvangen van toeristen en de verkoop van land aan oliemaatschappijen.
De ‘natives’ leven in een gemeenschap: meerdere gezinnen die veel bij elkaar komen, samenwerken, elkaar
helpen, samen met de oliemaatschappijen onderhandelen, etc. Ze wonen niet bij elkaar. Ze moeten per boot naar elkaar toe. Wegen zijn er
niet. Alles moet over de Napo rivier.
Het hoofd van het gezin heet Rafaël en is een neef van Haimi. Hij is wars van de (westerse) beschaving en
moderniteiten. Hij gaat niet graag naar Coca, is nog nooit in Quito geweest. Hij heeft pas sinds één mand een generator en
kan dus ook pas sinds één maand tv- en radiosignalen ontvangen. Hij is ook wars van schoenen. Als één van de
weinigen sjouwt hij het oerwoud nog op blote voeten rond.
Hoogtepunt van ons bezoek is de traditionele dans. Ook wij moeten er aan geloven. Haimi (drum) en Rafaël (fluit)
maken de muziek. We krijgen ook feestdrank aangeboden: tsjie tsja (dit is fonetisch, waarschijnlijk schrijf je het als
“chichua”). Deze drank is van yucca gemaakt. Vrouwen (mannen mogen of kunnen dit niet) koken de substantie, kauwen erop en
spugen het weer uit. Het geheel, mét het speeksel van de vrouwen erbij, gaat gisten en wordt de drank. Het is eigenlijk te smerig
voor worden. Toch proeven we het braaf. Het is zowaar minder smerig dan het klinkt. Lekker is echter wat anders.
Als we er weg gaan, barst mijn blaas bijna uit elkaar. Ik ga maar, net als de mannen, maar ergens op het erf achter
een bosje zitten. Wel een gek idee: Bedankt voor het bezoek aan uw huis, ik ga nu even op uw oprit zitten plassen! Volgens mij heeft de
complete boot zijn blaas in de bosjes rond de boot geleegd. Ik ga er maar van uit dat er hier in de jungle andere normen en waarden
gehanteerd worden. Thuis in Nederland zou dit ondenkbaar zijn.
Een tweede stop onderweg is “Monkey Island”. Dit is een eiland in de Napo rivier waar een apenkolonie op
leeft. Ze zijn inmiddels redelijk gewend aan mensen en zijn daarom niet echt schuw. We zien een aantal apen. Leuk om ze door de bomen te
zien slingeren. Helaas wel wat te ver weg voor mij om te fotograferen. Ik hoop dat Wouter met zijn telelens een paar mooie plaatjes
maakt.
Eén van de mannetjesapen wil indruk op ons maken. Hij maakt boven onze hoofden in de bomen een hoop herrie en
zit op een gegeven moment zelfs naar beneden te poepen. Ik heb al zo’n vermoeden en doe gelukkig net op tijd een stap opzij.
Onze boottocht naar de Yarina Lodge wordt verder opgeleukt door een duik van onze bootbestuurder. De boot raakt
onverwacht een stuk hout in de rivier. Daardoor raakt de boot uit evenwicht. De bestuurder die achterop de boot bij de motor staat, houdt
zich op dat moment net even nergens aan vast en valt overboord. We zijn in ene stuurloos en varen met een behoorlijke gang richting een
andere drijvende boom in de rivier. Eén van de andere werknemers van Yuturi neemt snel het roer (de motor) over en we varen terug
naar de bestuurder die rustig in zijn zwemvestje in de rivier dobbert. Hij moet enorm geschrokken zijn, maar als hij weer in de boot klimt
lijkt hij de rust zelve. Even later horen we ze onderling alweer grapjes erover maken en enorme lol hebben.
De lunch aan boord bestaat uit (lauwwarme) kipschnitzel, rijs, groentemix en gebakken yucca. Het is bijzonder dat we
zelfs aan boord van de motorboot ‘warm’ eten krijgen.
Yarina Lodge ligt in een kleine zij-arm van de Naporivier. Deze lodge is groter dan Yuturi. Er zijn meer cabins. Het
geheel ligt in een mooi aangelegde tuin. Maar Yuturi had door zijn kleinschaligheid voor mij meer charme.
Als we bij Yarina aankomen, gaan we vrijwel direct weer op pad: wandelen naar de ‘tower’. We wandelen
ongeveer een uur in stevig tempo. Er zijn veel hoogteverschillen en het pad is bijzonder glibberig. Halverwege komen we bij de
uitkijktoren. Hierop kun je de bomen van bovenaf bekijken. De toren is 40 meter hoog. Je begrijpt dat ik beneden blijf (hoogtevrees).
Wouter gaat gewapend met mijn fototoestel omhoog. Als ze weer beneden zijn zie ik op Mat’s digitale camera wat ik gemist heb: een
bobbelige deken van groene bladeren.
Bij de lodge hebben ze hokken met toekans, apen, papagaaien en een ocelot. Twee apen lopen los. We zweten even
(lekker) uit bij deze beesten. Dan gaan we douchen, eten en naar bed. Morgen is ons jungle avontuur alweer voorbij.
|