Reisverslag - dag 10 t/m 12
Dag 10 - zaterdag 30 juli 2005 (Otavalo)
Weer: Eerst halfbewolkt en ongeveer 20°C, later bewolkt en winderig en ongeveer 12°C.
Uitgaven: tafelkleed: vraagprijs $16, gekocht voor $11; leren riem met sierrand: vraagprijs $12, gekocht
voor $6; schaakspel in mooi bewerkte doos, niet wit tegen zwart maar de Spanjaarden tegen de Indianen: vraagprijs $12, gekocht
voor $9; twee bakjes voor buren Eggink: vraagprijs $5.50, gekocht voor $4; wandkleed 1,20x2,00 meter: vraagprijs $25, gekocht
voor $15; wollen schaapje, voor in de kerststal van Marcel en Roos: vraagprijs $2, gekocht voor $1.50
Programma:
| 6.00 uur | Wekker |
| 6.45 uur | Naar de beestenmarkt. Deze is op zaterdagen van 5.00-8.00 uur aan de rand van Otavalo. Hiervoor moet je
bij het stadion de PanAmericana oversteken. Het is ongeveer een kwartier lopen vanaf ons hotel. |
| 9.00 uur | Ontbijt
Slenteren over de markt, souvenirs kopen en lezen in onze kamer. Deze markt is elke zaterdag en start
rond 8.00 uur tot halverwege de middag. |
| 19.00 uur | Eten bij een Mexicaans restaurant bij Poncho Plaza “Tabasco”
De restaurants/terrassen “Terazzo del Sol” en “Tabasco” liggen beiden aan
Poncho Plaza. Vanaf deze terrassen kun je het plein en de shoppende toeristen prima begluren. Bij Tabasco
is het eten lekkerder en is er meer keus. |
We gaan zonder ontbijt op pad. Op naar de beestenmarkt. In het centrum is iedereen druk bezig om zijn marktkraam op te
bouwen voor de beroemde markt van Otavalo. De beestenmarkt blijkt een stuk kleiner dan die van Saquisilí. Maar het blijft leuk om
die kluwen van beesten en mensen te bekijken. Als we voorbij een eigenaar met een koe lopen, wordt er net op het beest geboden: vraagprijs
$70, geboden $50. Op deze markt worden een paar schapen verhandeld. Het gaat grotendeels om varkens en koeien. We hebben geen lama’s,
kippen, cavia’s of geiten gezien.
De mensen in deze omgeving gaan heel anders gekleed dan in het zuiden. De vrouwen dragen een zwarte rok met een witte
blouse met geborduurde bloemen en kanten ¾ mouwen, met daarover een zwarte of donkerblauwe doek. Aan de voeten hebben ze eenvoudige
platte (plastic zolen) espadrilles. Om hun hals dragen ze een grote verzameling gouden kettingen. Dit ziet er indrukwekkend uit. Maar in
onze reisgids lezen we dat dit oorspronkelijk kerstversieringen zijn geweest. Dit wordt in grote hoeveelheden geïmporteerd uit
Tsjechië. Wat een giller! Hoe verzinnen ze het!
De traditionele man gaat gekleed in een witte broek en witte blouse (handig!) met daarover een donker gekleurde
poncho. Ze dragen dezelfde espadrilles als de vrouwen. Bijna alle mannen hebben een vlecht op hun rug. Deze vlecht blijkt erg belangrijk
voor hen. Normaliter worden jonge Ecuadoriaanse mannen in dienst kaal geschoren. Deze indianenstam heeft toestemming om hun haar en vlecht
te behouden!
De mensen zien er mooi uit, maar zijn duidelijk minder kleurig dan in het zuiden van het land.
We gaan terug naar het hotel voor het ontbijt. Nadat we eerst nog vergeefs naar de caviamarkt hebben gezocht. Deze is
niet meer op de plaats waar hij volgens onze reisgids zou moeten zijn (calle mora y calle roca).
Bij het ontbijt krijg ik een servet met daarop afbeeldingen van een haan. Er staat de tekst “ki ki ri ki”
op. Grappig dat een Spaanse haan anders kraait dan een Nederlandse (ku ke le ku).
Na het ontbijt storten we ons op de markt: souvenir/koopjes-jacht. We hebben gelezen dat je zo’n 20% van de
prijs af moet kunnen krijgen. Afdingen is iets wat erbij hoort hier. We krijgen van de meeste artikelen 20% of meer af. We zijn erg content
met onze aankopen en afding-resultaten.
De Ecuadorianen zelf zijn in het algemeen rond de markt met de etenswaren en gebruikswaren te vinden. De toeristen
bevolken in grote getale de stalletjes met sjaals, truien, poncho’s, kleden, sieraden, etc. Tja, we zijn niet de enige toeristen die
hier souvenirs willen kopen.
De verkopers zijn gelukkig minder agressief in hun verkooptactiek dan in Egypte. We kunnen rustig langslopen en
kijken. Als we laten blijken ergens in geïnteresseerd te zijn, zijn ze zeer bereidwillig om alle modellen, maten en kleuren te tonen.
We leren al snel een aantal basis woorden (cq klanken) in het Spaans die ons bij de gesprekken met de verkopers helpen:
- Muy caro – te duur
- Me gusto – mooi vinden
- Otros colores – andere kleuren
- Colores naturales – natuurlijke kleuren
- Quadrato – vierkant
- ….
En voor het afdingen is het onmisbaar om in het Spaans te kunnen tellen.
We willen een wandkleed kopen om boven ons bed te hangen. Als we, na al een tijdje gezocht te hebben, een mooie hebben
gevonden gaan we met die verkoper in onderhandeling. We willen maximaal $15 betalen. De verkoper start op $25, wij op $12. Hij gaat erg
langzaam omlaag en wij zeer traag omhoog. Bij $18 vs $14 houden we ermee op en lopen weg. We kunnen echter nergens zo’n mooi kleed
vinden. Daarom keren we ’s middags weer terug bij dezelfde stal. Op zich dom want nu blijkt dat we het kleed heel graag willen
hebben. Onze tactiek is echter om niet te laten merken dat we hier al eerder geweest zijn. De verkoper volgt dezelfde tactiek (of herkent
ze ons echt niet?). De vraagprijs is wederom $25. Maar nu komen we vrij eenvoudig tot $15. Verkocht!
Het schaakspel dat we kopen (erg leuk: niet wit tegen zwart, maar de Indianen tegen de Spanjaarden; het paard van de
Indianen is een lama) is veel goedkoper dan we ingeschat hadden. De vraagprijs is $12. Wij gingen uit van een startprijs van rond $25,
gezien de mooie uitvoering van het spel en de doos. We komen zeer eenvoudig uit op $9.
Tussendoor gaan we nog even terug naar het hotel om onze aankopen te droppen en naar de WC te gaan.
We lunchen op het “Terrazzo del sol” aan het “Poncho Plaza”. Dit is een terras op een
bovenverdieping van waar je het gehele plein kunt overzien. Het is een leuk kleurig uitzicht. Jammer alleen dat het inmiddels bewolkt,
winderig en frisjes is geworden. Het eten is er ook niet bijzonder goed. Ach ja, het uitzicht is bijzonder!
De sfeer op de markt vinden we bijzonder prettig. We zijn in reisgidsen gewaarschuwd voor zakkenrollers, maar hier op
de markt voelen we absoluut geen bedreiging. De Indianen zijn ook op de markt om te handelen en te genieten van een dagje uit. Meisjes
lopen arm in arm met vriendinnen te giechelen en te flaneren. Het is leuk om ze met verlangende blik te zien kijken bij de
kerstboomversieringen (gouden kettingen) of traditioneel geborduurde blouses.
De Indianen kleden zich nog veelal traditioneel, soms met een vleugje ‘westers’. Zo lopen we achter een
meisje (ongeveer 15 jaar) met een traditionele rok, blouse en doek; maar met daarover een spijkerjack en een baseballpet. En een geheel
traditioneel gekleed meisje loopt wel met een mobiel aan haar riem. Door uit hun dorp in de bergen te komen, pikken ze duidelijk westerse
invloeden op. Als ik de mensen zo observeer (de manier waarop ze met elkaar omgaan, de vrijheid die de meisjes hebben om rond te lopen,
etc) vraag ik me af of ze hier doen aan gearrangeerde huwlijken en uithuwelijken van dochters. Ik kan het me niet voorstellen.
In Cuenca waren we nog verbaasd dat ze motoren verkopen in witgoedwinkels. Ik moet zeggen; het went wel. We zien het
nu regelmatig. In Otavalo hebben alle witgoedwinkels een motor in de etalage.
Als we ’s avonds na het eten terugkomen in het hotel is hetzelfde bandje van gisteren weer bezig. Onze kamer
grenst direct aan de binnenplaats waar ze staan te spelen. We kunnen er dus volop van meegenieten. We ‘genieten’ helaas zo ook
mee van alle valse noten. De fluitist heeft sinds gisteravond niet geoefend en ze zijn vandaag ook niet allemaal goed bij stem. De hogere
noten halen ze niet. Als ze ook vrouwen zouden toelaten in dit soort bandjes, dan zouden ze dit soort problemen niet hebben. We hebben
echter nog geen zingende of muziekmakende vrouw in Ecuador gezien!
Dag 11 - zondag 31 juli 2005 (Otavalo, Mitad del Mundo, Quito)
Weer: Het is mooi weer vandaag: zonnig en ongeveer 23°C.
Uitgaven: De bus van Otavalo naar Quito kost ons nu $2 per persoon. De terugweg naar Quito blijkt
goedkoper dan de heenweg. We betalen nu $4 voor ons tweeën. Heen was het $5. Heen hebben we een kaartje aan het loket gekocht in
Quito; terug kopen we een kaartje in de bus. Is dat het; is het bij het loket duurder? Ze lijken ook liever te hebben dat je het kaartje in
de bus koopt, dan bij het loket. De taxi in Quito van het busstation naar het hotel is $3; De taxirit van het hotel naar Mitad del
Mundo is $12 en de toegang tot het park rond Mitad del Mudo is $1.50 p.p. Het museum is $3 p.p.; Terug naar het hotel betalen we $1 p.p. voor
de bus en $3 voor de taxi.
Programma:
| 8.00 uur | Ontbijt |
| 9.30 uur | Vertrek met bus naar Quito vanaf Terminal Terrestre in Otavalo. |
| 11.45 uur | Aankomst op busstation in Quito.
Taxi naar het hotel. We brengen onze tassen naar de kamer en vertrekken weer. |
| 13.00 uur | Met taxi naar Mitad del Mundo(evenaar). |
| 16.30 uur | Met de bus en taxi terug naar het hotel.
Avondeten in pizzaria aan de overkant van het hotel. |
We doen vandaag rustig aan. We hoeven niet zo veel vandaag voor ons gevoel en ontbijten pas rond 8.00 uur. Alle andere
hotelgasten zijn inmiddels al vertrokken.
We vinden weer zonder problemen een bus op het busstation. Als je met je grote tas aan komt lopen, beginnen ze alle
mogelijke bestemmingen te roepen. Ik roep “Quito” terug en gelijk worden we naar een bus verwezen. Toch nog maar even checken
wanneer ‘ie vertrekt; over 5 minuten. Da’s lekker snel, of zeggen ze dat allemaal? Onze tassen gaan weer onderin de bus.
Eh… is dat een zak met levende kuikens die naast onze tassen wordt gezet?
De busreis is niet bijzonder enerverend en duurt ruim twee uur. Onderweg zie ik een reclamebord voor een universiteit.
Er staan vier modelstudenten op afgebeeld; allemaal westers en blank! Dit doet toch wel heel bijzonder aan in een land waar, denk ik, 90%
van de bevolking donker gekleurd is en een Indiaans uiterlijk heeft. Ons is ook al opgevallen dat etalegepoppen en covermodellen (op
tijdschriften) ook blank en westers zijn. Dat moet toch invloed hebben op het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van de donkere
Ecuadoriaan.
Op het busstation in Quito nemen we een taxi naar het hotel. Daar pakken we in razend tempo de tas uit en gaan dan
weer op pad; op naar Mitad del Mundo (ofwel: de evenaar).
We denken een taxi te nemen naar een busstation van waar de bussen vertrekken naar Mitad del Mundo. De taxichauffeur
heeft ons echter verkeerd begrepen (het was ook een ingewikkeld verhaal in het Spaans) en brengt ons direct naar Mitad del Mundo. Dit
hebben we pas laat in de gaten. We zijn dan al 25 minuten op weg. De chauffeur is wat opgelaten als we hem vertellen dat we eigenlijk door
hem naar het busstation gebracht hadden willen worden. We sluiten een deal. Voor $12 gaan we met hem helemaal naar onze eindbestemming. De
totale rit is ruim een half uur. Hij vraagt eerst $18, maar gaat wel erg snel akkoord met ons bod van $12.
Ik had geen idee wat ik me van Mitad del Mundo voor moest stellen. Een lijn op de grond? Het blijkt een soort
recreatiepark te zijn. Er zijn een aantal expositieruimten, een museum met uitkijktoren, souvenirwinkeltjes en een plein waar optredens
zijn. Eerst speelt er een jeugdorkest en later een salsaband. We lunchen aan het plein en gaan dan naar het museum. We maken, net als alle
andere bezoekers foto’s waarbij we met elk been op een ander halfrond staan; noord en zuid. Het hele Mitad del Mundo is een beetje
een poppenkast, maar wel leuk. En als je in Ecuador bent (vernoemd naar de evenaar) dan moet je toch naar de evenaar toe. Zo denken meer
mensen. Het is echt hartstikke druk, niet alleen met toeristen. Het is ook een zondagsuitje voor Ecuadoriaanse families.
We denken er maar niet te veel over na dat dit niet de echte evenaar is. Die ligt namelijk zo’n 150 meter
verderop. Heel lang geleden heeft een onderzoeksexpeditie een foutje gemaakt en de evenaar op deze plek aangewezen. In werkelijkheid ligt
het dus net ergens anders.
Het museum is wel leuk om te zien. Alle bevolkingsgroepen van Ecuador zijn er af- en uitgebeeld. Ze zijn te zien met
hun kleding, waar ze wonen, hun gebruiken, geloven, etc.
We gaan met de bus terug naar Quito. Daarin zit Wouter naast een jongen die zeer geïnteresseerd naar
Wouter’s blote benen kijkt. Zelf lopen de Ecuadorianen niet in een korte broek. Misschien was hij wel geschokt van al dat
‘bloot’ zo dichtbij. Maar waarschijnlijker is dat hij gefascineerd is door de haren op Wouter’s benen. De mannen hier
zijn nogal glad. Ik denk niet dat ze haar op hun benen hebben.
De bus brengt ons naar de rand van de stad. Vanaf daar moeten we weer met een taxi verder.
We herpakken onze tassen; wat moet mee naar het regenwoud morgen en wat laten we achter in het hotel? Dan gaan we eten
bij de pizzaria aan de overkant van de straat. Lekker makkelijk.
Dag 12 - maandag 1 augustus 2005 (Quito, Coca, regenwoud/Yuturilodge)
Programma:
| 7.15 uur | Taxi naar het vliegveld ($5)
Ontbijten in een café/restaurant op het vliegveld. |
| 8.00 uur | Melden bij de contactpersoon van Yuturilodge op het vliegveld. We krijgen van haar de tickets naar Coca. |
| 9.15 uur | Vertrek van vlucht naar Coca. |
| 9.50 uur | Aankomst in Coca.
Met pickup-trucks/taxi’s naar de rivier. We zijn met een hele groep toeristen die allemaal
bestemming ‘regenwoud’ hebben. |
| 12.00 uur | Start van de boottocht over de Naporivier en de Yuturirivier naar de Yuturilodge. Het is vijf uur varen! |
| 17.00 uur | Aankomst bij de Yuturilodge. |
| 19.00 uur | Diner |
| 20.00 uur | Start van avondwandeling om insecten en andere nachtdieren te zien. |
| 21.15 uur | Naar bed.
Tot maximaal 22.00 uur is er licht. De generator draait van 18.00 tot 22.00 uur. |
Vandaag gaat het avontuur echt beginnen. We gaan het regenwoud in! Op het vliegveld ontmoeten we onze reisgenoten. Na
een schokkerige vlucht (veel luchtzakken) landen we in het tropische Coca. De atmosfeer is hier 180° anders. Van het hoge droge Quito,
zijn we nu in het hete klamme Coca. Het zweet breekt ons gelijk aan alle kanten uit! We vreesden met een aantal zeer aanwezige Amerikanen
in de jungle te zitten, maar deze blijken gelukkig naar een andere lodge te gaan: Yarina Lodge. Deze lodge ligt (slechts) drie kwartier
varen vanaf Coca.

Wij gaan met z’n tienen naar de Yuturi Lodge; op ruim vijf uur varen vanaf Coca (kijk dat zijn de bikkels). Onze
groep bestaat uit drie Amerikanen (een moeder en haar dochter en een man alleen), drie Fransen (vader met zijn zoon en dochter), twee
Engelsen (twee vrienden).
De motorboot is eenvoudiger dan beloofd. De prettige zetels die in de folder werden beschreven, blijken harde houten
banken te zijn. De zitplaatsen zijn smal.
We lunchen aan boord: kip met twee aardappels in schil en een gekookt ei.
Er is slechts één stop, na ongeveer vier uur varen. Iedereen verlaat dankbaar de boot om de benen te
strekken, de houten kont rust te gunnen en te plassen.
Als we de Yuturi Lodge bereiken zijn we blij verrast. Het ziet er echt jungle-achtig uit: allemaal bamboe- en
strohutjes, een gezamenlijke ruimte met een grote open veranda, hangmatjes, … …, en dat allemaal middenin het regenwoud! We
zijn vanaf Coca 200 km de jungle in gevaren. Wouter dacht nog wel dat deze lodge luxer zou zijn dan de Manati Lodge waar we in Tortuguero
(Costa Rica) hebben overnacht. Geintje! De Manati Lodge was vele malen geciviliseerder dan hier. Maar dat eenvoudige heeft juist wel zijn
charme. Je moet alleen niet bang zijn voor beestjes met pootjes en/of vleugeltjes, onafhankelijk van welke grootte. Er zijn hier
héél véél beestjes. De Franse dochter (ongeveer 14 jaar) is panisch voor alles wat vliegt of kruipt en ook voor
alles waarvan ze denkt dat het vliegt of kruipt. De eerste paar keer als ze begint te kermen en piepen denk je nog: “Ach gut, ze is
bang”. Maar nu een dag later denk ik vooral: “Stel je niet aan!”. Pa heeft er een zware dobber aan om al het onheil uit
haar buurt te houden of dood te slaan.
Onze gids/vertaler Juan-Carlos vertelt ons dat we veilig kunnen zwemmen in de rivier. Ondanks de kaaimannen die er
voorkomen. Normaal ben ik niet zo goedgelovig, maar nu vertrouw ik hem op zijn woord… We gaan lekker zwemmen. Gek idee: zo zit je
Quito op grote hoogte en zo lig je te poedelen in de Yuturirivier in een Amazoneregenwoud.
Tijdens het diner moeten Wouter en ik nog wennen aan de warmte en de vochtigheid. Na een kom soep druipt het zweet van
ons voorhoofd.
Na het eten gaan we met Juan-Carlos en met een ‘native guide’ (Haimi, =fonetisch) het bos in achter de
lodge, op zoek naar insecten. We zien van alles: duizendpoten, spinnen (onder andere een tarantula), een soort hagedis, imitatie
schorpioen, sprinkhaan en een wandelende tak. We lopen allemaal erg elegant met regenlaarzen aan. Deze hebben we gekregen in Coca, voor we
op de boot stapten. De laarzen zijn hier onmisbaar, want de grond is bijzonder zompig. Helaas heeft mijn linkerlaars een gaatje midden
onder de bal van mijn voet. Ik zal het ermee moeten doen.
We slapen onder een klamboe. Deze hangen al klaar boven de bedden. Dat is wel zo’n prettig idee met al dat
gespuis en van die prikkende lieden om je heen. We vallen als een blok in slaap.
|